Kansen en valkuilen Multi Functionele Accommodaties | Alles over sport

Kansen en valkuilen Multi Functionele Accommodaties

Artikel

geplaatst op: 26 januari 2017

Nederland verandert doorlopend. Nieuwe politieke, demografische en economische ontwikkelingen hebben ook impact op (sport)accommodaties. Deze signalen worden in meer en meer gemeenten opgepikt. Steeds vaker is de realisatie van Multi Functionele Accommodaties (MFA’s) met sport een overweging waard. Het moet beter, goedkoper of efficiënter, dat zijn daarbij de veel gehoorde argumenten. Maar het proces van realisatie van zo’n MFA kent ook de nodige valkuilen. En dan kan het voor de betrokken partijen handig zijn om gebruik te maken van de nieuwe Startup Tool van het Kenniscentrum Sport.

Wie naar de achtergronden voor het ontstaan van MFA’s met sport kijkt en let op maatschappelijke trends, ziet in Nederland een tweedeling ontstaan. Enerzijds bestaat er vooral in de Randstad een groeiende behoefte aan sportaccommodaties en anderzijds is daarbuiten soms sprake van een drastische daling van de bezettingsgraad. “Per regio nemen de verschillen toe”’, zegt Hugo van der Poel. “In gebieden als Delfzijl en Zuid-Limburg zien we al een daling van tien tot vijftien procent, terwijl het bijvoorbeeld in Delft en Amsterdam groeit met tien tot vijftien procent. Dat heeft alles te maken met de trek van jonge mensen naar de stedelijke gebieden.”

MFA in groei- en krimpgebieden

Van der Poel is directeur van het Mulier Instituut. Hij voerde met collega’s Karin Wezenberg-Hoenderkamp en Remco Hoekman de redactie over het uitgebreide vijfde brancherapport, met als onderwerp ‘Sportaccommodaties in Nederland’. De genoemde ontwikkelingen komen in dit onderzoek naar voren. “In beide contexten”, zo weet hij, “komt de discussie over MFA’s met sport op. Dus zowel in groeigebieden als in gebieden met krimp. In de steden draait het dan om het multifunctionele gebruik van de schaarse ruimte. Bijvoorbeeld dat je een kunstgrasveld geschikt maakt voor meer sporten, door iets te doen met de belijning, zoals in een sporthal. In andere provincies neemt juist de vergrijzing toe en zie je de opkomst van cultuurhuizen, waar de resterende voorzieningen op sociaal, cultureel, kerkelijk en sportief vlak bij elkaar worden gebracht. Gedeelde smart is dan halve smart.”

In Europese top 3

Het brancherapport ‘Sportaccommodaties in Nederland’ werd in september gepubliceerd, na een traject van jaren. Nederland heeft nog steeds een hoge standaard als het gaat om sportvoorzieningen, zo bleek ook hieruit. De gemiddelde inwoner kan op minder dan 800 meter een accommodatie vinden en deze zijn ook nog eens goed verspreid, tussen wijken met een verschillende sociale status. Ten opzichte van het buitenland staat Nederland er goed op. Van der Poel: “Absoluut, uit Europese onderzoeken blijkt dat we qua bereikbaarheid in de top-3 zitten. Misschien is dat ook wel logisch. We zijn dichtbevolkt en we zijn een rijk land.”

Wel gaf de laatste vijftien jaar een forse daling te zien van het aantal gymzalen, van 6000 naar 4100. Die trend zou kunnen wijzen op een verdergaande ontwikkeling en noodzaak van MFA’s met sport. Van der Poel: ,”Eén verklaring hiervoor is dat het aantal basisscholen met een kwart is teruggelopen. De andere verklaring is de schaalvergroting in het onderwijs, waarbij zeker in stedelijke gebieden de behoefte ontstaat om gebruik te maken van een sporthal. Voor een gemeente kan dan één plus één drie zijn. Hierbij ligt het voor de hand dat een gemeente de regie neemt richting een MFA met sport vanuit een integraal vastgoedbeleid. Er zitten alleen zeker ook nadelen aan. Als eerste denk ik dan aan het probleem van de flexibiliteit bij het samenbrengen van verschillende functies. Een gemeente zet een gebouw het liefste neer voor 25 tot 40 jaar. Maar de samenleving verandert steeds sneller en dat kan de behoeftes aan bepaalde ruimtes binnen een MFA ook doen veranderen. Het tweede probleem is dat kantines bij bestaande accommodaties nu vaak echte verenigingsgebouwen zijn. Ze zijn niet zelden met bloed, zweet en tranen neergezet en ze zijn ook vaak niet van de overheid. Als je gebruikers gaat mengen, dan moet je wel heel goede afspraken maken over wie wat doet en betaalt en daarbij de balans blijven bewaken.”

Betrekken sportaanbieders essentieel

De opmerking van Van der Poel sluit aan bij het eindrapport van het onderzoek ‘Sport en Multifunctionele Accommodaties’, dat Tienorganisatieadvies en Olco verrichtten in opdracht van het Ministerie van VWS. Dit verscheen april 2015 en de belangrijkste conclusie toen was dat de effectieve betrokkenheid van sportaanbieders van essentieel belang was bij het realiseren van MFA’s met een succesvol beweegaanbod. Als dit niet zo is, kan het leiden tot onvrede, wantrouwen, leegstand of een financieel debacle.

Wat ging er mis in Utrecht?

Soms gaat er inderdaad wel iets mis, blijkt ook wel uit de woorden van Sandra Hanrath, beleidsadviseur Sport van de gemeente Utrecht. “Bij Nieuw-Welgelegen, achter de Jaarbeurs, hebben we een MFA die heel erg op sport is gericht. In het centrale gebouw zitten bedrijven en een mbo met een sportcollege, er omheen liggen de voorzieningen van omnisportvereniging Zwaluwen Utrecht, met tennis, voetbal en hockey, en een turnhal. De hockeyers van de club zouden dolgraag voor het zaalhockey gebruik maken van de twee sportzalen in het gebouw. Maar vanwege de akoestiek, met het oog op het dempen van het geluid voor het onderwijs, hebben de zalen zachte wanden. Tijdens een test werden ze door de hockeyers finaal kapot geslagen. We hebben nog gekeken of we dat konden aanpassen, maar dat zou een veel te dure operatie worden.”

Balans sport en horeca

Zo zijn er wel meer dingen waar Utrecht niet bij heeft stilgestaan. In het almaar uitdijende Vinex-gedeelte van Leidsche Rijn verrezen ook de Sportcampus (met onder andere het Leidsche Rijn College), de Cultuurcampus (bij het Amadeus Lyceum) en buurtcentrum Weide Wereld in de wijk Vleuterweide. Allen MFA’s met ruimte voor sport. “Op zich zijn de sportruimtes nu vooral doordeweeks behoorlijk bezet. Maar het is ook wel zo dat ze voor verenigingen niet zo interessant zijn, omdat er geen horeca bij zit.”

Druk op sportaccommodaties

Utrecht past helemaal in het beeld van de grote, randstedelijke gemeente waar de druk op verschillende sportaccommodaties kan toenemen. Hanrath: “We hebben nu al een tekort aan hockey- en voetbalvelden. En Utrecht blijft groeien, de komende jaren krijgen we er nog 70.000 inwoners bij. Dan wordt het tekort dus nog groter. We zijn dat nu in beeld aan het brengen, met een rapportage voor 2017, en kijken hoeveel geld er nodig is om te voldoen aan die behoefte. Die behoefte zal dus liggen in de aanleg van nieuwe hockey- en voetbalvelden, maar ook in de bouw van nieuwe sporthallen. De laatste jaren hebben we met verschillende acties het gebruik van de bestaande hallen zo efficiënt mogelijk proberen te maken. We hebben ook bijgedragen aan de aanlegkosten en de faciliteiten voor twee blaashallen voor de hockeyclubs Kampong en Fletiomare voor het zaalhockey. Maar dan nog weten we dat er nieuwe sporthallen moeten komen.”

4 fasen in ontwikkeling

Nieuwe projecten, mogelijk in de vorm van MFA’s met sport. Het rapport van Tienorganisatieadvies en Olco onderscheidt vier fases voor een dergelijk project: onderzoek, plan, realisatie en gebruik. Het benoemt ook verschillende ‘posities’ voor betrokken partijen: initiatiefnemer, hoofdgebruiker of kleine huurder. ‘Al in de onderzoeksfase is het essentieel’, zo luidt de letterlijke tekst, ‘om te bepalen hoe de posities worden ingevuld en hoe de bijbehorende rol het meest effectief is.’

MFA als burgerinitiatief

Zo ging het in Engelen eigenlijk ook, zonder dat de inwoners uit het dorp onder de rook van ’s ‘s-Hertogenbosch zich dit al te bewust waren. “Bij ons komen veel ambtenaren, mensen van verenigingen en andere initiatiefnemers kijken”, zegt John Cornelissen. “En dan valt hun mond vaak open. Want bij ons is het voortgekomen uit een burgerinitiatief.” Cornelissen komt oorspronkelijk uit het jeugd en jongerenwerk van De Schuilplaats. Hij is tegenwoordig beheerder van Engelerhart, een MFA met een kinderdagverblijf, een jeugd- en jongerencentrum, twee BSO’s, een basisschool, een voetbalcentrum, een yogacentrum, een dansschool en een boksschool voor vrouwen. In 1997 begon het te borrelen, vijf jaar later werd de nieuwe accommodatie betrokken. “De voetbalclub FC Engelen groeide uit haar jasje, De Schuilplaats wilde ook een andere ruimte. Zo zijn we bij elkaar gaan zitten en zo werd al geld bij elkaar gesprokkeld. Toen de basisschool ook wat bleek te zoeken, vond ook de gemeente dat we ervoor moesten gaan en toen zijn er goede afspraken gemaakt.”

Groei sponsoren en aanloop nieuwe leden

In het Brabantse dorp groeide naast de reeds bestaande sporthal een succesverhaal. Bijvoorbeeld voor de voetbalclub. “Ze zijn gegroeid naar zo’n 700 leden, ongeveer twee keer meer dan eerst. Ze hadden twee velden met natuurgras, ze hebben er nu 3,5 en 1,5 daarvan is kunstgras en kan veel intensiever worden benut. Het halve kunstgrasveld is voor algemeen gebruik overdag voor de school, BSO en kinderen uit het dorp en in de avond en in de weekenden is alles, inclusief het schoolplein, beschikbaar voor de voetbalvereniging. In de winter kunnen ze gebruik maken van de sporthal en zijn er mogelijkheden voor zaalvoetbal of trainingen, als er sneeuw op de velden ligt. Naast meer leden zorgde het ook voor meer sponsors en een aanloop van bijvoorbeeld meidenelftallen. Ze hebben acht keurige kleedkamers gekregen en een moderne kantine. Die is echt om de vingers bij af te likken. Terwijl ze eerst een ouderwets gebouwtje hadden.”

Omliggend terrein benutten

Het terrein rond de sporthal wordt in vele vormen benut. Zo is er bijvoorbeeld ook een survivalbaan. Een gedeelte van de accommodatie is permanent (sporthal, kantine en kleedkamers), een ander gedeelte (met de BSO’s) semi-permanent. Na de eerste opstartfase stapte de gemeente in en wees zij in de persoon van Godfried van den Braak een projectleider aan. Cornelissen: “Een geweldige man. Hij straalt echt rust uit.”

Goede samenwerking met veel partijen

Want ook in Engelen was wel rust gevraagd, vanwege de samenwerking tussen al die verschillende partijen. “Ik ben de beheerder en probeer de spil te zijn tussen alle partijen. In het begin hadden we elke maand gebruikersoverleg en hebben we steeds gekeken wat er verbeterd zou kunnen worden. De gemeente heeft de gebouwen neergezet, wij als gebruikers moeten het exploiteren. Dat was in het begin soms best een beetje rekenen en een kwestie van goede afspraken maken. Bijvoorbeeld over wat je moet doen als een gebruiker geheel of gedeeltelijk wegvalt. Daar is bij de BSO’s namelijk wel sprake van. Voor sommige gebruikers is het dan geen doen als ze daardoor op hogere kosten komen te zitten. De gemeente neemt dan de kosten over en in overleg proberen we dan te kijken naar nieuwe partijen die binnen het concept passen. Want het zou natuurlijk een beetje raar zijn als iemand hier een friettent zou beginnen.”

Tool om MFA’s te ontwikkelen

In Engelen, zegt Cornelissen, gaat het allemaal in goed overleg. Maar dat kan ook wel het voordeel zijn van een klein dorp, waar de lijntjes ook wat korter zijn en er eerder een vertrouwensbasis is. In andere gemeenten ligt het misschien iets ingewikkelder en kan het fijn zijn om met een relatief simpele hulp van buitenaf de grootste valkuilen te omzeilen. “Dat is precies de functie van de Startup Tool voor MFA’s met sport”, zegt Odin Wenting, die als sporttechnisch adviseur betrokken was bij de ontwikkeling van het genoemde applicatie van het Kenniscentrum Sport. De Tool werd begin oktober bij de VSG-conferentie in Leeuwarden gelanceerd en is sindsdien operationeel. Via Allesoversport.nl is deze te vinden. “Een mooi hulpmiddel als je een MFA wilt realiseren en wilt weten hoe haalbaar het is voor jouw gemeente of sportvereniging om deel te nemen. Moet je uitgaan van een begroting van 1 miljoen euro? Of van 3 miljoen of 5 miljoen? En wat komt er allemaal bij kijken, als je dingen samen met andere partijen gaat doen.”

Inzicht in wensen, budget en prioriteiten

Het mooie aan de tool, zegt Wenting, is ook wel dat de projectleider een inzicht krijgt in het ambitieniveau van een sportclub en de wensen die daarbij horen. “Het gevaar bestaat dat er acht ton aan wensen ligt, maar dat er maar 6 ton beschikbaar is. Je kunt daar op deze manier echt iets mee doen. Ik heb zelf in het verleden wel meegemaakt dat clubs dachten dat het allemaal niet zo veel hoefde te kosten en dat ze dingen later zelf wilden invullen. De praktijk is echter vaak grilliger. Dan kun je beter een prioriteitenlijstje maken en bijvoorbeeld samen kijken of je de ruimte voor horeca flexibeler kunt maken.”

Meer informatie

Kenniscentrum Sport: Patrick Rijnbeek, adviseur. patrick.rijnbeek@kcsport.nl.

 

Auteur: Marc Hoeben in opdracht van Kenniscentrum Sport

Dit artikel verscheen ook in Sport, Bestuur & Management, december 2016.

Auteurs:

Kenniscentrum Sport
Kenniscentrum Sport

Bewaren:

Bewaren

Gerelateerde artikelen

Anderen bekeken ook