Alles over sport logo

Avontuurlijk spelen in de openbare ruimte: wie is aansprakelijk?

Spelen is in de ogen van een kind de normaalste zaak van de wereld. Maar volwassenen ontwerpen regels rondom buitenspelen om daarbij enige veiligheid te garanderen. Wat kan en mag binnen de huidige wetgeving en hoe daag je kinderen uit in de buitenruimte ondanks het stramien van regels?

Wetgeving

Veilig spelen in de openbare ruimte is lastig te reguleren, maar speeltoestellen zijn dat wel. Enige afbakening wat mag en kan in de speeltoestellenwereld is nodig. Het stellen van eisen en invoeren van wetgeving zoals het Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen (BVAS) in 1997 was onontkoombaar. Het BVAS is opgevolgd door het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) in 2023. Het WAS verwijst naar een aantal Europese normen zoals de EN1176-serie die algemene veiligheidseisen voor permanent geïnstalleerde speeltoestellen en bodemoppervlakken van publieke speelplaatsen specificeert. Als aan die normen voldaan wordt, is er een vermoeden van veiligheid[1]. 

Verantwoordelijk of aansprakelijk

Het WAS stelt dat speeltoestellen in de openbare ruimte gecertificeerd moeten zijn voor ingebruikname. De beheerder of eigenaar is verplicht dat te controleren en zorg te dragen voor een continu veilig speeltoestel. Bij ongevallen als gevolg van een verkeerd ontwerp of achterstallig onderhoud is de kans groot dat de beheerder aansprakelijk wordt gesteld.

Maar naast de beheerder zijn er meer partijen die medeverantwoordelijkheid dragen: de gebruikers zelf, en, bij jonge kinderen, de ouders of begeleiders. Speeltoestellen zijn vaak voorzien van een leeftijdsfilter. Dat wil zeggen dat kleine kinderen er niet zelfstandig op mogen kunnen komen omdat het toestel voor hen niet geschikt is. Als een ouder het kind vervolgens op het toestel helpt, ligt zowel de verantwoordelijkheid als de aansprakelijkheid bij de ouder.

Beheerders (zoals gemeenten) hoeven niet zo snel bang te zijn voor aansprakelijkstelling zolang zij zich aan de instructies houden die bij het toestel horen. Speeltoestellen gaan bij plaatsing vergezeld van een gebruiksinstructie, inspectie- en onderhoudsplan en informatie over de valzone en het bodemmateriaal. Die zijn alle door een keuringsinstelling goedgekeurd. Afwijken van de instructies kan alleen na goedkeuring van zo’n instelling.

Geen certificeringsverplichting voor speelaanleiding

Een kind ziet de hele wereld als speeltuin. Maar de wetgever maakt onderscheid tussen een speeltoestel en speelaanleiding. Een speeltoestel is “een inrichting bestemd voor vermaak of ontspanning waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt”[2]. Een speeltoestel werkt door menselijke spierkracht of zwaartekracht, zoals een trampoline, springkussen, schommel of glijbaan[3].

Een speelaanleiding is een object of situatie in de openbare ruimte die iemand (vaak een kind) onbewust prikkelt of uitnodigt tot spelen en bewegen[4]. Voorbeelden zijn inrichtingselementen, straatmeubilair, waterelementen en kunstobjecten[5]. Zo’n speelaanleiding hoeft volgens de wet (WAS) niet gecertificeerd te zijn, maar de beheerder moet er wel voor zorgen dat het veilig is te bespelen.

Van WAS naar WAAS

Naar verwachting zal in 2027 de nieuwe wetgeving ingaan, het Warenwetbesluit attractie, activiteits- en speeltoestellen (WAAS). In het WAAS krijgt het speeltoestel een nieuwe definitie. Een speeltoestel is een object

  • dat bestaat uit één of meerdere onderdelen waarvan de draagstructuur tijdens het spelen op één plek blijft staan en de draagconstructie bedoeld is om te spelen.
  • waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van zwaartekracht of van de fysieke kracht van de mens.
  • bedoeld om mensen één of meer van de volgende activiteiten te laten verrichten: klimmen, duikelen, balanceren, springen, schommelen, glijden, graven, hangen, slingeren, ronddraaien, kruipen, rollen, vallen, vliegen, wippen of een combinatie daarvan.
  • dat wordt gebruikt voor spelen of vermaak.

In het WAAS zal ook staan dat certificering niet meer nodig is bij speeltoestellen van een eenvoudig ontwerp. De definitie van deze toestellen zal naar alle waarschijnlijkheid luiden: toestellen met een vrije valhoogte van maximaal 60 centimeter, die geen gedwongen beweging en geen bewegende onderdelen hebben en op een zodanige manier zijn geplaatst dat (een deel van) de valruimte van het speeltoestel niet uit water of andere objecten bestaat. Een paar voorbeelden van speeltoestellen van een eenvoudig ontwerp zijn een lage evenwichtsbalk, stapstenen en eenvoudige zandbakken.

Avontuurlijk spelen zonder speelnormen

Ontwerpers zien NEN-normen vaak als beperkend. Ze zouden ervoor zorgen dat sinds de invoering minder uitdagende speeltoestellen (kunnen) worden gemaakt. Maar de normen zijn slechts richtinggevend naar veilige toestellen. Van speelnormen is namelijk bijna altijd, binnen bepaalde grenzen, af te wijken als op een andere wetenschappelijke wijze is aan te tonen dat die afwijking absoluut voldoet en veilig is. 

Een veel belangrijker, maar nauwelijks gebruikt document is NPR-CEN/TR16598:2023. Dit document beschrijft de redenen achter al het in de norm EN1176 gestelde. Het legt uit welke gevaren voorkomen kunnen worden door het hanteren van de norm. Maar ook op andere manieren is een veilig toestel te ontwerpen. Denk bijvoorbeeld aan het uitvoeren van een risicoanalyse en het houden van een gebruiksonderzoek.

Ook omgevingsfactoren kunnen van invloed zijn op de veiligheid. Door toezicht te houden kunnen risico’s verminderen. En datzelfde geldt door het plaatsen van waarschuwingen (pictogrammen) of uitleg geven hoe een toestel te gebruiken (karts, klimwanden). Het is aan de fabrikanten om anders te denken en het ontwerpen te beginnen zonder de normen in de hand. Gemeenten zouden ontwerpers, inrichters en fabrikanten daartoe ook kunnen uitdagen: ontwerp toestellen en speelterreinen zo veel mogelijk zonder de normen te hanteren.

Hoe kunnen gemeenten, leveranciers en inspecteurs toch avontuurlijk spelen aanbieden? Enkele suggesties:

  • Plaats speelaanleidingen die niet onder het WAS vallen. Die zijn avontuurlijk genoeg voor de allerkleinsten. Denk aan uit elkaar geplaatste (zwerf)keien, ondiepe plassen en boomstammen.
  • Wacht tot het WAAS van kracht is in 2027 en plaats eenvoudige, buiten de certificatieplicht vallende toestellen. Ook deze toestellen met maximaal 60 centimeter valhoogte zijn uitdagend voor met name de kleinere kinderen.
  • Bouw speeltoestellen op aangewezen bouwspeelplaatsen. Dit zijn door de gemeente aangewezen plaatsen met vergunning. Hier mogen kinderen onder begeleiding zelf met hout, hamers en spijkers aan de slag en toestellen bouwen. Deze zelfgebouwde toestellen mogen korte tijd blijven staan.
  • Plaats sporttoestellen in plaats van speeltoestellen. Voor de iets oudere kinderen is dit een uitkomst. Creëer sportlocaties, plaats calisthenics- en andersoortige sporttoestellen (die vanzelfsprekend ook onder hun eigen specifieke EN-normen vallen) en geef ruimte aan de pubers. Let op: bij het te dicht op speeltoestellen plaatsen van sporttoestellen kan het zijn dat ze onder het WAS vallen. Dit ligt niet alleen aan de afstand maar ook aan de locatie in de wijk, toezicht vanaf de bebouwing, aanwezigheid van waarschuwingsborden, toezicht en of er een weg tussen ligt.
  • Plaats de toestellen op minder gangbare locaties, niet in de looproute naar een school. De uitdagendere toestellen die niet geschikt zijn voor de jongere kinderen moeten voor deze groep minder gemakkelijk bereikbaar zijn. 
  • Plaats zeer uitdagende toestellen onder toezicht. Bij afwijking van normen en meer risico kan de veiligheid op een andere manier geborgd worden. Door het geven van gebruiksinstructies en het houden van toezicht. Denk aan klimwanden, trampolineparken, klimbossen.
  • Laat de normen zo veel mogelijk links liggen en ontwerp volledig gebaseerd op gebruiksonderzoek en risicoanalyse.

Avontuurlijk spelen in de praktijk

Avontuurlijk spelen is geen illusie. Wees vooral niet bang voor de regels eromheen. Kijk naar de gemeente Rotterdam. Die combineert de noodzaak voor waterberging met uitdagend spelen (zoals waterpleinen). Door hoogteverschillen, dynamische waterlopen, zandstromen en flinke rotspartijen aan te leggen, ontstaan er speelplekken die continu veranderen. Dit stimuleert het klimmen, kliederen en ontdekken. Aangezien dit landschappelijke elementen zijn en geen ’toestellen’, hoeven ze niet gecertificeerd te worden.

Den Haag trekt samen met kennisinstellingen (zoals De Haagse Hogeschool) op in het project Speelvriendelijke Steden onder de vlag van Gezond en gelukkig Den Haag. Die betrekken kinderen direct bij het ontwerp via ‘walk-along’ methoden om informele speelruimte in kaart te brengen. Door de hele openbare ruimte als speelveld te zien, benut Den Haag straatmeubilair, trappen en glooiingen als speelaanleiding. De regelgeving wordt gevolgd door objecten multifunctioneel te ontwerpen (bijvoorbeeld een zitmuurtje dat ook een balanceerbalk is). Omdat het infrastructurele elementen zijn, vallen ze buiten de WAS-toestelwetgeving, maar bieden ze wel uitdaging voor kinderen.

Lees meer

Bronnen

  1. Overheid.nl. Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. https://wetten.overheid.nl/BWBR0048026/2025-01-01/0 Geraadpleegd op 16-09-2026.
  2. Overheid.nl. Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. https://wetten.overheid.nl/BWBR0008223/2016-05-25 Geraadpleegd op 16-09-2026.
  3. Ondernemersplein. Regels voor speeltoestellen en attractietoestellen. https://ondernemersplein.overheid.nl/wetten-en-regels/regels-voor-speeltoestel-en-attractietoestel/ Geraadpleegd op 16-09-2026.
  4. Kenniscentrum Sport & Bewegen. Speelaanleidingen. https://bouwstenen-bvo.kenniscentrumsportenbewegen.nl/interactieve-kaart/speelaanleidingen/ Geraadpleegd op 16-09-2026.
  5. Hoyng, J. & Helleman, G. Speelaanleidingen in elke straat: naar een openbare ruimte die spelen, ontdekken en bewegen stimuleert. 2026.

Auteur(s)

Artikelen uitgelicht


Beleid
In de wijk, Openbare ruimte
Jonge kinderen, Jongeren, Kinderen
public, professional
opinie
beleidsontwikkelingen, beweegvriendelijke omgeving, in beweging brengen, veilige sportomgeving