Alles over sport logo

Sport en SDG's: bestrijding van armoede en ongelijkheid (2)

Veel gemeenten dragen op hun eigen manier bij aan de Sustainable Development Goals, zoals minder armoede en meer gezondheid. Door sport en bewegen in te zetten, kun je als gemeente direct en indirect bijdragen aan deze doelen, óók op lokaal niveau. In dit artikel zoomen we in op sport en de bestrijding van armoede én van ongelijkheid in de sport.

Sport en de Sustainable Development Goals

De Sustainable Development Goals (SDG’s) zijn 17 duurzame ontwikkelingsdoelen. Ze zijn door de VN vastgesteld als de nieuwe mondiale duurzame ontwikkelingsagenda voor 2030. Sport kan – dankzij het grote bereik en aantrekkingskracht – bijdragen aan het ontwikkelen van deze doelen op het gebied van armoede, onderwijs, gelijkheid en klimaatverandering.
Maar wordt sport als middel op waarde geschat en goed toegepast? In dit vierluik lees je hoe je als gemeente met lokaal sportbeleid aansluiting kunt zoeken bij de ontwikkelingsdoelen. De andere artikelen in de reeks zijn:

Eén van de ontwikkelingsdoelen is om sporten voor iedereen mogelijk te maken, ongeacht iemands etnische achtergrond, geaardheid, sociaaleconomische status, geslacht of handicap.

Sustainable Development Goals
De SGD’s uit dit artikel

Er zijn in Nederland groepen die een hoger risico lopen op armoede. Denk aan mensen met een lage opleiding, mensen met een migratieachtergrond, eenoudergezinnen (met minderjarige kinderen) en alleenstaanden tot de AOW-leeftijd. Deze mensen hebben vaak een lage sociaaleconomische status (SES) en wonen vaak in achterstandswijken.

Sustainable Development Goals
De overige SGD’s

Armoede en sportdeelname (SDG 1)

Mensen met een lagere opleiding, zijn minder vaak lid van een sportvereniging. Bovendien ervaren zij meer belemmeringen om te gaan sporten. Ook voldoen mensen met een lage SES minder vaak aan de beweegrichtlijn (zie figuur 1).

Percentage dat voldoet aan de beweegrichtlijn naar huishoudinkomen en opleidingsniveau (2019)
Figuur 1

Nederlandse jongeren (12 t/m 16 jaar) met een vmbo-opleiding, jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond, jongeren met een lage gezinswelvaart en meisjes blijven achter bij sporten in clubverband. Bij gezinswelvaart is het grootste verschil te zien. Van de jongeren met een lagere gezinswelvaart op het vmbo sport ruim twintig procent bij een sportvereniging. Van de met een hoge gezinswelvaart op het havo/vwo is dat maar liefst ruim tachtig procent.

Percentage met lidmaatschap sportvereniging 12-16 jaar
Figuur 2

Gemeenten en armoedebeleid

Als gemeente ben je verantwoordelijk voor het armoedebeleid en de schuldhulpverlening. Naast maatregelen om armoede zoveel mogelijk te voorkomen en mensen met een minimaal inkomen te ondersteunen, hebben veel gemeenten ook regelingen om hen te ondersteunen bij deelname aan sport- en beweegactiviteiten.

Vaak gaat het om stadspassen waarbij inwoners korting krijgen, of gratis deelname aan sport, beweeg- of culturele activiteiten. Je kunt je als gemeenten ook aansluiten bij het volwassenenfonds Sport & Cultuur. Daarnaast bestaan er buurtsport budgetten vanuit de gemeente en participatieregelingen.

Voorzieningen voor kinderen

Ook voor kinderen die opgroeien in gezinnen die moeite hebben om rond te komen, hebben nagenoeg alle gemeenten voorzieningen om deel te nemen aan sport- en beweegactiviteiten. Vaak gaat het hier om specifieke kindpakketten met daarin regelingen om gratis lid te worden van een sportvereniging, deel te nemen aan kennismakingslessen of sport- en beweeg workshops in bijvoorbeeld een buurthuis.

Vaak zijn er binnen het kindpakket ook regelingen opgenomen om sportkleding of specifieke sportbenodigdheden aan te schaffen en de zwemvaardigheid onder de doelgroep te stimuleren. Bij de armoederegelingen gaat het vaak om het Jeugdfonds Sport & Cultuur. Per gemeente verschillen de regelingen wel in aanbod, reikwijdte van vergoedingen en wie hiervoor in aanmerking komt (x% van de bijstandsnorm).

Inzet van sport- en cultuurcoaches

Ook de inzet van sport- en cultuurcoaches wordt door veel gemeenten benut om mensen met een minimaal inkomen deel te laten nemen aan sport-, beweeg-, cultuuractiviteiten. De sport- en cultuurcoaches zijn sterk in het verbinden van partijen als onderdeel van een integrale aanpak. En in sommige gemeenten ondersteunen zij sportverenigingen om deze doelgroep op de juiste wijze te includeren en begeleiden.

Tot slot faciliteert de gemeente een beweegvriendelijke omgeving, juist in de wijken en buurten waar veel mensen wonen met een lage SES. Mooie voorbeelden zijn de Playgrounds en Cruyff Courts waar ook specifieke activiteiten voor de doelgroep worden georganiseerd.

Sporten voor iedereen mogelijk maken (SDG 5 en 10)

In het Sportakkoord hebben we afgesproken om sporten voor iedereen mogelijk te maken. Ook de Sustainable Development Goals streven naar deze gelijkheid. In 2018 blijkt echter nog steeds dat vrouwen, personen met een niet-westerse migratieachtergrond, laag opleidingsniveau of lage sociaaleconomische status minder vaak lid zijn van een sportvereniging.

Een verklaring is dat sportverenigingen vanaf de ontwikkeling van de georganiseerde sport vooral gericht waren op jongens en mannen uit een hogere sociaaleconomische klasse (Stokvis, 2010). Het komt echter nog steeds vaak voor dat de diversiteit in een vereniging gering is en niet iedereen zich ‘welkom’ voelt. Ondanks dat verenigingen streven naar inclusief sporten (Brandsema, Elling & Van Lindert).

Inzetten voor gelijke behandeling

En dus is het belangrijk dat de sportwereld zich inzet voor gelijke behandeling. Bij inclusief sporten gaat het erom dat iedereen met plezier kan meedoen, zich welkom voelt, geaccepteerd wordt, niet wordt uitgesloten en een eigen sportkeuze kan maken. Om dit te bereiken moet de sportwereld zich bewust zijn van de mogelijkheden en belemmeringen die er zijn vanwege leeftijd, fysieke of mentale gezondheid, etnische achtergrond, seksuele geaardheid of sociale positie.

Sportverenigingen vervullen een maatschappelijke rol om verschillende groepen te verbinden en te zorgen dat iedereen zich gelijk voelt. Sport kan namelijk gelijkheid bevorderen en als platform dienen om de waarde van diversiteit te promoten. Uit onderzoek van het Mulier Instituut blijkt echter dat de mate van ‘openheid’ van een vereniging erg verschilt. Niet alle verenigingen zijn van mening dat zij zich moeten aanpassen en leggen de bal bij de migranten. Verschillende interventies, workshops, challenges, methoden en,cursussen,kunnen ook bijdragen aan inclusiviteit.

Gendergelijkheid in de sport

Op het gebied van gendergelijkheid blijkt dat mannen even veel sporten als vrouwen, alleen liggen de interesses anders. Tussen jongens en meisjes van 16-12 jaaris er een groter verschil. Ook op het gebied van vrouwen in sportbesturen, valt er nog wel terrein te winnen: 17% bestaat uit vrouwen in 2019. Om te streven naar 40% vrouwen in sportbesturen geeft dit artikel enkele tips. Hierbij is vooral belangrijk dat er een netwerk wordt gevormd met vrouwen in de besturen die als coach kunnen dienen en zich over het vervullen van de bestuurstaken buigen.

Hoe zit het met de sportdeelname en gelijkheid in jouw gemeente? Ga eens in gesprek met de lokale sportverenigingen, over bewustzijn en acties die je wellicht samen kunt oppakken.

Meer lezen over sport en armoede?

Meer informatie over de Sustainable Development Goals:

Artikelen uitgelicht


Beleid
public, professional
beleidsontwikkelingen, waarde van sport en bewegen