Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Wat is de sociaaleconomische waarde van sporten en bewegen?

Artikel

Sport en bewegen kan leiden tot diverse positieve (maar soms ook negatieve) effecten. De economische waarde van die effecten is echter veelal onbekend. Het rapport ‘de sociaaleconomische waarde van sport en bewegen’ geeft een indicatie van de baten en lasten indien een (gemiddelde) Nederlander blijvend gaat sporten en bewegen. Deze informatie kan een rol spelen bij het besluit om al dan niet te investeren in sport en bewegen en het onderbouwen van (maatschappelijk) beleid. Ook biedt het handvatten bij het opstellen van maatschappelijke kosten-baten analyses voor projecten gericht op het stimuleren van sporten en bewegen.

In dit artikel worden eerst de kosten en baten van sporten en bewegen geschetst. Vervolgens gaan we na wie hier eigenlijk van profiteert. Tenslotte maken we met een voorbeeld en een aantal kanttekeningen duidelijk hoe je de resultaten interpreteert.

 Sport en bewegen levert geld op

De belangrijkste resultaten uit het rapport zie je in onderstaande figuren. Hieruit wordt duidelijk dat het algemene maatschappelijke resultaat positief is en per persoon op kan lopen tot circa €25.000-100.000. Dit komt vooral op het conto van de opbrengsten ten aanzien van arbeid en gezondheid. De sociale waarde van sport kan echter nog zeer beperkt in geld uitgedrukt worden. Hierbij is het van belang op te merken dat nog geen rekening is gehouden met de kosten die gemaakt worden om mensen in beweging te krijgen.

Figuur 1 Sociaaleconomische waarde van sporten en bewegen (contante waarde, 5-24 jarige)

Figuur 2 Sociaaleconomische waarde van sporten en bewegen (contante waarde, 25-54 jarige)
sociaal economische waarde sport

Wie profiteert?

Als gekeken wordt naar de verdeling van deze kosten en opbrengsten wordt duidelijk dat het individu van veel van de effecten profiteert. De werkgever heeft uiteraard baat bij minder ziekteverzuim en een hogere arbeidsproductiviteit. Ook de (rijks)overheid profiteert van een hogere arbeidsproductiviteit via inkomstenbelastingen. Zorgverzekeraars hebben juist baat bij de afgenomen zorgkosten (samen met het individu, dat het eigen-risico betaalt, en de gemeente, die vanuit de WMO mogelijk kosten bespaart), maar lopen mogelijk ook tegen additionele zorgkosten aan als gevolg van een toegenomen levensverwachting. De opbrengsten voor de gemeente liggen, naast de afgenomen zorgkosten, voornamelijk bij de sociale effecten, minder criminaliteit en toegenomen sociaal kapitaal (en daarmee mogelijk minder eenzaamheid). De gehele maatschappij profiteert ten slotte van minder criminaliteit, toegenomen ‘sociaal kapitaal’ en toegenomen leerprestaties/schooluitval. Mogelijk lopen de overheid en pensioenverzekeraars wel aan tegen hogere AOW en pensioenkosten als gevolg van een toegenomen levensverwachting.

Wat betekent dit in de praktijk?

Wat betekent dit in de praktijk? Een voorbeeld:
Stel, de gemeente start in een wijk een programma om meer volwassenen (25-54 jarigen) regelmatig aan het sporten en bewegen te krijgen. Van de 5.000 inwoners in de wijk blijken op lange termijn 100 volwassenen regelmatig te gaan sporten en bewegen waar zij dat voorheen niet deden.

De totale sociaaleconomische impact van het programma over de gehele levensduur van deze 100 volwassenen is als volgt:

  • In)directe effecten (geprijsde markten)
    – De totale zorgkosten dalen met circa € 150.000 tot € 600.000, waardoor deze mensen mogelijk minder eigen-risico betalen en zorgverzekeraars en gemeenten minder kosten maken.
    – Echter nemen de totale zorgkosten ook met circa € 50.000 tot 80.000 toe door de gevolgen van blessures, waardoor deze mensen mogelijk weer iets meer eigen-risico betalen en zorgverzekeraars meer kosten maken.
    – Het ziekteverzuim neemt af (ondanks blessures) waardoor de groep meer productieve arbeidsuren zal hebben ter waarde van circa € 1.000.000 tot € 2.500.000, hierdoor is deze groep mogelijk instaat meer inkomen te verdienen en genieten werkgevers van een hogere productie.
    – Ook de arbeidsproductiviteit van deze groep neemt toe (naast het effect van ziekteverzuim) met circa € 500 tot € 2.500.000. Ook deze baat zal zowel de groep zelf als de werkgevers ten goede komen.
  • Externe effecten (niet-geprijsde markten)
    – De kwaliteit van leven van deze groep neemt toe met circa € 1.000.000 tot € 4.000.000, deze komt volledig ten goede aan de mensen zelf.
    – Ook is er een positief effect op de levensverwachting van de groep met circa € 100.000 tot € 300.000, waarbij het positieve effect op de mensen zelf zwaarder weegt dan de negatieve effecten van hogere zorgkosten voor de zorgverzekeraar en hogere AOW- en pensioenuitkeringen voor overheid en pensioenverzekeraar.
    – Ten slotte zal, hoewel dit niet in bedragen is uitgedrukt, ook het sociaal kapitaal en het plezier van deze mensen toenemen, waar met name de groep zelf voordeel van zal genieten.

Let op!
Bij het interpreteren van de resultaten moet met een aantal zaken rekening gehouden worden:

  • Indicatie van economische waarde: Dit rapport is geen wetenschappelijke studie maar juist een vertaalslag van beschikbare wetenschappelijke kennis voor praktische toepassing. De resultaten moeten daarom opgevat worden als een indicatie.
  • Afbakening: In dit rapport zijn effecten van sporten én bewegen geanalyseerd.
  • Kosten van sport en bewegen: De kosten van sport en bewegen zijn buiten beschouwing gelaten in dit rapport.
  • Gemiddelde Nederlander: Effecten zijn alleen indicatief voor willekeurig genomen groepen. In de praktijk zal beleid vaak gericht zijn op specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld lage inkomensgroepen). Voor deze groepen kunnen de gepresenteerde effecten mogelijk groter of kleiner uitvallen.
  • Omgekeerde causaliteit: Op basis van de literatuur is niet altijd duidelijk of sport en bewegen ook daadwerkelijk de oorzaak zijn van bepaalde effecten. Zo hebben sportende mensen bijvoorbeeld minder verzuim, het zou echter ook kunnen dat mensen met een hoog verzuim niet sporten.
  • Directe (financiële) en externe (maatschappelijke) effecten: Eventuele indirecte effecten, zoals de waarde van de verenigingsstructuur & vrijwilligerswerk of winsten op de verkoop van sportattributen, zijn buiten beschouwing gelaten. Ditzelfde geldt voor de waarde van bijvoorbeeld zwemlessen. Ook de (economische) effecten van topsport en sportevenementen zijn buiten beschouwing gelaten.
  • Disconteren: Kosten en baten van een project vallen zelden precies gelijk in de tijd. Om de kosten en de baten goed te kunnen vergelijken zijn de verwachte baten teruggerekend naar het huidige moment. Kortom, een baat vandaag weegt relatief zwaarder dan over een aantal jaren.
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.