Sluiten

De beweegstimulerende schoolomgeving 

Artikel

Publicatiedatum 19 juli 2019

Kinderen zijn niet gemaakt om de hele dag op school te zitten. Te veel en te lang zitten is ongezond. Scholen mogen de jeugd dan ook meer verleiden tot lichamelijke activiteit. In een zandbak spelen of aan de rekstok hangen is niet meer toereikend: er kan véél meer in en om school!

De feiten op een rij

De Nederlandse jeugd beweegt te weinig. Momenteel voldoet 56 procent van de kinderen tussen de 4 en 11 jaar aan de beweegrichtlijnen en slechts 23 procent van de jongeren tussen de 12 en 17 jaar. Aangezien de jeugd een groot deel van de dag op school zit, is dat de plek om daar eens verandering in aan te brengen. Meer bewegen op school draagt bij aan de verbetering van beweegvaardigheden en gezondheid van kinderen.

Onderzoeksresultaten lijken nu ook aan te tonen dat meer beweging kinderen beter maakt in rekenen en wiskunde, ervoor zorgt dat ze geconcentreerder zijn en dat het volgens leerkrachten een positieve invloed heeft op de sfeer, het gedrag en de aandacht van de kinderen in de klas (Collard e.a., 2018).

De Nederlandse Sportraad, de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) adviseren om leerlingen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs minimaal twee keer per dag een half uur matig intensief te laten sporten en bewegen. Als leerlingen dat doen, halen ze de beweegrichtlijnen. Het vervangen van reguliere lestijd door bewegen heeft in ieder geval geen nadelige effecten op cognitieve prestaties.

Een schoolomgeving die beweging stimuleert

In Finland is het gebruikelijk om na elke les van 45 minuten een kwartier pauze te houden om vrij (buiten) te spelen. In deze ‘speeltijd’ leren kinderen vaardigheden, zoals creativiteit en fantasie, die belangrijk zijn voor hun algehele ontwikkeling. Geen verloren tijd, blijkt. Finland voert al jarenlang de PISA-ranglijst aan, terwijl de Finse leerlingen, in vergelijking met andere Europese leerlingen, de minste lesuren en het minste huiswerk hebben.

Om kinderen op school tot meer bewegen uit te dagen, moeten we de schoolomgeving ook als zodanig inrichten. Denk aan brede gangen waar kinderen kunnen rennen, een groen schoolplein, maar ook activiteiten die de school organiseert: beweegactiviteiten in de pauze, naschoolse sportactiviteiten en stimuleren dat kinderen lopend of met de fiets naar school komen. Het gaat altijd om een combinatie van fysieke infrastructuur (hardware), activiteiten en begeleiding (software) en organisatie en communicatie (orgware).

Bewegend leren in de les

De meeste tijd van een schooldag zit een leerling in het klaslokaal. Interventies als ‘De klas beweegt’ en ‘Fit & Vaardig’ maken de lessen actiever. Bij het Stanislascollege in Rijswijk maken ze gebruik van ‘Bewegend leren’ en leren de leerlingen steden op de trampoline of maken ze sommen op de evenwichtsbalk. Sinds 2015 beginnen de leerlingen daar de dag met een uur mountainbiken, zwemmen of gewichtheffen. Ook bij het Hervormd Lyceum Zuid in Amsterdam beginnen de Universalis-klassen elke dag met een uur sport. Naast een actieve lesvorm is het ook goed om inhoudelijk aandacht te besteden aan sport, bewegen en gezondheid.

Een beweegvriendelijk schoolgebouw

De gemeente Amsterdam heeft een boekje uitgebracht ‘Beweeglogica in gebouwen’ met tips over hoe je gebouwen inricht zodat ze bewegen stimuleren.

Denk aan het strategisch plaatsen van verschillende bestemmingen in het gebouw, zoals de aula, de gymzaal, lokalen en toiletgroepen. Deze plekken worden intensiever gebruikt als ze een aangename verblijfskwaliteit bezitten. Variatie in kleur, materiaal, daglicht, meubilair, belijning en beweegaanleidingen (klimmuur, beweeggames) zorgen dat het bewegen wordt gestimuleerd. Daarnaast zou je met het lesrooster het aantal verplaatsingen gedurende de dag kunnen opvoeren en/of het traplopen kunnen stimuleren.

Niet alleen het gebouw, maar ook de overgang tussen de publieke buitenruimte en een gebouw (plint) heeft invloed op het beweeggedrag.

Een mooi voorbeeld is Fuji Kindergarten in Tokio waar de kinderen gemiddeld 4 kilometer per dag door het hele gebouw bewegen. Dit voorbeeld is gekopieerd in Brussel.

 

Een gezond schoolplein

Een gezond schoolplein geeft kinderen de ruimte om te bewegen, te spelen en te sporten in een uitdagende, groene en rookvrije omgeving. Belangrijk daarbij is dat het ontwerp en de aankleding van het schoolplein voldoende beweegaanleidingen bevat, passend bij de leeftijden van de leerlingen. Denk aan toestellen, belijning, speelvelden, voldoende bergruimte voor speel- en sportattributen en veilige fietsenstallingen. Er zijn ook goede mogelijkheden voor dubbelgebruik van de ruimte op het schoolplein, bijvoorbeeld overdag een speelstraat en ‘s avonds parkeerterrein. Laat in ieder geval de leerlingen zelf meedenken over de inrichting van het schoolplein.

Besteed naast de inrichting van het schoolplein (hardware) ook aandacht aan de software, bijvoorbeeld het opleiden van speelbegeleiders die aanwezig zijn op het schoolplein (‘Beweeg Wijs’), het organiseren van ‘The Daily Mile’ of speciale lessen voor een betere motoriek (‘Natuurlijk Bewegen’). En sluit de poorten van het schoolplein niet als de lesuren zijn afgelopen. Je kunt zelfs overwegen activiteiten te organiseren met leerlingen voor bewoners uit de directe omgeving.

Een beweegvriendelijke schoolzone

Een schoolzone is niet enkel het gebied met markeringen “SCHOOL” op de straat, maar het geheel aan infrastructuur dat de wijk met de school verbindt. Om het actief transport te stimuleren in de schoolomgeving kun je het S.T.O.P.-principe hanteren: prioriteer voetgangers (Stappers) boven fietsers (Trappers) en fietsers boven Openbaar vervoer en Personenauto’s. Zorg voor een sociale, veilige omgeving en creëer kindvriendelijke routes naar school, zoals vrijliggende voetpaden, brede stoepen, veilige oversteekplaatsen, in zicht van woningen, afgeschermd van de drukte van de stad, met verlichting en schaduw.

Doel van deze routes is dat kinderen zelfstandig veilig door de wijk kunnen bewegen én dat deze routes kinderen verleiden vaker te gaan lopen of fietsen, vaker buiten te spelen of te sporten. Om het gebruik van zo’n route te vergroten, kun je met een campagne als de International Walk to School Day, of interventies als ‘Walking schoolbus’ of ‘Speelsafari’ meer kinderen en ouders overtuigen lopend of fietsend naar school te komen.

Meer weten?

De omgevingswet heeft een gezondheidsdoelstelling en biedt een mooie kans om een beweegvriendelijke (school)omgeving te realiseren.

Lees voor meer informatie over dit onderwerp:

 

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.