Sluiten

Handreiking Sporthulpmiddelen

Tools en instrumenten

Publicatiedatum 25 juni 2020

Meedoen met sport en buiten actief zijn gun je iedereen. Voor mensen met een lichamelijke beperking is dit niet zo vanzelfsprekend. Soms hebben zij bijvoorbeeld een sporthulpmiddel nodig bij de uitvoering van hun sport, zoals een sportrolstoel of een sportprothese. In de praktijk is dit een uitdaging: door gebrek aan kennis en ingewikkelde regels. Om ervoor te zorgen dat méér mensen het sporthulpmiddel krijgen dat zij nodig hebben, is er nu een Handreiking Sporthulpmiddelen beschikbaar.

Wat zijn sporthulpmiddelen?

Sporthulpmiddelen maken het mogelijk voor mensen met een (fysieke) beperking om aan sport- en beweegactiviteiten mee te doen. Voorbeelden zijn: protheses voor bijvoorbeeld arm of been, losse materialen zoals een sportrolstoel, handbike, of zelf schietende hockeystick. Maar denk ook aan een aangepast zadel voor paardensport en hulpmiddelen voor een visuele of auditieve beperking. Wat iemand in de praktijk nodig heeft, hangt helemaal af van iemands beperking én van de gewenste sport. Een tennisrolstoel is bijvoorbeeld compleet anders dan een rugbyrolstoel.

Om hoeveel mensen en hulpmiddelen gaat het?

Sporthulpmiddel wielrennenWe hebben in Nederland ruim 1,7 miljoen kinderen en volwassenen met een matige of ernstige beperking. Dat is maar liefst één op de tien Nederlanders. Daarnaast is een grote groep mensen (ongeveer 3,6 miljoen) in mindere mate beperkt. Hoeveel mensen uit deze groep een sporthulpmiddel gebruikt, of zou willen gebruiken – weten we echter nog niet precies.

Uit data van het CBS blijkt dat in 2018 5,7% van de bevolking van 12 jaar en ouder een hulpmiddel voor bewegen gebruikt (stok, looprek, rollator, scootmobiel en rolstoel). Helaas zijn er nog niet voldoende cijfers over het daadwerkelijke gebruik van sporthulpmiddelen. Op dit moment wordt verdiepend onderzoek gedaan, om cijfers beter boven tafel te krijgen. Met leveranciers van sportprotheses proberen we ook zicht te krijgen op het aantal sportprotheses in Nederland.

Lees ook het Whitepaper Sport en bewegen voor mensen met een beperking.

Waarom is een sporthulpmiddel zo belangrijk?

Wat we wel weten: mensen met een beperking voldoen minder vaak aan de beweegrichtlijnen. Hier vind je de beweegrichtlijnen voor een fysieke beperking en een verstandelijke beperking. Gemiddeld 51% van de Nederlanders voldoet aan de beweegrichtlijn. Maar bij mensen met een beperking ligt dat percentage tussen de 9% en de 27% (in de Handreiking vind je gedetailleerde cijfers per groep).

Er is veel onderzoek gedaan naar de belemmeringen die deze sporters ervaren. Bekende belemmeringen zijn bijvoorbeeld gebrek aan energie, pijn, hogere kosten voor vervoer en beperkte sportmogelijkheden met goede begeleiding. Ook worden de kosten voor en beschikbaarheid van sporthulpmiddelen als drempel ervaren, met name door mensen met een amputatie, hersenletsel en dwarslaesie. De beschikbaarheid van sporthulpmiddelen is dus één van de redenen waarom sportparticipatie onder mensen met een beperking achter blijft.

Wat gaat er nog niet goed rondom sporthulpmiddelen?

Volwaardige toegang tot sporthulpmiddelen voor iedereen die dat nodig heeft, kunnen we alleen bereiken met goede samenwerking in de hele keten. Dat zijn de (lokale) overheid, verzekeraars, de revalidatie- en zorgsector, commerciële partijen (leveranciers, etc.), stimuleringsfondsen én de gemotiveerde sporter zelf, met zoveel mogelijk eigen regie. Op dit moment is een goed georganiseerde keten er meestal nog niet in Nederland. Het wel of niet kunnen sporten of bewegen met een hulpmiddel is daarom vaak een kwestie van ‘geluk’ en het hebben van ‘de juiste contacten’.

Waar heb je recht op?

Op regelhulp.nl staat dat de klant een vergoeding kan aanvragen voor een sporthulpmiddel bij de zorgverzekeraar. Of iemand een vergoeding krijgt hangt af van de polis. Mensen hebben wettelijk gezien recht op een oplossing voor hun probleem, voor zover dat tot het basispakket behoort. Toch strand je bij het aanvragen al snel in een complex woud van indicatiestelling en wetgeving (met als belangrijkste de Zorgverzekeringswet en de Wet maatschappelijke ondersteuning). Het is niet gek dat veel uitvoerders van deze wetten door de bomen het bos niet zien.

In de Handreiking lees je in detail hoe de wet- en regelgeving nu in elkaar zit en welke problemen hierbij optreden. Onderstaand lichten we een aantal problemen uit.

Veel afwijzingen vanuit Zorgverzekeringswet

SportrolstoelIn de praktijk leidt de complexiteit ertoe dat veel aanvragen voor een sporthulpmiddel via de Zorgverzekeringswet worden afgewezen. De afwijzingsgronden zijn divers en zelden in overeenstemming met de wet. In de meeste gevallen wordt geen onderzoek gedaan naar iemands persoonlijke omstandigheden. Een aantal veelvoorkomende afwijzingsteksten:

  • Voorzieningen voor sport vallen niet onder de aanspraak.
  • De aangevraagde voorziening is te duur.
  • U komt alleen in aanmerking voor het goedkoopste adequate hulpmiddel.

Gebrek aan kennis bij gemeenten (Wmo)

De gemeente – uitvoerder van de Wmo – mag zelf beleid maken voor het ‘verstrekken van voorzieningen’. Er is dus geen eenduidig beleid voor de toegankelijkheid van sporthulpmiddelen. Ook zorgt het relatief grote verloop van consulenten in deze nichemarkt ervoor dat de kennis soms ontbreekt. Het ontbreekt gemeenten aan de kennis over de beperking, kennis van de sport en kennis van de beschikbare passende sporthulpmiddelen. Voor de (potentiële) sporters ontstaat daardoor het ‘van het kastje naar de muur’ gevoel.

Dit blijkt ook uit de enquête die Kenniscentrum Sport & Bewegen en Stichting Special Heroes Nederland in 2019 hielden onder alle gemeenten. Daaruit kwam bovendien naar voren dat gemeenten onvoldoende overzicht hebben van aanvragen en toekenningen van sporthulpmiddelen. Verder zitten er (grote) verschillen in de manier van aanvragen, toekennen en de verstrekte bedragen. Bijna 20% van de gemeenten gaf aan dat ze behoefte hebben aan meer inhoudelijke deskundigheid.

Aan de slag voor verbetering

De conclusie uit bovenstaande is: de toegankelijkheid van sporthulpmiddelen kan én moet een stuk beter. Al in 2017 organiseerde VWS daarom de werkconferentie Sporthulpmiddelen en inclusie. Daar presenteerde de directie Sport van VWS onder andere 10 essentiële voorwaarden. Na afloop werd een projectgroep (zie kader) gevraagd om een plan van aanpak op te stellen om sporthulpmiddelen beter beschikbaar en bereikbaar te maken. Onderdelen van het project zijn onder andere:

  • Helder hebben van ‘vraag en aanbod’ naar hulpmiddelen.
  • Helder hebben van het aanbod in gemeenten, de successen en de knelpunten.
  • Opstellen van een Handreiking en toetsen daarvan in een reeks pilots.
  • Organiseren van de pilots die (gaan) passen binnen de wetgeving en financiering.

Handreiking Sporthulpmiddelen

cover Handreiking Sporthulpmiddelen OmslagDe Handreiking Sporthulpmiddelen is een eerste stap richting kwalitatief goede, betaalbare én beschikbare sporthulpmiddelen. De handreiking biedt houvast in het duiden van de behoefte van de doelgroep, de problematiek en de oplossingsrichtingen. Daarnaast vind je aanknopingspunten om (landelijk, regionaal, of lokaal) beleid te beïnvloeden. De handreiking is daarom vooral heel interessant voor professionals, beleidsmakers en -uitvoerders in de héle keten.

Een greep van de hulpmiddelen die je in de Handreiking vindt, om beleid en uitvoering te optimaliseren:

  • Overzicht van de klantreis voor sporthulpmiddelen
  • Handvatten voor meer samenwerking in de hele keten
  • 10 concrete aanbevelingen
  • Positieve én negatieve praktijkvoorbeelden

Deze Handreiking sluit zoveel mogelijk aan op de recent verschenen handreiking Inkoop hulpmiddelen.

3 Lokale pilots 

Deze versie van de Handreiking is voorlopig. Op basis van drie pilots toetsen we de voorgestelde aanbevelingen en verbeteringen. De leerpunten, tips en tricks die de pilots opleveren, verwerken we in de definitieve Handreiking.

De pilots zijn begin 2020 gestart en lopen tot mei 2021. De volgende gebieden doen mee, elk met een eigen accent:

  • Den Haag (grootstedelijke gemeente). Accent op optimaliseren samenwerking in de keten en realiseren uitleenservice sporthulpmiddelen.
  • Emmen (100.000+ gemeente waar stedelijke problematiek en plattelandsproblematiek samenkomen). Accent op optimaliseren proces verstrekking sporthulpmiddelen binnen gemeente en oplossingen vinden voor spanning tussen doelstellingen sportbeleid en beleidsdomein Wmo.
  • Noord-Brabant (provinciale uitleen). Accent op inzicht verkrijgen in mogelijke voordelen provinciale aanpak en in ervaringen en mogelijke optimalisatie van bestaande centrale uitleenservice Wheels2Sport.

Zodra we meer weten over de uitkomsten van deze pilots, delen we dat op Allesoversport.nl.

Digitaal Specialistisch Centrum Sporthulpmiddelen 

Naast de drie pilots is gestart met een inventarisatie van de wenselijkheid en mogelijkheden voor een digitaal specialistisch centrum voor sporthulpmiddelen. Dit zou een oplossing kunnen zijn voor het gebrek aan kennis bij gemeenten over zowel de sporthulpmiddelen als de wettelijke kaders. Daarnaast is geconstateerd dat er vraag is van zowel particulieren, als gemeenten (sportbeleid en Wmo), zorg- en sportaanbieders en leveranciers naar een digitaal platform waar kennis wordt gedeeld over producten (sporthulpmiddelen), procedures, kaders en criteria, aanvragen, bijbehorende kosten en beschikbaarheid en uitleenmogelijkheden. We houden je op de hoogte.

Meer weten

Download hier de Handreiking Sporthulpmiddelen. Werk je zelf als beleidsmaker of -uitvoerder op gebied van sporthulpmiddelen en wil je meer weten? Neem dan contact op met Lonneke Schijvens of Hans Leutscher.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.