Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Tien tips voor buurtsportcoaches voor een goede samenwerking tussen sport en zorgverleners

Artikel

buurtsportcoaches Steeds meer volwassenen hebben een chronische aandoening. Voor heel veel aandoeningen is voldoende bewegen een manier om de problemen voor de patiënt te beperken. Het blijkt lastig om deze groep aan het bewegen te krijgen en te houden omdat mensen hun ingesleten gedragspatronen moeten veranderen. Hieronder staan 10 tips voor sport- en beweegaanbieders en buurtsportcoaches om deze mensen beter te kunnen begeleiden. De tips zijn gebaseerd op kennis en ervaring van samenwerking met eerstelijns zorgverleners, zoals huisarts, praktijkondersteuner en fysiotherapeut.

10 tips voor buurtsportcoaches voor een goede samenwerking tussen sport en zorg

  1. De eerste tip is niet erg bemoedigend, maar wel belangrijk: heb geduld en hou vol! Samenwerken kost tijd. Je hebt te maken met mensen in de zorg die een eigen taal en cultuur hebben.
  2. Zorgverleners hebben als voornaamste taak het bieden van zorg aan patiënten. Huisartsen zijn druk en hebben te maken met problematieken als eenzaamheid, financiële problemen en psychische problemen bij patiënten. Ga in gesprek met de praktijkondersteuner of fysiotherapeut.
  3. Vraag naar wensen, behoeften en verwachtingen van de zorgverleners. Wat is hun belang bij samenwerking? Welke patiënten willen ze doorverwijzen naar jouw aanbod? Wat motiveert deze patiënten? Wat vinden zorgverleners belangrijk als het gaat om kwaliteit van het aanbod en begeleiding door ervaren en deskundige trainers?
  4. Voor mensen die vanuit de zorg het advies krijgen om meer te bewegen is begeleiding belangrijk. Bespreek wat jouw rol hierin kan zijn. Heb je als buurtsportcoach ‘alleen’ een coördinerende rol? Of kun je patiënten actief begeleiden bij het zoeken naar een passende beweegactiviteit? Of kun je zelf een beweeggroep starten en begeleiden, voor mensen die niet direct kunnen of willen doorstromen naar bestaand aanbod?
  5. Woorden als ‘sporten’ en ‘sportverenigingen’ kunnen afschrikken! Het gaat hier namelijk om mensen die weinig ervaring hebben. En die sporten en bewegen vaak niet leuk of zelfs spannend vinden. Gebruik liever woorden als ‘bewegen’ en ‘beweegaanbod’. Leg de nadruk op zaken als plezier en veiligheid.
  6. De rol die jij als buurtsportcoach hebt, is belangrijk. Het is ook goed als zorgverleners en sport- en beweegaanbieders elkaar leren kennen. Dit kun je op verschillende manieren organiseren; de gemeente, een lokale of provinciale sportorganisatie, een ROS of een GGD kunnen ondersteuning bieden.
  7. Zorg dat je zichtbaar en herkenbaar bent in de wijk of gemeente waar je werkt. Niet alleen voor je doelgroepen, maar vooral ook voor belangrijke samenwerkingspartners zoals eerstelijns zorgverleners, jongerenwerkers en het sociale wijkteam. De gemeente (ambtenaar sport of WMO) kan je in contact brengen met deze professionals, maar je zult jezelf en je aanbod aantrekkelijk moeten presenteren. Ga in gesprek, stel vragen over hun behoeften, wees actief op social media en spreek mensen aan op straat, pleintjes en in buurthuizen.
  8. Organiseer een bijeenkomst waarbij aanwezigen via speeddate of presentaties kennis kunnen maken met elkaar en elkaars aanbod.
  9. Denk ook aan een ‘bijscholing’ voor sport- en beweegaanbieders in de wijk over diabetes en de begeleiding van mensen met een gezondheidsrisico. Zorgverleners kunnen deze ‘bijscholing’ geven en vergroten daarmee kennis en kwaliteit van de sport- en beweegaanbieders.
  10. Een open middag of avond bij een sportaccommodatie, waar zorgverleners een rondleiding krijgen, activiteiten bekijken en kennis maken met sport- en beweegaanbieders.

Op de website sportindebuurt.nl. of op de pagina’s Sportimpuls of Buurtsportcoach staat meer informatie over de inzet van buurtsportcoaches.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.