Hoe bind je 50-plussers aan je sportvereniging? | Alles over sport

Hoe bind je 50-plussers aan je sportvereniging?

Artikel

geplaatst op: 9 december 2016

50-plussers zijn een grote groep potentiële leden van sportverenigingen. Hoe bind je hen aan je vereniging en hoe behoud je hen voor je club? Wat werkt wel en niet? Kenniscentrum Sport zette alle werkzame elementen voor deze doelgroep op een rij in de Factsheet succesvol sportaanbod 50+ bij sportvereniging. Dit artikel vat de belangrijkste inzichten vanuit de literatuur en de praktijk samen.

Welke 50-plusser sport bij een vereniging?

In Nederland wonen anno 2016 ruim 7,7 miljoen mensen ouder dan 50 jaar, aldus het CBS. Een groot deel hiervan is nog vitaal en een kleiner deel is kwetsbaar. Grofweg onderscheiden we vier groepen ouderen:

  • ouderen in woonzorginstellingen
  • ouderen met thuiszorg
  • ouderen met aandoening(en)
  • ouderen zonder aandoening.

De laatste twee groepen zijn het grootst (samen ruim 4,7 miljoen). Zij zijn – van deze vier groepen – het vaakst actief bij een sportvereniging. Deze groep ouderen is over het algemeen vitaal, tussen de 50 en 65 jaar oud, woont zelfstandig en is mobiel. Ook hebben ze een lager tot laag risico op vallen.

Voordelen van sporten bij een sportvereniging

Regelmatig sporten en bewegen verkleint het risico op het krijgen van allerlei ziektes en heeft het positieve effecten op de fysieke, mentale en sociale gezondheid. Sporten is voor oudere sporters een manier om:

  • plezier te maken
  • te ontspannen
  • andere mensen te ontmoeten .

Voor de sportvereniging zelf kan het aanbieden van sportactiviteiten voor 50-plussers een toename van leden en stijging van inkomsten opleveren.  50-plussers zijn daarnaast goed in te zetten voor vrijwilligerstaken en kunnen als rolmodel fungeren voor de jongere leden.

Wat werkt voor 50-plussers?

Bij het organiseren en uitvoeren van sportaanbod voor 50-plussers zijn verschillende personen of actoren binnen de sportvereniging betrokken.  Maar wat is er nu precies nodig om ervoor te zorgen dat die 50-plusser naar de sportvereniging komt en ook blijft komen om te sporten? Wat zorgt voor de gedragsverandering van de 50-plusser om de stap naar de sportvereniging te maken en welke onderdelen zijn essentieel voor een goede implementatie en uitvoer van het sportaanbod voor deze doelgroep?  Voor elk van deze onderdelen benoemen we werkzame elementen, die we onderbouwen vanuit de literatuur en vanuit de praktijk.

1. Differentiëren binnen de doelgroep 50-plus

 

Voor de 50-plussers is een aantal onderdelen bepalend of ze wel of niet gaan of blijven sporten bij een vereniging.  

  • Plezier en sociale interactie met leeftijdsgenoten zijn de belangrijkste redenen voor deze doelgroep om te sporten. Sporten in een groep met leeftijdsgenoten is gezellig en geeft vertrouwen om op eigen niveau te kunnen sporten en de nodige steun om het makkelijker vol te houden.
  • Laagdrempelige sportactiviteiten (bijvoorbeeld sportaanbod met zachtere spelmaterialen) helpen de 50-plusser op een veilige manier ervaren hoe leuk sporten kan zijn. Het zelfvertrouwen in eigen kunnen groeit naarmate zij zich nieuwe vaardigheden eigen maken.  
  • Gezien de grote en diverse groep 50-plussers is differentiatie in aanbod noodzakelijk. De ‘oudere’ 50-plusser (bijvoorbeeld een 70-jarige) heeft andere behoeften en fysieke capaciteiten dan de ‘jongere’ 50-plusser (bijvoorbeeld een 55-jarige).   
  • De doelgroep bewust maken van de psychosociale voordelen, toename in conditie, kracht en mobiliteit en vermindering van pijnklachten bij chronische condities – helpt om de 50-plusser te motiveren om te blijven sporten.
  • Tot slot zijn flexibele trainingsmomenten en lage deelnamekosten punten die bijdragen aan wel of niet besluiten om bij een vereniging te sporten. Veel 65-plussers willen graag overdag sporten, eventueel op de momenten waarop hun kleinkinderen sporten, maar de werkende 50-plusser juist in de avond op de reguliere tijden.  

2. De rol van trainers en vrijwilligers

Persoonlijke en deskundige begeleiding van de 50-plussers is erg belangrijk. Dit beïnvloedt direct hun sportervaring:  plezier, gevoel van veiligheid en de waarde die zij aan sport hechten. Trainers en vrijwilligers spelen hierin een cruciale rol, door hun directe contact met de doelgroep.  Belangrijk is dat trainers de tijd nemen om goed te luisteren naar de wensen en behoeften van de ouderen. En vervolgens activiteiten aan te passen aan de fysieke mogelijkheden. Ook deelnemers geruststellen en motiveren zijn belangrijke werkzaamheden van  de trainer.  

Ook kunnen de trainers, maar ook rolmodellen,  zorgen voor draagvlak voor ouderen participatie binnen de vereniging. De rolmodellen spelen ook een rol bij de werving van leden. Zij laten zien wat de mogelijkheden en voordelen van sporten bij een vereniging zijn, zoals fit blijven met fysieke klachten of fit blijven in het algemeen.

3. Draagvlak vanuit het bestuur

Wijs iemand aan uit het bestuur of een commissielid, die zich in het bijzonder richt op de 55-plusser. Draagvlak vanuit het bestuur en het actief uitdragen daarvan, helpt bij het borgen van de activiteiten voor deze doelgroep.  Besturen kunnen vrijwilligers en trainers ondersteunen in hun efforts voor binden en behouden van de doelgroep, door de accommodatie op andere tijden open te stellen, door bijscholing te bieden.

4. Aandacht voor de fysieke omgeving

De afstand tot het sportaanbod zorgt vaak voor een drempel om te gaan sporten, ook voor 50-plussers. Ga hier creatief mee om door bijvoorbeeld kennismakingslessen dichterbij de doelgroep te organiseren. Dat kan helpen om deelnemers over de streep trekken.  Toegankelijkheid en veiligheid, zoals goede verlichting en goed begaanbare wandel- en fietspaden naar de accommodatie, zijn voor deze doelgroep erg belangrijk.

5. Reserveer ruimte in beleid en resources

Neem de doelgroep 50-plussers expliciet op in het langere termijn beleid voor de core business van de vereniging. Dat zorgt ervoor dat het voor iedereen duidelijk is dat de vereniging zich hierop richt. Borging in het beleid zorg er ook voor dat voldoende financiën, tijd, menskracht zijn om deze doelgroep te laten sporten.

Samenwerking met bijvoorbeeld huisarts, fysiotherapeut, wijkvereniging of ouderenorganisaties, brengt kennis en expertise binnen de vereniging over deze doelgroep. Verenigingen hoeven niet alles zelf opnieuw uit te vinden.  Volg de activiteiten van de 30-plussers en evalueer regelmatig. Dat geeft inzicht in welke mate de doelen van de vereniging gehaald worden en waar knelpunten zitten.

6. Draagvlak en communicatie

Draagvlak en communicatie tot slot, zijn van belang voor alle actoren en betrokkenen die actief zijn met 50-plussers. Regelmatige en duidelijke communicatie geeft iedereen inzicht in wat er wordt gedaan voor de doelgroep, door wie en tegen welke problemen men aanloopt. Daarnaast zorgt communicatie voor begrip van elkaars behoeften en belangen en voor meer draagvlak.  Bespreekbaar maken en benoemen van voordelen voor de 50-plusser en de vereniging, zorgt voor begrip voor elkaar behoeften en belangen.

Lees meer:

Auteurs:

Anneke Hiemstra
Kenniscentrum Sport
Ineke Kalkman
Kenniscentrum Sport
Linda Ooms
Mulier Instituut

Bewaren:

Bewaren

Gerelateerde artikelen

Anderen bekeken ook