Sluiten

Zo vertaal je ambities voor beweegstimuleren naar het omgevingsplan

Tips

Publicatiedatum 15 oktober 2020

We hebben in corona-tijd meer dan ooit ervaren dat de openbare ruimte een groot goed is. Maar ruimte in een stedelijke omgeving is schaars. Het is aan beleidsmakers om de ruimte goed te benutten en sport- en beweegvriendelijk te maken. Het omgevingsplan kan daarbij helpen. In dit artikel lees je welke kansen het omgevingsplan biedt.

In de coronacrisis namen grote Europese steden als Amsterdam, Berlijn en Parijs maatregelen om fietsers en voetgangers meer ruimte te geven. Zo zijn voetgangersgebieden vergroot, is in smalle straten eenrichtingsverkeer ingesteld en zijn delen van straten omgezet naar fietspaden. Uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid [1] blijkt ook dat door de coronacrisis meer mensen zijn gaan fietsen en wandelen.

Lees meer over de waarde van wandelen.

Sporten in de buitenruimte steeds populairder

Afgelopen jaren is een sterke toename in sport- en beweegactiviteiten buiten sportverenigingen, in ongeorganiseerd verband. Sporten zonder abonnement of lidmaatschap past bij de groeiende wens naar flexibiliteit en keuzevrijheid bij sporten en recreatief bewegen [2]. Deze trend van informeel sporten en bewegen is vooral te zien bij activiteiten in de openbare ruimte. Sporttakken die gebruikmaken van de openbare ruimte groeien dan ook in populariteit. Wandelen, hardlopen en recreatief fietsen zijn daarbij het populairst [3]. Deze ontwikkeling vraagt om infrastructuur die zowel sportieve als andere gebruikers van de openbare ruimte in hun behoeften voorziet en ruimte biedt.

Beweegvriendelijke ruimte voor gezondheidswinst

De plannenmakers voeren nu nieuwe discussies: moet de tijdelijke extra ruimte die diverse Europese steden bieden permanent ingezet worden voor fietsen en lopen? Niet alleen om mensen blijvend meer ruimte te bieden, maar ook om bewegen nog meer te stimuleren en in te zetten als ‘superinterventie’ voor gezondheidswinst.

Want rigoureuze maatregelen zijn nodig om mensen gezonder te maken, aldus de Sociaal-Economische Raad (SER) in het onlangs verschenen rapport ‘Verkenning Zorg voor de Toekomst’ [4]. Tot voor kort was ons zorgsysteem vooral zaak van de zorgsector, maar dit is veranderd. De fysieke leefomgeving speelt een steeds grotere rol om mensen een meer gezonde en actieve leefstijl te laten aannemen. Niet voor niets adviseerde de Raad van Leefomgeving en Infrastructuur in 2018 om de leefomgeving beweegvriendelijk in te richten ter bevordering van een gezondere leefstijl.

Sport- en beweegruimte en omgevingswet

De inrichting van de leefomgeving beïnvloedt het beweeggedrag, en dat rechtvaardigt de aandacht voor deze relatie in de omgevingsvisie als een van de instrumenten van de Omgevingswet. Tegelijkertijd is er een draagvlak voor het nemen van beweegvriendelijke inrichtingsmaatregelen in omgevingsplannen.

Het is nog vrij onbekend welke mogelijkheden het omgevingsplan heeft, terwijl dit het middel is om doelen te realiseren. Dat maakt juist het omgevingsplan interessant. De grootste uitdaging voor gemeenten lijkt namelijk: ambities en doelen uit de omgevingsvisies, zoals een meer aantrekkelijke en beweegvriendelijke buitenruimte, omzetten naar bouwstenen voor het omgevingsplan om ze uiteindelijk te realiseren

De instrumenten van de Omgevingswet

Omgevingsvisie

Gemeenten zijn lokaal verantwoordelijk voor het opstellen van een (gemeentedekkende) omgevingsvisie. In deze visie staan vooral ambities en doelen voor de lange termijn. Voor een gezonde leefomgeving kunnen gemeenten doelen stellen rondom de inrichting van de openbare ruimte. Afhankelijk van de keuzes die de gemeente hierin maakt, zijn de ambities en doelen vrij globaal, zoals “…leefbaar maken van het centrum.”

Programma

Met het programma, een ander kerninstrument van de Omgevingswet, maak je beleid uit de omgevingsvisie geschikt voor uitvoering. Het programma beantwoordt de vraag: hoe gaan we de gestelde doelen in de omgevingsvisie bereiken? Voor de inrichting van de openbare ruimte is het opstellen van een programma niet verplicht, maar het kan wel waardevol zijn als tussenstation en om gewicht in de schaal te leggen voor dit thema.

Omgevingsplan

Het omgevingsplan geeft vervolgens antwoord op de vraag: wat is er mogelijk op een bepaalde plek en onder welke voorwaarden kunnen activiteiten worden uitgevoerd?

Onderstaand schema vat de verschillende instrumenten samen.

Instrument Functie Geeft antwoord op de vraag
omgevingsvisie Langetermijnvisie door ambities en doelen te stellen. Wat wil je bereiken?
programma Uitvoering geven aan gestelde doelen door het beschrijven van maatregelen. Hoe wil je dat bereiken?
omgevingsplan Mogelijkheden en randvoorwaarden door het opnemen van regels. Wat is er mogelijk en onder welke voorwaarden?

Van omgevingsvisie naar omgevingsplan

Hieronder vind je een voorbeeld van de vertaling van ambities en doelen uit de omgevingsvisie naar programma en omgevingsplan.

Omgevingsvisie

Ambitie: Het centrum is goed bereikbaar en toegankelijk voor voetgangers.

Toelichting: Ambities en doelen kun je op verschillende detailniveaus in de omgevingsvisie opnemen. Afhankelijk van het detailniveau kun je ambities uitwerken in concrete doelen (gebieds- of themaspecifiek). Ook biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om maatregelen op te nemen in een programma.

Programma

Maatregel: Een goed bereikbaar en toegankelijk centrum vraagt om maatregelen om de beloopbaarheid te vergroten. Om deze doelstelling te behalen wordt gedurende het programma ieder jaar een nieuwe voetgangersroute vanuit de omringende woongebieden naar het centrum gerealiseerd. Als eerste wordt een nieuwe route tussen de locaties A en B aangelegd. Het streven is een beloopbaarheid van deze route van maximaal 10 minuten.

Toelichting: De beloopbaarheid is een maat voor het gemak waarmee mensen in een gebied kunnen lopen, en is onder meer afhankelijk van stratenconnectiviteit, obstakels, hoeveelheid autoverkeer en persoonlijke beleving. Afhankelijk van de keuzes van gemeenten, is het mogelijk om voor het onderdeel ‘openbare ruimte’ een omgevingsprogramma te maken. In dit geval is het opstellen van zo’n programma niet verplicht volgens de Omgevingswet.

Kortom, met het programma koppel je concrete maatregelen voor het beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte aan doelen uit de omgevingsvisie. Zie het als als een uitvoeringsprogramma, waarmee je fysieke maatregelen aankondigt of beleid uit de omgevingsvisie concretiseert naar uitvoeringsgerichte doelen.

Omgevingsplan

De beloopbaarheid van de route tussen locaties A en B mag niet minder dan 5 minuten zijn. Dit kun je in het omgevingsplan opnemen als ‘omgevingswaarde’.

Toelichting: Een omgevingswaarde is een concreet, meetbaar doel. Sommige doelen zijn immers niet meetbaar, zoals ‘een esthetisch aantrekkelijke omgeving’.

Komt de beloopbaarheid onder een bepaalde waarde? Dan is het college verplicht een programma op te starten om die weer op de gewenste waarde te brengen. Dat vereist dus monitoring en evaluatie. Vooraf moet er daarom overeenstemming zijn over de indicatoren om de beloopbaarheid te meten. Je moet weten welke indicatoren of waarden beschikbaar zijn en spreekt af hoe en onder wiens verantwoordelijkheid de monitoring plaatsvindt. Het is raadzaam om vooraf te onderzoeken of de gestelde waarde haalbaar is, met welke maatregelen en tegen welke kosten.

Beweegvriendelijke omgeving in het omgevingsplan

Het is niet eenvoudig om te weten welke maatregelen een plek uitnodigend en aantrekkelijk maken zodat mensen deze gebruiken om te sporten, bewegen en ontmoeten. Nog lastiger is maken van de vertaalslag naar het omgevingsplan.

Wel bekend is dat bepaalde randvoorwaarden en inrichtingsprincipes bijdragen aan de beweegvriendelijkheid van een plek. Als basis moet een plek aangenaam zijn en zorgen voor een gevoel van veiligheid (lees meer over wat werkt voor een beweegvriendelijke omgeving). Een veilige omgeving is een beweegvriendelijke omgeving, en vice versa. Dat betekent: goed verlichte ruimtes, vrijliggende belangrijke fietspaden, voldoende ruimte voor wandelaars en glad asfalt om te skeeleren. Allemaal relevante aspecten voor de inrichting en het gebruik van de fysieke leefomgeving.

Beleidsregels: flexibiliteit en rechtszekerheid

Nu is een omgevingsplan bedoeld als stabiel juridisch-planologisch kader voor gebruik en inrichting van de fysieke leefomgeving. Maar het gebruik van de openbare ruimte verandert snel(ler). Hoe gaan we om met dit spanningsveld?

Beleidsregels kunnen een antwoord zijn op die vraag. Beleidsregels leggen een regel uit het omgevingsplan uit, maar behoren zelf niet tot het plan. Je kunt dus beleidsregels aanpassen zonder het omgevingsplan zelf te veranderen. Je neemt dan regels op in het omgevingsplan over de beweegvriendelijke omgeving en laat die uitleggen door beleidsregels. Dit biedt flexibiliteit, zodat je gemakkelijk inspeelt op veranderend gebruik van de openbare ruimte zonder rechtszekerheid te verliezen.

Zo is het mogelijk om in het omgevingsplan vast te leggen dat (nieuwe) ontwikkelingen beweegvriendelijk moeten zijn. Wat dat vervolgens betekent, wordt in beleidsregels vastgelegd. Ook kun je beleidsregels in de tijd toevoegen, of beleidsregels voor de ene locatie wel opnemen en voor de andere niet. Zo lever je maatwerk.

Bronnen:

  1. de Haas M, Hamersma M, Faber R. Mobiliteit en de coronacrisis: effecten van de coronacrisis op mobiliteitsgedrag en mobiliteitsbeleving. Den Haag: Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM); 2020.
  2. Dool R van den. Motivatie volwassenen om te sporten en bewegen: factsheet 2019/2. Utrecht: Mulier Instituut; 2019.
  3. Eck M van, Davids A. Sport en bewegen in de openbare ruimte: het gebruik van de openbare ruimte voor beweegactiviteiten, factsheet 2018/20. Utrecht: Mulier Instituut; 2018.
  4. SER. Zorg voor de toekomst: over de toekomstbestendigheid van de zorg. Den Haag: Sociaal-Economische Raad; 2020.
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.