Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

De Nederlandse sportvereniging en ouders met een niet- Nederlandse achtergrond

Kennisbank

De Nederlandse bevolking bestaat voor een groot deel uit mensen met een niet- Nederlandse achtergrond, zoals migranten en vluchtelingen. Zij komen idealiter in aanraking met het Nederlandse verenigingsleven dat sterk in onze lokale gemeenschap is geworteld. De organisatie van het Nederlandse sport- en verenigingsleven is echter behoorlijk uniek in de wereld. De ‘nieuwe’ Nederlanders zijn daar vaak niet mee bekend en ouders van kinderen die sporten bij de vereniging lijken daardoor minder betrokken. Maar is dat wel zo? Belangrijke achtergrondinformatie, weetjes en tips om ouders uit deze doelgroep te betrekken bij de vereniging leest u in onderstaand artikel.

Migranten en vluchtelingen in Nederland

Volgens cijfers van het CBS hebben in 2014 bijna 183.000 duizend migranten zich in Nederland gevestigd. De Nederlandse bevolking bestaat uit ruim 2 miljoen niet- westerse en ruim anderhalf miljoen westerse allochtonen (CBS, 2015). Sinds begin van dit jaar hebben bovendien ruim 40.000 vluchtelingen asiel aangevraagd. Om deze vluchtelingen onderdak en dagbesteding te bieden ontstaan allerlei mooie initiatieven vanuit sportverenigingen. Lees bijvoorbeeld over LadyFit in Utrecht en Sportvereniging Stevensbeek (SVS) uit Stevensbeek.

Migranten en vluchtelingen zijn grote (doel)groepen die zelf of via hun kinderen in aanraking (zullen) komen met de (cultuur van de) Nederlandse sportvereniging. Voor bijvoorbeeld hun integratie is het van grote meerwaarde dat zij meedoen in het Nederlandse verenigingsleven. Voor verenigingen zorgen deze groepen bovendien voor ledenwinst. Kortom: een win-win situatie! Ouders van kinderen met een niet- Nederlandse achtergrond lijken echter vaak minder betrokken bij de vereniging. Is dat ook daadwerkelijk zo? Wat is hier gaande?

De Nederlandse sportvereniging

Sportverenigingen zijn ontzettend belangrijk voor onze samenleving. Niet alleen in Nederland, ook in andere Europese landen, zo blijkt uit het in september verschenen ‘Sport Clubs in Europe: A Cross-National Comparative Perspective’ (Breuer, Hoekman e.a., 2015). Onderzoekers uit twintig Europese landen beschrijven in deze publicatie voor hun eigen land welke rol de sportvereniging speelt in beleid en samenleving. Uit het onderzoek blijkt dat sportverenigingen in het overgrote deel van Europa sterk in lokale gemeenschappen zijn geworteld, maar ook dat het lidmaatschap van sportverenigingen in Nederland het hoogst is. 27% van de Nederlandse bevolking is lid van de sportvereniging, terwijl het gemiddelde in Europa 12% is.

Opvallend is dat ook in de andere Europese landen de uitdagingen die de Nederlandse sportverenigingen ervaren zichtbaar zijn. Voldoende vrijwilligers aantrekken en genoeg leden binden zijn de voornaamste punten van zorg. Sportverenigingen draaien immers, ook in Europa, vooral op vrijwilligers. Hoewel in Nederland 18% van de bevolking vrijwilligerswerk verricht bij een sportvereniging en het EU-gemiddelde 7% bedraagt, blijft dit een zorgaspect voor sportverenigingen.

Ouderbetrokkenheid bij de sportvereniging

Voor de invulling van vrijwilligersactiviteiten bij de sportvereniging zijn ouders van jeugdleden belangrijk. De term ouderbetrokkenheid is dan ook een veelgebruikte term. In de laatste jaren is steeds meer aandacht gekomen voor het betrekken van ouders. Wat hieronder wordt verstaan, kan overigens wel verschillen. Denk aan extra handen bij de sportvereniging, ouders die kinderen in de opvoeding stimuleren tot sport- en beweeggedrag of aan voorbeeldgedrag van ouders ‘langs de lijn’.

Zo is het deelprogramma ‘Ouders’ een belangrijk onderdeel binnen het actieplan ‘Naar een veiliger Sportklimaat’ met als titel Tv-Sportplezier. Binnen Tv- Sportplezier wordt overigens niet direct ingezet op het vergroten van het aantal vrijwilligers, maar op het stimuleren van positieve ouder- supporters. Volgens Tv- Sportplezier zijn betrokken ouders: ‘ouders die weten waar een vereniging voor staat, weten wat er speelt en hoe hun kind zichzelf goed kan ontwikkelen door middel van sport’. Dit is echter voor veel ouders en zeker voor ouders met een niet- Nederlandse achtergrond, niet vanzelfsprekend.

Ouderbetrokkenheid begint met kennis over verenigingscultuur

Sportverenigingen willen graag ook ouders met een niet- Nederlandse achtergrond meer betrekken bij hun kind op de sportvereniging en bij de organisatie van de club zelf. Professionals en vrijwilligers vinden het moeilijk om met deze ouders in contact te komen en hen vervolgens actief te betrekken bij de sportvereniging. Handig is om daarbij het volgende als uitgangspunt te nemen:

Wees je er bewust van dat de structuur van een sportvereniging zoals we deze in Nederland kennen erg uniek is en dat de kennis hierover bij ‘nieuwe’ Nederlanders vaak niet aanwezig is. Besef je hoe ‘vreemd’ onze verenigingscultuur eigenlijk is in de ogen van nieuwe Nederlanders.

In slechts een klein aantal landen als Duitsland, België, Engeland, Frankrijk en de Scandinavische landen, zijn sportverenigingen een ‘normaal’ fenomeen. De rest van de wereld, ook de herkomstlanden van de ‘nieuwe’ Nederlanders, kent geen verenigingscultuur die vergelijkbaar is met de onze. Voor verenigingen die leden met een niet- Nederlandse achtergrond hebben of in een gebied gevestigd zijn waar veel ‘nieuwe’ Nederlanders wonen, is het goed om dat te beseffen. Want waar Nederlanders de verenigingscultuur vaak met de paplepel hebben ingegoten gekregen, is die cultuur voor veel ‘nieuwe’ Nederlanders onbekend.

Het gevaar van die onbekendheid met onze verenigingscultuur is dat wederzijds verkeerde beelden en verwachtingen kunnen ontstaan. De sportvereniging lijkt voor veel nieuwe Nederlanders op een school of bedrijf. Zij betalen voor de diensten, kinderen gaan erheen en worden er door specialisten – leraren, docenten en sporttrainers – gedurende enige tijd beziggehouden. Een ieder die in de Nederlandse cultuur is opgegroeid weet daarentegen dat sportverenigingen alleen kunnen functioneren dankzij de inzet van vrijwilligers. Het ‘niet participerende’ gedrag van de ouders met een niet- Nederlandse achtergrond kan hierdoor overkomen als niet betrokken of niet geïnteresseerd, terwijl het (bijna) nooit onwil is wat de ouders vertonen. Het betreft veelal onbekendheid en/of onwetendheid met de vrijwillige inzet in het verenigingsleven of zelfs onwetendheid van het nut daarvan voor hun kinderen. Betrokkenheid creëren begint dus met kennis verschaffen!

Werken aan ouderbetrokkenheid bij nieuwe Nederlanders

Hoe informeren we ouders van nieuwe Nederlanders over onze verenigingscultuur en hoe betrekken we hen meer bij hun sportende kinderen en bij de sportvereniging? Op www.nisb.nl/ouders staan drie stappen met praktische tips die je kunt doorlopen om betrokkenheid van ouders te creëren. Je moet eerst in contact zien te komen met ouders (stap 1) voordat je kunt werken aan bewustwording (stap 2) en pas dan kun je ze ondersteunen (stap 3) bij de stap van intentie (ouders willen een bijdrage leveren aan de sportvereniging) naar daadwerkelijk gedrag (ouders gaan tot actie over).

Bij het leggen van contact met ouders is een tip om oproepen voor vrijwilligerswerk (niet alleen) te publiceren via de website of (digitale) clubblad. Niet alle ouders zijn de taal voldoende machtig of weten dat het clubblad ook aan hen gericht is. Het is dus maar de vraag of je de ouders op deze manier wel bereikt. Zoek daarom naar een meer directe, persoonlijkere manier om in contact te komen, bijvoorbeeld door ouders aan te spreken of op te zoeken.

Het vervolgens werken aan bewustwording van (de rol van) ouders bereik je door hen te informeren over het reilen en zeilen van de sportvereniging. Leg ze uit wat vrijwilligers zijn, wat zij doen en hoe belangrijk zij voor de vereniging zijn. Vraag hen bovendien naar wat ze kunnen en willen bijdragen. Een tip om ze vertrouwen te geven en de drempel te verlagen is om aan te sluiten bij wat de ouder zelf wil, drijft, motiveert en belangrijk vindt. Ga daar naar op zoek. Een ouder die bijvoorbeeld van koken houdt, wil en durft misschien wel kantinediensten te draaien of een ouder die de wedstrijden graag volgt wil misschien wel (wat vaker) meerijden naar uitwedstrijden.

Stapsgewijs kun je op deze wijze werken aan het betrekken van ouders. TV Sportplezier verwoordt dit mooi in haar gedachtegoed: ‘Als vereniging moet je niet proberen direct allerlei taken op te leggen. Begin eerst met de ouders te leren kennen. Bouw een relatie met ze op, waardeer ze, laat ze de vereniging leren kennen, zorg ervoor dat ze zich thuis voelen. Want in een veilige en plezierige omgeving doen mensen graag iets terug voor de vereniging’.

Vijf jaar na Meedoen!

Dit artikel is het tweede in een reeks van vijf, over de erfenis van het programma ‘Meedoen Alle Jeugd door Sport’ (2006-2010). Vijf jaar na afloop van het vijfjarige programma, verversen we in vijf wekelijkse artikelen thema’s waarover tijdens “Meedoen…’ is geschreven. Dit artikel is gebaseerd op ‘Ouderparticipatie begint met kennis over verenigingscultuur’ uit de bundel “Leren van Meedoen”.

 

Meer informatie

 

Alle artikelen in deze reeks op een rijtje:

  1. Bestuurlijke vernieuwing: diversiteit is kracht
  2. De Nederlandse sportvereniging en ouders met een niet- Nederlandse achtergrond
  3. Een goed pedagogisch klimaat bij de sportvereniging
  4. Sociale marketing of jeugdsportmarketing?  
  5. Back to the future 

Literatuurverwijzing: Beck, R., Westerhof, W., & Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) (2015). De Nederlandse sportvereniging en ouders met een niet- Nederlandse achtergrond. Sportexpert.

Uitgifte datum: 2015

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.