Alles over sport logo

Dit kun je als buurtsportcoach doen voor inwoners in armoede

Vrijwel alle Nederlandse gemeenten zetten buurtsportcoaches of combinatiefunctionarissen in. Niet al deze gemeenten hebben in hun beleid aandacht voor sport en bewegen voor inwoners in armoede of in een lage sociaaleconomische positie (SEP). Dit terwijl veel buurtsportcoaches aangeven zich wel te richten op die lastig te bereiken doelgroep. In dit artikel lees je ervaringen van buurtsportcoaches: wat kun jij doen voor deze mensen?

Over dit artikel

De succesfactoren en leerlessen uit dit artikel zijn opgehaald uit gesprekken met verschillende buurtsportcoaches. Een aantal van hen richt zich specifiek op inwoners in armoede of lage sociaaleconomische positie (SEP) en een aantal op bepaalde wijken met een hoog percentage inwoners met een lage SEP.

Bereik inwoners in armoede

Het blijkt vaak lastig te zijn om inwoners in armoede te bereiken. Zij zoeken niet altijd hulp of laten zich niet makkelijk vinden. Ook zijn er veel mensen die zich helemaal niet ‘arm’ voelen. Voor een buurtsportcoach met als opdracht om mensen in armoede of lage SEP-wijken in beweging te brengen, kan dat lastig zijn. Echter geven veel buurtsportcoaches ook aan vanuit hun rol al in contact te staan met mensen in armoede – ze zijn de ogen en oren in de wijk. Een aantal tips die buurtsportcoaches meegeven om het bereik te vergroten:

  • Werk samen met andere partijen in de wijk, zoals jongerenwerk, ouderenwerk, sociaal werk, onderwijs, zorg (huisartsen) en welzijn. Zo kun je goed naar elkaar doorverwijzen. Bovendien geven veel inwoners in armoede aan dat de huisarts een belangrijke professional is als het gaat om in beweging komen.
  • Vang signalen op uit de wijk (ook via partners) en bepaal op basis daarvan welke acties je gaat ondernemen. Het helpt als je regelmatig contact hebt met verschillende partners in de wijk en ook bewust samen ingaat op die signalen. Hierbij is het belangrijk dat je bepaalde mate van vrijheid hebt om keuzes te kunnen maken waarop je inzet.
  • Als het niet direct lukt om je doelgroep te vinden of bereiken, kun je via verschillende kanten proberen om ze te benaderen. Zo kun je erachter komen op welke manier dat het beste werkt. Denk hierbij aan flyers, krantjes en posters. Maar tegelijkertijd ook via mond-tot-mondreclame van andere inwoners in de wijk, het inzetten van sleutelfiguren en het samenwerken met wijkpartners. Als het lukt, vraag dan ook eens op welke manier je diegene het beste kan bereiken. Ook zijn er verschillende buurtsportcoaches die (gratis) activiteiten organiseren voor de inwoners van hun gemeente, om via dat aanbod in contact te komen. Belangrijk is om daarna te evalueren welke methodes het beste hebben gewerkt. Deze kun je dan blijven inzetten.

Zet je netwerk in

Het netwerk in een wijk of gemeente is erg belangrijk voor een buurtsportcoach. Samen met andere professionals en partijen ben je krachtiger om sport en bewegen te stimuleren. Je bundelt kennis, hebt meer bereik en meer draagvlak. Zodra er binnen een wijk of gemeente regelmatig naar elkaar doorverwezen wordt, kun je hiermee veel (zorg)vraag voorkomen en inwoners beter of sneller helpen. Hierbij is het van belang om het netwerk duurzaam op te bouwen, zodat het niet allemaal aan bepaalde mensen ‘hangt’ en alles bij wisselingen van personeel nog in stand blijft. Dat kan bijvoorbeeld door ook afspraken te maken tussen instellingen over gezamenlijk te behalen doelstellingen voor een wijk.

Benut de succesfactoren van andere buurtsportcoaches 

  • De drempel voor inwoners zo laag mogelijk maken: zorg ervoor dat inwoners een positieve sport- en beweegervaring kunnen opdoen, zodat ze weten wat het met hen doet. Hierbij kun je denken aan:
    • Gratis (kennismaking)aanbod. Waar nodig de inwoners de eerste keer aan de hand meenemen. Houd daarna contact tot ze meer structureel sporten of bewegen. Motiveer ze om vaker te komen. Help ook met het regelen van zaken als lidmaatschap of vergoedingen. Mogelijk kan een maatje of sleutelfiguur ook helpen om de inwoners aan het bewegen of sporten te houden.
      • Een buurtsportcoach gaf aan dat zij met een gezin in contact kwam waarvan een van de kinderen graag bij een sportvereniging wilde. Het lukte de moeder niet om dat te regelen, vooral qua vervoer en geld. De buurtsportcoach heeft het kind meegenomen naar de sportvereniging en is daarna alles gaan regelen. Het kind kon gaan sporten en de buurtsportcoach regelde daarna de vergoeding via het Jeugdfonds Sport & Cultuur en zorgde dat de trainer van het team het kind altijd kwam ophalen, zodat ze samen naar de training konden fietsen. Zo was het vervoersprobleem ook opgelost. Daarna heeft ze regelmatig bij de trainer gecheckt of het kind nog steeds sportte en of ze nog iets kon betekenen.
    • Laagdrempelig aanbod. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan wandelgroepen. Een voorbeeld hiervan is de Nationale Diabetes Challenge, of een los op te zetten wandelgroep.
      • Een buurtsportcoach heeft contact gezocht met de huisarts in de gemeente. Samen met de huisartsenpraktijk is toen een wandelgroep opgezet. De huisarts verwees hiernaar door, maar de buurtsportcoach kende via andere wijkcontacten ook veel mensen die hierbij wilden aansluiten. Omdat in principe iedereen kan aansluiten bij een wandelgroep, ongeacht hoe sportief of actief je bent, werd de groep snel gevuld. De mensen vonden het een fijne activiteit en waardeerden ook het sociale contact. Binnen enkele weken was er niet één wandelgroep, maar meerdere. Via een appgroep houden de mensen uit de wandelgroep contact met elkaar en kunnen ze aangeven als ze een keer niet kunnen.
  • Persoonlijk contact en individuele aandacht: iedere inwoner heeft iets anders meegemaakt, leeft in een andere context en is op een andere manier in geldzorgen geraakt. Door oog te hebben voor individuele situaties, en daarop in te spelen, kun je mensen beter helpen. Soms is het prettig om daarbij hulp te krijgen van bijvoorbeeld een welzijnswerker.
  • Inspelen op de behoefte van inwoners: achterhaal waar inwoners behoefte aan hebben. Zelf, of samen met partnerorganisaties.
    • Buurtsportcoaches die dat hebben gedaan, kwamen daardoor op verrassende inzichten. In een bepaalde lage SEP-wijk konden ze vrouwen met jonge kinderen niet bereiken met sport- en beweegaanbod. Uiteindelijk hebben ze een aantal vrouwen gesproken en kwamen ze erachter dat de tijdstippen waarop het aanbod werd aangeboden niet aansloten bij de behoeften. Ze wilden juist graag sporten nét nadat ze hun kinderen naar school hadden gebracht. Door het aanbod daarop aan te passen, kwamen er veel meer vrouwen uit de doelgroep.
  • Duidelijk overzicht met sport- en beweegaanbod: bij voorkeur met daarbij aangegeven wat gratis aanbod is, wanneer er een vergoeding kan worden aangevraagd en bij wie ze terecht kunnen met vragen. 
  • Inzetten van sleutelfiguren in de wijk en zorgen voor mond-tot-mondreclame van het aanbod: zodra je een aantal rolmodellen uit de wijk enthousiast hebt gekregen, kunnen zij veel andere inwoners motiveren om ook mee te doen.
    • De buurtsportcoach uit het voorbeeld van de moeders met jonge kinderen gaf aan dat haar aanbod via mond-tot-mondreclame op het schoolplein verspreid werd. In mum van tijd had ze zoveel vrouwen bij haar aanbod dat ze het op meerdere momenten in de week zijn gaan aanbieden.

Leer van andere buurtsportcoaches

Buurtsportcoaches komen regelmatig uitdagingen tegen als het gaat om het in beweging brengen van inwoners in armoede. Hierbij kun je denken aan praktische zaken, zoals het ontbreken van potjes of subsidies binnen een gemeente voor inwoners in armoede, waardoor sport en bewegen niet wordt vergoed. Maar ook het bereiken van de doelgroep blijkt een uitdaging te zijn.

We hebben de buurtsportcoaches daarom ook gevraagd of er dingen waren die zij hebben uitgeprobeerd, maar die niet bleken te werken. Dat betekent niet dat dit op andere plekken niet zal werken, maar geeft aan dat je soms moet experimenteren voor je weet wat werkt in jouw omgeving of bij jouw doelgroep. Een aantal voorbeelden die buurtsportcoaches benoemen:

  • Niet alleen aanbod opzetten en daarna ‘hopen’ dat de doelgroep komt: in een gemeente hebben ze via grote events per wijk geprobeerd om inwoners te bereiken en te spreken. In sommige wijken werkte het heel goed, maar in andere wijken kwam er niemand uit de wijk op af. In de wijken waar het werkte, zijn ze doorgegaan met de grote events en in de andere wijken zijn ze naar andere manieren gaan kijken.
  • Geen aanmeldsystemen voor aanbod: buurtsportcoaches hadden een aanmeldsysteem bedacht voor het naschools aanbod op basisscholen. Er waren maar weinig ouders die hun kind aanmeldden. Uiteindelijk bleek bij navraag dat de doelgroep hun kinderen niet vooraf wilde aanmelden, maar op de dag zelf wilde beslissen of hun kind wel of niet kwam.
  • Niet automatisch ervan uitgaan dat iedereen geholpen wil worden (door middel van een fonds of aanvraag): buurtsportcoaches gaven aan eerst de aanname te hebben dat alle inwoners wel gebruik zouden willen maken van een fonds of subsidie om te sporten of bewegen. Na enkele gesprekken kwamen ze erachter dat niet iedereen hulp wil aannemen of een stempel wil krijgen van ‘arm’. Ook merkten ze dat veel mensen wantrouwen hebben richting de overheid, gemeenten of organisaties die subsidies verstrekken.

Speel in op doelgroep en context

Inwoners in armoede bereiken en aan het sporten en bewegen krijgen, blijft een uitdaging. Waar in de ene wijk de stadskrant nog goed wordt gelezen, is in een andere wijk social media een betere methode. En waar je voor de ene doelgroep via via veel mensen bereikt, is bij een andere doelgroep juist doorverwijzing via de eerstelijnszorg belangrijk. Het is dus belangrijk dat je per doelgroep en per context gaat onderzoeken wat voor jou het beste werkt om de inwoners te bereiken en te activeren.

Meer lezen?


Artikelen uitgelicht


Meedoen door sport en bewegen
In de wijk
Kinderen, Volwassenen
public, professional
tips
buurtsportcoachregeling, in beweging brengen, kwetsbaarheid, lage inkomens