Sluiten

Investeren in sport en bewegen heeft maatschappelijke meerwaarde

Artikel

Publicatiedatum 19 juni 2019

Het maatschappelijk rendement van de investeringen in sport en bewegen in Nederland wordt geschat op 2,51. De totale kosten bedragen 4,4 miljard euro terwijl de opbrengsten zijn berekend op 11,1 miljard euro. Deze zogenaamde Social Return on Investment (SROI) blijkt uit onderzoek in opdracht van Kenniscentrum Sport.

Dat sporten en bewegen maatschappelijke meerwaarde heeft (gezondheid en geluk) stond al vast. Maar hoeveel precies en weegt het op tegen de investeringen die we doen? Kenniscentrum Sport vroeg Rebel en Mulier Instituut de SROI van sport en bewegen in Nederland zo goed mogelijk te berekenen. Het voorwerk voor dit onderzoek was al deels in 2017 gedaan. Ecorys heeft de sociaaleconomische waarde van sporten en bewegen onderzocht en grotendeels becijferd in euro’s.

In dat onderzoek is gekeken naar de opbrengsten die ontstaan wanneer iemand regelmatig sport en beweegt, ten opzichte van niet of nauwelijks sporten en bewegen. Om dat vervolgens te vertalen naar een hele populatie is in het SROI-onderzoek gebruikgemaakt van de beweegrichtlijn die sinds 2017 geldt. Voor iedereen in Nederland die voldoet aan de beweegrichtlijn, zijn maatschappelijke opbrengsten gerekend. Om de juiste balans te houden tussen de kosten en opbrengsten, zijn in het onderzoek ook alleen de kosten meegenomen waarvan kan worden beargumenteerd dat ze direct gerelateerd zijn aan (mensen laten) sporten en bewegen.

Kosten en baten

De Social Return On Investment (SROI) is een manier om het maatschappelijk rendement van investeringen in sport en bewegen uit te drukken. Het geeft de maatschappelijke kosten en opbrengsten weer die gerelateerd zijn aan mensen die sporten en bewegen en weegt ze tegen elkaar af.

De totale kosten die in Nederland worden gemaakt zijn ruim 4,4 miljard Euro. Dit is de som van alle kosten die de Rijksoverheid, NOC*NSF, gemeenten, bedrijven en de sportende en bewegende samenleving zelf maken. De grootste kostendrijvers zijn uitgaven aan commerciële voorzieningen, de gemeentelijke uitgaven, uitgaven aan sportbenodigdheden en contributies.

De totale opbrengsten bedragen 11,1 miljard Euro. De maatschappelijke waarde van sport en bewegen is onder te verdelen in de categorieën gezondheid, sociaal (inclusief welzijn/geluk) en arbeid. De grootste – in euro’s uitgedrukte – opbrengstenposten zijn: kwaliteit van leven, ziekteverzuim en arbeidsproductiviteit.

Resultaat

Het maatschappelijk rendement van de investeringen in sport en bewegen (SROI) in Nederland wordt geschat op 2,51. De maatschappelijke opbrengsten zijn dus 2,51x zo hoog als de kosten; oftewel alle investeringen samen leveren maatschappelijke meerwaarde op!

Deze uitkomst geeft de huidige stand van zaken weer. Het SROI-onderzoek geeft veel inzicht en is vooral een startpunt voor verdere verbetering van beleid. Het is echter niet zo dat een SROI de effecten weergeeft van een losstaande investeringsbeslissing. Kortom, alle geïnvesteerde euro’s samen leveren een positief maatschappelijk rendement op, maar de SROI vertelt niet welke geïnvesteerde euro (Rijk, gemeente, inwoner etc.) beter rendeert dan de andere euro.

Wie investeert en wie profiteert?

Als we kijken naar de verdeling van de kosten en opbrengsten over betrokken partijen dan valt het volgende op:

  • Mensen die sporten en bewegen investeren verhoudingsgewijs het meest van alle betrokken partijen. Er zijn voor deze groep ook veel maatschappelijke opbrengsten, vooral door een hogere kwaliteit van leven en een hogere levensverwachting. Bovendien zijn in het SROI-onderzoek sociale effecten als het verhogen van welzijn en bestrijden van eenzaamheid niet in euro’s uitgedrukt. Dit soort effecten slaan grotendeels ook nog bij de mensen zelf neer, waardoor de verhouding tussen kosten en opbrengsten in de werkelijkheid voor deze groep nog positiever uitpakt;
  • Gemeenten investeren meer in sport en bewegen dan ze er direct van profiteren (de baat zit in een afname van de Wmo-kosten en criminaliteit). Maar gemeenten profiteren juist ook van een gezondere en gelukkigere bevolking; de gemeente is er immers voor het welzijn van haar inwoners.
  • De Rijksoverheid en zorgverzekeraars hebben beide een (kleine) positieve balans tussen opbrengsten en kosten. Zorgverzekeraars hebben niet louter baat bij een sportende en bewegende samenleving. Het leidt wel tot een verlaagde zorgvraag, maar doordat mensen hierdoor gemiddeld langer leven, stijgen ook de zorgkosten.
  • Het bedrijfsleven heeft in absolute aantallen de meeste baat bij een bevolking die sport en beweegt. Ook verhoudingsgewijs zijn de opbrengsten voor deze groep veel hoger dan de kosten. De opbrengsten vallen overigens vooral bij werkgevers (ziekteverzuim en arbeidsproductiviteit), terwijl de kosten in grote mate bij andere bedrijven vallen (sponsoring).

Gemeentelijke verschillen

De SROI van sport en bewegen verschilt per gemeente. Om de SROI van sport en bewegen per gemeente te benaderen, hebben Rebel en Mulier Instituut een dashboard gemaakt:

In het dashboard kunnen gemeenten zichzelf ook vergelijken met een peer group. Dat zijn de gemeenten met vergelijkbare sociaaleconomische variabelen, waarvan bekend is dat ze effect hebben op sport- en beweeggedrag (zoals besteedbaar inkomen en/of aandeel hoogopgeleiden). Er zijn aanvullende aannames gedaan om tot een schatting te komen per gemeente. Een overzicht van alle aannames staat in bijlage 2 van het rapport ‘Social Return On Investment van sport en bewegen’. Naar verwachting is later dit jaar het dashboard beschikbaar voor gemeenten. Een voorbeeld met uitleg hoe het dashboard werkt staat vermeld in bijlage 3 van het rapport.

De mate waarin inwoners van een gemeente sporten en bewegen, en daarmee dus ook de maatschappelijke opbrengsten en de SROI van een gemeente, hangt af van meerdere factoren. Wat beïnvloedt dan precies het sport- en beweeggedrag in gemeenten? Het gaat, naast het aanbod van commerciële voorzieningen (zoals fitness) en de aantrekkelijkheid van de buitenruimte (zoals bosrijke omgeving), vooral om:

  • Sportaccommodaties. Dit is de grootste kostenpost voor gemeenten. Het is belangrijk voor met name de jeugd, die er in groepsverband sporten. Bij de aanleg of renovatie van een accommodatie spelen, met het oog op stimuleren van sporten en bewegen, tal van overwegingen. Bijvoorbeeld eventuele plaatsing in de nabijheid van scholen, de aansluiting op de lokale demografie (overwegend jonge of oude bevolking?) en de accommodatie zo inrichten dat het een multifunctioneel karakter krijgt.
  • Sportstimulering. Gemeenten kunnen bewezen effectieve interventies inzetten om specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld ouderen, in beweging te krijgen. De inzet van buurtsportcoaches heeft als doel om meer mensen te laten sporten en bewegen, door een verbinding te leggen tussen aanbieders van sport en welzijn, onderwijs, gezondheidszorg etc. Ook interventies op andere beleidsterreinen, zoals het sociaal domein, kunnen invloed hebben op sport- en beweeggedrag.
  • Sociaaleconomische variabelen. Uit de literatuur volgt dat variabelen als vergrijzing, inkomen en stedelijkheid meer variatie in sport- en beweeggedrag in een gemeente verklaren dan het gemeentelijke beleid zelf.

Om een verklarend verhaal te krijgen achter de SROI zijn er voor drie gemeenten verdiepende analyses gedaan, aansluitend bij hun beleidsdoelen en specifieke vragen. Zo is er bijvoorbeeld gekeken in hoeverre landelijke trends als vergrijzing, individualisering en verstedelijking zichtbaar zijn in deze gemeenten, hoe de gemeentelijke uitgaven zijn opgebouwd en zich verhouden tot vergelijkbare gemeenten.

Er is een vergelijking op de kernindicator beweegvriendelijke omgeving gemaakt en onderzocht hoe het is gesteld met de verschillende indicatoren voor sport- en beweeggedrag (voldoen aan beweegrichtlijn, lid van vereniging, aandeel fitnessbeoefenaars). Ook is bekeken hoe de SROI zich verhoudt tot gemeenten met vergelijkbare sociaaleconomische kenmerken. Tot slot bevatten de analyses inzicht in het effect van keuzes in de sportinfrastructuur op de SROI, de rol van sportstimulering via effectieve interventies en hoe sport als interventie op andere beleidsterreinen wordt ingezet.

Beperkingen

Het is goed om je te realiseren dat dit onderzoek een studie op macroniveau is. Er is een koppeling gemaakt tussen openbare databestanden en er zijn noodzakelijke aannames gemaakt ter versimpeling. Dat betekent dat er automatisch beperkingen zijn aan het onderzoek, zowel aan de kosten- als aan de opbrengstenkant van de SROI. Die beperkingen staan uitgebreid beschreven in het rapport.

In dit SROI-onderzoek zijn bepaalde sociale effecten wel benoemd, maar niet gewaardeerd ( denk aan welzijn/ geluk, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden). Daar kunnen drie redenen voor zijn:

  • Deze effecten laten zich niet goed in geld uitdrukken.
  • Er bestaan (nu nog) geen gangbare waarderingsmethoden voor.
  • Er zijn wel bepaalde innovatieve waarderingsmethoden die in internationale studies een enkele keer zijn toegepast, maar die nog niet naar de Nederlandse situatie vertaald kunnen worden, omdat de benodigde empirische basis nog ontbreekt. Engeland beschikt bijvoorbeeld over een grote dataset met uitkomsten over well-being en economische waardering. Tot slot zijn er ook effecten die niet meegenomen zijn, omdat geen eenduidig effect vastgesteld kon worden.

Hoe nu verder?

We hebben weer een volgend stukje van de puzzel omtrent de waarde van sport en bewegen gelegd. Door vervolgonderzoek kan er zowel aan de kosten- als opbrengstenkant van de SROI een verdere verfijning plaatsvinden, wat de uitkomst nauwkeuriger maakt.

De verdiepende analyses geven gemeenten een verbeterd inzicht in hun eigen situatie en de SROI en helpen in de zoektocht naar factoren die de lokale beweegcijfers beïnvloeden/verklaren. Kenniscentrum Sport wil daarnaast benchmarksessies faciliteren om in gesprek te gaan en met collega’s van vergelijkbare gemeenten te ontdekken hoe je (de SROI van) jouw gemeentelijk sport- en beweegbeleid kunt optimaliseren. Interesse in deze analyses en sessies kun je kenbaar maken bij Karin van der Maat, karin.vandermaat@kcsport.nl of 06-31753724.

Meer lezen?

De uitkomsten van het onderzoek zijn ook gevisualiseerd in de infographic ‘De Social Return On Investment (SROI) van sport en bewegen’.

Overige artikelen:

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.