BEWEGEN met chronische aandoeningen
Iedereen heeft baat bij voldoende bewegen. Voldoen aan de beweegrichtlijnen kan helpen chronische aandoeningen te voorkomen en verlaagt de ziektelast bij bestaande aandoeningen. Voor mensen met een chronische aandoening of stoornis is dit vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Ontdek in de volgende artikelen wat verstandig is op het gebied van bewegen bij verschillende chronische aandoeningen.

zo help je jouw patiënt meer bewegen vanuit de zorg
Zorgprofessionals kunnen een belangrijke rol vervullen in het stimuleren van bewegen bij patiënten. Zelfs een kort gesprek over leefstijl tussen een zorgprofessional en patiënt kan al een positief effect hebben. Je kunt op verschillende manieren aandacht hebben voor bewegen. Zo kun je eerst signaleren of iemand onvoldoende beweegt. Is dat het geval, informeer dan over de positieve effecten van bewegen. Daarna kun je de patiënt adviseren meer te bewegen en meedenken over passende mogelijkheden. Of je verwijst door naar een beweegprofessional of aanbod in de buurt. Ga na welke rol bij jouw werk past.
- Beweegstimulering: een passende rol voor elke zorgprofessional
- Hoe breng je patiënten in beweging? Gebruik motiverende gespreksvoering
- Omgaan met belemmeringen: zo breng je patiënten in beweging
- Praktische tools voor beweegstimulering in de zorg
- Hoeveel beweging is minimaal nodig voor een gezonde leefstijl?

Meld je aan Voor onze nieuwsbrief
Meld je aan voor de maandelijkse kennis-update van Allesoversport.nl en mis nooit meer iets over sport en bewegen.
MEEST GEZOCHT
samenwerken vanuit de zorg
De sport- en beweegsector kan jou als zorgprofessional helpen om patiënten in beweging te brengen. Handig, want de druk op de zorg is hoog. Juist door samen te werken met de sport- en beweegsector zorg je ervoor dat patiënten in beweging komen buiten de zorg. Een voorbeeld van een beweegprofessional die kan helpen is de buurtsportcoach. Verwijs patiënten daarnaar door om te ontdekken welk beweegaanbod en welke ondersteuning bij iemand past. Ook kun je doorverwijzen naar de fysiotherapeut, sportarts, leefstijlcoach of een sport- en leefstijlloket. Lees meer over de mogelijkheden en succesvolle ervaringen uit de praktijk.
- Succesvol lokaal samenwerken tussen zorg en sport: vijf praktijkvoorbeelden
- Zo verbind je zorg en sport voor jongeren met een chronische aandoening of beperking
- Tipkaart: zo werk je als zorgverlener samen met de sport- en beweegsector
- Hoe sport de tweedelijnszorg versterkt: drie praktijkvoorbeelden
- Zo werkt de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI)

Veelgestelde vragen over Sport en bewegen binnen de zorg
De beweegrichtlijnen adviseren hoeveel beweging minimaal nodig is om gezond te blijven.
De beweegrichtlijnen voor volwassenen en senioren:
- Minstens 150 minuten per week matig of zwaar intensieve inspanning, verspreid over meerdere dagen.
- Minstens twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten, voor senioren aangevuld met balansoefeningen
- Voorkom veel stilzitten.
- Welk beweegadvies geef je aan iemand met een chronische aandoening?
Niet alle patiënten kunnen aan de beweegrichtlijnen voldoen, bijvoorbeeld vanwege een lagere belastbaarheid. Het is belangrijk om te weten dat bewegen positieve effecten op de gezondheid heeft, ook wanneer iemand minder beweegt dan de beweegrichtlijnen aangeven.
De beweegrichtlijnen voor kinderen en jongeren van 4 tot 18 jaar:
- Minstens één uur per dag matig of zwaar intensieve inspanning.
- Minstens drie keer per week spier- en botversterkende activiteiten.
- Voorkom veel stilzitten.
Meer over bewegen bij kinderen en jongeren vind je in dit artikel. Het beweegadvies voor jonge kinderen van 0 tot 4 jaar vind je hier.
Hoe bespreek ik als zorgprofessional bewegen met een patiënt?
Steeds meer bewijs laat zien dat patiënten op bepaalde momenten ‘gevoeliger’ zijn voor gedragsveranderingen. Bijvoorbeeld bij een positieve gebeurtenis zoals een zwangerschap, maar ook gebeurtenissen zoals de vaststelling van ziekte bij de patiënt zelf of een familielid. Deze momenten noemen we ook wel ‘teachable moments’. Meer hierover lees je in het artikel ‘Hoe maak je als zorgverlener het gesprek over leefstijl toegankelijk?’.
Wanneer je een opening ziet bij de patiënt om bewegen te bespreken, kun je motiverende gespreksvoering inzetten. De eigen motivatie van de patiënt om te veranderen kun je verhogen in een empathisch en accepterend gesprek. Meer hierover lees je in het artikel ‘Hoe breng je patiënten in beweging? Gebruik motiverende gespreksvoering’.
Daarnaast is er vaak weinig tijd om bewegen te bespreken. Om op die belemmering in te spelen, wordt steeds meer ingezet op het ‘very brief advice’ dat ook met succes veel bij stoppen met roken wordt ingezet. De gesprekstool Bewust Bewegen begeleid je in het voeren van dit gesprek met de patiënt over bewegen.
Zorgprofessionals kunnen een belangrijke rol vervullen in het stimuleren van bewegen bij patiënten. Uit onderzoek blijkt dat het voorschrijven van bewegen door een zorgprofessional daadwerkelijk leidt tot meer bewegen.
In de dagelijkse zorgpraktijk kun je systematisch aandacht besteden aan bewegen via verschillende stappen. Je hoeft daarbij niet alles zelf te doen.
- Signaleer of jouw patiënt te weinig beweegt.
- Informeer over het belang en de positieve effecten van bewegen.
- Adviseer om (meer) te gaan bewegen. Zodra een patiënt meer wil bewegen, maak je samen een plan.
- Denk mee over (laagdrempelige) beweegmogelijkheden. Heb je zelf de tijd en expertise, dan kun je de patiënt zelf begeleiden of coachen naar meer bewegen.
- Verwijs door naar beweegaanbod of andere professionals die hierbij kunnen ondersteunen.
Denk met de patiënt mee over passende mogelijkheden om in beweging te komen, afgestemd op de situatie van de patiënt. Het is daarbij effectief om de patiënt zelf te laten nadenken. Er zijn diverse mogelijkheden voor de patiënt om zelf meer te gaan bewegen of deel te nemen aan lokaal beweegaanbod.
Lokaal aanbod is erg divers en verschilt per plaats. De samenwerking opzoeken met de sport- en beweegaanbieders maakt het makkelijker om patiënten hiernaartoe te verwijzen. Via Uniek Sporten en NL Actief vind je verschillende sportmogelijkheden voor mensen met een aandoening of beperking. Of kijk op www.sport.nl voor inspiratie.
Erkende interventies zijn goed uitgewerkte programma’s die zich in de praktijk hebben bewezen en zijn beoordeeld door professionals in een erkenningstraject. Alle sport- en beweeginterventies vind je in de interventiedatabase van Kenniscentrum Sport & Bewegen. Bij Loket Gezond Leven vind je een uitgebreid overzicht van alle leefstijlinterventies.
Wanneer de patiënt het moeilijk vindt om zelfstandig te bewegen of lokaal beweegaanbod te vinden, of beperkingen ervaart door zijn of haar klachten, kun je doorverwijzen naar een professional die hierbij kan ondersteunen.
Denk bijvoorbeeld aan:
- De buurtsportcoach begeleidt jouw patiënt naar een passende beweegvorm (in de buurt).
- De fysiotherapeut ondersteunt jouw patiënt bij het bewegen met fysieke klachten of angst voor bewegen.
- De sportarts onderzoekt de patiënt en stelt op basis daarvan een beweegplan op die past bij de klachten of aandoening(en) van de patiënt.
- Een sport- of leefstijlloket afhankelijk van de inrichting denkt deze professional met jouw patiënt mee op het gebied van sport -en bewegen of leefstijlbegeleiding.
Bekijk ook deze tipkaart met tips over hoe je als zorgverlener goed met de sport- en beweegsector samenwerkt.
Als buurtsportcoach kan het voorkomen dat je een deelnemer begeleidt met een chronische aandoening. Bijvoorbeeld bij wandelgroepen, beweegadviesgesprekken of fittesten. Met de juiste kennis kun je goed rekening houden met de mogelijkheden en beperkingen van de deelnemer. Kennis over de aandoening zelf, mogelijke klachten of beperkingen en waar je op moet letten bij het sporten of bewegen. Ook is het belangrijk dat je weet wat iemand juist wel kan doen. Want bij veel aandoeningen heeft bewegen meerdere positieve effecten. In het artikel ‘Zo begeleid je als buurtsportcoach deelnemers met een chronische aandoening’ lees je meer, met specifieke tips voor:
- COPD
- astma
- dementie
- diabetes type 2
- hartfalen
- hoge bloeddruk
- kanker
- obesitas
- artrose
- reumatoïde artritis
Bij veel aandoeningen heeft bewegen meerdere positieve effecten. Via onderstaande artikelen lees je meer advies en specifieke tips voor:
- Sporten en leven met COPD
- Bewegen als therapie: astma
- Activiteiten voor mensen met dementie
- Bewegen met diabetes type 2
- Bewegen bij hartfalen: kansen en mogelijkheden van fysieke training
- Stimuleer sport en bewegen voor een betere bloeddruk
- Bewegen bij kanker
- Beweegadvies voor volwassenen en kinderen met overgewicht of obesitas
- Waarom sport en bewegen helpen bij artrose
- Bewegen met reumatoïde artritis: waar kun je op letten?
Een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) is een tweejarige aanpak naar een gezonde leefstijl die zich richt op een combinatie van gezonder eten, meer bewegen en duurzame gedragsverandering. Een GLI bestaat uit een behandelfase gevolgd door een onderhoudsfase en wordt vormgegeven door individuele- en groepsbijeenkomsten. Het doel is om volwassenen met obesitas of overgewicht en andere risicofactoren te begeleiden naar een duurzaam gezondere leefstijl. (Ernstig) overgewicht hangt namelijk samen met veel andere aandoeningen, zoals diabetes type 2, hart- en vaataandoeningen, diverse soorten kanker, maar ook met bijvoorbeeld onvruchtbaarheid, artrose en depressieve klachten.
De Rijksoverheid vergoedt de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) vanuit de basiszorgverzekering. In het artikel ‘Zo werkt de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI)’l lees je meer over wat een GLI is, wie ervoor in aanmerking komt, hoe het werkt met de zorgverzekering en wat de eerste resultaten zijn. Ook gaan we specifiek in op bewegen binnen een GLI en tonen we een aantal voorbeelden van initiatieven.
Patiënten hebben vaak behoefte aan goede begeleiding en laagdrempelig aanbod. Vanuit de zorg samenwerken met de sport- en beweegsector stimuleert patiënten te sporten en bewegen. Het bewegen vindt dan plaats buiten de zorg. Een sportprofessional die jou hiermee kan helpen is bijvoorbeeld de buurtsportcoach. Hier kun je patiënten naar doorverwijzen om te ontdekken welk beweegaanbod en welke ondersteuning bij iemand past. De buurtsportcoach is vaak in dienst bij de gemeente, maar ook bij bijvoorbeeld sportbedrijven, in het onderwijs of de welzijnssector.
Wil je samenwerken met de sport- en beweegsector en weten hoe je in contact komt met bijvoorbeeld buurtsportcoaches? Bekijk dan deze tipkaart met tips over hoe je als zorgverlener goed met de sport- en beweegsector samenwerkt. In deze tipkaart staan concrete tips over samenwerking op een rij.
Hier vind je een geaccrediteerde e-learning van het Kenniscentrum Sport & Bewegen ‘Van zorg naar bewegen’. Deze e-learning is specifiek ontwikkeld voor zorgprofessionals, zoals (huis)artsen, praktijkondersteuners, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, medisch specialisten en leefstijlcoaches die patiënten willen ondersteunen bij een actievere leefstijl.
Rond je de eindtoets af met een score van ten minste 70%, dan heb je de e-learning met succes voltooid. De e-learning is geaccrediteerd voor ABAN, Fysiotherapie, V&VN, VSR, NVvPO, NAPA en BLCN. Je ontvangt dan 1 accreditatiepunt.