Stel: je hebt een nieuwe deelnemer voor je beweeggroep of sportteam. Ze knikt als je de spelregels en planning uitlegt. Maar de volgende keer komt ze niet meer opdagen. Gebrek aan plezier of motivatie? Dat kan. Maar misschien begreep ze onvoldoende wat je zei of voelde de groep niet vertrouwd doordat niemand haar taal sprak. Taal en cultuur spelen vaker een rol dan we denken.
Taalbarrières: een groeiend vraagstuk
De groep mensen met een beperkte beheersing van het Nederlands groeit, bijvoorbeeld door de komst van vluchtelingen, arbeids- en kennismigranten en internationale studenten. Nederlands leren is niet voor al deze mensen haalbaar. Dat levert binnen verschillende domeinen uitdagingen op. Zo ontwikkelde Pharos, expertisecentrum voor het verkleinen van gezondheidsverschillen, een richtlijn over taalbarrières in de zorg en het sociaal domein. Daaruit blijkt: wie het Nederlands niet goed beheerst, vindt moeilijker aansluiting bij zorg en welzijn. Taal is essentieel om goede ondersteuning te kunnen bieden en ontvangen.
Verkenning
Kenniscentrum Sport & Bewegen liet een verkenning uitvoeren door Hogeschool Inholland over de uitdagingen voor vrouwen met taal- en sociaaleconomische uitdagingen. De conclusies daaruit zijn in dit artikel in een breder perspectief gezet aan de hand van het Pharos-rapport.
Afstemmen op cultuur
Ook in het sport- en beweegdomein is het belangrijk om rekening te houden met taalbarrières en cultuurverschillen. Dit vraagt meer dan makkelijke woorden gebruiken, een folder vertalen of iemand vragen om te tolken. Taalbarrières hangen namelijk samen met andere zaken die bepalen of iemand zich welkom en veilig voelt. Dat zien we terug in onderzoek van Inholland onder vrouwen met een migratieachtergrond in de Haarlemse wijk Schalkwijk. Zo was voor bijna alle bevraagde vrouwen een vrouwengroep met een vrouwelijke trainer een voorwaarde om te sporten.
Een op de cultuur afgestemde sport- of beweegsetting is dus cruciaal – en die ziet er per doelgroep anders uit. Wees je ook bewust van andere factoren die de afstand tot het sportaanbod vergroten. Zo bleek in de Inholland-verkenning dat deelnamekosten boven €30 per maand voor veel vrouwen onhaalbaar waren. Een deel kon maximaal €2,50 per week besteden. Een belangrijke overweging bij het ontwikkelen van toegankelijk sportaanbod.
Bewust van je eigen denkwijze
Goed inspelen op taalbarrières en cultuurverschillen begint bij je eigen aannames onderzoeken. Ga je er bijvoorbeeld standaard vanuit dat deelnemers aan je activiteit ook begrijpen wat er van hen wordt verwacht? Dat hoeft niet zo te zijn. En veroordeel je een deelnemer die steeds te laat komt, of vraag je je af of hij misschien niet kon of durfde te vragen naar de begintijd? De Pharos-richtlijn wijst erop dat de vooroordelen en aannames van professionals over mensen met een andere achtergrond kunnen leiden tot misverstanden en (ervaren) discriminatie of ongelijke behandeling.
De juiste kanalen
Zelfs als je aanbod goed aansluit, kunnen taal- en cultuurverschillen ervoor zorgen dat je de doelgroep niet bereikt. Uit de Inholland-verkenning bleek bijvoorbeeld dat informatie over activiteiten de vrouwen zelden bereikte via officiële kanalen zoals een website of flyer. Wat wel werkt, is informatieverspreiding via informele netwerken zoals buurthuizen en WhatsApp-groepen. Ook is er een belangrijke rol weggelegd voor sleutelpersonen: vertrouwde wijkbewoners die de mensen, taal en culturele context kennen. Pharos benadrukt de kracht van sleutelpersonen als brug tussen professionals en mensen met een taalbarrière. Zet hen waar mogelijk in om (mogelijke) sporters te bereiken, maar ook als gelijkwaardige gesprekspartner bij het vormgeven van je aanbod.
Meer weten? Pharos biedt handvatten over de rol en inzet van sleutelpersonen.
Drie stappen: signaleren, afstemmen en checken
Hoe ga je om met een mogelijke taalbarrière als iemand eenmaal voor je staat? Pharos beschrijft drie stappen: stel vast of er een taalbarrière is en hoe groot die is, kies de juiste aanpak, en controleer of de boodschap is aangekomen.
1. Stel vast of er een taalbarrière is
De eerste stap is proactief signaleren. Bij een grote taalbarrière spreekt iemand bijvoorbeeld uit zichzelf de eigen moedertaal, heeft duidelijk moeite om in het Nederlands te reageren, of heeft zelf al iemand meegenomen om te tolken. Maar vaak zijn er kleinere taalbarrières, en die zijn niet altijd even zichtbaar. Ook omdat mensen zich soms schamen. Iemand die knikt of ja zegt, heeft de instructie niet per se begrepen.
Zo pak je het aan als sportprofessional:
- Stel open vragen en kijk hoe mensen reageren. Let niet alleen op wat ze zeggen, maar ook of ze bijvoorbeeld twijfelen, ongemak tonen, of opvallend stil of passief zijn.
- Check al vóór de activiteit of iemand de taal voldoende beheerst voor wat er van diegene wordt verwacht.
- Vertrouw niet alleen op non-verbale signalen zoals knikken. Vraag door.
- Vraag eventueel of iemand behoefte heeft aan een tolk. Tolkt iemand voor de persoon? Check of deze persoon de gemeenschappelijke taal voldoende beheerst.
- Noteer het als iemand een taalbarrière heeft, zodat collega’s daar rekening mee kunnen houden.
Wil je met gerichte vragen inschatten hoe groot de taalbarrière is? Gebruik module 1 van de Pharos-richtlijn.
2. Kies de juiste manier van communiceren
De volgende vraag is: hoe communiceer je zo effectief mogelijk? Pharos maakt duidelijk dat de juiste aanpak afhangt van hoe groot de barrière is en hoe complex de situatie. Maar simpel communiceren is altijd het vertrekpunt, ook als de taalbarrière klein lijkt.
Zo pak je het aan als sportprofessional:
- Gebruik makkelijke woorden, korte zinnen en geen vakjargon zoals ‘core’ of ‘interval’.
- Ondersteun je verhaal met gebaren of afbeeldingen.
- Is er een grote taalbarrière en/of complexere situatie, zoals een intake of het uitleggen van huisregels? Zet een tolk of sleutelpersoon in.
Bekijk ook de tipkaart Laaggeletterdheid in de sport.
3. Controleer of de boodschap is aangekomen
Heeft de deelnemer echt begrepen wat je hebt uitgelegd of gevraagd? Controleer dit altijd, ongeacht hoe groot de taalbarrière is. Dat dit nodig is, bleek ook uit de Inholland-verkenning. Zo werden tijdens het onderzoek instructies om te stemmen, zoals je hand opsteken, niet door iedereen begrepen. Kort terugvragen kan zulke situaties voorkomen.
Zo pak je het aan als sportprofessional:
- Vraag na een uitleg of iemand het in eigen woorden kan herhalen.
- Formuleer je vraag zo dat jij verantwoording aflegt, niet de deelnemer: ‘Ik wil graag weten of ik het goed heb uitgelegd. Wat ga je thuis doen?’
- Check op meerdere momenten of je boodschap aankomt, niet alleen aan het einde.
Om te onthouden
Taalbarrières lossen zichzelf niet op, maar zijn wel overbrugbaar. Het begint bij bewustzijn: van taal, cultuur en aannames. Stel vragen, observeer, check en pas je aanpak aan. Niet één keer, maar steeds opnieuw. Zo zorgen we er samen voor dat ook de grote groep mensen met een taalbarrière de weg naar sport en bewegen beter vindt.