Dé senior bestaat niet
Wat bepaalt of iemand in beweging komt en blijft, verschilt per persoon, per levensfase en soms zelfs per dag. Toch laten onderzoeken zien dat deze verschillen goed te ordenen zijn. Dat maakt het mogelijk om beweeggedrag beter te begrijpen en de doelgroep gerichter te beïnvloeden[1-5]. De belangrijkste motieven en belemmeringen van senioren zijn te verdelen in vier categorieën gedragsbepalers:
- Kennis en vaardigheden: wat iemand weet, kan en durft
- Motieven: waarom iemand wil bewegen
- Weerstanden: wat iemand tegenhoudt, bewust of onbewust
- Omgevingsfactoren: wat de omgeving mogelijk maakt of belemmert
Kennis en vaardigheden
Kennis over bewegen gaat onder andere over hoe goed iemand begrijpt wat bewegen inhoudt, hoe en waar bewegen mogelijk is en wat hij of zij kan doen om te bewegen. Vaardigheden gaan over wat iemand kan of niet kan. Angst is een van de belangrijkste belemmeringen passend bij kennis en vaardigheden: de angst om niet mee te kunnen komen, om te vallen of voor negatieve gezondheidseffecten.
Zo houd je als professional rekening met angst of een verminderd vertrouwen:
- Laat mensen eerst eens komen kijken voordat ze meedoen.
- Zorg dat mensen kunnen instappen op een passend niveau zodat hun zelfvertrouwen groeit, en zodat ze leren vertrouwen op hun eigen lichaam. Bouw het niveau op naarmate het vertrouwen groeit.
Zo zorg je ervoor dat senioren weten welke mogelijkheden er zijn en wat bij hen past:
- Als iemand kennis over het sport- en beweegaanbod mist, dan kun je degene informeren. Geef praktische informatie over het aanbod in de wijk, en bied informatie over sport- en beweegactiviteiten die passen bij eventuele fysieke klachten of beperkingen.
- Zorg voor verschillende communicatiekanalen voor het delen van informatie over sport- en beweegaanbod. Vooral van mond-tot-mondreclame door leeftijdgenoten werkt goed. Maar betrek ook andere professionals bij het delen van de informatie, aangevuld met schriftelijke informatie via de lokale krant.
Motieven
Motivatie, of juist het ontbreken ervan, is erg bepalend of mensen wel of niet gaan bewegen. Motivatie kan intrinsiek zijn, bijvoorbeeld als mensen echt plezier beleven aan het bewegen. Of extrinsiek, bepaald door iets van buitenaf, zoals een compliment van een begeleider. Voor veel senioren is behoud van zelfredzaamheid en (fysieke) gezondheid een reden om te bewegen.
Zo speel je met jouw aanbod of aanpak in op motieven om senioren in beweging te krijgen:
- Benoem waar bewegen aan bijdraagt, wat het doel is of waar iemand gericht aan werkt. Bijvoorbeeld snel kunnen reageren bij onverwachte omstandigheden tijdens het lopen, met uitleg waarom dat belangrijk is.
- Houdt iemand van uitdaging, kijk dan naar beweegactiviteiten waarin iemand iets nieuws kan proberen.
- Monitor vooruitgang. Vraag bijvoorbeeld of mensen zich fitter of zekerder voelen, of meet het bijvoorbeeld met een SPPB-test. Benoem dat geen achteruitgang ook winst is op een bepaalde leeftijd.
Ook zijn voor sommige senioren sociale contacten een belangrijke drijfveer om te bewegen. Zorg dat je hier aandacht voor hebt en hier passend op stuurt. Bijvoorbeeld:
- Zorg dat deelnemers na afloop samen koffie kunnen drinken.
- Stel voor om deel te nemen aan groepsaanbod.
- Bouw oefeningen in die met meerdere mensen gedaan worden en plezier brengen.
- Bekijk de mogelijkheden om de groep, na afloop van een (valpreventieve)beweeginterventie, in zijn geheel door te kunnen laten gaan met bewegen.
Weerstanden
Als iemand bijvoorbeeld voelt dat iets verplicht is, twijfelt aan het nut of vastzit in oude gewoontes, kan dat weerstand oproepen. In plaats van in actie te komen, haakt iemand dan juist af. Starten met sport of bewegen kan voelen als een risico: het is iets nieuws, de betrokken mensen zijn onbekend of ze hebben slechte ervaring met een organisatie. Dit kan leiden tot voorzichtigheid of zelfs wantrouwen.
Zo zorg je dat jouw acties en inzet deze weerstand overwinnen of voorkomen:
- Gebrek aan autonomie is vaak de sterkste weerstand: ‘ik bepaal zelf wel wat goed voor me is en wat ik doe’. Om dat te voorkomen is het advies: benadruk keuzevrijheid. Zoek en denk mee, maar leg de uiteindelijke keuze bij de senior zelf.
- Verlaag de drempel voor deelname door de garantie te bieden dat iemand altijd kan stoppen of iets anders kan proberen.
- Deel succesverhalen, of liever: laat deze vertellen door ervaringsdeskundigen. Mensen zien het nut van veranderen eerder als ze merken wat het bij andere mensen heeft opgeleverd.
Een andere vorm van weerstand is inertia: iemand wil wel bewegen, maar het komt er niet van. Verlaag de drempel door te zorgen dat het gedrag weinig (extra) moeite kost.
Speel hierop in door:
- Bewegen makkelijk te maken. Kies er bijvoorbeeld voor om thuis te gaan bewegen of dichtbij iemands huis, in plaats van in de sportschool in een andere wijk.
- Wanneer iets goed gaat, dan kun je de deelnemer uitnodigen voor groepsaanbod. Hierbij kun je dezelfde strategie inzetten als bij kennis en vaardigheden: start met een laag niveau en bouw het niveau op als er meer vertrouwen ontstaat.
Omgevingsfactoren
De invloed van de omgeving gaat aan de ene kant over de fysieke omgeving. Slecht weer of een sportlocatie die ver weg ligt kunnen een belemmering vormen. Onderzoek laat zien dat de bereikbaarheid en toegankelijkheid tot sportvoorzieningen een van de factoren is om (meer) te bewegen[3]. Dit geldt zeker voor de meer kwetsbare senioren[2].
Zo houd je hier rekening mee:
- Kies voor mensen met mobiliteitsproblemen een locatie ‘om de hoek’ zoals een wijkcentrum. Of zorg dat er vervoer geregeld is, zoals een vrijwilligersregeling als automaatje.
- Veel senioren vinden buiten bewegen leuk: zorg dat die mogelijkheid er ook is.
Maar zorg ook voor een binnenlocatie als alternatief bij slecht weer.
Aan de andere kant heeft de sociale omgeving invloed op mensen die juist (sociale) angst ervaren om deel te nemen aan groepsaanbod. Wat mensen in de directe omgeving doen of vinden, beïnvloedt daarom ons gedrag. De hulp en steun vanuit de directe omgeving kan motiverend werken en de kans op volhouden vergroten. Mogelijkheden om hiermee aan de slag te gaan zijn:
- Vanuit de sociale omgeving helpt het als er iemand is die aanmoedigt of meedoet. Dit geeft steun. Om sociale angst te verminderen, kun je in bijvoorbeeld een bekende mee laten komen naar het beweegaanbod. Naast een familielid kan dat soms ook een buurtsportcoach zijn die de persoon al kent.
- Stimuleer binnen het aanbod dat mensen elkaar helpen of aanmoedigen. Als begeleider doe je dat natuurlijk ook.
Tips en tools om meer bewegen te stimuleren
Wees je bewust van gedrag en welke rol je als professional kunt spelen om beweeggedrag te veranderen. Passend beweegaanbod sluit aan op de motieven en belemmeringen die voor jouw doelgroep belangrijk zijn en helpt om structureel bewegen mogelijk te maken voor alle senioren.
- Heb je zelf aanbod dat mogelijk niet goed aansluit bij je deelnemers of wil je (nieuw) aanbod ontwikkelen voor senioren of ouderen? Gebruik dan het stappenplan passend aanbod voor senioren en de tips die hierin staan om aan de slag te gaan.
- Ben je een professional die samen met senioren zoekt naar passend aanbod? Probeer dan eerst in een gesprek te ontdekken welke motieven en belemmeringen uit de vier bovengenoemde categorieën voor degene een rol spelen, en maak gebruik van de gegeven tips. Voor meer inspiratie en een praktisch stappenplan dat helpt deze inzichten toe te passen, bekijk je het E-book ‘Beweeggedrag veranderen’.
Lees ook
- Een nieuwe kijk op motivatie voor beweging: de beweegbalans
- Mensen met dementie: motieven en belemmeringen voor bewegen
- Beweeggedrag veranderen: vijf modellen als basis
- Hoe bind je senioren aan je sportvereniging?
Bronnen
- Dool, R. van den, & Heijden, J. van der (2025). Deelname sportieve activiteiten door ouderen 2025. Utrecht: Mulier Instituut.
- Hoogendoorn MP, De Hollander EL. Belemmeringen en drijfveren voor sport en bewegen bij ondervertegenwoordigde groepen. RIVM; maart 2017.
- Kilgour AHM, Rutherford M, Higson J et al. Barriers and motivators to undertaking physical activity in adults over 70-a systematic review of the quantitative literature. Age Ageing. 2024 Apr 1;53(4):afae080. doi: 10.1093/ageing/afae080.
- Kenter, E., Crone, M., Gebhardt, W., Lottman, I., & Rossum, M. van (2013). Wat beweegt u?: een kwalitatief onderzoek naar de invloed van levensgebeurtenissen tijdens de ouderdom op het beweeggedrag van senioren uit Alphen aan den Rijn en Oegstgeest. Leiden: Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Noordelijk Zuid-Holland.
- Nijland, S., Preller, L., Kalkman, I., & Willemsen, N. (2018). Werkzame elementen van beweeginterventies voor 55-plussers. Ede: Kenniscentrum Sport.