Sluiten

Met deze praktische tips help je jouw leerlingen voldoende te bewegen

Artikel

Publicatiedatum 27 mei 2020

Als docent lichamelijke opvoeding ken je waarschijnlijk de beweegrichtlijnen. En weet je ook dat het voor sommige kinderen een uitdaging is om genoeg te bewegen. Hoe kun jij jouw leerlingen hierbij begeleiden en motiveren? In dit artikel vind je volop praktische instrumenten en tips die jij kunt inzetten om kinderen te helpen bij een gezonde leefstijl.

Wat zeggen de beweegrichtlijnen?

Even een opfrisbeurt over de beweegrichtlijnen die aangeven hoeveel je moet bewegen om gezond te blijven. Voor kinderen van 4 tot 18 jaar geldt: één uur per dag matig intensief bewegen. Bij matig intensief bewegen gaat het om het krijgen van een hogere hartslag en een versnelde ademhaling. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij fietsen, trampolinespringen of paardrijden. Ook moeten kinderen drie keer per week bot- en spierversterkende oefeningen doen. Botversterkend zijn activiteiten waarbij je lichaam met je eigen gewicht wordt belast, zoals springen, traplopen, hardlopen en dansen. Spierversterkend zijn activiteiten die kracht en uithoudingsvermogen van de spieren verbeteren. Je kunt inzetten op specifieke krachtoefeningen. Maar ook veel sporten waarbij je moet rennen en springen, versterken de spieren. Denk bijvoorbeeld aan hardlopen, voetballen, tennissen of fitnessen

Wat zeggen de cijfers uit de praktijk

Het zal voor jou geen verrassing zijn dat lang niet alle kinderen voldoen aan de beweegrichtlijnen. Kinderen van 4 t/m 11 jaar voldoen met 55,9% stukken beter aan de beweegrichtlijnen dan kinderen van 12 t/m 17 jaar met 40,5%. Dit verschil tussen de leeftijdsgroepen geldt zowel voor jongens als voor meisjes. Dat laat voor beide leeftijdsgroepen dus nog een hoop ruimte voor verbetering!

Zo test je hoe jouw leerlingen ervoor staan

Voor beweegprofessionals, gezondheidsprofessionals – maar ook voor ouders – is er een korte Beweegtest beschikbaar, die inzicht geeft in het beweeggedrag van kinderen. Je kunt de test invullen samen met een kind vanaf 4 jaar. Met de resultaten kun je zien wat er al goed gaat en op welke leuke, eenvoudige manieren een kind meer beweging in zijn of haar dag kan brengen. De uitslag van de test helpt ook om makkelijker in gesprek te gaan over bewegen. Als docent kun je de test samen met een leerling invullen, of je kunt ouders vragen dit te doen.

Zo ga je het gesprek aan met jouw leerlingen

In gesprek gaan met kinderen en ouders over sport en bewegen kan lastig zijn. Loop je aan tegen weerstand? Gebruik dan onze argumentenkaartjes. Daarmee start je het gesprek vanuit het perspectief van kinderen en hun ouders. Je laat hen eerst vertellen wat zij belangrijk vinden. Bijvoorbeeld nieuwe vriendjes maken of meer zelfvertrouwen krijgen. Dat doe je met behulp van de argumentenkaartjes. Daarna kijk je pas welke bijdrage sport en bewegen hier aan kan leveren. De argumentenkaartjes zijn gemaakt voor professionals werkzaam in het onderwijs, sport en zorg.

4 Beweeginterventies voor scholen

Er bestaan veel verschillende zogenoemde interventies om kinderen meer te laten sporten en bewegen. Een compleet overzicht vind je op www.sportenbeweeginterventies.nl. We beschrijven een aantal voorbeelden die specifiek bijdragen aan het behalen van de beweegrichtlijnen vanuit het onderwijs.

The Daily Mile

Bij The Daily Mile loopt of rent de klas gezamenlijk een paar keer per week 15 minuten. Doel van deze aanpak voor kinderen vanaf groep 3, is het verhogen van het uithoudingsvermogen. Daardoor kunnen zij met plezier fysieke activiteiten langer volhouden.

Beweegwijs

Beweegwijs brengt structuur in de schoolomgeving en maakt het plein geschikt voor meer speelplezier en bewegend leren. Het wordt een plek waar elk kind zich veilig voelt om te spelen. Deze speelpleinmethode maakt zes verschillende zones op het speelplein, met spelvormen en materialen die aansluiten bij de sociaal emotionele ontwikkeling van de leerlingen. Voor schooltijd, tijdens de pauzes, bij de opvang en na schooltijd kan een kind zelf kiezen in welke zone hij of zij wil spelen.

PLAYgrounds

Wist je dat 60% van de kinderen niet tot bewegen komt tijdens de pauze door onder andere de sociale hiërarchie die heerst op een plein? Vaak bepaalt de meest vaardige speler het spel, waardoor kinderen die minder vaardig zijn niet of beperkt kunnen meespelen. Terwijl deze kinderen juist voldoende moeten spelen en bewegen om vaardiger te worden. De PLAYgrounds aanpak zorgt voor een pedagogisch veilige omgeving, waarin kinderen uitgedaagd worden om op hun eigen niveau te bewegen. Na een fijne en actieve pauze kunnen kinderen weer met nieuwe energie aan de les beginnen.

Schoolsportvereniging

Met het concept Schoolsportvereniging werken scholen en sportverenigingen samen om het sportaanbod dichterbij de kinderen te brengen. Met als ultiem doel structureel en duurzaam sporten, door een lidmaatschap bij een sportvereniging. Trainers van de sportverenigingen verzorgen direct na schooltijd trainingen op school of in de buurt. Hiermee wordt de drempel om te sporten zo laag mogelijk gemaakt. Jouw leerlingen kunnen hiermee maximaal twee jaar binnen de schoolsportvereniging een sport beoefenen. Daarna moeten ze doorstromen naar het reguliere aanbod van de vereniging.

Brainbreaks en energizers

Veel leerkrachten in het basisonderwijs gebruiken energizers tijdens de les om de aandacht er weer bij te houden. Energizers (of brain breaks) zijn korte beweegmomenten van 5 tot 10 minuten. Onderzoek laat namelijk zien dat kinderen – na een korte beweegbreak – hun aandacht langer kunnen vasthouden op schooltaken. Even ontspannen en/of energie kwijtraken om daarna weer fris aan de slag te kunnen.

Extra tips voor meer beweging

  • Besteed in de gymles aandacht aan een uur matig intensief bewegen, maar ook aan spier- en botversterkende activiteiten. Inventariseer samen met de leerlingen wat zij leuk vinden om te doen.
  • Zet in op kleine stapjes bij inactieve leerlingen. Elke extra beweging gedurende de dag helpt, zoals een blokje om of buiten spelen.
  • Of wijs de leerlingen op de meerwaarde van actief transport naar school. Het percentage kinderen die met de auto naar school gebracht worden stijgt. Onderzoek laat zien dat kinderen uit groep 5-8 zelf aangeven dat ze liever met de fiets naar school gaan, dan dat vader of moeder ze brengen met de auto. Een mooi voorbeeld is het organiseren van ‘wieltjesdagen’ waar kinderen op fiets, step, skates of skateboard naar school mogen.

Beweegcirkel

En wil je écht uitgebreid aan de slag met leerlingen die wat meer mogen bewegen? De Beweegcirkel is een instrument met invuloefeningen en voorbeelden die kinderen helpen te ontdekken wat ze leuk vinden qua beweging en/of sport.

Dit artikel verscheen eerder in Magazine Lichamelijke Opvoeding, nummer 4, mei 2020

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.