Sluiten

Valpreventie: Bewegen draagt bij aan verlagen valrisico voor ouderen

Artikel

Publicatiedatum 14 maart 2019

Vallen is de meest voorkomende oorzaak van letsel door een ongeval bij ouderen. We spreken hierbij van privé-valongevallen: ongevallen die niet in het verkeer, een arbeidssituatie of tijdens het beoefenen van een sport plaatsvinden. Een ongelukkige val met soms een botbreuk als gevolg: veel ouderen komen terecht op de spoedeisende hulp met ernstig letsel.

Uit cijfers van Veiligheid.nl blijkt dat in 2017 maar liefst 102.000 ouderen na een val in of rondom het huis bij de Spoedeisende Hulp (SEH) terecht kwamen. Dit betekent dat in 2017 gemiddeld elke 5 minuten een 65-plusser slachtoffer was van een privé valongeval met letsel dat moest worden behandeld op een SEH-afdeling. Bij 69.700 van deze 102.000 ouderen was er sprake van ernstig letsel. Dit zijn maar liefst 190 ouderen per dag (bron: VeiligheidNL).

Deze infographic is afkomstig van de website van Veiligheid.nl. Hier vind je nog veel meer achtergronden en cijfers over valincidenten en valpreventie.

Bewegen draagt bij aan verlaging valrisico

De Gezondheidsraad heeft kunnen aantonen dat voldoende bewegen mét de aanvulling van bot- en spierversterkende en balansoefeningen bijdraagt aan verlaging van het valrisico. Reden waarom deze oefeningen een belangrijk onderdeel vormen van de beweegrichtlijnen voor ouderen. Bij het voorkomen van valincidenten (valpreventie) is bewegen dan ook een belangrijke factor. Daarnaast spelen andere factoren ook een rol, zoals gezichtsvermogen en medicatie. Lees daarvoor meer op de website van VeiligheidNL en de richtlijn preventie van valincidenten bij ouderen, opgesteld door de Federatie Medisch Specialisten.

Beweeginterventies en aandachtspunten bij valpreventie

Om het valrisico bij ouderen te verkleinen kun je lokaal een beweeginterventie inzetten. Een zeer specifieke beweegaanpak bijvoorbeeld, gericht op valpreventie. Maar ook algemene beweeginterventies voor ouderen schenken vaak aandacht aan de elementen kracht en balans. En zo niet: dan kun je bijvoorbeeld bot- en spierversterkende en balansoefeningen toevoegen om het risico op valongelukken te verkleinen. Een aantal aandachtspunten hierbij:

  • Met een tijdelijk beweegaanbod van een paar weken ben je er niet. Na de inzet van een tijdelijke interventie moet er altijd geschikt vervolgaanbod zijn. Dit is nodig om het effect te behouden en om echt bij te kunnen dragen aan gedragsverandering. Lees hierover meer in het rapport Werkzame elementen van beweeginterventies voor 55-plussers (2018).
  • Zet in op erkende interventies, dat wil zeggen: bestaand sport- en beweegaanbod dat al beoordeeld is op beschrijving en onderbouwing en sterke, goede of eerste aanwijzingen heeft voor effectiviteit. Zijn die er niet of weinig, dan is het niveau ‘goed onderbouwd’ een alternatief. Naast de interventie zelf bepaalt de wijze waarop het beweegprogramma wordt aangeboden sterk of je uiteindelijk impact realiseert. Lees hier meer over verschillende valpreventie programma’s.
  • Een deel van de mensen heeft dermate ernstige valangst dat ze (eerst) psychologische ondersteuning nodig heeft om mee te kunnen doen aan beweegactiviteiten.
  • De term ‘valpreventie’ spreekt een deel van de ouderen niet aan, omdat zij voor zichzelf de risico’s te laag inschatten: houd hier rekening mee met bij de werving voor je valpreventie programma en kies liever voor een positieve naam zoals bijvoorbeeld ‘fit en mobiel blijven’, ‘in de benen’ of ‘blijf in beweging’.

Beweeginterventies gericht op valpreventie

Enkele erkende beweeginterventies die zich richten op valpreventie voor ouderen:

Meer interventies die sterk kunnen bijdragen aan valpreventie vind je in de database met erkende beweeginterventies. Veiligheid.nl heeft een keuzehulp ontwikkeld voor professionals om de juiste interventie te kiezen.

Daarnaast zijn er erkende interventies die ook aandacht besteden aan valpreventie, hoewel dat niet het primaire doel is. De bekendste hiervan, die op veel locaties wordt gegeven door specifiek opgeleide trainers, is Meer Bewegen voor Ouderen (MBvO). De interventie is in tegenstelling tot de meeste valpreventieprogramma’s structureel.

Inspiratie en voorbeelden

 Veel gemeenten zetten in op bewegen om het risico op valongelukken te verkleinen en zelfredzaamheid te vergroten. Wat zijn hun ervaringen? Welke aanpakken werken voor hen? Hoe bereiken ze ouderen? Lees in dit interview de praktijkervaringen in de gemeente Montferland en gemeente de Ronde Venen.

Ervaringen uit de praktijk

Hoe houden we ouderen zo lang mogelijk vitaal? Oriënteer je op bestaande interventies die zich al in de praktijk bewezen hebben en waar je met creativiteit en lokale inbreng mee aan de slag kunt. In dit artikel presenteren we vijf interventies die al in diverse gemeenten zijn uitgevoerd.

Prognose

Door de vergrijzing zal het aantal valongelukken de komende jaren zeker toenemen. VeiligheidNL verwijst naar een prognose waarin het aantal SEH-bezoeken in verband met ernstig letsel door een privé-valongeval bij 65-plussers in 2030 met 41 procent gestegen zal zijn ten opzichte van 2017. Het aantal overledenen naar aanleiding van een privé valongeval zal stijgen met 55 procent. (Bron: website VeiligheidNL, onderdeel kennis en cijfers)

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.

Clemens Vollebergh

Bij artikelen over valpreventie krijg ik steevast self-fulfilling prophecy gevoel. We willen graag dat het werkt dus praten we elkaar allemaal naar de mond: een gezellig uurtje oefeningen voorkomt veel valpartijen (en daarmee botbreuken). Was het maar zo simpel. Ik maak graag een paar kanttekeningen:
1. Valpreventie vinden we iets voor ouderen… zij vallen immers eerder en de gevolgen kunnen groot zijn. We moeten echter al veel eerder mensen leren staan. Dat betekent een intensief krachtprogramma aanleren vanaf ongeveer je veertigste en niet pas interveniëren wanneer mensen oud en bijna versleten zijn.
2. De Gezondheidsraad is uiterst vaag over wat de juiste oefeningen zijn om spieren en botten te versterken: er heeft duidelijk geen fysieke trainer in de commissie gezeten, die in augustus 2017 advies uitbracht.
3. Bij valpreventie worden steevast stabiliteit en balans door elkaar gebruikt. Het één is een voorwaarde, het ander een functie. Valpreventieprogramma’s claimen dat mensen beter op hun benen blijven staan wanneer ze balans trainen. Van het aantoonbaar sterker maken van de core (de houdingsspieren) is geen sprake. Bij balansoefeningen wordt hooguit tijdelijk de propriocepsis beter, dat helpt nog niet bij het krachtig op de benen staan. (Lees ook mijn Linkedinartikel : “Balans is nog geen kauwgum”
4. Valpreventie moet zich niet primair richten op bewegen, maar op gecontroleerd stilstaan (een grotere spierkracht- en controle). Dat bereik je niet met balans- maar met stabiliteitsoefeningen: het voortslepen of duwen van zware gewichten (met maximale krachtsinspanning) is daar een goed voorbeelden van. Het gaat om het sterker maken van de diep gelegen houdingsspieren die het skelet bij elkaar houden. In de valpreventieoefeningen die ik in de programma’s voorbij zie komen worden uitsluitend de bewegingsspieren, meer aan de oppervlakte van het lichaam, lichtjes aan het werk gezet. Een balansoefeningen -hoeveel je er ook doet- dragen nooit bij aan een grotere stabiliteit.
5. Samengevat: 1. mensen moeten eerder in het leven krachtoefeningen leren die bijdragen aan een grotere fysieke (en daarmee mentale) stabiliteit. Ik pleit voor een krachtprogramma op alle middelbare scholen. 2, De kennis die er is over kracht én coördinatie moet worden toegepast, 3. Beweegprogramma’s voor ouderen in het algemeen richten zich vrijwel geheel op het verzorgen van een gezellig uurtje (dat is wat mensen willen, niet wat ze nodig hebben). Er is niets tegen gezelligheid, maar verbind er dan geen valpreventieclaims aan. Een effectief programma is kort maar krachtig.