Alles over sport logo

Wettelijke richtlijnen voor bewegingsonderwijs van basisschool tot mbo

Voor het bewegingsonderwijs in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs zijn wettelijk kerndoelen en eindtermen vastgesteld. Ook gelden er bevoegdheidsbepalingen voor leerkrachten. Hier vind je een overzicht van de richtlijnen per schooltype.

Basisscholen hebben de vrijheid om hun onderwijsprogramma zelf vorm te geven binnen de wettelijk vastgestelde kerndoelen. Deze kerndoelen zijn:

  • “De leerlingen leren op een verantwoorde manier deelnemen aan de omringende bewegingscultuur en leren de hoofdbeginselen van de belangrijkste bewegings- en spelvormen ervaren en uitvoeren.” Het gaat daarbij om bewegingsvormen als balanceren, springen, klimmen, schommelen, duikelen, hardlopen en bewegen op muziek. En om spelvormen als tikspelen, doelspelen; spelactiviteiten waarbij het gaat om mikken en jongleren en stoeispelen.
  • “De leerlingen leren samen met anderen op een respectvolle manier aan bewegingsactiviteiten deelnemen, afspraken maken over het reguleren daarvan, de eigen bewegingsmogelijkheden inschatten en daarmee bij activiteiten rekening houden.” De meeste bewegings- en sportactiviteiten worden gezamenlijk ondernomen. Het is dus nodig om te leren afspreken wat de regels zijn, hoe die na te leven en wie welke rol speelt. Verder hoort daarbij elkaar helpen, op veiligheid letten, elkaars mogelijkheden respecteren en eigen mogelijkheden verkennen.

Zie voor een uitgebreide beschrijving het Kerndoelenboekje van SLO en de website van KVLO.

Lestijd basisscholen

Basisscholen moeten voor groep 3 t/m 8 twee lesuren bewegingsonderwijs per week aanbieden volgens de wet (Toelichting Amendement Heerema/Van Nispen | KVLO). Dat gaat om:

  • 90 minuten in het regulier basisonderwijs (2 lessen van 45 minuten)
  • 135 minuten voor speciale scholen voor basisonderwijs (3 lessen van 45 minuten)

Dit wetsvoorstel is aangenomen in februari 2020 (KVLO). Wel krijgen scholen drie jaar de tijd om aan deze norm te voldoen.

Lesbevoegdheid basisscholen

Een leerkracht is volgens de wetgeving bevoegd om les te geven in het vak bewegingsonderwijs/lichamelijke opvoeding aan de groepen 3 t/m 8 in het primair onderwijs als hij of zij een van de onderstaande opleidingen heeft afgerond:

  • Akte J, oude structuur lerarenopleiding basisonderwijs
  • Aantekening J
  • KLOS (de voormalige kleuterleidsteropleiding)
  • Pabo, gestart voor 1 september 2000 en afgestudeerd voor 2005
  • Pabo, gestart na 1 september 2000 en in het bezit van de Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs via de pabo
  • Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO)

Alle leerkrachten die met de pabo zijn begonnen sinds augustus 2001 hebben een ‘smalle’ bevoegdheid voor bewegingsonderwijs. Zij mogen alleen bewegingsonderwijs geven in groep 1 en 2. Ook spellessen mogen alleen maar worden gegeven in groep 1 en 2. Dit betekent dat een groepsleerkracht die is aangesteld met een smalle bevoegdheid bewegingsonderwijs geen lessen lichamelijke opvoeding mag geven in de groepen 3 t/m 8. Een bevoegde leerkracht dient deze lessen over te nemen. Alleen als de leerkrachten beginnen met de Postinitiële Leergang Vakbekwaamheid Bewegingsonderwijs via de pabo, die ongeveer twee jaar duurt, mogen zij ook de lessen verzorgen in de groepen 3 t/m 8. Iedereen die de pabo heeft afgerond, is dus bevoegd om bewegingsonderwijs te geven aan de kleuters. Hiervoor is de ‘smalle’ bevoegdheid voldoende.

Richtlijnen voor het voortgezet onderwijs

In het basisonderwijs ligt het accent op het leren van de basisvormen van bewegen. In het voortgezet onderwijs verschuift de nadruk naar een brede oriëntatie op de bewegingscultuur. Het is belangrijk dat leerlingen kansen krijgen hun mogelijkheden in een veilige omgeving te verkennen, en dat ze meer zelfvertrouwen ontwikkelen op het gebied van hun bewegingsmogelijkheden. Er kunnen flinke verschillen zijn tussen leerlingen in belangstelling, talent en tempo. Dit vraagt om flexibiliteit en om uitdagende en aansprekende bewegingssituaties. Het onderwijs wordt altijd gegeven door een bevoegde vakleerkracht LO.

Onderbouw: kerndoelen Bewegen & sport

Voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs zijn in 2006 zes kerndoelen geformuleerd voor Bewegen en sport. Hierbij gaat het om een brede oriëntatie op verschillende soorten bewegingsactiviteiten:

  1. De leerling leert zich, mede met het oog op buitenschoolse beoefening, op praktische wijze te oriënteren op veel verschillende bewegingsactiviteiten uit gevarieerde gebieden als spel, turnen, atletiek, bewegen op muziek, zelfverdediging en actuele ontwikkelingen in de bewegingscultuur, en daarin de eigen mogelijkheden te verkennen.
  2. De leerling leert door middel van uitdagende bewegingssituaties zijn bewegingsrepertoire uit te breiden.
  3. De leerling leert de hoofdbeginselen van de bewegingsactiviteiten op eigen niveau toe te passen.
  4. De leerling leert tijdens bewegingsactiviteiten sportief te zijn, rekening te houden met de mogelijkheden en voorkeuren van anderen, en respect en zorg te hebben voor elkaar.
  5. De leerling leert eenvoudige regelende taken te vervullen die het mogelijk maken zelfstandig en samen met andere leerlingen bewegingsactiviteiten te beoefenen.
  6. De leerling leert door deel te nemen aan praktische bewegingsactiviteiten de waarde van het bewegen voor de gezondheid en het welzijn kennen en ervaren.

Ook zijn er afzonderlijke kerndoelen opgenomen voor samenwerking en de relatie met gezondheid en welzijn. Het leergebied Mens en natuur bevat kerndoelen over lichamelijke en psychische gezondheid en persoonlijke verzorging.

Bekijk de kerndoelen voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Kerndoelen 53-58 gaan over Bewegen en sport. Of lees meer over deze kerndoelen op de website van SLO.

In het basisdocument voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs heeft KVLO de kerndoelen uitgewerkt in leerlijnen en tussendoelen, die als referentiekader voor het niveau van het vak en programmaontwikkeling kunnen dienen.

Bovenbouw: kerndoelen Bewegen & sport

Voor de bovenbouw van vmbo en havo/vwo zijn in 2007 eindtermen voor het bewegingsonderwijs opgesteld (bron: SLO):

Lees meer over het bewegingsonderwijs in de bovenbouw van vwo, havo en vmbo.

Op www.examenblad.nl staan de examenprogramma’s en eindtermen voor vmbo, havo en vwo.

Nieuw landelijk curriculum

In een meerjarig traject worden de kerndoelen in het basis- en voortgezet onderwijs herzien. Dit moet leiden tot minder overladenheid en meer samenhang tussen leergebieden en vakken. Ook moet deze herziening de aansluiting van het curriculum op de huidige opvattingen, inzichten en trends in de samenleving verbeteren.

Eén ontwikkelteam richt zich in dit traject op het gebied Bewegen & Sport. In 2018 en 2019 bracht dit team in kaart welke kennis en vaardigheden leerlingen nodig hebben. Dit leverde de volgende bouwstenen op: leren bewegen, gezond bewegen, bewegen betekenis geven, bewegen regelen, samen bewegen en beweegcontexten verbinden. In 2021 worden deze bouwstenen omgezet naar conceptkerndoelen.

Bekijk de voorstellen van het ontwikkelteam Bewegen & Sport voor het nieuwe curriculum. Lees meer over de aanleiding om het curriculum op dit leergebied te herzien. Of lees meer over deze herziening van het curriculum op de website van SLO.

Lestijd voortgezet onderwijs

Scholen moeten in elk leerjaar lichamelijke opvoeding geven en gespreid over de weken in het schooljaar. Het moet gaan om ‘praktische bewegingsactiviteiten in zodanige omvang dat wordt voldaan aan de inhoudelijke eisen op het gebied van kwaliteit, intensiteit en variëteit zoals neergelegd in kerndoelen en examenprogramma’s’. Hoe scholen dat vertalen naar contacttijd en lessen, kunnen ze grotendeels zelf bepalen. Meestal betekent het dat scholen 2 tot 3 lesuren per week lichamelijke opvoeding op het rooster hebben staan.

De lessentabel in het voortgezet onderwijs is in 2006 vervallen, maar voor het vak lichamelijke opvoeding is een uitzondering gemaakt. Dit betekent dat het uitgangspunt nog altijd het aantal lesuren lichamelijke opvoeding is van vóór 1 augustus 2005. Op verzoek van de KVLO heeft de onderwijsinspectie in 2014 richtlijnen aangegeven per schooltype. Als een school zich houdt aan alle regels, is het aantal lesuren gemiddeld:

  • 2,5 uur voor vmbo
  • 2,2 uur voor havo
  • 2 uur voor vwo

Deze aantallen zijn op basis van lesuren van 50 minuten en 40 schoolweken per leerjaar. Lees meer over het aantal lesuren lichamelijke opvoeding in het voortgezet onderwijs.

Richtlijnen voor het middelbaar beroepsonderwijs

Het mbo heeft geen verplicht aantal wekelijkse sportlessen. Sinds de invoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs in 1996 zijn bewegen en sport niet meer verankerd in het curriculum. Wel heeft de rijksoverheid een stimuleringsprogramma uitgevoerd om te bereiken dat vijf procent van de contacttijd bestaat uit bewegen en sport.

Het Platform sport en gezonde leefstijl ijvert voor lessen Bewegen & Sport binnen de beroepsopleidende leerweg (bol). Het platform vindt dat bewegen en sport een integraal onderdeel moeten zijn van een mbo-opleiding. De missie van het platform luidt: “Een gezonde mbo-school helpt studenten zich te ontwikkelen tot vitale werknemers en burgers. Daarom is bewegen en sport onderdeel van elke opleiding en kan elke student dagelijks bewegen en sporten op school.” Het platform vindt dat bewegen en sport essentieel zijn om een gezonde en actieve leefstijl te bevorderen, en om te helpen voortijdig schoolverlaten terug te dringen.

Het doel van het platform is dat eerste- en tweedejaars bol-studenten 5 procent (50 uur) van de jaarlijkse minimale onderwijstijd (1000 uur) besteden aan lessen Bewegen & Sport binnen Loopbaan en Burgerschap. De platformleden hebben het Strategisch plan 2014-2017 aangenomen. Daarin staan onder andere de missie, visie, doelstelling, activiteitgebieden en inrichting van de organisatie beschreven. Van de 69 mbo’s hebben zo’n 37 scholen zich verbonden aan de doelstelling van het platform.

De MBO Raad is vertegenwoordigd in de Gezonde school. Doel van de agenda is een groter en beter sport-, bewegen- en gezonde leefstijlaanbod in en rondom po-, v(s)o- én mbo-scholen. Verder is het Vignet Gezonde School ook beschikbaar voor middelbare beroepsopleidingen.

Het Kennispunt ‘MBO Burgerschap’ biedt onder andere basismateriaal voor het samenstellen van een mooi programma voor sport, bewegen en vitaal burgerschap voor mbo-studenten.

Lees ook meer over bewegen & sport binnen het mbo op de website van de KVLO.

Lees ook het rapport Een gezonde leefstijl in het MBO – stand van zaken 2016: Monitor gezonde leefstijl 2015-2016.

Verder lezen?

Artikelen uitgelicht


Beweegstimulering
Onderwijs
Jongeren, Kinderen
professional
feiten en cijfers
beleidsontwikkelingen, bewegingsonderwijs