Alles over sport logo

Tien koppelkansen voor een duurzame beweegvriendelijke omgeving

Wist je dat een beweegvriendelijke openbare ruimte meer kan opleveren dan alleen meer lichamelijke activiteit? Door gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid slim te combineren, ontstaan plekken die mensen niet alleen stimuleren om meer te bewegen, maar die ook bijdragen aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit.

Urgentie

Warmere zomers, hevige regenbuien, schaarste aan grondstoffen en een afnemende biodiversiteit maken een duurzame inrichting van de openbare ruimte noodzakelijker dan ooit. De grondwet stelt dat de overheid verantwoordelijk is voor een leefomgeving die gezond, veilig en toekomstbestendig is. Door deze doelen vanaf het begin mee te nemen in ontwerp en inrichting ontstaan ruimtelijke ingrepen die zowel het dagelijks bewegen versterken als het leefmilieu verbeteren.

Elke ruimtelijke ingreep, van een nieuw schoolplein tot een wijkvernieuwing, kan zo dubbele winst opleveren: een toekomstbestendige omgeving waar mensen graag wandelen, fietsen, spelen en sporten. De voorbeelden in dit artikel laten zien hoe deze koppelkansen in de praktijk vorm krijgen met oog op klimaatadaptatie, circulariteit en energie.

Klimaatadaptatie

1. Ruimte voor water

Door waterafvoer te combineren met speelse of sportieve elementen ontstaan functionele en aantrekkelijke plekken. 

  • Kanaal of waterbekken dat regenwater afvoert en bij opdrogen dient als skatepark:  Rabalder Park in Roskilde (Denemarken).
  • Wadi’s, beken of sloten voorzien van stapstenen (zie foto boven dit artikel en Wieringerwaard hieronder) of andere speelelementen (spelen met wadi’s).
  • Waterberging als speelplein (Berkelplein en Benthemplein in Rotterdam) en als sportlocatie (roeibaan Willem-Alexander in Rotterdam).
  • Watergootjes om mee te spelen, eventueel zelfs met zelf te bedienen sluizen (zie foto #Enschede).
  • Routes waarbij afbeeldingen alleen te zien zijn als het nat wordt (Rain walks Rotterdam).

2. Water opvangen en hergebruiken

Toename van verhard oppervlak zorgt ervoor dat hemelwater sneller wordt afgevoerd en het grondwater minder wordt aangevuld[1]. Door water lokaal te bergen en te hergebruiken wordt de omgeving klimaatbestendiger en veelzijdiger.

  • Waterpleinen die fungeren als een sportplein, maar ondergronds als waterberging dienen. In de zomer is dit water dan voor verkoeling op te pompen (Kopenhagen).
  • Waterbuffer voor hevige regenval, waarbij regenwater wordt gezuiverd en opgeslagen. Dit kan worden hergebruikt voor speelelementen en irrigatie voor voetbalvelden (Sparta Stadion in Rotterdam en Cromvliet Park den Haag).
  • Ondergrondse waterberging bij kunstgrasvelden (Sportpark De Neul in Sint-Oedenrode).
  • Bioswales zijn ondiepe, beplante greppels die regenwater opvangen, zuiveren en in de bodem laten infiltreren. Het Grønningen-Bispeparken in Kopenhagen is vormgegeven op basis van waterloop: met 18 bioswales wordt 3.000 vierkante meter regenwater opgevangen, tegelijkertijd is het een beweegvriendelijke ruimte met speelplekken, sportvelden en ontmoetingsplekken.

3. Verkoeling creëren bij hitte

Schaduw, groen en verkoelende materialen maken bewegen ook op warme dagen aantrekkelijk.

  • Vergroende parkeerplaatsen werken verkoelend doordat gras en doorlatende bodems water vasthouden en laten verdampen. Dit draagt bij aan een prettiger, koeler microklimaat om in te bewegen (diverse voorbeelden).
  • Schaduw door bomen waarin geklommen kan worden op speelplekken en schoolpleinen (groenblauwe schoolpleinen).
  • Dak- en gevelgroen op bijvoorbeeld bushaltes (zie foto Arnhem hieronder), parkeergarages (Utrecht) of tegen de gevel van een parkeerplaats (Breda) zorgen dat plinten bijdragen om bewegen te stimuleren[2].
  • Fietsinfrastructuur die bijdraagt aan hittestressreductie, waterberging en biodiversiteit (groenblauw fietspad).
  • Open water transformeren tot publieke recreatieplek. Openbaar zwemwater biedt namelijk verkoeling bij hitte en stimuleert bewegen. Tegelijkertijd dwingt het steden om te investeren in waterkwaliteit, ecologie en klimaatbestendigheid (Rijnhaven Rotterdam, stadsstrand Groningen, Marineterrein Amsterdam).

4. Ruimte voor biodiversiteit in de stad 

Het doel bij natuurinclusief ontwerpen is biodiversiteit versterken en de verbondenheid met de natuur vergroten[1]. Groene sport- en speelplekken, daktuinen en parken dragen hier direct aan bij en voorzien in ruimte om te bewegen en te ontmoeten.

5. Actieve mobiliteit stimuleren voor minder uitstoot

Duurzame mobiliteit richt zich op vervoerswijzen met minimale milieu-impact. Een omgeving die lopen en fietsen prioriteert, vermindert uitstoot van CO₂, stikstof en fijnstof en stimuleert gezond gedrag.

  • Het STOM(P)-principe zorgt voor prioriteit voor voetgangers en fietsers en draagt bij aan een beweegvriendelijke omgeving en aan duurzaamheid. Denk aan autoluwe of autovrije zones (Groningen), doorfietsroutes en veilige schoolroutes en schoolstraten.
  • De 10- of 15-minuten stad is een concept waar voorzieningen dichtbij zijn en mensen lopend of fietsend boodschappen kunnen doen en naar school, sportverenigingen en andere voorzieningen kunnen verplaatsen (Utrecht).
  • Mobiliteitshubs zijn locaties waar openbaar vervoer, deelmobiliteit, fiets- en wandelroutes samenkomen, dit stimuleert actieve mobiliteit (wandel via hub).

Circulariteit

6. Slim afval inzamelen en voorkomen

Speelse, zichtbare en toegankelijke inzameloplossingen verminderen zwerfafval en maken de omgeving schoner en aantrekkelijker.

  • Afvalbakken met een speels of sportief element: Holle Bolle Gijs, basketbalring of hinkelspel.
  • Grote schuin naar voren gekantelde afvalbakken (blikvangers) langs fietspaden en ‘snoeproutes’ tegen zwerfafval.

7. Materialen een tweede leven geven

Door materialen zoals kunstgras en sportvloeren opnieuw te gebruiken, worden sport- en speelplekken duurzamer en circulair ingericht.

  • Hergebruik grondstoffen bij het produceren van valondergronden, vlonders, rubberen tegels of sportvloeren. Bijvoorbeeld een basketball court van gerecycled kunstgras in Amsterdam of van gerecyclede sportschoenen (Overbetuwe). 
  • Hergebruik grondstoffen bij het produceren van straatmeubilair (bankjes, tafels en bloembakken), oeverbescherming (kantplanken, walbeschoeiing Rotterdam) en een sportcourt in Tilburg.
  • Hergebruik van materialen van windturbines, vliegtuigonderdelen, tegels of bakstenen (speeltuin Wikado Rotterdam).
  • Hergebruik alles op en rondom een veld, zoals fundering, verhardingen, hekwerken en verlichting (Amsterdam en Haarlem).

8. Ruimte en gebouwen (tijdelijk) herbenutten

Het hergebruiken van bestaande gebouwen en terreinen creëert extra beweegruimte zonder nieuw ruimtebeslag of extra grondstoffen.

  • Leegstaande gebouwen gebruiken voor sporten en ontmoeten (zie Valencia hieronder: voormalig markthal is nu padelpark).
  • Bestaande straten en pleinen (tijdelijk) afsluiten voor verkeer en openstellen voor sport, spelen en bewegen (straat als tijdelijke sportaccommodatie).
  • Verplaatsbare speelvoorzieningen kunnen worden ingewisseld voor andere speeltoestellen zonder de ondergrond aan te hoeven passen (Zoetermeer). 

9. Biobased bouwen en natuurlijke materialen gebruiken

Biobased materialen, zoals hout, riet en bamboe, verlagen de milieu-impact en geven sport- en speelplekken een natuurlijke uitstraling.

  • Natuurlijke materialen prefereren boven ijzer en beton. Bijvoorbeeld een rij wilgentakken als afbakening van het schoolplein in plaats van een muur. Of een voetbalveld afgezet met houten palen in plaats van hekwerk.  
  • Een natuurlijke leertuin als klaslokaal combineert natuur, educatie en bewegen.
  • Schokabsorberende valondergronden voor speelplekken van natuurlijk materiaal, zoals houtsnippers, boomschors, valzand, kokoschips en kurk.

Energie

10. Energie opwekken in de openbare ruimte

Zonne-, wind- en bewegingsenergie kunnen worden benut via collectorvelden, zonnefietspaden, kinetische speeltoestellen en energie-opwekkende voorzieningen.

  • Collectorvelden zijn leidingen water onder het kunstgras die verwarmd worden door de zon. Deze zorgen voor een koeler sportveld en slaan warmte op die later omgezet kan worden in bruikbare energie voor bijvoorbeeld scholen (Moerwijk in Den Haag).
  • Fietsparkeerplekken bieden ruimte voor zonnepanelen (Oldenzaal).
  • Fietspad waar zonnepanelen in het wegdek elektriciteit opwekken. SolaRoad in Krommenie was technisch kwetsbaar, maar nieuwe varianten worden getest in Frankrijk en Duitsland.
  • Fietspad met verf die zonne-energie opneemt en licht geeft in het donker (Van Gogh fietsroute).
  • Speeltoestellen die energie opwekken door beweging (pompen, draaien, springen) of kinetische speelpleinen (pannavoetbalveld Zeist).
  • Fitnesstoestel dat energie oplevert in de vorm van licht en geluid (Utrecht).

Een duurzaam beweegparadijs

Wie gaat voor een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving, zal ruimte voor bewegen, leefbaarheid en duurzaamheid slim moeten combineren. Kokkedal in Denemarken[3] is een prachtig voorbeeld van hoe dat kan. In 2012 is het project Klimaatadaptatie Kokkedal gestart. Er zijn oplossingen voor regenwateropvang geïntegreerd en verharde gebieden hebben plaatsgemaakt voor groenvoorzieningen of zijn bijvoorbeeld omgevormd tot speelplekken. De open en uitnodigende verbindingen zorgen daarbij voor een betere bereikbaarheid binnen het gebied.

Het combineren van klimaatadaptieve maatregelen en mogelijkheden voor bewegen biedt dus kansen. Ga daarom altijd op zoek naar hoe actieve mobiliteit, recreatie, buitenspelen, sporten en ontmoeten kunnen bijdragen aan klimaatadaptatie en circulariteit of zelfs aan energieopwekking. Want met het veranderende klimaat en lichamelijke beweging onder druk, is dit belangrijker dan ooit.

Bronnen

  1. Tauw & Arcadis. Bouwstenenrapport landelijke maatlat. Ministeries van BZK, IenW en LNV. 2022.
  2. Hoyng J & Sluimer N. Ontwerpprincipes voor plinten om bewegen te stimuleren. 2020.
  3. Bournonville PL. Climate adaptation Kokkedal. Geraadpleegd 3-7-2026.

Thema

Dit artikel is ook getoond op Duurzamesportsector.nl

Artikelen uitgelicht


Beleid
Openbare ruimte
praktijkvoorbeeld
beweegvriendelijke omgeving