Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Grensoverschrijdend gedrag: het andere gezicht van sport

Interview

Geplaatst op 27 maart 2018

Fysiek, psychologisch en seksueel grensoverschrijdend gedrag komt in de georganiseerde sport veel meer voor dan gedacht, blijkt uit een studie van Nicolette Schipper-van Veldhoven. Als lector Sportpedagogiek verbonden aan Windesheim onderzoekt zij de rol van trainers, ouders, docenten, sportverenigingen en beleidsmakers in het creëren van een pedagogisch en veilig sportklimaat.

Dat er weleens dingen misgaan binnen de georganiseerde sport weten we door de gevallen die in de media verschijnen. Hoe vaak er grenzen overschreden worden was tot voor kort gissen. Internationale onderzoeken zijn er wel, maar door verschillende methodologieën laten die enorme variatie zien in de prevalentie van grensoverschrijdend gedrag in de jeugdsport.

38 procent rapporteert over grensoverschrijdend gedrag

Nicolette SchipperNicolette Schipper-van Veldhoven en collega’s zochten het uit voor Nederland en België. In een retrospectieve zelfrapportage vulden 4.000 Vlaamse en Nederlanders volwassenen vragenlijsten in over hun ervaringen met emotioneel, fysiek en seksueel grensoverschrijdend gedrag tijdens hun kindertijd in de georganiseerde sport. De cijfers liegen er niet om: 38 procent rapporteerde ervaringen met psychologisch ongewenst gedrag. Elf procent kreeg te maken met fysiek geweld en veertien procent met seksuele intimidatie. “Die cijfers zijn hoger dan gedacht en komen overeen met percentages van interpersoonlijk geweld buiten de sport”, zegt Schipper-van Veldhoven.

Verband misbruik in sport en kwaliteit van leven

De deelnemers werd ook gevraagd naar de gevolgen van hun negatieve ervaringen voor welzijn en levenskwaliteit. Er blijkt een duidelijk verband tussen sportbeleving en de gevolgen op latere leeftijd: mensen die ernstig grensoverschrijdend gedrag in sport meemaakten geven duidelijk een slechtere kwaliteit van leven aan. “In plaats van met anekdotisch bewijs kunnen we het probleem, en de grootte ervan, nu cijfermatig aantonen.” Sporten in clubverband kan de jeugd vooral positieve maatschappelijke vaardigheden meegeven, benadrukt Schipper-van Veldhoven, zoals zelfvertrouwen, fair play en teamgeest. “Dat moeten we ook specifiek bevorderen, maar tegelijkertijd is het essentieel om maatregelen in te brengen die negatieve gevolgen van de georganiseerde sport beperken.”

Bewustwording creëren

Het lectoraat zet expliciet in op het creëren van bewustwording van het andere gezicht van sport. Ouders staan er niet bij stil dat hun kind met grensoverschrijdend gedrag te maken kan krijgen binnen een voetbalclub of gymles. “Maar denk eens aan de kleedkamergluurder op de hockeyclub in Wassenaar, waar ook prinses Amalia traint. Dat geeft aan: het kan overal gebeuren.” Beleid op het terrein van grensoverschrijdend gedrag in Nederland, mede ontwikkeld door NOC*NSF en sportbonden, dringt nog te weinig door op het niveau van sportverenigingen. “Ze denken dat het bij hen niet gebeurt en geven aan dat de prioriteit ligt bij het organiseren van wedstrijden.”

Rol voor docenten lichamelijke opvoeding

Het onderzoek naar een verantwoord sportklimaat loopt van EU-beleid tot aan gedrag van ouders langs de zijlijn. “Beleid omtrent seksuele intimidatie, grensoverschrijdend gedrag, veilig sportklimaat is er, we richten ons nu op de implementatiestap naar de verenigingen, trainers, docenten en ouders en naar beleidsmakers (Europees, Internationaal Olympisch Comité).” Volgens Schipper-van Veldhoven is er ook bij docenten lichamelijke opvoeding meer bewustwording nodig over seksuele integriteit. Leerlingen kunnen een noodzakelijke aanraking opvatten als een verkeerde intentie. Bij een daadwerkelijk verkeerde intentie is het weer belangrijk dat kinderen openlijk durven te praten over hun ervaringen. En voor coaches moet er goede pedagogische training ontwikkeld worden, dat mist nu in de praktijk. Hoe je pedagogisch verantwoord omgaat met kinderen is niet alleen van belang voor de veiligheid, maar ook voor persoonlijke ontwikkeling en langdurige sportparticipatie van de jeugd. Schipper-van Veldhoven: “De sportomgeving is niet vanzelf opvoedkundig, dus niet vanzelf het derde opvoedingsmilieu. Daar is begeleiding van competente mensen voor nodig.”

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.

Sarah Wouters

Dank voor jouw reactie Noel. Als je hier met iemand over in gesprek wilt, of advies nodig hebt, dan kun je terecht bij het Vertrouwenspunt Sport. Dat kan ook anoniem als je wilt. Medewerkers van het Vertrouwenspunt Sport bieden een luisterend oor, geven advies en kunnen doorverwijzen, bijvoorbeeld naar de lokale politie of naar Slachtofferhulp bij jou in de buurt (landelijk nummer: 0800-6334286). Het Vertrouwenspunt Sport is bereikbaar via telefoon: 0900-202 55 90, WhatsApp: 06-53646928 en e-mail: vertrouwenspuntsport@nocnsf.nl. Ook kun je tot 19 jaar terecht op het forum van de Kindertelefoon: https://forum.kindertelefoon.nl/.

Noel Yaris

Ik ben een Antilliaanse jongen van 18 jaar nu en doe aan verschillende sporten zoals ik basketbal, kickboxen en zwemmen.

Ik doe basketballen vanaf ik 12 jaar was.
Al weet ik toen en nu ook níet echt precies met het vlaggen systeem waar de grens ligt. Sommige dingen zijn ‘normaal ‘ denk ik in de sport . Ik had me aangemeld bij de club en moest me melden een uurtje eerder bij de coach. Ik kon de sportuitrusting daar goedkoper krijgen en passen en een chat met Johan. Hij had een broekje klaargelegt en die moest ik aandoen . Ik wou hem aandoen over mijn boxer. Maar dat vond hij niet okay daar er in die Nike shorts al een binnenbroekje zat.
Ik zou dan zweetballen krijgen maakte hij een grapje. Ik vroeg of hij effe wou omdraaien. Toen zei Johan dat ik me niet moest aanstellen. We hebben alle twee een piemel was zijn antwoord.
Ik stond nu naakt voor hem en zijn ogen keken echt lang gericht naar onder.
Kreeg een lachende opmerking van dat ik de langste slappe zwarte super lul had van zijn groep boys . Je zult wél veel ermee spelen.. Ik knikte verlegen ja.
Een andere moment stond ik nog als laatste te douchen (verplicht) want ik moest eerst helpen opruimen. Ik was nu aan de beurt en dat wisselt per week per spel. Ik was bloot me in te zepen en opeens stond hij ook naakt voor mij.
Met excuus dat hij weinig tijd had en erg zweette. Hij had een scheermesje bij zich en zei dat het hygiënisch was om mijn oerwoud schaamhaar weg te halen. Ik zei dat durf ik niet ben bang dat ik me ga snijden. Dat doe ik wel en hij begon mijn geslachtsdeel en schaamstreek met scheerschuim in te wrijven. Door al dat gefriemel kreeg ik een erectie. Hij zei is niet erg schaam je niet ervoor. Ik weet nu hoe groot de jouwe is stijf en die is dus veel groter dan die van hem. Ik bloosde toen hij hij extra een comment dat ik net een ‘paardelul’ had. Ik voelde me aangeraakt terwijl ik dat niet prettig vond. Als puber ben je gauw verlegen om je veranderende body.