Sluiten

Sportondernemers in coronatijd: steviger positioneren

Artikel

Publicatiedatum 24 september 2020

Wat is de geschatte inkomstenderving voor sportondernemers? En wat verwachten zij zelf op lange termijn? Waar kunnen zij als sector op in zetten? Dit artikel gaat in op de bevindingen van vertegenwoordigers van sportondernemers. Het is het derde artikel in de reeks artikelen over de rondetafelgesprekken van het kennisconsortium Sport en corona* om de conclusies uit de monitor Sport en corona verder te verkennen.

Begin april deed het Mulier Instituut – als onderdeel van de monitor Sport en corona – onderzoek onder sportondernemers in Nederland. In dit deelhoofdstuk van de monitor vind je de onderzoeksgegevens en uitgebreide conclusies. Daarbij ligt de nadruk op de verwachte financiële gevolgen van de coronamaatregelen voor de fitnessbranche, zwembadbranche, golfbranche, hippische sport en acht andere categorieën van sportondernemers.

Jo Lucassen lichtte namens het Mulier Instituut de uitkomsten van de rapportage toe bij de start van de rondetafelsessie sportondernemers. “Voor het hoofdstuk Sportondernemers in de monitor zijn sportaanbieders met een winstoogmerk of een commercieel verdienmodel bevraagd. Ook hebben we data bewerkt die we van het Platform Ondernemende Sport hebben verkregen.”

Schatting inkomstenderving sportondernemers

Onderzoek uit 2018 toont dat 23% van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder een lidmaatschap heeft bij een commerciële sportaanbieder. De branche biedt bovendien werkgelegenheid aan zo’n 100.000 mensen. De monitor Sport en corona laat zien dat sportondernemers zwaar zijn getroffen door de coronamaatregelen.schermafbeelding, uitleg in het artikel.

Deze tabel toont de geschatte omzetderving (zonder eventueel ontvangen steunmaatregelen), van de 12 onderzochte groepen sportondernemers.

Inkomstenderving golf- en fitnesscentra

Tijdens de sessie wordt specifiek ingegaan op de situatie bij golf- en fitnesscentra. De geschatte inkomstenderving voor golfcentra bedraagt tot 1 augustus € 82,2 miljoen. De geschatte inkomstenderving voor de fitnesscentra (ondernemers en boutiques) bedraagt tot 1 augustus € 241,3 miljoen. Let op: deze inschattingen zijn gedaan voordat bekend werd dat versoepeling van de maatregelen plaatsvond.

Jo Lucassen: “De belangrijkste inkomsten zoals contributies, entreegelden, horeca en evenementen vielen deels en vaak volledig weg. De TOG en NOW steunmaatregelen bieden tijdelijk verlichting. Maar het effect van de inkomstenderving zal zeker nog langer doorlopen.” Zo zorgen de regelmatig toegepaste vouchers volgens een deelnemer voor uitstel van het probleem. “Vouchers drukken op de toekomstige exploitatie.”

Een deelnemer werkzaam bij een grote gemeente merkt op dat sportondernemers echt een aparte categorie zijn waarbij de huidige aanpak niet altijd aansluit. “(Sport-)ondernemers die bij gemeenten huren wordt zaken kwijtgescholden op dit moment. Het deel wat verhuurd wordt aan ondernemers, kan vanuit het Rijk echter niet gedekt worden. Dat is een probleem en slaat een gat in de gemeentelijke begroting.”

In het algemeen vinden veel van de deelnemers dat het belang van deze groep sportondernemers nog te weinig doorklinkt in het beleid en dat de samenhang daarin beter kan. Een deelnemer stelt: “Ondernemers vallen onder Economische Zaken en Klimaat. Sport valt echter onder Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De Rijksoverheid is hier niet op ingericht. Elementen als staatssteun en Wet Markt en Overheid zijn beperkend”.

In reactie op de presentatie wordt opgemerkt dat er nauwelijks rekening gehouden lijkt met de inkomstenderving bij gemeentelijke sportbedrijven. Voor een middelgrote gemeente is ingeschat dat dit ongeveer € 800.000 – € 900.000 zal zijn.

Lees ook: Veilig starten in de fitnessbranche: wees pro-actief

Verschillen binnen en buiten sporten

De verschillen tussen binnen en buiten sporten zijn groot. Zo mochten fitnessondernemers hun deuren pas per 1 juli openen terwijl de golfaanbieders al per 11 mei met activiteiten van start konden. Een deel van de fitnessaanbieders kon door het aanbieden van online activiteiten of activiteiten in de buitenlucht leden behouden, maar dat gold zeker niet voor iedereen.

Lessen uit de lock-down

De deelnemers merken op dat veel ondernemers innovatief zijn omgegaan met de ontstane situatie. Veel is of wordt gedigitaliseerd, lessen in de fitness of ‘meetmomenten’ in de paardensport bijvoorbeeld. Ook in kennisoverdracht, kennisuitwisseling en opleiding is veel gedigitaliseerd. Men verwacht dat dit ook post-corona zo zal blijven, maar face-to-face contact is op onderdelen gewenst. Opleiden zal steeds meer een ‘blended’ mix zijn tussen fysieke bijeenkomsten en online aanbod.

Een ander element dat tijdens de lockdown aandacht kreeg is ‘crowd management’. Verschillende deelnemers geven aan dat dit ook post-corona zal blijven. Het reserveren voor activiteiten bijvoorbeeld is in veel gevallen als positief ervaren. Meer overstijgend geeft men aan dat sportondernemers (kunnen) bijdragen aan de brede maatschappelijke uitdagingen als healthy ageing en duurzame inzetbaarheid. Ze doen een oproep om publiek-private samenwerking te stimuleren en ondernemerschap te gebruiken. Ook is de verwachting van de ondernemers dat de buitenruimte een steeds belangrijkere rol gaat spelen in het bevorderen van sporten, bewegen en recreëren.

Note to self

In het rondetafelgesprek keken de branchevertegenwoordigers van verschillende sportondernemersgroepen ook kritisch naar zichzelf. Zo waren ze van mening dat ze hun achterban (nog) beter moeten ondersteunen in hoe de overheid werkt. Het elkaar begrijpen is hierin belangrijk. Een goed begrip van de sector ontbreekt soms bij andere partijen. Ondernemers zijn ook redelijk afwezig in bijvoorbeeld lokale sportakkoorden. Daar is nog een wereld te winnen. Maar ook landelijk zou beter voor het voetlicht gebracht moeten worden waar sportondernemers bijdragen aan maatschappelijke uitdagingen. “De propositie is nog onvoldoende sterk en er is te weinig regie vanuit de branche”, werd opgemerkt.

Door deze propositie te versterken kan de branche een goede gesprekspartner worden van de lokale en landelijke overheid. Volgens de branchevertegenwoordigers is de blik op de sport- en beweegsector nu vaak nog te beperkt. Een breder perspectief op sport en bewegen is nodig om gezamenlijk te komen tot beleid en uitvoering waar een ieder kan bijdragen aan de vitaliteit van Nederlanders en een gezonde sector.

* Rondetafelsessies: hoe en wat? 

Het kennisconsortium Sport en corona – Mulier Instituut en Kenniscentrum Sport & Bewegen – deed begin juli een verkenning samen met deelnemers aan zes rondetafelsessies in Zeist. Op het platform Sport en corona delen we de komende tijd een reeks artikelen over een aantal deelaspecten van deze monitor. En over de impact van corona op de verschillende onderdelen van de sport: sportverenigingen, sportevenementen, bedrijfsleven en commerciële impact, ondernemende sportaanbieders en ongeorganiseerd sporten en bewegen.

In het kader van de coronamaatregelen waren de rondetafelsessies – onder leiding van extern gespreksleiders Femke Wolthuis en Stefan Wijers – in de praktijk kringen van stoelen op anderhalve meter van elkaar. En waar mogelijk werd naar buiten uitgeweken. Voor de terugkoppeling van deze kleinschalige rondetafelgesprekken is gekozen voor een geanonimiseerde vorm die recht doet aan het gesprek (Chatham House Rules). De foto’s zijn daarom ook bewerkt. In de volgende monitor zullen de organisaties die zijn uitgenodigd, bij de bronnen worden vermeld.

Lees ook:

 

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.