Sluiten

Spelenderwijs bewegen met de allerkleinsten

Artikel

Geplaatst op 1 september 2017

‘Vroeg begonnen is vroeg gewonnen!’ Van jongs af aan voldoende bewegen, gezond eten is essentieel voor een gezonde ontwikkeling van baby’s, dreumessen en peuters tot volwassene. In dit artikel lees je waarom het belangrijk is dat kinderen vanaf de geboorte starten met spelenderwijs bewegen en hoe je dit kunt stimuleren.

Het is een artikel met wetenschappelijke en actuele inzichten over hoeveel en hoe kinderen tot vier jaar oud idealiter bewegen en wie of wat een rol speelt in het stimuleren ervan. Professionals werkzaam in de kinderopvang, de jeugdgezondheidszorg en de sport krijgen bovendien praktische tips en zicht op succesvolle aanpakken die ze in de eigen setting kunnen inzetten.

Waarom is (spelenderwijs) bewegen belangrijk?

Door vroeg te investeren in bewegen, leg je de basis voor een actief leven. Kinderen ervaren zo van jongs af aan dat bewegen leuk is. En dat werkt door totdat ze volwassen zijn. Het stimuleren van bewegen voor 0-4 jarigen is belangrijk voor:

  • het aanleren van persoonlijke, sociale en emotionele vaardigheden
  • de bot- en spierontwikkeling
  • de ontwikkeling van motorische vaardigheden
  • de cognitie: taalontwikkeling, concentratie en zelfregulering
  • de ontwikkeling van de hersenen wat bijdraagt aan creativiteit, het probleemoplossend vermogen en het geheugen
  • de preventie van overgewicht
  • voldoende slaap

Daarnaast is het ook belangrijk om al op jonge leeftijd veel zitten te ontmoedigen. Veel televisie kijken bijvoorbeeld, kan negatieve effecten hebben op het gewicht, de cognitieve ontwikkeling en de psychosociale gezondheid van kinderen.

Invloed van de fysieke omgeving

De inrichting van een huis, kinderopvang, of andere speelruimte heeft veel invloed op hoeveel 0-4 jarigen bewegen. Veilige, aantrekkelijke en toegankelijke speelmogelijkheden, parken en playgrounds in de open lucht en in de buurt maakt dat jonge kinderen meer bewegen. De buitenruimte is tegenwoordig echter drukker en minder veilig. Ouders maken zich daar zorgen om: kinderen kunnen zich verwonden bij het spelen, ze zijn bang dat er iets met hun kinderen gebeurt als ze even niet opletten.

Een ander aspect van de fysieke omgeving is de toename van beeldschermgebruik, zoals tv, tablets en computers. Daar is minder lichamelijke inspanning voor nodig, waardoor kinderen méér uren zittend doorbrengen. Ongeveer 10% van de peuters heeft een eigen televisie op de kamer, 22% mag zelf bepalen of hij of zij tv kijkt en 9% hoe lang dat gebeurt, blijkt uit onderzoek.

Invloed van de sociale omgeving

‘It takes a village to raise a child.’ Wanneer iedereen in de omgeving van een kind een actieve leefstijl stimuleert, nemen kinderen dit sportieve gedrag vaker over.

Mensen én organisaties uit de sociale omgeving van jonge kinderen, kunnen een positieve of negatieve invloed hebben op bewegen. Kinderen worden bijvoorbeeld steeds vaker langer dan noodzakelijk in wipstoeltjes, autostoeltjes en buggy’s gezet. Door echter te spelen met kinderen, hen aan te moedigen tot bewegen, enthousiasme te tonen voor bewegen en zelf het goede voorbeeld te geven, gaan kinderen meer bewegen. In het ideale geval, moedigt iedereen in de omgeving van het kind bewegen al vanaf de geboorte aan. Zowel het gezin, als de kinderopvang en de jeugdgezondheidszorg spelen daar een rol in.

Invloed van het gezin

De percepties, overtuigingen en houding van ouders ten aanzien van bewegen, hebben veel invloed. Ouders zijn zich echter vaak niet bewust van het belang van bewegen en van de rol die zij daarin spelen. Bovendien zitten ouders tegenwoordig ook steeds vaker. Naar eigen zeggen hebben ze te weinig tijd en energie om bijvoorbeeld dagelijks met hun kinderen naar buiten te gaan, of hen met de fiets of lopend te vervoeren.

Broers, zussen en leeftijdgenoten buiten het gezin kunnen beweging bij kinderen ook stimuleren en remmen, doordat kleine kinderen het gedrag van andere kinderen observeren en imiteren.

Invloed van de kinderopvang

Steeds meer kinderen maken gebruik van de formele kinderopvang. Uit onderzoek blijkt dat in de Nederlandse kinderopvang over het algemeen veel inactiviteit is. Er is nog een wereld te winnen!

Lees meer over:

Invloed van de jeugdgezondheidszorg

Ook de jeugdverpleegkundigen of jeugdartsen van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) spelen een belangrijke rol in de eerste levensjaren van kinderen. Zij kunnen ouders stimuleren, steunen en begeleiden bij de opvoeding. Ze kunnen ouders bewust maken van het belang van bewegen en ze kunnen bewegings- en motorische achterstanden signaleren. Bovendien spelen ze een rol in de preventie van overgewicht. Het Overbruggingsplan overgewicht richt zich onder andere op meer buiten spelen en bewegen en minder voor tv of computer zitten.

Zijn er richtlijnen voor bewegen van 0-4 jaar?

In 2017 zijn de Nederlandse beweegnormen herzien en vervangen door de beweegrichtlijnen, een advies van de Gezondheidsraad aan de minister van VWS. Voor kinderen jonger dan vier jaar geven deze beweegrichtlijnen – wegens gebrek aan onderzoek – echter geen advies. De Gezondheidsraad geeft enkel aan dat voor hen het belangrijkste is dat ze gevarieerd bewegen en motorische vaardigheden aanleren.

In verschillende andere landen zijn wél richtlijnen voor deze jonge doelgroep opgesteld. Deze richtlijnen hebben over het algemeen gemeen dat fysieke activiteit moet worden aangemoedigd vanaf de geboorte (in een veilige omgeving). Voor 0-1 jarigen geldt ‘zoveel mogelijk beweegimpulsen (op de grond)’ en voor 2-4 jarigen geldt ‘minimaal drie uur per dag’. Daarnaast moet de tijd die kinderen zittend of vastgemaakt doorbrengen minimaal zijn.

Op welke manieren bewegen?

Er zijn veel verschillende manieren waarop kinderen aan hun dagelijkse portie bewegen komen. We geven tips:

Spelen

Spelen gebeurt vrijwillig en instinctief, is aanpasbaar en leuk en kan verschillende vormen aannemen, zoals stoeien (ruw, tuimelen) en verbeelden. Voor de emotionele, sociale en cognitieve ontwikkeling van kinderen is het van belang om ze niet alleen gestructureerd te laten bewegen, maar ze ook de mogelijkheid te geven om vrij te spelen. Ze worden creatief, ze ontdekken, experimenteren, onderzoeken en verbeelden.

Buitenspelen

Kinderen die veel buiten zijn, zijn actiever en hebben minder schermtijd. Buitenspelen bevordert de ontwikkeling van de sociale, cognitieve en motorische vaardigheden. Er is vaak meer ruimte en er zijn verschillende situaties, denk aan toestellen en ondergronden. Barrières met betrekking tot buitenspelen zijn de weersomstandigheden, vragen bij ouders over veiligheid en toegankelijkheid van speelplaatsen en risicovol spelen. Maar, wie niet leert omgaan met alledaagse speelgevaren, zoals uitglijden in de modder, leert ook niet om te gaan met risico’s.

Actief transport

Actief transport, het vervoeren van kinderen op een actieve wijze als lopend of fietsend, is ook een vorm van bewegen. Dichtbij de kinderopvang wonen is van positieve invloed op het gebruik actief transport om er te komen.

Sportclubs

Tot slot kunnen kinderen op steeds jongere leeftijd terecht bij sportclubs. Voor 2- 6 jarigen wordt door 57% van de sportaanbieders gymnastiek en dans aangeboden en door 24% voetbal. Daarbij is het onder andere van belang dat de club rekening houdt met de cognitieve en fysieke ontwikkeling van het kind.

Lees meer over:

Meer weten?

In dit artikel zijn de belangrijkste wetenschappelijke inzichten en een aantal tips kort besproken. Download de literatuurverwijzingen bij dit artikel (pdf).

In de komende tijd verschijnen regelmatig nieuwe verdiepende artikelen met meer praktische tips. Wil je op de hoogte blijven? Meld je aan voor de kennisupdate Sport, Bewegen en Jeugd en vink in elk geval de leeftijdsgroep 0-4 jaar aan.

Heeft u een vraag of wilt u advies op maat, neem dan contact op met Rebecca Beck of Femke van Brussel. Volg hen op social media en blijf op de hoogte!

 

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.