Sluiten

Zo ontwerp je straten en ‘plinten’ die uitdagen tot bewegen

Artikel

Publicatiedatum 8 september 2020

ls mensen een keus hebben, wint een prettige groene omgeving het altijd van somber grijs beton. Oók als je wilt bewegen in een bebouwde, stedelijke omgeving. Met behulp van de zogeheten City at Eye Level methodiek kunnen gemeenten bouwen aan een beweegvriendelijke omgeving. We leggen uit hoe dat werkt.

Stel je voor: je bent in een lekker tempo een route aan het hardlopen. Je haar danst in de wind, zweet rolt van je voorhoofd, je longen zuigen de frisse lucht op. Je voelt controle over waar je heen gaat en je bent verbonden met je lichaam. Dan kom je op een kruispunt. Je hebt niet lang om na te denken want je wilt niet uit de flow raken. Je ziet links een sombere galerij met grijze betonpalen en een grijze wand langs een drukke straat met verkeer. Je ziet rechts bomen die als luifels het fiets- en voetpad overdekken langs terrassen, winkels en groene plantenbakken. Het is logisch welke route je kiest!

een doorgang in Amsterdam
(foto: Hans Karssenberg STIPO)

Minder logisch is echter hoe vaak het steden ontbreekt aan prettige plekken die de bewegende mens centraal stellen. Met behulp van de City at Eye Level methodiek kun je echter bouwen aan een beweegvriendelijke omgeving.

Gemaakt om te bewegen

Mensen zijn gemaakt om te bewegen, te lopen en anderen te ontmoeten. Iedereen herkent deze dagelijkse behoefte waarschijnlijk. De COVID lockdown heeft ons nog eens doen beseffen hoe waardevol het is om vrij te kunnen bewegen in de openbare ruimte.

De wetenschap is het over de hele linie eens dat wandelen gezond is en zelfs de economie stimuleert. Waarom is de maatschappij dan nog zo geïndoctrineerd door de auto met bijbehorende infrastructuur en stedelijk ontwerp? Het is belangrijk om de straat te heroveren. Meer dan ooit moet de openbare ruimte een vitaal dagelijks leven ondersteunen en daarmee onze gezamenlijke gezondheid stimuleren.

Vijf dimensies 

We willen onze stedelijke omgeving herontwerpen ten bate van bewegen, spelen, sporten en gezondheid. Om dat te bereiken is in internationaal multidisciplinair onderzoek de City at Eye Level methodiek (De Stad op Ooghoogte) ontwikkeld. Deze methodiek richt zich op de begane grond en op ‘plinten’. De methode kent vijf dimensies:

  1. Walkability
  2. Wayfinding
  3. Menselijke maat
  4. Inclusiviteit
  5. Eigenaarschap

In dit artikel leggen we uit wat elke term betekent en geven we praktische voorbeelden. De vijf dimensies kunnen overlappen. Maar juist door deze synergie ontstaan goede, kwalitatief hoogwaardige plekken en routes waar mensen graag gebruik van maken.

een straat in Rotterdam met terras, fietspad en loopstraat
Rotterdam (bron: Stadsontwikkeling Rotterdam)

1. Walkability

Straten en plinten die snellere beweging ondersteunen zoals hardlopen, skeeleren en fietsen, moeten ten eerste goed beloopbaar (walkable) zijn. Walkability is dus de mate van beloopbaarheid voor de grootste groep gebruikers (uitgezonderd freerunners, skateboarders, etc.). De term wordt algemeen gebruikt in planologie en ontwerp. Deze beloopbaarheid heeft verschillende kenmerken.

Ervaren veiligheid

Voelen alle gebruikers zich veilig? Hoe schatten zij de kans op criminaliteit in? Dit is vooral belangrijk voor kwetsbare groepen zoals kinderen, vrouwen en senioren. Je kunt dit bereiken door alert te zijn op elementen als verlichting en camera’s op straat. Biedt ruimte voor groepen om te mengen, maar creëer ook beschutting.

Obstakelvrij

Kan de gebruiker zonder belemmeringen bewegen en de weg oversteken? Dit is belangrijk voor mensen met bijvoorbeeld een rollator, of rolstoel en mensen die slecht ter been zijn. Betrek de gebruikers bij het fysieke ontwerp van de openbare ruimte, zodat dit aansluit bij hun behoeftes.

Nabijheid

Zijn bestemmingen te voet te bereiken? Acceptabele loop- en fietsafstanden stimuleren het gebruik van de straat als bestemming en plek voor beweging. Met name voor mensen zonder auto. Zin de openbare ruimte voor verbindingsroutes en een netwerk van wandel- en fietspaden.

Infrastructuur voor voetgangers

Zijn er stoepen, zitgelegenheden en bewegwijzering aanwezig? En zijn die in goede staat? Zorg voor plekken waar gebruikers kunnen rusten. Dit is prettig voor iedereen, maar zeker voor zwangeren, zieken of senioren. Ook hier geldt: betrek de gebruikers bij de voorzieningen in de openbare ruimte, zodat dit aansluit bij hun behoeftes.

Levendigheid

Zijn er verleidelijke, groene, creatieve elementen in de straten en plinten? Dit houd direct verband met het streven naar menselijke maat (zie 3). Maak ruimte voor spelen, dwalen en prikkeling. Zorg dat er ontwikkelruimte is: plekken hoeven niet helemaal ‘af’ te zijn.

2. Wayfinding

Wayfinding gaat over ‘weten waar je bent’. Het gaat om elementen die jou helpen je weg te vinden en je (vervolg)route te bepalen. Wayfinding draagt bij aan een beweegvriendelijke omgeving en zou daarom door verkeerskundigen, ontwikkelaars, gemeenteambtenaren en ontwerpers moeten worden toegepast.

Je kunt je omgeving zo inrichten dat het vervolg van een route steeds eenvoudig herkenbaar is. Bijvoorbeeld door duidelijke, herkenbare en actuele borden. Voetgangers willen graag weten waar en hoe ver een oversteekplaats of een uitgang is, om andere gebieden te bereiken [2]. Dit kun je bereiken door straten recht op elkaar aan te laten sluiten, door duidelijk zichtbaar te maken waar straten eindigen, en door herkenbare toegangswegen te realiseren (met bijvoorbeeld wijklogo’s).

Ook herkenbare borden met symbolen – die in vele talen en culturen te begrijpen zijn – wijzen de weg naar belangrijke knooppunten of naar openbaar vervoer [3,4]. Duidelijke bewegwijzering stimuleert tot bewegen, het helpt mensen bij het meer intuïtief kiezen van hun vervolgroute.

foto genomen van boven een stad
Superkilen Red Square (bron: Superflex)

3. Menselijke maat 

Human scale – ook ‘menselijke dimensie’ genoemd door Jane Jacobs en Jan Gehl – gaat over het rekening houden met hoe onze zintuigen op een positieve manier geprikkeld worden in het stedelijk ontwerp [5,6]. Wat de beste manier is om die zintuigen te prikkelen, wordt verschillend ervaren door mensen. Het menselijk oog kan bijvoorbeeld op 25 meter afstand details ontwaren, maar het wordt pas interessant bij een afstand van minder dan 10 meter [6,7].

Aangezien we het meeste waarnemen op ooghoogte, moeten ontwerpers hier rekening mee houden bij het herinrichten van straten, doorgangen, de begane grond van gebouwen en de openbare ruimte. Bijvoorbeeld door opvallende details aan te brengen die mensen als plezierig ervaren. Zoals levendige detail in gevels, het splitsen van een huizenblok in verschillende eenheden met deuren of terrassen op elke 10 meter, groene zones zoals bomen en hagen, een veranda gevoel creëren en voorkomen van hoogbouw als voorgevel aan de straat [7]. Dit soort details vinden voetgangers plezierig.

Maar ontwerpers moeten ook rekening houden met ‘snelle’ gebruikers zoals fietsers en hardlopers, of mensen die skeeleren en steppen. Verschillende gebruikers kunnen hun plek op de weg vinden door bijvoorbeeld onderscheidende oppervlaktestructuren en kleuren in te zetten. Ook de manier waarop je straten met elkaar verbindt (de verbindingshoek) is van belang bij verschillende snelheden. Als je zorgt dat je de voetganger beschermt en prioriteit geeft boven autoverkeer, creëer je een beweegvriendelijke omgeving en daarmee meer gezonde lichamelijke activiteit [3].

foto van een plein genomen van boven
Superkilen, The Black Market (bron: Iwan Baan)

4. Inclusiviteit

Inclusiviteit betekent dat iedereen – ongeacht geslacht, leeftijd, capaciteit, inkomen, afkomst, seksuele voorkeur, enzovoorts – in staat moet zijn om straten en de openbare ruimte te gebruiken. Lichamelijke activiteit is immers net zo belangrijk voor kinderen, senioren en mindervaliden, als voor valide volwassenen. Als je de openbare ruimte gaat inrichten, is de eerste stap altijd om de bewoners en gebruikers te leren kennen. Zo kun je hun kenmerken, wensen en behoeften opnemen in je visie op het gebied. Door co-creatie met stakeholders bevorder je inclusiviteit. Daarnaast is het belangrijk om te zorgen voor toegankelijke infrastructuur (hardware) voor iedereen. Dat betekent op zijn minst een vlak, egaal en aaneengesloten oppervlakte in het stratenpatroon. Maar ook een gelijkmatige overgang van de stoep naar ingangen op begane grond, veilige oversteekplekken, stoepen die zijn afgeschermd van ander verkeer en voldoende straatmeubilair om te rusten.

Naast de hardware moet je ook zorgen voor beweeginterventies (software) voor verschillende groepen. Tenslotte is het belangrijk dat ook de groep van kartrekkers van een project divers genoeg is.

5. Eigenaarschap

Eigenaarschap is de laatste factor uit de methodiek, die ervoor zorgt dat mensen daadwerkelijk gaan bewegen in de openbare ruimte. Als omwonenden en bezoekers eigenaarschap voelen over – en zich thuis voelen in – een bepaald gebied, voelen ze zich automatisch verbonden met die plek en met andere aanwezigen. En wanneer gebruikers hun behoeften en wensen terugzien in een omgeving, voelen ze zich gehoord en wordt het voor hen logisch om van die plek gebruik te gaan maken.

Hierbij is het weer belangrijk om de omgeving in co-creatie vorm te geven. Deze betrokkenheid zorgt ervoor dat mensen de omgeving in relatie brengen met hun eigen identiteit en ervaren als iets om zorg voor te dragen. Ze worden gemotiveerd om terug te komen om te bewegen, spelen en sporten.

vader en kind bezig met plantjes aan de voorkant van hun huis
Planten van geveltuintjes in Nijmegen en Rotterdam (bron: STIPO)

Voorbeeld: geveltuintjes

Het geveltuintje-beleid is een interventie waarmee je niet alleen de menselijke maat, maar ook levendigheid en eigenaarschap kunt activeren. Het biedt bewoners en gebruikers ruimte voor actieve interactie met de plint. Het beleid stelt dat de eerste tegel langs een gebouw mag worden verwijderd en vervangen door beplanting. Een geveltuintje maakt de straat aantrekkelijker en stimuleert passanten om te genieten en vertragen. Het tuintje biedt bovendien een recreatieve activiteit voor bewoners. Het aanleggen en onderhouden van een geveltuintje vergt behoorlijk wat aandacht en energie (lees: beweging). Dat stimuleert eigenaarschap bij de betrokkenen. Deze interventie is dus een win-win. De betrokken bewoners zijn lichamelijk actief bij het tuinieren en de aantrekkelijke aanblik van een groene plint verleidt voetgangers en sporters om deze route te nemen.

 Instrumenten 

 

Bronnen

[1] Bradley A, Rooijmans R. (Re)designing our streets to enhance physical activity. Rotterdam: Stipo; 2020.

[2] Gleave SD. Toronto Parks and Trails Wayfinding Strategy. Toronto: City of Toronto Parks and Trails; 2015.

[3] Lynch K. The image of the city (Vol. 11). MIT press; 1960.

[4] Burden A, Burney D, Farely T, Sadik-Khan J. Active Design Guidelines Shaping the Sidewalk Experience, Department of City Planning. New York: City of New York; 2013.

[5] Jacobs J. The Death and Life of Great American Cities. New York: Random House; 1961.

[6] Gehl J. Cities for people. Island press; 2013.

[7] Karssenberg H, Laven J, Glaser M, Hoff M. van ‘t. The city at eye-level. Delft: Eburon Academic Publishers; 2016.

Danenberg R, Karssenberg H. The City at Eye Level for Kids. Rotterdam: Stipo; 2019.

Karssenberg H, Laven, J, Hoff M van ‘t. 80 lessons to a good city at eye level. Rotterdam: Stipo; 2017.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.