Eindhoven startte vier jaar geleden met clubkadercoaching. Danny Nooijen stuurt als coördinator clubkadercoaching twee clubkadercoaches aan. “Bij ons is het een combinatiefunctie met de rol van buurtsportcoach”, zo vertelt hij. “Onze aanpak was aanvankelijk succesvol: we gingen de verenigingen in, begeleidden de trainers en de reacties vanuit clubs waren positief. Toch bleek na verloop van tijd dat het effect vaak tijdelijk was.”
“Sportclubs vonden het erg fijn dat wij er waren, maar zagen ons ook een beetje als een gratis extra kracht. De noodzaak om iemand intern op te leiden om de kar verder te trekken ebde een beetje weg. Met als gevolg dat we – zodra ons traject afgerond was – weer terug bij af waren. We hadden dan wel de huidige trainers begeleid, maar de rol van ‘trainerbegeleider’ werd niet structureel overgenomen waardoor opgebouwde kennis ook weer snel verdween.”
Van gratis kracht naar interne borging
Die constatering vormde een kantelpunt. Danny: “We hebben onze eigen aanpak geanalyseerd en de aanpak van andere gemeenten bekeken. Vervolgens hebben we ons programma voor clubkadercoaching helemaal opnieuw ingericht. Clubkadercoaching is nu geen losse interventie meer, maar een traject dat vanaf de start gericht is op borging binnen de club.”
Nu start een coachtraject in Eindhoven alleen als de club een interne kartrekker aanstelt. “Dat kan bijvoorbeeld een trainerscoördinator zijn, of het hoofd van de jeugdopleiding”, licht Danny toe. “Vanaf dag één leiden wij die persoon op. De externe clubkadercoach blijft niet in de lead, maar zet juist die interne coördinator centraal. Zo bouwen we vanaf het begin aan eigenaarschap en continuïteit.”
Focus op samenhang tussen pedagogiek en didactiek
Inhoudelijk richt clubkadercoaching in Eindhoven zich op drie thema’s: omgangsvormen, groepsdynamiek en didactische vaardigheden. De eerste twee benadert Eindhoven vanuit een pedagogisch sportklimaat. Bij didactische vaardigheden gaat het vooral om trainings- en coachingsvaardigheden. “Hoewel die onderling wel sterk samenhangen”, aldus Danny.
“Een veelvoorkomend voorbeeld is dat kinderen onrustig zijn tijdens de training en aan elkaar beginnen te plukken. Al snel krijgt één kind het label ‘lastig’ en wordt er gezocht naar oplossingen in omgangsvormen of in groepsdynamiek. Terwijl onze clubkadercoaches ervaren dat de oorzaak vaak elders ligt. Als een trainer elke training start met een lange uitleg over de vorige wedstrijd of het programma van die dag, terwijl kinderen al een hele schooldag hebben geluisterd, is onrust bijna onvermijdelijk. Door didactisch anders te werken in je trainingsopbouw – bijvoorbeeld door te beginnen met een speelse, sportgerichte oefening waarin kinderen de eerste tien minuten hun energie kwijt kunnen – verdwijnt dat ‘lastige’ gedrag vaak vanzelf. Dit laat zien hoe een doordachte trainingsopbouw niet alleen een didactische keuze is, maar direct bijdraagt aan betere omgangsvormen en een positievere groepsdynamiek. Bij ons draait clubkadercoaching dus om de brede vraag hoe trainers hun training vormgeven, hoe ze omgaan met gedrag en hoe ze sportplezier en ontwikkeling combineren.”
Nadruk op positieve kwaliteiten van trainers
Daarom zijn de Eindhovense clubkadercoaches zo veel mogelijk op het veld te vinden. Niet achter een laptop, maar observerend, coachend en in gesprek met trainers en de trainingscoördinatoren van de vereniging. Danny: “Trainers zijn vaak vrijwilligers, die hebben geen tijd om na elke training een half uur met ons te evalueren. Daarom blijven de gesprekken bewust kort en praktisch. In vijf minuten geven we een tip en een top, waarin we benoemen wat goed gaat en waar een kleine ontwikkelkans ligt. De nadruk ligt op positieve feedback, omdat die beklijft en gedrag duurzaam beïnvloedt.”
Danny geeft een voorbeeld: “Als één van onze clubkadercoaches bijvoorbeeld ziet dat een trainer een kind een high five geeft na een goede actie, lichten we dat eruit. Dat ene moment zorgt namelijk zichtbaar voor enthousiasme: het kind fleurt op en voelt zich gezien. In plaats van te zeggen dat de trainer dit ‘vaker moet doen’, benoemen we dat positieve gedrag heel expliciet: ‘Ik zag hoe je die high five gaf, dat deed je met veel energie en dat werkte direct motiverend op de groep. Dat is echt een kwaliteit van jou.’ Door dit te profileren als een sterke eigenschap, blijft het hangen bij de trainer en zie je dit gedrag geheid vaker terug.”
Trainers ondersteunen in hun ontwikkeling
Naast het benutten van positieve momenten, begeleiden de clubkadercoaches van Eindhoven Sport trainers ook meer structureel in hun ontwikkeling. Danny: “We werken met een clubkadercoachmap met daarin onder andere themakaarten en een skilladder. Daarmee brengen de trainer, trainerscoördinator en wij als clubkadercoach samen in kaart waar de trainer staat en waarin die zich wil ontwikkelen. Aan het begin, halverwege en aan het einde van het traject doen we een meting.
De themakaarten en skilladder zijn geen beoordelingsinstrument, maar een hulpmiddel om het gesprek over ontwikkeling te voeren. Het is belangrijk dat trainers zich veilig voelen om eerlijk te reflecteren op hun ontwikkeling. De uitkomsten maken zichtbaar waar groei plaatsvindt en waar nog ontwikkelpunten liggen. Zo kun je samen bepalen wat een passende volgende stap is. Trainers ervaren daardoor dat er naar hen geluisterd wordt en dat er in hun ontwikkeling wordt geïnvesteerd. Dat kan bijdragen aan meer motivatie, eigenaarschap en plezier in hun rol.”
Die aandacht is essentieel, aldus Danny. “Veel sportclubs investeren in het sportief opleiden van kinderen, maar vergeten hun trainers. Zij krijgen een team toegewezen, een zak met ballen en vervolgens: succes ermee! Terwijl trainers een belangrijke rol spelen in het sportplezier, de kwaliteit van de trainingen en het behouden van jeugdleden. Door trainers goed te begeleiden, ruimte te geven om zich te ontwikkelen en hun inzet te waarderen, investeer je niet alleen in de trainer, maar in de hele vereniging.”
Draagvlak binnen clubbestuur en gemeente
Staan alle clubs in Eindhoven open voor clubkadercoaching en pedagogisch-didactische begeleiding? “Veel wel gelukkig”, vertelt Danny. “Maar weerstand hoort ook een beetje bij verandering. Uitspraken als ‘we doen dit al dertig jaar zo’ komen soms voorbij.” Volgens Danny vraagt dat om regie en duidelijke gesprekken. Die voert hij als coördinator bewust zelf met clubbesturen, zodat clubkadercoaches zich kunnen richten op de praktijk.
Volgens Danny is gemeentelijke steun onmisbaar. “De gemeente investeert bewust in clubkadercoaching omdat sterke trainers bijdragen aan een veilig, plezierig en inclusief sportklimaat. Tegelijk zien we dat de financiering van trainerscoördinatoren binnen sportclubs nog een uitdaging blijft. Juist daar ligt voor gemeenten een belangrijke opgave.”
Volgens Danny ligt een belangrijke kans voor gemeenten in het bieden van structuur en een heldere visie op clubkadercoaching. “Veel initiatieven zijn goed bedoeld, maar missen samenhang. Een blijvend knelpunt is de financiering. De trainerscoördinator op een club is – terecht – steeds vaker een betaalde kracht, maar subsidies dekken vaak slechts een deel van de kosten.”
Dit voorbeeld van Eindhoven laat zien dat clubkadercoaching pas echt effect heeft als beleid, uitvoering en borging hand in hand gaan. Door clubs vanaf het begin toe te rusten om zelf verder te gaan, kunnen de coachingstrajecten inmiddels na zes maanden worden afgerond. Danny: “Clubs kunnen dan zelfstandig verder met een opgeleide trainerscoördinator en een duidelijke structuur. Wij blijven betrokken via netwerkbijeenkomsten, kennisdeling en stadsbrede sessies. Sport staat nooit stil. Dus onze aanpak ook niet.”