Alles over sport logo

Zo stimuleer je mensen met een beperking om te sporten en bewegen

Veel professionals zetten zich dagelijks in om mensen met een beperking te stimuleren om te sporten en te bewegen. Toch loopt die inzet in de praktijk vaak vast. Niet door gebrek aan motivatie, maar doordat regels, verantwoordelijkheden en systemen niet goed op elkaar aansluiten. Dit artikel laat zien hoe je verder kunt kijken dan je eigen rol of organisatie en welke mogelijkheden de praktijk biedt. 

Feiten en cijfers over sporten met een beperking

Bij mensen met een beperking wordt vaak gedacht aan een kleine doelgroep. In werkelijkheid gaat het om een grote en diverse groep. In Nederland hebben ruim 2 miljoen kinderen en volwassenen een matige of ernstige beperking[1]

Daarnaast heeft een groot deel van de bevolking te maken met een chronische aandoening: ongeveer 59% van de Nederlanders leeft met één of meerdere chronische aandoeningen[2]. Ook onder kinderen komt een beperking regelmatig voor. Naar schatting gaat het om 109.000 tot 129.000 kinderen, zo’n 3,5% van alle kinderen van 0 tot en met 17 jaar[3].

De sportdeelname van mensen met een beperking blijft achter bij die van mensen zonder beperking[4]. Hoe groot dat verschil is, verschilt per doelgroep, zoals mensen met een motorische of verstandelijke beperking[5,6]. Er zijn duidelijke verschillen in hoe vaak mensen sporten, waarom zij wel of niet sporten en welke belemmeringen zij ervaren.

Percentage mensen met of zonder beperking dat minsten een keer per week sport (12-79 jaar).

Geen beperking: 57%
Motorisch: 27%
Visueel: 28%
Auditief: 30%
Verstandelijk: 42%
Percentage mensen met of zonder beperking dat minstens een keer per week sport (12-79 jaar)[4, 7].

Sport en bewegen met een beperking: de belemmeringen in beeld

Waar loopt het vast als je sport en bewegen voor mensen met een beperking wilt stimuleren? Deze tool brengt ervaringen samen van ouders, sportprofessionals, scholen, zorgorganisaties en beleidsmakers. Zo krijg je snel inzicht in veelvoorkomende systeembelemmeringen en handvatten om daar beter mee om te gaan.Herkenbaar? Check de tool Sport en bewegen met en beperking – de belemmeringein in beeld en ontdek waar voor jou kansen liggen.

Kijk verder dan je eigen rol of organisatie

In de praktijk loopt de samenwerking om mensen met een beperking te helpen sport en bewegen vaak vast omdat iedereen vanuit zijn eigen rol denkt. Terwijl juist het begrijpen van elkaars situatie helpt om verder te komen.

Neem het speciaal onderwijs als voorbeeld. Wil je dat een school meer aandacht besteedt aan sportclinics van lokale sportverenigingen, dan is het logisch om daar enthousiast over aan te kloppen. Toch volgt vaak teleurstelling: scholen geven aan dat zij hier geen tijd of ruimte voor hebben. Dat is zelden onwil. Scholen moeten voldoen aan vastgestelde leerdoelen en hebben al veel extra taken, zoals aandacht voor gezondheid, sociale vaardigheden en begeleiding van leerlingen. Sportstimulering is geen verplicht kerndoel en komt daardoor niet vanzelfsprekend op de agenda.

Zoek gedeelde doelen

Integraal werken begint daarom met aansluiten bij wat er al is. Sport en bewegen zijn misschien geen verplicht leerdoel, maar dragen wel bij aan doelen die scholen al hebben, zoals sociaal-emotionele ontwikkeling, motorische vaardigheden, gezondheid en participatie. Door sport juist aan deze doelen te koppelen, wordt het voor scholen belangrijk en haalbaar om ermee aan de slag te gaan.

Sluit aanbod aan op juiste situatie

Daarnaast helpt het om gebruik te maken van programma’s die aansluiten bij het ritme en de praktijk van scholen. Denk aan erkende sport- en beweeginterventies. Ook sportclinics, korte beweegmomenten of het koppelen van sportaanbieders aan de klas kunnen bijdragen. Voor advies hierover kan bijvoorbeeld het lectoraat Bewegen in en rondom de school van de Hogeschool van Amsterdam meedenken.

Wees creatief met beschikbare tijd

Tot slot is het belangrijk om de beperkte tijd van professionals bespreekbaar te maken en te focussen op wat wél kan. Soms ligt de oplossing buiten het lesprogramma, bijvoorbeeld door sport- en beweegactiviteiten aan te bieden op het schoolplein, in de pauze of door aan te sluiten bij zorgmomenten of de dagstructuur. 

Door elkaars systemen en beperkingen te begrijpen, ontstaan er vaak meer mogelijkheden dan vooraf gedacht. De tool  Sport en bewegen met een beperking – de belemmeringen in beeld van Kenniscentrum Sport & Bewegen geeft meer van dit soort voorbeelden.

Wat werkt wel?

Rond een sporter met een beperking zijn vaak veel verschillende partijen betrokken, zoals ouders, sportprofessionals en scholen. Iedereen werkt vanuit zijn eigen rol en doelen en loopt daarbij tegen andere knelpunten aan. Juist daardoor is samenwerken noodzakelijk, maar ook ingewikkeld. Uit de praktijk blijkt dat een aantal elementen steeds terugkomt bij samenwerkingen die goed werken.

Begin bij een gedeeld doel

Samenwerken gaat beter wanneer alle betrokkenen een gezamenlijk doel formuleren, bijvoorbeeld: meer mensen met een beperking duurzaam laten meedoen aan sport en bewegen. Daarbij is het belangrijk om niet alleen het gezamenlijke einddoel te benoemen, maar ook te kijken hoe dit aansluit bij doelen die organisaties al hebben.

Maak rollen en verwachtingen helder

Samenwerking loopt vaak vast doordat onduidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is. Bespreek daarom vooraf wie welke rol heeft, wat er van elkaar verwacht wordt en wat realistisch is binnen iedereens tijd en mogelijkheden.

Sluit aan bij bestaande structuren

Samenwerkingen die goed werken, bouwen voort op wat er al is. Denk aan bestaande netwerken, overlegmomenten, programma’s of afspraken binnen onderwijs, zorg, sport of welzijn. Door sport en bewegen hierop aan te laten sluiten, wordt de kans groter dat initiatieven worden volgehouden.

Zorg voor korte lijnen en persoonlijk contact

Samenwerking werkt beter wanneer professionals elkaar kennen en makkelijk weten te vinden. Persoonlijk contact helpt om signalen snel te delen, knelpunten te bespreken en samen naar oplossingen te zoeken.

Blijf leren en bijstellen

Wat in de ene situatie werkt, hoeft niet automatisch in een andere situatie te werken. Evalueer daarom regelmatig, deel ervaringen en stel samen bij waar nodig. Door Monitoring en Evaluatie (M&E) kun je in kaart brengen welke investeringen zijn gedaan en welke opbrengsten dit opleverde.

Tips

  • Geef het initiatief een sterke naam en eenvoudig logo. Door deze steeds te gebruiken, gaan mensen het project herkennen.
  • Laat duidelijk zien voor welke verandering het initiatief heeft gezorgd. Zijn er meer mensen met een beperking gaan sporten en bewegen, welke ondersteuning is geboden aan mensen met een beperking en sport- en beweegaanbieders, is er meer passend aanbod en hoeveel trainers zijn opgeleid? 

Bronnen

  1. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zorg voor mensen met een beperking [Internet]. Rijksoverheid; [geraadpleegd 17 mrt 2026]. Beschikbaar via: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/leven-met-een-beperking/zorg-voor-mensen-met-een-beperking
  2. Vanhommerig JW, Poos MJJC, Gommer AM, redacteuren. Chronische aandoeningen en multimorbiditeit: Leeftijd en geslacht [Internet]. Bilthoven: RIVM; 18 juni 2024 [geciteerd 21 januari 2026]. Beschikbaar via: https://www.vzinfo.nl/chronische-aandoeningen-en-multimorbiditeit/leeftijd-en-geslacht 
  3. Tierolf B, Gilsing R, Steketee M. Kinderen in Tel: Databoek 2016 [Internet]. Verwey-Jonker. 2017 [geciteerd 21 januari 2026]. Beschikbaar via: https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2020/11/214044_KIT_2016.pd 
  4. CBS; RIVM. Sportdeelname wekelijks. Sportenbewegenincijfers.nl. Beschikbaar via: https://www.sportenbewegenincijfers.nl/kernindicatoren/sportdeelname-wekelijks. Geraadpleegd op 23 februari 2026.
  5. Gómez Berns A, van Lindert C. Sport- en beweegdeelname van mensen met een motorische beperking [Internet]. Utrecht: Mulier Instituut; 2025 [geciteerd 21 januari 2026]. Beschikbaar via: https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=12464&m=1762349598&action=file.download 
  6. Hoogendijk R, Smit D, Gómez Berns A, van Lindert C. Sport- en beweegdeelname van mensen met een verstandelijke beperking [Internet]. Utrecht: Mulier Instituut; 2025 [geciteerd 21 januari 2026]. Beschikbaar via: https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=12465&m=1762349690&action=file.download 
  7. Fonds Gehandicaptensport; NOC*NSF; Kantar Public. Sportdeelname Index: mensen met een beperking. November 2022. Beschikbaar via: https://www.fondsgehandicaptensport.nl/onderzoeken/. Geraadpleegd op 23 februari 2026.

Artikelen uitgelicht


Beleid
public, professional
tips
samenwerken, sporten met lichamelijke beperking, sporten met verstandelijke beperking