Wist je dat zelfs een kort gesprek over leefstijl tussen zorgprofessional en patiënt al een positief effect kan hebben[6]? De meerderheid van de patiënten staat open voor advies van hun zorgprofessional. Uit onderzoek blijkt dat patiënten zelfs verwachten dat hun zorgverlener het onderwerp leefstijl bespreekt wanneer nodig. Zij ervaren dit vaak als behulpzaam en gepast[7-8].
In de dagelijkse zorgpraktijk kun je systematisch aandacht besteden aan bewegen via verschillende stappen:
- Signaleer of jouw patiënt te weinig beweegt.
- Informeer over het belang en de positieve effecten van bewegen.
- Adviseer om (meer) te gaan bewegen. Zodra een patiënt meer wil bewegen, maak je samen een plan.
- Denk mee over (laagdrempelige) beweegmogelijkheden. Heb je zelf de tijd en expertise, dan kun je de patiënt zelf begeleiden of coachen naar meer bewegen.
- Verwijs door naar beweegaanbod of andere professionals die hierbij kunnen ondersteunen.
Kies alleen de stappen die bij jouw werkzaamheden passen, je hoeft zeker niet alles zelf te doen.
E-learning Van zorg naar bewegen
Ontdek in deze gratis e-learning van Kenniscentrum Sport & Bewegen wat bewegen voor jouw patiënt kan betekenen en hoe jij als zorgprofessional hierin kunt ondersteunen. Zoals naar wie je kunt doorverwijzen. Je krijgt onderbouwde kennis over de positieve effecten van bewegen bij veelvoorkomende chronische aandoeningen. Ook leer je hoe je een motiverend gesprek over bewegen voert.
De e-learning bestaat uit een combinatie van theorie en drie praktijkcasussen die laten zien hoe je bewegen meeneemt in jouw consult. De e-learning is geaccrediteerd voor verschillende beroepsgroepen en duurt ongeveer 60-90 minuten.
1. Signaleren
De beweegrichtlijnen kunnen je helpen signaleren of iemand onvoldoende beweegt. De beweegrichtlijnen geven aan hoeveel en welk type lichaamsbeweging minimaal nodig zijn voor een goede gezondheid. Met de Beweegrichtlijnentest ga je eenvoudig na of een patiënt voldoet aan de beweegrichtlijnen. De test brengt het huidige beweeggedrag in kaart en geeft direct inzicht in hoeverre iemand voldoet. Daarmee heb je een goed uitgangspunt om het gesprek over bewegen aan te gaan en gerichte vervolgstappen te bespreken. De test is geschikt voor iedereen vanaf vier jaar en invullen duurt slechts enkele minuten.
2. Informeren
Informeer je patiënt persoonsgericht over de effecten van bewegen door te kijken op welke positieve punten de nadruk gelegd kan worden. Samengevat zorgt bewegen voor[9-10]:
- Verbeterde fitheid, onder meer sterkere spieren en botten en een beter uithoudingsvermogen;
- verbeterde mentale gezondheid door meer zelfvertrouwen en lekkerder in je vel zitten;
- minder kans op chronische aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en verschillende soorten kanker zoals borst-, prostaat- en darmkanker;
- verbeterde cognitieve functies (zoals geheugen, begrip, aandacht, denkvermogen en concentratie);
- minder kans op angst, depressies en stress.
Ook per chronische aandoening zijn er specifieke positieve effecten van bewegen. Neem een kijkje in de online gesprekstool Bewust Bewegen voor meer informatie.
3. Adviseren
Aan de hand van de beweegrichtlijnen kun jij je patiënt adviseren over de hoeveelheid beweging voor een goede gezondheid. Voor volwassenen en senioren geldt:
- Bewegen is goed, meer bewegen is beter.
- Minstens 150 minuten per week aan matig of zwaar intensieve inspanning, verspreid over diverse dagen. Langer, vaker en/of intensiever bewegen geeft extra gezondheidsvoordeel.
- Minstens twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten, voor senioren aangevuld met balansoefeningen.
- Voorkom veel stilzitten.
Niet alle patiënten kunnen aan de beweegrichtlijnen voldoen, bijvoorbeeld vanwege een lagere belastbaarheid. Het is belangrijk om te weten dat bewegen positieve effecten op de gezondheid heeft, ook wanneer iemand minder beweegt dan de beweegrichtlijnen aangeven.
De meeste gezondheidswinst wordt behaald in de stap van ‘helemaal niet bewegen’ naar ‘een beetje meer’ bewegen. Dat betekent dat een inactieve patiënt de meeste baat zal hebben bij bewegen, zelfs als dat een klein beetje bewegen is. Wees je hier als zorgprofessional bewust van en benadruk richting patiënten: elke beweging en elk stapje telt. Daarnaast geeft langer, vaker en/of intensiever bewegen extra gezondheidsvoordeel.
4. Denk mee
Denk met de patiënt mee over passende mogelijkheden om in beweging te komen, afgestemd op de situatie van de patiënt. Het is daarbij effectief om de patiënt zelf te laten nadenken. Er zijn diverse mogelijkheden voor de patiënt om zelf meer te gaan bewegen of deel te nemen aan lokaal beweegaanbod.
- Inbouwen van beweegmomenten
Beweegmomenten in het dagelijkse leven, zoals lopend boodschappen doen, een bushalte eerder uitstappen of een huishoudelijke taak doen. Denk ook aan simpele dingen zoals tijdens het tandenpoetsen op één been staan of tien keer een zit-sta beweging maken tijdens het koken. Door vaste activiteiten onderdeel te maken van het dagelijks leven, worden beweegmomenten makkelijker en vanzelfsprekender. - Plezier in bewegen
Laat de patiënt nadenken over wat hij of zij leuk zou vinden om te doen. Dat helpt om duurzaam en gemotiveerd in beweging te blijven. Welke vorm van bewegen of sporten deed hij of zij vroeger en wat was er dan precies leuk aan? - Gebruik van hulpmiddelen
Hulpmiddelen kunnen motiveren meer te gaan bewegen en beweegdoelen te stellen. Denk aan een stappenteller of activiteitenmeter of apps die motiveren om meer te gaan bewegen, zoals ‘Ommetje’. - Lokaal sport- en beweegaanbod
Lokaal aanbod is erg divers en verschilt per plaats. De samenwerking opzoeken met de sport- en beweegaanbieders maakt het makkelijker om patiënten hiernaartoe te verwijzen. Via Uniek Sporten en NL Actief vind je verschillende sportmogelijkheden voor mensen met een aandoening of beperking. Of kijk op www.sport.nl voor inspiratie. - Erkende interventies
Erkense interventies zijn goed uitgewerkte programma’s die zich in de praktijk hebben bewezen en zijn beoordeeld door professionals in een erkenningstraject. Alle sport- en beweeginterventies vind je in de interventiedatabase van Kenniscentrum Sport & Bewegen. Bij Loket Gezond Leven vind je een uitgebreid overzicht van alle leefstijlinterventies
5. Doorverwijzen
Wanneer de patiënt het moeilijk vindt om zelfstandig te bewegen of lokaal beweegaanbod te vinden, of beperkingen ervaart door zijn of haar klachten, kun je doorverwijzen naar een professional die hierbij kan ondersteunen.
Denk bijvoorbeeld aan:
- De buurtsportcoach begeleidt jouw patiënt naar een passende beweegvorm (in de buurt).
- De fysiotherapeut ondersteunt jouw patiënt bij het bewegen met fysieke klachten of angst voor bewegen.
- De sportarts onderzoekt de patiënt en stelt op basis daarvan een beweegplan op die past bij de klachten of aandoening(en) van de patiënt.
- De leefstijlcoach ondersteunt jouw patiënt bij aanpassingen naar een gezonde leefstijl
- Een sport- of leefstijlloket afhankelijk van de inrichting denkt deze professional met jouw patiënt mee op het gebied van sport -en bewegen of leefstijlbegeleiding.
Zelf begeleiden of coachen
Is doorverwijzen niet nodig en heb je zelf ruimte om iemand te begeleiden naar meer beweging in de dag? Een hulpmiddel hierbij is de Beweegcirkel, een gesprekstool die stapsgewijs inzicht geeft in het huidige beweeggedrag, helpt plannen te maken om meer te bewegen en hoe dit vol te houden. Elke stap bevat een invuloefening met voorbeelden ter inspiratie.
Maak het verschil als zorgprofessional
Je kunt als zorgprofessional voor jouw patiënten hét verschil maken door ze op weg te helpen om meer te bewegen. Kies de rol die bij jou past en waar jij je comfortabel bij voelt. Zo kun je er dus voor kiezen iemand zelf te begeleiden of besluiten om iemand door te verwijzen. In het geval van doorverwijzen is het altijd goed om de samenwerking met de sport- en beweegsector met de juiste aandacht op te zetten.
Wil je samenwerken met de sport- en beweegsector? Bekijk dan eens de tipkaart ‘Samenwerken met de sport- en beweegsector: hoe pak je dit aan als zorgverlener?’.
Bronnen
- Borjesson, M. (2013). Promotion of Physical Activity in the Hospital Setting. Deutsche Zeitschrift Sportmedizin 64, 162-165. https://www.germanjournalsportsmedicine.com/archive/archive-2013/ heft-6/promotion-of-physical-activity-in-the-hospital-setting/
- Collard, D. C. M., & Gutter, K. (2022). Leefstijlpreventie door verbinding van het zorg- en sportdomein: de rol van de buurtsportcoach om bewegen buiten de zorg te stimuleren. Mulier Instituut.
- Orrow, G., Kinmonth, A. L., Sanderson, S., & Sutton, S. (2012). Effectiveness of physical activity promotion based in primary care: systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials. British Medical Journal, 344. https://doi.org/10.1136/bmj.e1389
- Kettle, V. E., Madigan, C. D., Coombe, A., Graham, H., Thomas, J. J., Chalkley, A. E., & Daley, A. J. (2022). Effectiveness of physical activity interventions delivered or prompted by health professionals in primary care settings: systematic review and meta-analysis of randomised controlled trials. British Medical Journal, 376. https://doi.org/10.1136/bmj-2021-068465
- Onerup, A., Arvidsson, D., Blomqvist, Å., Daxberg, E. L., Jivegård, L., Jonsdottir, I. H., Lundqvist, S., Mellén, A., Persson, J., Sjörgen, P., Svanberg, T., & Borjesson, M. (2019). Physical activity on prescription in accordance with the Swedish model increases physical activity: a systematic review. British journal of sports medicine, 53(6), 383–388. https://doi.org/10.1136/bjsports-2018-099598
- Brust, Michelle & Gebhardt, Winifred & Numans, Mattijs & Jong, Jessica. (2020). Teachable moments: the right moment to make patients change their lifestyle. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde. 164.
- Keyworth C, Epton T, Goldthorpe J, Calam R, Armitage CJ (2020) Perceptions of receiving behaviour change interventions from GPs during routine consultations: A qualitative study. PLOS ONE 15(5): e0233399. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0233399
- Lammers K, Schippers N. (2023) Wensen en behoeften zorgprofessionals rapportage. Motivaction
- Gezondheidsraad. (2017). Beweegrichtlijnen 2017. Gezondheidsraad.
- Biddle SJ, Ciaccioni S, Thomas G, Vergeer I. Physical activity and mental health in children and adolescents: An updated review of reviews and an analysis of causality. Psychol Sport Exerc. 2019;42:146-55.