Alles over sport logo

Valpreventie: Bewegen draagt bij aan verlagen valrisico voor ouderen

Vallen is de meest voorkomende oorzaak van letsel door een ongeval bij ouderen. We spreken hierbij van privé-valongevallen: ongevallen die niet in het verkeer, een arbeidssituatie of tijdens het beoefenen van een sport plaatsvinden. Een ongelukkige val met soms een botbreuk als gevolg: veel ouderen komen terecht op de spoedeisende hulp met ernstig letsel.

Elke 4 minuten belandt er een 65-plusser op de spoedeisende hulp na een val. Dat blijkt uit cijfers van VeiligheidNL. In 2019 kwamen 109.000 ouderen (65+) daar door een val terecht, van wie 79.900 ernstig letsel opliepen, vooral fracturen en hersenletsel. Valincidenten kostten 4.720 ouderen het leven.

Bekijk de infographic ‘Feiten en cijfers valongevallen 65-plussers 2019’ van VeiligheidNL.

Themapagina ouderen

Meer informatie over beleid voor ouderen, of meer lezen over bijvoorbeeld valpreventie, eenzaamheid en dementie bij ouderen? Bekijk dan eens onze themapagina ouderen.

Bezoek de themapagina ouderen

Bewegen draagt bij aan verlaging valrisico

De Gezondheidsraad heeft kunnen aantonen dat voldoende bewegen mét de aanvulling van bot- en spierversterkende en balansoefeningen bijdraagt aan verlaging van het valrisico. Reden waarom deze oefeningen een belangrijk onderdeel vormen van de beweegrichtlijnen voor ouderen. Bij het voorkomen van valincidenten (valpreventie) is bewegen dan ook een belangrijke factor. Daarnaast spelen andere factoren ook een rol, zoals gezichtsvermogen en medicatie. Lees daarvoor meer op de website van VeiligheidNL en de richtlijn preventie van valincidenten bij ouderen, opgesteld door de Federatie Medisch Specialisten.

Beweeginterventies en aandachtspunten bij valpreventie

Om het valrisico bij ouderen te verkleinen kun je lokaal een beweeginterventie inzetten. Een zeer specifieke beweegaanpak bijvoorbeeld, gericht op valpreventie. Maar ook algemene beweeginterventies voor ouderen schenken vaak aandacht aan de elementen kracht en balans. En zo niet: dan kun je bijvoorbeeld bot- en spierversterkende en balansoefeningen toevoegen om het risico op valongelukken te verkleinen. Een aantal aandachtspunten hierbij:

  • Met een tijdelijk beweegaanbod van een paar weken ben je er niet. Na de inzet van een tijdelijke interventie moet er altijd geschikt vervolgaanbod zijn. Dit is nodig om het effect te behouden en om echt bij te kunnen dragen aan gedragsverandering. Lees hierover meer in het rapport Werkzame elementen van beweeginterventies voor 55-plussers (2018).
  • Zet in op erkende interventies, dat wil zeggen: bestaand sport- en beweegaanbod dat al beoordeeld is op beschrijving en onderbouwing en sterke, goede of eerste aanwijzingen heeft voor effectiviteit. Zijn die er niet of weinig, dan is het niveau ‘goed onderbouwd’ een alternatief. Naast de interventie zelf bepaalt de wijze waarop het beweegprogramma wordt aangeboden sterk of je uiteindelijk impact realiseert. Lees hier meer over verschillende valpreventie programma’s.
  • Een deel van de mensen heeft dermate ernstige valangst dat ze (eerst) psychologische ondersteuning nodig heeft om mee te kunnen doen aan beweegactiviteiten.
  • De term ‘valpreventie’ spreekt een deel van de ouderen niet aan, omdat zij voor zichzelf de risico’s te laag inschatten: houd hier rekening mee met bij de werving voor je valpreventie programma en kies liever voor een positieve naam zoals bijvoorbeeld ‘fit en mobiel blijven’, ‘in de benen’ of ‘blijf in beweging’.
  • Je kunt deelnemers ook stimuleren om thuis meer ‘in de benen’ te komen door de filmpjes van Hup in de benen, van VeiligheidNL:

Beweeginterventies gericht op valpreventie

Enkele erkende beweeginterventies die zich richten op valpreventie voor ouderen:

Meer interventies die sterk kunnen bijdragen aan valpreventie vind je in de database met erkende beweeginterventies. Veiligheid.nl heeft een keuzehulp ontwikkeld voor professionals om de juiste interventie te kiezen.

Daarnaast zijn er erkende interventies die ook aandacht besteden aan valpreventie, hoewel dat niet het primaire doel is. De bekendste hiervan, die op veel locaties wordt gegeven door specifiek opgeleide trainers, is Meer Bewegen voor Ouderen (MBvO). De interventie is in tegenstelling tot de meeste valpreventieprogramma’s structureel.

Inspiratie en voorbeelden

Mensen in een gymzaal die een oefening doen liggend op hun rug met de benen in de lucht en een bal tussen de enkels
(Bron: Kenniscentrum Sport)

Veel gemeenten zetten in op bewegen om het risico op valongelukken te verkleinen en zelfredzaamheid te vergroten. Wat zijn hun ervaringen? Welke aanpakken werken voor hen? Hoe bereiken ze ouderen? Lees in dit interview de praktijkervaringen in de gemeente Montferland en gemeente de Ronde Venen.

Ervaringen uit de praktijk

Hoe houden we ouderen zo lang mogelijk vitaal? Oriënteer je op bestaande interventies die zich al in de praktijk bewezen hebben en waar je met creativiteit en lokale inbreng mee aan de slag kunt. In dit artikel presenteren we vijf interventies die al in diverse gemeenten zijn uitgevoerd.

Prognose

Door de vergrijzing zal het aantal valongelukken de komende jaren zeker toenemen. VeiligheidNL verwijst naar een prognose waarin het aantal SEH-bezoeken in verband met ernstig letsel door een privé-valongeval bij 65-plussers in 2030 met 41 procent gestegen zal zijn ten opzichte van 2017. Het aantal overledenen naar aanleiding van een privé valongeval zal stijgen met 55 procent. (Bron: website VeiligheidNL, onderdeel kennis en cijfers)

Artikelen uitgelicht


Beweegstimulering
Ouderen
professional
feiten en cijfers
in beweging brengen