Sluiten

Praktijkvoorbeeld armoedebeleid gemeenten: Vaals

Praktijkvoorbeelden

Publicatiedatum 14 december 2020

Kinderen kunnen door armoede soms niet meedoen aan sport en bewegen. Verschillende gemeenten proberen daar iets aan te doen, door hun lokale aanpak met betrekking tot armoederegelingen optimaliseren. In deze artikelenreeks delen we vier praktijkvoorbeelden, achtergrondinformatie en inspiratie voor beleidsmedewerkers. In dit artikel: gemeente Vaals.

De vraag is leidend

Gemeente Vaals werkt sinds 1 januari 2020 met een nieuw toegangsmodel van het sociaal domein. Inwoners komen niet meer automatisch terecht bij bijvoorbeeld de Wmo- of jeugdconsulent, maar bij een medewerker van WijVaals.

WijVaals werkt wet- en aanbodvrij. De vraag én de mogelijkheden van de inwoner zelf zijn leidend. Daardoor kan er aan de voorkant meer maatwerk geleverd worden. Bij het bieden van ondersteuning staat het vergroten of behouden van zelfstandigheid en participatie centraal.

Kokerdenken voorkomen

De focus van Marjolein Wassenberg, beleidsadviseur Maatschappij van Cluster Wmo en leefbaarheid uit gemeente Vaals ligt op de driehoek armoede, participatie en gezondheid. Zij ligt het nieuwe toegangsmodel toe: “In Vaals willen we het kokergericht denken voorkomen en hebben we geen apart armoedebeleid meer. Heel vaak blijkt namelijk dat armoede toch een rol speelt, ook al heeft iemand een hulpvraag op een heel ander beleidsterrein dan armoede. Bijvoorbeeld op gezondheid, werk, onderwijs, wonen, welzijn, meedoen of overlast. We kijken daarom altijd naar de financiële situatie van de vrager. Het gaat erom dat je bij een individuele hulpvraag de samenhang niet uit het oog verliest.”

Marjolein geeft een voorbeeld: “Een vraag om opvoedondersteuning omvat vaak meer dan alleen ondersteuning. Daarom vragen we door naar bijvoorbeeld werk, vrijwilligerswerk, mantelzorg, leefstijl en de financiële situatie. Het gaat er niet om dat je een checklist afvinkt, maar dat je echt een gesprek voert en goed doorvraagt.”

Inhoudelijk en financieel succes

Het nieuwe toegangsmodel is tot nu toe een succes. Het levert inhoudelijk en financieel veel meer op: “Onze oplossingen zijn vaak de goedkope(re) oplossing, maar net zo – en vaak meer – effectief dan bestaande individuele maatwerkvoorzieningen.”

“Zo werkt onze buurtsportcoach met kinderen die niet meteen aansluiting vinden bij een sportclub. En die voor maar € 10 per maand of gratis via middelen van het Jeugdfonds Sport bij de voorliggende jeugdvoorziening Sport Mix club kunnen aansluiten. Behalve dat de kinderen bij deze club lekker bewegen en sporten, wordt er gewerkt aan hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Dat leidt tot zelfverzekerdere kinderen, die ook motorisch sterker worden.”

Ouders worden erbij betrokken en krijgen soms ook ondersteuning, legt Marjolein uit. “We gaan uit van de vraag en daar zoeken we zoveel mogelijk een antwoord bij dat past bij die ene inwoner. In plaats van uitgaan van het bestaande aanbod en daar dan naar doorverwijzen. We blijven zo lang mogelijk weg van het indiceren. Dat lukt goed en dat bespaart dus ook geld.”

Sport en bewegen: een goed middel om te participeren

Marjolein: “Arm opgroeien behelst zoveel meer dan alleen financiële problemen, hoewel dat vaak wel de hoofdproblematiek is. Het heeft invloed op gezondheid, onderwijs, startkwalificaties en participatie. Ouders en kinderen die arm opgroeien hebben vaak het gevoel dat ze niet mee doen aan de maatschappij. Ouders hebben het gevoel dat ze hun kinderen niet kunnen bieden wat ze graag zouden willen bieden en dat ze daardoor minder participeren.

Sporten en bewegen is een goed middel om te participeren, dat blijkt bij de uitvoering. Het gemeentelijk draagvlak op beleidsmatig en bestuurlijk gebied is dan ook groot. Bij sporten gaat het met name om het meedoen en de sportieve kwaliteiten van kinderen. Niet om of je drie keer per jaar op vakantie gaat, of helemaal nooit, of dat je wel of niet in een groot koophuis woont. De verschillen tussen de kinderen doen er op de sportclub minder toe, de sportieve kwaliteiten zijn belangrijker. Kinderen kunnen zich tijdens het sporten dus gelijkwaardiger voelen.”

Interactie en teamwerk

Tussen beleid en uitvoering is in Vaals veel interactie en de lijntjes zijn kort. Dat komt volgens Marjolein omdat Vaals een relatief kleine gemeente is die kiest voor doorontwikkelen als zich nieuwe kansen voordoen. In plaats van hardnekkig vier jaar lang een beleidsplan volgen. “We monitoren ook de bedrijfsvoering van bijvoorbeeld de WijVaals-aanpak. Wat doen we en wat levert het op of wat zou het op moeten leveren”, aldus Marjolein.

Rol van de buurtsportcoach en beweegmakelaar

Marjolein heeft armoede in haar portefeuille, maar is ook verantwoordelijk voor buurtsportcoach Hannie Pleijers. Zij is de oren en ogen van de wijken en speelt haar bevindingen door aan Marjolein. “Hannie is naast buurtsportcoach steeds meer een jeugdwerker geworden. Zij doet de huisbezoeken, dient de aanvragen in bij het Jeugdfonds Sport en is een vraagbaak voor scholen. Mensen uit de wijk weten haar te vinden en kinderen vertrouwen haar”, zegt Marjolein.

Naast Marjolein en Hannie maakt Beweegmakelaar aanpak 18+ Jolanda Mikic deel uit van het team. Met z’n drieën zijn ze een klein en geolied team dat onderling direct contact opneemt, signalen deelt, snel opstart en uitvoert, goed monitort en overdraagt aan derden als dat kan. “Het team is sinds dit jaar uitgebreid met drie Beweegmakelaars. Hoewel je minder snel schakelt met meer mensen in je team, is de aanpak nog altijd hetzelfde”, concludeert Marjolein.

Maatwerk

In Vaals proberen ze aan te sluiten bij wat kinderen en jongeren willen. Marjolein is daar heel resoluut in: “Ik wil zoveel mogelijk maatwerk leveren. Dus benader ik de vraag van een jongere liever vanuit de persoon, dan vanuit het protocol. En ik kijk naar wat kan en niet naar wat niet kan. We hebben 70 verschillende nationaliteiten en zo’n 10.000 inwoners. Daarom heb ik met de jeugdfondsen en met name met het Jeugdfonds Sport, maatwerktrajecten geregeld. We hebben altijd even contact met elkaar, als we iets willen doen buiten de gemaakte afspraken. Bijvoorbeeld omdat het gaat om een hoger bedrag dan wat in de overeenkomst staat. Of omdat het gaat over contributie van een club die niet is aangesloten bij NOC*NSF. Bijvoorbeeld als het gaat over aanbod dat misschien niet 100% sport is, maar een mix van sport en voorliggende jeugdvoorziening zoals de Sport Mix club.”

Voorbeeld van maatwerk: de Sport Mix club

Ze noemt een voorbeeld van maatwerk: “Laatst was er een Syrische jongen geselecteerd voor het jeugdteam van Roda. De contributie ligt ver boven wat het Jeugdfonds Sport biedt, maar dan leveren we maatwerk.” Een ander voorbeeld van een eerder door Marjolein en Hannie opgestart maatwerk-initiatief, is de in dit artikel genoemde Sport Mix club. Daar sporten kinderen die anders tussen wal en schip vallen bij een reguliere sportclub. Deze kinderen zijn heel verlegen, of hebben ADHD, overgewicht of een slechte motoriek. Als opstart naar een reguliere sportaanbieder, hebben zij net even wat meer (persoonlijke) aandacht nodig.

Hannie kijkt daarnaast ook naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind. “Het helpen ontwikkelen en ondersteunen van een kind dat boos wegloopt bij verlies, moeilijk in een team functioneert, of altijd bang is iets te zeggen, lukt vaak minder goed bij een reguliere sportvereniging. Daarmee besparen we duurdere jeugdvoorzieningen bij jeugdaanbieders en kinderen gaan net zo goed, misschien wel beter vooruit. Het is dichtbij, laagdrempelig, voelt niet direct als zorg, drukt geen stempel. Bovendien blijven ze in hun eigen omgeving en maken van daaruit weer contacten met andere kinderen.”

Zeggenschap van de jongeren

De stem van de jongeren zelf speelt ook een rol bij het aanbieden van maatwerk: Marjolein: “Hannie is vaak aanspreekpunt van de jeugd. Deze jongeren komen met leuke initiatieven die Hannie naar ons doorspeelt. De gemeente ondersteunt dit zoveel mogelijk, mits realistisch. En zeker als het jongeren zijn die hun eigen passie willen overbrengen naar andere jongeren.

Sinds een aantal jaar is er bijvoorbeeld een succesvolle breakdancegroep opgestart door een jongen die daar goed in is en die het ontzettend leuk vindt om dit over te brengen aan andere jongeren. Wat hij nodig had, was startbudget, PR & communicatie en aanmoediging vanuit de gemeente. Ook dat kan Hannie regelen”, vertelt Marjolein en ze vervolgt: “Zelfde verhaal voor de freerunclub: ook dit is een succesvol opgestart initiatief van en door jongeren. De club is inmiddels met goed gevolg ondergebracht bij een reguliere sportvereniging. Maar soms lukt het ook niet. En dan moet je ook eerlijk zijn naar elkaar en de stekker eruit trekken.”

Ondersteuning sportverenigingen

Sportverenigingen ontbreekt het vaak aan tijd. Zij willen hun vrijwilligers niet verliezen door te veel werk bij hen neer te leggen en dus te veel tijd te vergen. Bij een enkele club ontbreekt het aan kennis en kunde van de doelgroep. Hoe zorg je er als sportclub voor dat ook kinderen die arm opgroeien lid worden en lid blijven? Veel gemeenten worstelen hiermee. Dit herkennen ze ook in Vaals.

“Sportaanbieders die niet in aanmerking komen voor gemeentesubsidie en geen traditioneel bestuur kennen, hebben echter vaak meer ruimte om dit op te pakken en zitten minder vast in tradities”, vermoedt Marjolein. “De meer traditionele sportverenigingen daarentegen, werken juist veel met vrijwilligers. En dan is de vraag vanuit het bestuur: kun je dit wel vragen van vrijwilligers?” Het is zoeken hoe de gemeente een sportclub daarin kan ondersteunen: “De buurtsportcoach kan een aantal keer langskomen en problemen tackelen, maar hier moeten de clubs wel voor openstaan. We hebben ons daarom aangesloten bij het project ‘Meedoen’, waarin kinderen uit andere culturen of uit arme gezinnen die bijvoorbeeld niet sporten, kennis kunnen maken met het aanbod in de buurt.”

Toekomstig beleid

Hoe het beleid zich verder ontwikkelt, hangt af van het financiële plaatje waarbij de gevolgen van de coronacrisis naar verwachting een rol gaan spelen. Marjolein hoopt dat dit geen roet in het eten gaat gooien. En dat de kosten niet gaan domineren boven de tijd die nu eenmaal nodig is om te zien wat het allemaal oplevert. De gemeente wil bovendien meer inzetten op het voorkomen van armoede dan alleen het bestrijden ervan.

Het nieuwe toegangsmodel is in ieder geval succesvol. Waarbij Marjolein – om maatwerk te kunnen blijven leveren – verder kijkt dan ‘de armoederegeling lang is’. Ze gebruikt de middelen van het minimabeleid, maar: “Mocht ik aan het eind van het jaar geld tekort komen, dan is mijn boodschap aan het college niet meteen we hebben een probleem, ik heb geld nodig, maar meer we zijn succesvol met onze regeling! We hebben meer kinderen bereikt en dat is wat we willen.”

Tips Vaals voor andere gemeenten

  • Zie bewegen en sporten niet als doel, maar als middel. Een middel dat op meer terreinen positieve effecten heeft.
  • Lever maatwerk: ga uit van de vraag en zoek samen met het gezin en het kind naar een passend antwoord.
  • Honoreer initiatieven, mits realistisch, van jongeren die hun eigen passie willen overbrengen op andere jongeren.
  • Durf ook de stekker uit projecten of initiatieven te trekken als het niet succesvol genoeg is.
  • Vraag verheldering aan sportclubs als deze aangeven niet de juiste kennis en kunde hebben om kinderen die arm opgroeien passend te begeleiden, en kijk hoe je hen kan ondersteunen.

Meer lezen?

Meer weten?

Neem contact op met Laura Butselaar of Jamilla Vervoort.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.