Alles over sport logo

Bewegen is cruciaal op de twee sportiefste scholen voor voortgezet speciaal onderwijs

Hoe zien de sportiefste scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (VSO) van Nederland eruit? Winnaar De Twijn uit Zwolle en runner-up Kristallis Aventurijn uit Nijmegen delen hun aanpak, tips en ervaringen. Zodat je er op je eigen school ook mee aan de slag kunt.

Verkiezing Sportiefste VO en VSO School

Elk jaar organiseert de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) met NOC*NSF de verkiezing voor de Sportiefste School van Nederland. Alle scholen voor voortgezet onderwijs (VO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO) kunnen meedoen. Doel van deze verkiezing is het waarderen van scholen en vaksecties die een buitengewoon goed of innovatief aanbod van bewegen en sport hebben voor hun leerlingen. En het inspireren van andere scholen met deze best practices.

In de VSO-jury zaten Wim Ludeke als Bestuurslid Sectorraad GO, Saskia Biesterbosch als Opleider Calo en coördinator minor ‘speciaal bewegen’, Lilian van den Berg als Specialist Meedoen door sport bij Kenniscentrum Sport & Bewegen en Christa Rietberg als leerkracht SO van het jaar 2018, orthopedagoog bij Volare Verschoorschool (winnaar 2018).

Onderwijscentrum De Twijn

De Twijn is een cluster-3-school met een enorm gevarieerde groep leerlingen – in beperkingen, IQ en motorische vaardigheden. Met een groep enthousiaste en ondernemende vakleerkrachten lukt het toch om kinderen beweegaanbod op maat te bieden. Vakleerkracht bewegingsonderwijs Marcel Bouwhuis vertelt hoe.

Groepsdoorbroken werken

De Twijn werkt ‘groepsdoorbroken’, zoals Marcel het noemt. “Kinderen uit dezelfde klas gymmen dus niet met elkaar, maar worden ingedeeld bij leerlingen met vergelijkbare vaardigheden. Dat betekent dat alle lopers met elkaar gymmen, alle elektrische rolstoelers met elkaar gymmen en alle handbewogen rolstoelers met elkaar gymmen. Het aanbod passen we aan op de mogelijkheden van de groep. Daarin werken we samen met Revalidatiecentrum Vogellanden.”

De school werkt in alle groepen met leerlijnen, vergelijkbaar met het reguliere onderwijs, natuurlijk in aangepaste vorm. “Om te zorgen dat we de motorische voortgang van onze leerlingen toch meten, hebben we een eigen leerlingvolgsysteem ontwikkeld. Zo kunnen we aan de inspectie en ouders laten zien hoe ver leerlingen zijn. We kijken daarbij ook naar de sociaal-emotionele ontwikkeling, zoals samenwerken en omgaan met winnen of verliezen. Bij leerlingen met ernstig meervoudige beperkingen doen we verslag op een verhalende manier met beeld.”

Bekijk het jurybezoek aan De Twijn*

Betekenisvolle plek

De Twijn wil leerlingen voorbereiden op een betekenisvolle plek in de samenleving, zegt Marcel. “We willen onze leerlingen, die al veel hebben meegemaakt, ‘heel houden’. Hen een fijne schooltijd geven, waar ze later positief op terugkijken. Het gevoel: ik mocht er zijn zoals ik ben. Wij geloven dat je groeit en je competent gaat voelen door succes te ervaren.”

Ook in de gymles komt die visie terug, vertelt Marcel. “We geven kinderen bewust regie over hun eigen succes. Is een oefening te moeilijk? Dan bedenk je zelf hoe je hem kunt aanpassen, zodat het wel lukt. Moet de basket iets lager? Prima! Wil je dichterbij staan met de bal? Ook goed! Als leraar geef je hen de autonomie om het zelf op te lossen en succes te hebben.”

Autonomie

Die autonomie is belangrijk voor de leerlingen van De Twijn. Marcel: “Wat veel mensen niet beseffen, is dat kinderen met een beperking hun hele leven worden geholpen. Uit goede intenties, maar er kan aangeleerde hulpeloosheid ontstaan. In ons bewegingsonderwijs proberen we ze bewust zoveel mogelijk zelf te laten doen. De zelfredzaamheid die hieruit voortkomt, helpt de leerlingen in de toekomst verder in allerlei contexten.”

Hoeveel de leerlingen kunnen leren, blijkt tijdens het jaarlijkse skikamp in Oostenrijk. “Veel ouders denken dat hun kind niet kan skiën”, lacht Marcel. “Maar dan zeggen wij: ‘Let maar eens op!’ We sturen de ouders filmpjes en die staan perplex van wat hun kind kan. Die week leren ze ook veel sociaal-emotionele vaardigheden. De kinderen zijn uit hun comfortzone en groeien daardoor heel snel. Dat zien de ouders ook.”

“Ik heb een andere zoon teruggekregen na de skiweek. Hij straalde bij thuiskomst! De afgelopen twee weken hoor ik vaak: ‘Dat kan ik zelf wel hoor.’ En: ‘Ik heb geen hulp nodig hoor.’ De skiweek heeft gezorgd voor een enorme emotionele groei, in zelfvertrouwen, zelfstandigheid en een positiever zelfbeeld. Het was het een kamp van onschatbare waarde.”

Een ouder over de skiweek

Special Heroes

De Twijn werkt nauw samen met de Calo – voor stagiairs – en met Special Heroes Nederland. Marcel: “Special Heroes helpt ook in het begeleiden van onze leerlingen naar naschoolse sport bij een vereniging. Want wij willen kinderen daar laten aansluiten. Maar wel stap voor stap. Eerst kennismaken met de sport op school via een clinic, dan eens op bezoek bij een vereniging. Dan lid worden van een team. En hopelijk blijven ze dan lid.”

Is het succes van De Twijn ook op andere scholen te bereiken? Marcel beseft dat het voor eenpitters – scholen met één vakdocent beweging – uitdagend is. “Maar ik heb toch tips: werk samen met Sport Heroes, ga bij elkaar kijken op collega-scholen en doe mee aan ons kennisnetwerk voor bewegingsonderwijs in het VSO. Zo leren we van elkaar. Wees ondernemend en kijk – net als bij de leerlingen – naar wat wél kan.”

De jury over De Twijn:

“Op deze school staat de leerling centraal. Ze zoeken bij alles naar aanpassingen, zodat ieder kind kan meedoen. Sport en bewegen is een pijler van de school en een metafoor voor het leren van vaardigheden zoals samenwerken, persoonsvorming en weerbaarheid. De school probeert alles uit de leerling te halen op sportief gebied. Waarbij ze rekening houden met hun beperkingen, maar vooral gekeken wordt naar kansen. Er is een breed draagvlak op de school voor bewegen en sport.”

VSO Kristallis, locatie Aventurijn

Kristallis Aventurijn is een cluster-4-school. “Onze leerlingen hebben diverse gedragsproblemen”, vertelt vakdocent Lichamelijke Opvoeding Nathan Robben. “De problematiek van de leerlingen en hun sportieve vaardigheden verschillen enorm. Daarom organiseren wij het bewegingsonderwijs zo, dat we elk kind kunnen bieden wat het nodig heeft.”

Screenen en differentiëren

Dat begint met een kleine screening, legt Nathan uit. “We vragen de leerlingen tijdens het kennismakingsgesprek naar hun sportdeelname in de vrije tijd. In de eerste schoolweken volgt een motorische test. Dat doen we met een BLOC-test die de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen heeft ontwikkeld. Die test meet de motorische vaardigheden van een leerling en helpt ons om op een goede manier te differentiëren in de gymlessen.”

Hoe werkt dat differentiëren in de gymles met zulke verschillende leerlingen? Nathan: “We proberen elk groepje op het eigen niveau uit te dagen. We starten gezamenlijk en werken aan de kerndoelen, binnen domeinen zoals zwaaien, balanceren en spel. Sommige leerlingen krijgen naast de mondelinge uitleg ook een iPad met filmpjes en instructies. De iPad gebruiken we ook voor videofeedback. Leerlingen kunnen met een app (Video Delay) zichzelf terugkijken als zij bijvoorbeeld over een kast springen met een ‘monkey-sprong’. Zo leren de leerlingen sneller en beter de beweging.”

Bekijk het jurybezoek aan de Aventurijn*

Positieve ervaringen

De realiteit is dat een deel van onze leerlingen die uit het reguliere basisonderwijs komen, zich de beweegvaardigheden minder eigen hebben gemaakt, zegt Nathan. Vaak liggen hier diverse omgevingsfactoren aan ten grondslag. “Het is extra belangrijk dat deze leerlingen in onze gymlessen positieve ervaringen opdoen en met plezier beter leren bewegen.”

Aventurijn wil de leerlingen extra stimuleren, bijvoorbeeld met extra begeleiding in de vorm van motorische remedial teaching. Nathan: “Ons doel is om leerlingen tijdens deze extra contactmomenten een positieve ervaring te geven. Daardoor worden zij zekerder van zichzelf en durven ze fouten te maken. Dit doen we bijvoorbeeld door gooien en vangen met een basketbal extra te oefenen. Hierdoor kunnen deze leerlingen beter meedoen in de reguliere les.” Die positieve ervaringen zijn cruciaal. “Deze leerlingen hebben al zoveel meegemaakt.”

Bewegen samen regelen

De vakdocenten organiseren regelmatig ‘Bewegen samen regelen’. Dan bedenken de leerlingen zelf een spelvorm. “Met een paar kaders natuurlijk”, vertelt Nathan. “Zoals geen trampolines en niet zomaar in het materiaalhok komen. Maar verder moeten ze de activiteit zelf verzinnen en opzetten. Ook geeft het een positieve impuls aan de groepsdynamica, je moet het samen doen.”

Nathan geeft een voorbeeld van hoeveel bewegen de kinderen oplevert. “Een van onze meiden was door medicatie en niet bewegen 50 kilo aangekomen. Zij deed niet meer mee met de gymles op haar vorige school. We zijn met haar aan de slag gegaan, ondersteund door de ouders. ‘Ik wil in elk geval niet turnen en niet trefballen’, zei ze. Maar nu springt ze over de kast en is ze ruim 30 kilo kwijt!”

Pauzesport

Sport en bewegen zorgen voor afleiding en zijn een doel tijdens de pauzes. “Dan kunnen ze hun energie kwijt op de bokszak of doen samen, onder begeleiding, een zelfgekozen spel. In een uitzonderlijk geval kan een leerling een extra gymles meedraaien met een andere klas. Door pauzesport ontstaan minder vaak ruzies en zijn leerlingen met iets leuks bezig. Andere docenten zetten sport in als beloning: als je twintig minuutjes geconcentreerd aan theorie hebt gewerkt, mag je een kwartier extra bewegen. Zowel in als buiten de klas.”

De tip van Nathan: begin klein, maar begin wél. En sluit aan bij de behoefte van de doelgroep. Dat kan met hulp van organisaties zoals Special Heroes en Uniek Sporten en de buurtsportcoaches van de gemeente, die bekend zijn met dit type leerling en de behoeftes op sportgebied. “Veel kinderen waren enthousiast over kickboksen, dus organiseert Special Heroes dit nu als naschoolse activiteit. De groep enthousiaste deelnemers wordt steeds groter.”

De jury over de Aventurijn:

“De school heeft een mooi beweegaanbod ontwikkeld met inhoudelijke lessen. De vaksectie heeft bewegen een duidelijkere plek gegeven binnen de school. Er was veel drive te zien en voelen. Naast de lessen bewegingsonderwijs zien we een rijk aanbod aan extra activiteiten.”

Contact

Heb je nog vragen, of wil je met jouw school meedoen aan de volgende verkiezingen? Neem dan contact op met Nathalie Termorshuizen van de KVLO of Dorien Dijk van Kenniscentrum Sport & Bewegen.

*De jurybezoeken zijn afgelegd tijdens de coronapandemie. Daardoor weerspiegelt het filmpje niet het reguliere beweegaanbod van de scholen. Vakleerkrachten, schooldirectie en leerlingen hebben tijdens het bezoek vragen van de jury beantwoord.


Artikelen uitgelicht


Beweegstimulering
Inclusief sporten en bewegen
Onderwijs
Jongeren
public, professional
praktijkvoorbeeld
bewegingsonderwijs, motorische ontwikkeling, talentontwikkeling