Alles over sport logo

Effecten van bewegen voor kinderen en jongeren

Bewegen, dat is leuk én gezond. Veel en gevarieerd bewegen is voor kinderen en jongeren van groot belang voor de fysieke en mentale gezondheid en een goede ontwikkeling. Bij sport en bewegen denken we vaak vooral aan de fysieke effecten. Maar naast de effecten op motoriek en fysieke gezondheid, heeft bewegen nog meer voordelen voor de ontwikkeling van kinderen. Uit onderzoek blijken positieve invloeden op het sociaal-emotionele, cognitieve en mentale vlak. In dit artikel lees je meer over de verschillende effecten. 

Fysieke effecten

Bij sport en bewegen denken we in de eerste plaats vaak aan de voordelen op de fysieke gezondheid. Sport en bewegen hebben een positief effect op (risicofactoren voor) chronische ziekten, aerobe fitheid, spierkracht en botkwaliteit. Duurtraining verbetert de fitheid en krachttraining vergroot de spierkracht bij kinderen. Ook zorgt voldoende bewegen ervoor dat kinderen beter op gewicht blijven. Bewegen verlaagt namelijk de body mass index (BMI) en vetmassa en verbetert de insulinegevoeligheid van kinderen. Ook verminderen sport en bewegen het risico op depressieve symptomen[1]

Bij fysieke effecten kun je ook denken aan de effecten van een breed motorische ontwikkeling (BMO). Hierbij gaat het om het aanleren van basisvaardigheden, zoals balans, rennen, springen en gooien, vangen, slaan en het schoppen van een bal. Een BMO helpt kinderen om makkelijk te kunnen bewegen en verschillende sport- en beweegactiviteiten te doen. In de kinderjaren én op latere leeftijd. Onderzoek laat zien dat deze basisvaardigheden niet ‘van nature’ komen aanwaaien. Kinderen hebben uitdaging nodig om voldoende en gevarieerd te sporten en bewegen om zo een brede basis te ontwikkelen[2,3].

Wist je dat…

Kinderen die op jonge leeftijd voldoende en gevarieerd bewegen in een uitdagende omgeving, gemiddeld betere algemene, motorische vaardigheden hebben dan kinderen die minder bewegen en minder gevarieerd bewegen[4,5]? Met voldoende bewegen bedoelen we: voldoen aan de beweegrichtlijnen. De grootste ontwikkeling van deze basismotorische vaardigheden vindt plaats tot en met een jaar of acht, maar dit loopt nog door tot na de basisschoolleeftijd[6].

Het ontwikkelen van een brede basis is essentieel. Want kinderen en jongeren met goed ontwikkelde motorische vaardigheden bewegen en sporten over het algemeen meer, waardoor ze fitter zijn en nog vaardiger worden. Ze beleven meer plezier aan sport en bewegen en hebben minder kans op chronische aandoeningen en overgewicht. Ook als ze ouder zijn, omdat ze vaak ook op latere leeftijd blijven sporten en bewegen.

Bovendien zorgt een BMO ervoor dat kinderen minder blessures krijgen. Vaardige kinderen kunnen namelijk sneller reageren en anticiperen op onvoorspelbare situaties. Door de brede basis kunnen ze bovendien makkelijker wisselen van de ene naar de andere sport en komen ze eerder uit bij een sport die ze leuk vinden en die echt bij ze past. Ook doen ze vaker en eerder mee aan verschillende sport- en spelactiviteiten. Een brede motorische basis bij jonge kinderen geeft dus meer kans op een leven lang met plezier sporten en bewegen[2,3].

Sociaal-emotionele effecten

Al op jonge leeftijd dragen sport en bewegen bij aan de sociale-emotionele ontwikkeling van kinderen. Spelenderwijs bewegen en sporten biedt een positief sociaal klimaat waarin kinderen sociale vaardigheden kunnen ontwikkelen. Denk aan zelfdiscipline, persoonlijke verantwoordelijkheid, communiceren en samenwerken met anderen. Ook ontwikkelen kinderen door middel van bewegen prosociale vaardigheden zoals ‘om de beurt gaan’ en wachten. Kinderen leren zo omgaan met de gevoelens en mening van anderen. Hierdoor leert een kind vriendschappen aangaan en breidt het sociale netwerk uit. Naast het ontwikkelen van sociale vaardigheden hebben sport en bewegen ook invloed op het tegengaan van antisociaal gedrag, jeugdcriminaliteit en de betrokkenheid in de maatschappij[7,8].

De sportclub biedt daarnaast een omgeving waarin jongeren met verschillende (sociale) achtergronden en een gedeelde passie elkaar ontmoeten. Ook vinden ze er rust en afleiding. Dit is met name belangrijk voor risicogroepen zoals kinderen met (geld)problemen thuis. Sport en bewegen kunnen ervoor zorgen dat ze even ‘vrij’ zijn van de problemen thuis, het is een fijne en vertrouwde plek[9].

Sport en bewegen hebben bovendien effecten op het emotioneel welzijn. Het bewijs is vooral sterk als het gaat om het hebben van plezier, minder angst, meer zelfvertrouwen en het gevoel van eigenwaarde. Met eigenwaarde bedoelen we het geloof in eigen kunnen. Ook kunnen sport en bewegen ertoe bijdragen dat kinderen goed in hun vel zitten. Lichaamsbeweging heeft een positieve invloed op het voorkomen of verminderen van angstige gevoelens, emotionele stoornissen en stemmingsstoornissen[7,8]. Ook blijkt dat sport en bewegen een positief effect hebben op de stressregulatie van een kind. Kinderen die regelmatig sporten en bewegen herstellen beter van stressvolle situaties en kunnen beter omgaan met toekomstige stressprikkels[10].

Cognitieve effecten

Cognitieve functies zijn functies van de hersenen die zorgen dat we informatie kunnen verwerven, verwerken, opslaan en toepassen. En dat we kunnen leren van onze ervaringen, zoals onthouden, plannen, concentratie, geheugen, redeneren en beslissen. De laatste jaren wordt steeds meer bekend over de relatie tussen bewegen en cognitief functioneren.

Sport en bewegen stimuleren de ontwikkeling van de hersenen. Er is een toename van bloedtoevoer naar de hersenen, een verhoogde aanmaak van zenuwcellen en een toename in de verbinding tussen de zenuwcellen. Dit kan leiden tot een verandering in de hersenstructuur en hersenfuncties. Kinderen en jongeren worden daardoor onder andere alerter, de hersenontwikkeling wordt gestimuleerd en dat kan leiden tot betere executieve functies, zoals het werkgeheugen. Verschillende onderzoeken laten een positief effect zien op het werkgeheugen na herhaaldelijk bewegen[7,8]. Direct na beweging is er een positief effect op aandacht, concentratie en informatieverwerkingssnelheid. Op de lange termijn gaat het bijvoorbeeld om het beter kunnen plannen en leren. 

Wist je dat…

  • Meer bewegen tijdens schooltijd niet ten koste gaat van leerprestaties? Als bijvoorbeeld de tijd voor rekenen wordt vervangen door tijd voor bewegen, gaan kinderen niet minder goed rekenen[7]
  • Kinderen die op school aan het begin van de ochtend en halverwege de ochtend bewegen, kunnen zich rond het middaguur beter concentreren dan kinderen die niet of weinig bewegen[8].
  • Fysieke fitheid bijdraagt aan prestaties in begrijpend lezen en rekenen? En motoriek doet dat voor rekenen en spelling. Fittere kinderen hebben een beter ontwikkeld werkgeheugen[8].
  • Kleuters beweging gebruiken om hun cognitieve vaardigheden te oefenen? Domeinen als mondeling uitdrukken (zoals het beschrijven van een foto), kort lezen (zoals letters-woord identificatie) en wiskundig redeneren (zoals het begrijpen van richtingen en probleemoplossend vermogen) worden hierdoor bevorderd[8].

Samenhang tussen fysieke en mentale effecten

De fysieke en mentale effecten zijn met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar. Ter illustratie: een goede motorische ontwikkeling vormt een belangrijke basis voor de ontwikkeling op sociaal-emotioneel vlak. Uit onderzoek blijkt dat vaardige kinderen meer succeservaringen creëren, makkelijker nieuwe vaardigheden aanleren en meer zelfwaardering hebben. Ze leren makkelijker samenwerken, vooral bij team- en duosporten, en om te gaan met teleurstellingen en successen[2,8].

Praktische handvatten

Stimuleer kinderen alledaagse activiteiten meer bewegend te doen, zet daarbij in op plezier bij bewegen. Samen spelen en bewegen gaan heel goed samen en is erg leuk! Volwassenen hebben een voorbeeldrol: doe lekker mee, enthousiasmeer kinderen en moedig ze aan!

Meer lezen?

Bronnen

  1. Gezondheidsraad (2017). Beweegrichtlijnen 2017. Den Haag: Gezondheidsraad.
  2. Kenniscentrum Sport & Bewegen e.a. (2021). Inspiratiegids BMO. Ede: Kenniscentrum Sport & Bewegen 
  3. Hoofwijk, M., Koedijker, J., Benjaminse, A., & Mombarg, R. (2020). Brede motorische ontwikkeling van kinderen: nut en noodzaak. Sportgericht 74 (pp. 7 p.)
  4. Zeng, N., Ayyub, M., Sun, H., Wen, X., Xiang, P., & Gao, Z. (2017). Effects of physical activity on motor skills and cognitive development in early childhood: a systematic review. BioMed research international, 2017. doi:10.1155/2017/2760716
  5. Lubans, D. R., Morgan, P. J., Cliff, D. P., Barnett, L. M., & Okely, A. D. (2010). Fundamental movement skills in children and adolescents. Sports medicine, 40(12), 1019-1035.
  6. Stodden, D. F., Goodway, J. D., Langendorfer, S. J., Roberton, M. A., Rudisill, M. E., Garcia, C., & Garcia, L. E. (2008). A developmental perspective on the role of motor skill competence in physical activity: An emergent relationship. Quest, 60(2), 290-306.
  7. Kenniscentrum Sport & Bewegen e.a. (2022). Ontdek de effecten van sport en bewegen voor jeugd met het Human Capital Model. Ede: Kenniscentrum Sport & Bewegen 
  8. Kenniscentrum Sport & Bewegen e.a. (2021). Online publicatie: Nut en Noodzaak van bewegen voor kinderen. Ede: Kenniscentrum Sport & Bewegen 
  9. Kenniscentrum Sport & Bewegen (2021). Whitepaper Jeugd die arm opgroeit: feiten en cijfers over hun sport- en beweegdeelname. Ede: Kenniscentrum Sport & Bewegen.
  10. Biddle SJH, Mutrie N, Gorely T. (2015). Psychology of physical activity: determinants, well-being and interventions. New York: Routledge.

Artikelen uitgelicht


Gezonde leefstijl
Jonge kinderen, Jongeren, Kinderen
public, professional
overzichtsartikel
bewegingsonderwijs, gezondheidsbevordering, mentaal welbevinden, motorische ontwikkeling