Stap 1: vorm een initiatiefgroep
- Begin met een herkenbare aanleiding. Beschrijf kort wat er in de regio niet goed loopt. Misschien is passend aanbod moeilijk vindbaar, bereiken sportaanbieders de doelgroep onvoldoende of is het aanbod versnipperd. Werk de oplossing nog niet helemaal uit: die bepaal je samen.
- Maak een overzicht van mensen en organisaties die het probleem herkennen of kunnen bijdragen. Kijk vanuit vier hoeken: (1) gemeenten en buurtsportcoaches, (2) sportaanbieders, (3) zorg, onderwijs en het sociaal domein en (4) mensen met een beperking en hun naasten. Kijk ook buiten je vaste netwerk. Soms zit de ontbrekende kennis juist bij een partij die nog niet bij aangepast sporten betrokken is.
- Benader mogelijke partners eerst persoonlijk. Vraag of zij de aanleiding herkennen, waar zij tegenaan lopen en wat nodig is. Verwerk deze signalen in een korte startnotitie. Nodig daarna een kleine initiatiefgroep uit voor een verkenningssessie. Bespreek wat er al gebeurt, waar inwoners tussen wal en schip vallen en waarom organisaties dit niet afzonderlijk kunnen oplossen.
- Zoek naar een gezamenlijke motivatie en sta ervoor open dat je eerste idee verandert. Het resultaat is een gedeeld probleem, een eerste ambitie en zicht op de partijen die nog ontbreken.
- Leg kort vast dat de betrokken partijen samen verder willen, bijvoorbeeld in een intentieverklaring. Beschrijf het vraagstuk, de eerste ambitie en wie meedoen aan het vervolg.
Stap 2: maak een plan en verdeel de rollen
- Onderzoek hoe de situatie in de regio eruitziet. Breng in kaart wie je wilt bereiken, welke behoeften en drempels zij ervaren en welk aanbod al bestaat. Kijk waar aanbod ontbreekt, onvoldoende bekend is of moeilijk bereikbaar is. Benut bestaande netwerken en initiatieven en betrek mensen met een beperking bij de analyse. Cijfers geven richting; ervaringen laten zien wat in de praktijk nodig is.
- Scherp hiermee de ambitie aan en vertaal deze naar concrete doelen en activiteiten. Beschrijf niet alleen dat meer mensen passend moeten kunnen sporten, maar ook welke groep je wilt bereiken, wat moet veranderen en wanneer jullie tevreden zijn.
- Werk het plan uit met de mensen die het straks uitvoeren. Zo voorkom je dat een klein groepje een plan oplevert waarin professionals of sportaanbieders zich niet herkennen.
- Bepaal vervolgens welke rollen nodig zijn. Zorg voor beslissers die tijd of budget beschikbaar stellen, een coördinator, uitvoerders die contact houden met inwoners en aanbieders, deskundigen en ervaringsdeskundigen. Een persoon kan meerdere rollen hebben, maar maak duidelijk vanuit welke rol iemand deelneemt en wie waarover beslist. Een gemeente kan bijvoorbeeld tegelijk opdrachtgever, financier en partner zijn.
- Kies een werkbare structuur. Een stuurgroep en uitvoeringsgroep kunnen helpen, zolang zij voldoende mandaat hebben en goed verbonden blijven. Spreek af hoe vaak jullie overleggen, hoe besluiten worden genomen en hoe partners hun organisatie informeren.
- Maak een realistische begroting. Neem ook uren voor coördinatie, communicatie, ondersteuning en evaluatie op. Bespreek welke partners geld, personeel, kennis of faciliteiten bijdragen. Gemeentelijke budgetten, buurtsportcoachmiddelen, bijdragen van organisaties, sponsoring, fondsen en subsidies kunnen worden gecombineerd. Maak onderscheid tussen tijdelijke financiering en middelen die nodig zijn om door te gaan.
- Leg vast wat je wilt volgen, wie gegevens verzamelt en wanneer jullie resultaten bespreken. Kies enkele indicatoren die aansluiten bij de doelen, zoals bereikte inwoners, verwijzingen, sporters die passend aanbod vinden of ondersteunde aanbieders.
- Werk de afspraken uit in een samenwerkingsovereenkomst. Neem doelen, rollen, besluitvorming, inzet, financiering, communicatie en evaluatie op. Spreek ook af hoe lang de samenwerking duurt en wat er gebeurt bij wijzigingen of het vertrek van een partner.
Stap 3: breng de samenwerking in praktijk
- Zorg dat de samenwerking niet alleen bekend is bij de mensen die het plan maakten. Iedere partner moet binnen de eigen organisatie uitleggen wat het doel is en wat dit vraagt van collega’s. Betrek managers en bestuurders, maar vooral professionals die dagelijks contact hebben met inwoners. Zij moeten weten waarom sport en bewegen onderdeel kan zijn van hun ondersteuning en waar iemand met een sportvraag terechtkan.
- Maak daarom praktische afspraken over signaleren, bespreken en doorverwijzen. Weten zorgorganisaties, scholen en wijkteams welk aanbod er is? Kunnen zij iemand warm overdragen aan een buurtsportcoach of sportloket? En weten sportaanbieders waar zij ondersteuning krijgen? Maak deze route zo eenvoudig mogelijk. In de uitvoering draait het om een betere aansluiting tussen vraag en aanbod. Soms help je een sporter zoeken, ondersteun je een vereniging of ontwikkel je nieuw aanbod. Pak ook drempels aan rond vervoer, kosten, hulpmiddelen, begeleiding en toegankelijkheid.
- Maak het netwerk herkenbaar en vindbaar. Spreek af onder welke naam je naar buiten treedt, waar informatie staat en hoe inwoners, verwijzers en aanbieders contact opnemen. Gebruik de kanalen en contacten van alle partners. Vraag mensen met een beperking of de informatie en route duidelijk zijn.
- Bespreek regelmatig wat je tegenkomt. Bereiken jullie de juiste inwoners, komen verwijzingen goed terecht en worden afspraken nagekomen? Stuur bij en leg belangrijke wijzigingen vast.
Monitoring en evaluatie
De Monitoring- en Evaluatiewijzer (M&E-wijzer) is een stappenplan met uitleg en tips voor monitoring en evaluatie van lokaal sport- en beweegbeleid.
Stap 4: evalueer, borg en bouw verder
- Spreek vooraf af hoe vaak je evalueert, met wie en waarover. Wacht niet tot een project of subsidie afloopt. Bespreek de resultaten, de samenwerking en de voorwaarden om door te gaan.
- Kijk naar wat de samenwerking oplevert voor inwoners en sportaanbieders. Denk aan gevonden passend aanbod, nieuwe of toegankelijker gemaakte activiteiten en professionals die vaker doorverwijzen. Gebruik cijfers én ervaringen. Vraag sporters, aanbieders en partners wat werkt en waar zij tegenaan lopen.
- Beoordeel ook het proces. Zijn rollen duidelijk, worden besluiten uitgevoerd, zijn de juiste partijen betrokken en bereikt de communicatie de doelgroep? Sluit elk evaluatiemoment af met afspraken: wat behouden jullie, wat verandert, wie pakt dit op en wanneer kijken jullie opnieuw?
- Bepaal welke onderdelen niet verloren mogen gaan, zoals de regionale coördinator, een vaste doorverwijsroute, ondersteuning van aanbieders of structureel overleg. Kijk waar deze kwetsbaar zijn. Zijn ze afhankelijk van tijdelijke financiering, een projectleider of enkele kartrekkers?
- Kies per onderdeel een haalbare manier van borgen. Neem taken op in regulier werk, actualiseer de samenwerkingsovereenkomst, spreek meerjarige capaciteit of financiering af en leg kennis en werkwijzen overdraagbaar vast. Verbind de ambitie waar mogelijk aan gemeentelijk beleid en uitvoeringsplannen. Borging hoeft niet in één keer af te zijn: begin met wat belangrijk en kwetsbaar is en bespreek met managers, bestuurders en beleidsmakers wat nodig is.
- Houd rekening met veranderingen, zoals andere beleidsprioriteiten of het vertrek van medewerkers. Zorg dat afspraken niet alleen bij personen bekend zijn, maar binnen organisaties worden vastgelegd en overgedragen.
- Maak ten slotte zichtbaar wat de samenwerking oplevert. Deel resultaten en verhalen van sporters, aanbieders en professionals. Dat houdt partners betrokken en helpt nieuwe beslissers en organisaties mee te krijgen.
Check je samenwerking
Met de checklist Check je samenwerking! kun je snel en eenvoudig kijken of je lokale/regionale samenwerking goed verloopt. Lees voor meer toelichting en inspiratie Optimaliseren van lokale of regionale samenwerking.
Artikelen uitgelicht
Meedoen door sport en bewegen
In de wijk
public, professional
tips