Sluiten

Rapportage Sport 2018: Wat is er bekend over de maatschappelijke betekenis van (top)sport?

Artikel

Geplaatst op 12 februari 2019

Iedere vier jaar stelt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de Rapportage Sport op. In een vorig artikel lichtten we de belangrijkste trends uit dit rapport toe, nu gaan we in op de vraag: wat weten we nu over de maatschappelijke betekenis van sport? Hierbij gaan we ook in op de economische, ruimtelijke en internationale waarde van sport en staan we stil bij de maatschappelijke waarde van topsport.

Maatschappelijke waarde van sport

Zij die geloven in de kracht van sport beschouwen het soms bijna als ‘Haarlemmerolie’; een middel tegen allerlei kwalen, dat in geen enkel huishouden mag ontbreken. En al zitten er veel positieve kanten en effecten aan sport en bewegen, negatieve zijn er ook, denk bijvoorbeeld aan blessures. De werkelijke kracht van sport zien we pas onder bepaalde randvoorwaarden en in specifieke context, zoals type sport, organisatievorm en kwaliteit van de begeleiding. In de Rapportage Sport wordt de nadruk gelegd op gezondheid, educatie en sociale binding.

Gezondheid en fysieke activiteit

Er is een sterk verband tussen gezondheid en fysieke activiteit, stellen de onderzoekers van het SCP, ze beïnvloeden elkaar positief. Beweging vermindert de kans op allerlei ziekten. Voor ouderen geldt dat bewegen leidt tot een lager risico op fracturen, lichamelijke beperkingen, cognitieve achteruitgang en dementie en tot verbeterde spierkracht en loopsnelheid. Bij kinderen zorgt beweging voor een verlaging van het risico op depressieve symptomen, een verbetering van de insulinegevoeligheid en botmassa. Specifiek bij kinderen met overgewicht en obesitas verlaagt bewegen de bmi en de vetmassa.

Er is ook bewijs dat lichaamsbeweging van invloed is op de emotionele gezondheid. Vooral als het gaat om plezier, tevredenheid en je goed voelen, is er solide onderbouwing. Bij depressie, angst en zelfvertrouwen is er bewijs, echter minder overtuigend. Het is in elke levensfase effectief om te investeren in bewegen. Hoe vroeger in het leven wordt aangeleerd om te sporten en bewegen, hoe langer er geprofiteerd kan worden van de gezondheidswaarde. Er wordt dus terecht meer aandacht besteed aan de preventieve waarde van sport en bewegen.

Wat dit de maatschappij in euro’s op kan leveren, lees je in “Wat is de sociaaleconomische waarde van sporten en bewegen“.

Educatie

Sport en bewegen zijn van belang voor de motorische vaardigheden. Met het aanleren hiervan kun je niet vroeg genoeg beginnen, zo wijzen studies aan. Er zijn uitschieters naar concentreren, rekenen en wiskunde. Ook blijkt dat hoe meer je beweegt in je leven, hoe beter je op latere leeftijd cognitieve taken kunt uitvoeren. En bij dementie patiënten gaan de cognitieve vaardigheden bijvoorbeeld minder snel achteruit door regelmatig te wandelen.

Sociale binding

Uit diverse onderzoeken wordt duidelijk dat sport zowel inclusie als uitsluiting met zich meebrengt. Sport- en beweegactiviteiten kunnen zeker bijdragen aan sociale ontwikkeling, wanneer aan een aantal contextuele randvoorwaarden wordt voldaan. Het rapport “Maatschappelijke betekenissen van sport: wetenschappelijke onderbouwing en weerslag in lokaal beleid” benoemt de factoren die nodig zijn om gunstige effecten te bereiken; hierbij kun je denken aan regelmatige deelname, sociale veiligheid, doelen stellen en begeleiding.

In de verantwoording en bij het maken van beleidskeuzes komt meer aandacht voor de bewezen effecten. Is sport wel de beste interventie? Het Human Capital Model biedt wat Kenniscentrum Sport betreft een mooi overzicht van de bewijslast op de verschillende effecten. (Nog) niet alle effecten zijn uit te drukken in euro’s en dat is niet erg. Zoals de Rapportage Sport duidelijk maakt, staat een tweetal vragen de komende tijd centraal: hoe ver wil je gaan in de verantwoording? En hoe kunnen we de meerwaarde zichtbaar maken?

de 6 factoren - kern van human capital model bailey

Economische waarde van sport

Om te kunnen sporten, schaffen we sportkleding, -attributen en -schoeisel aan, krijgen we les of nemen we deel aan activiteiten. Om zicht te krijgen op de veranderingen in het aandeel van sport in de Nederlandse economie verschijnt sinds 2012 de satellietrekening sport. Dit rapport laat zien welk deel van het bruto binnenlands product (bbp), werkgelegenheid, productie en finale bestedingen sportgerelateerd is.

Overige cijfers:

  • In 2015 gaf een gemiddeld huishouden 473 euro (micro) uit aan sport, vooral aan contributies en lesgelden en meer aan sportkleding, -schoeisel en artikelen.
  • In 2016 gaven de Nederlandse gemeenten 1,6 miljard euro uit aan het stimuleren en faciliteren van sport, dit is 2% minder dan in 2015. De netto uitgaven 1,2 miljard euro zijn echter nagenoeg gelijk aan 2015.
  • Particuliere exploitanten (zwembaden, sporthallen, -parken, -complexen en circuits): baten 1,22 miljard – lasten 1,16 miljard
    • Zonder overheidssubsidie exploitatieresultaat negatief
    • Minder mensen in loondienst
  • Sportclubs (binnen-, buiten- en watersport): baten 1,23 miljard – lasten 1,19 miljard
    • Contributie blijft belangrijk, kantine inkomsten stijgen, sponsoring daalt
    • Qua baten, lasten en werkgelegenheid geldt dat buitensportclubs groter zijn dan de binnensportclubs
  • Commerciële aanbieders (fitnesscentra 70%, maneges 19% en sportscholen 10%) hebben een gezamenlijke omzet van bijna 1 miljard euro
  • Opkomst personal trainers, schatting: 4000 (gemiddeld tarief van 55 euro per sessie)

Een actuele stand van zaken verschijnt later dit jaar in een nieuwe satellietrekening sport.

Ruimtelijke waarde van sport en bewegen

In 2015 heeft Nederland 36.000 hectare sportterrein. Voor de sport wordt 1,1% van de bodem in Nederland (excl. water) zo goed als exclusief gebruikt. Kijk je ook naar recreatieve activiteiten en/of beweegactiviteiten in de openbare ruimte, dan is dit 14,5% van het totale bodemgebruik (incl. water, 2015).

Lees ook de bewerking van Remco Hoekman van dit hoofdstuk uit de Rapportage Sport.

Ontwikkelingen

Bevolkingsgroei, veranderingen in sportdeelname of sportvoorkeuren, nieuwe sportvormen en technologische ontwikkelingen hebben invloed op het ruimtebeslag voor en door sport. In de periode 2000-2015 nam de bevolking met 7% toe, het aantal hectare sportterrein steeg met 13%.

In de provincie Utrecht is het opvallend waar te nemen dat de bevolking harder groeit dan de toename in het aantal hectare sportterrein. Gevolg: wachtlijsten, maar ook maatregelen voor efficiënter ruimtegebruik, bijvoorbeeld door gebruik van kunstgras of een clustering van sportruimten. Dit laatste gebeurt in steden vaker dan op het platteland. Landelijk is er 2,1 hectare aan sportterrein beschikbaar per 1000 inwoners. In Drenthe is dit 3,8 hectare! Om de leefbaarheid te bevorderen worden sportaccommodaties in kleinere kernen vaker en langer ‘gespaard’. Voetbal en golf bepalen het gros van het totale ruimtegebruik; het aandeel van zaalsporten en zwemmen is beperkt. Door de leden stagnatie in de genoemde grote veldsporten, wordt ook een stagnatie in het ruimtegebruik door sport verwacht.

Indicatoren

Met de kernindicator sportaccommodaties is er een maat van de dichtheid voor sportaccommodaties per 10.000 inwoners. De score voor 2018 bedraagt 21,1 sportvoorzieningen per 10.000 inwoners. Meer stedelijke regio’s noteren op deze indicator een lagere uitkomst dan de plattelandsregio’s.

De kernindicator beweegvriendelijke omgeving is een maat voor de ruimte in de woonomgeving die gebruikt kan worden om te sporten en bewegen. Deze indicator bestaat uit zes deelindicatoren: dichtheid (publieke) sportaccommodaties, aantal (informele) sport- en speelplekken, sport-, speel- en beweegruimte, routes/paden, buitengebied en nabijheid voorzieningen. De zes deelindicatoren bestaan uit meerdere categorieën. Per element wordt een score berekend op een vijfpuntsschaal. Het gemiddelde van deze zes scores levert de score op de kernindicator op. Voor Nederland komt deze uit op 2,61.

Bekijk hier de cijfers per gemeente op deze indicatoren.

Gebruik sportruimte

In de afgelopen jaren maakt een kleiner aandeel van de bevolking gebruik van overdekte (sport)accommodaties en accommodaties in de open lucht. Opvallend genoeg neemt ook het gebruik van pleintjes, trapveldjes én de natuur af. De sportdeelname is echter gelijk gebleven, wat zou kunnen betekenen dat er minder verschillende sporten beoefend worden of er meer concentratie is op één type sportaccommodatie. Met deze data wordt het niet duidelijk of het totale gebruik van de diverse voorzieningen voor sportbeoefening is toegenomen of afgenomen.

In het gebruik van sportruimte en -voorzieningen zien we duidelijk verschillen naar achtergrondkenmerken. Deze laatste hangen samen met sportvoorkeuren en -activiteiten. Zo sporten vrouwen meer binnen dan mannen en gebruiken mannen meer sportvelden dan vrouwen. Jonge kinderen tussen de 6 en 11 jaar maken vaker gebruik van overdekte accommodaties, sportvelden en bijvoorbeeld trapveldjes. Overdekte sportaccommodaties (vooral fitnesscentra) krijgen de voorkeur bij 20 tot 34-jarigen. Zij zijn ook vaak actief in de natuur, net als de oudere leeftijdsgroepen. De 65-plusser maakt meer gebruik van buurthuizen, wijkgebouwen en kantines. Ook opleiding en afkomst laten verschillen in gebruik zien. Deze kenmerken en verschillen in voorkeuren voor soort accommodaties of buitenruimte kunnen helpen bij de ontwikkeling van wijkgerichte aanpakken en worden opgenomen in de omgevingsvisie.

Kijken we verder dan de statistieken dan valt er nog wel meer te zeggen over de ruimtelijke betekenis van sport. Veel groen en sportvelden hebben blijkbaar een positieve invloed op woningwaarde, waarde van onroerend goed en de tevredenheid over de woonomgeving. En wat dragen sportvoorzieningen en -evenementen bij aan city- of regiomarketing, vestigingsklimaat, toerisme, leefbaarheid en cohesie (zie ook het VSG visiedocument)? Om deze vragen te kunnen beantwoorden, is meer onderzoek nodig. Zeker op het gebied van duurzaamheid, denk aan energiegebruik van sportaccommodaties en bijvoorbeeld CO2 uitstoot, is er nog een wereld te winnen.

Internationale waarde van sport en bewegen

Uit de Eurobarometer sport en fysieke activiteit blijkt dat Nederland één van de beweegkoplopers in Europa is. Dit komt vooral door onze goede infrastructuur (denk aan wandel- en fietspaden) en het verenigingsleven, volgens experts zelfs uniek in de wereld. Nederland staat goed bekend door eerdere ‘Oranje’ successen en topsportevenementen.

Sport wordt internationaal op diverse manieren ingezet: politiek (sportdiplomatie), voor handel(srelaties en missies) en economie (kansen bedrijfsleven, sport heeft nog een bescheiden rol in de export van Nederland), Holland branding (imago en prestige), verbroedering en als hulpmiddel (sport for development). Nederland was redelijk goed vertegenwoordigd in de internationale sportwereld (denk aan bestuursfuncties, rol EU), al geldt hier: meer is beter. Kennis vergaren en ontwikkelen gebeurt internationaal veel. Er liggen kansen voor Nederland om meer kennis en kunde te exporteren. Ook kan sport meer benut worden in de opbouw van diplomatieke relaties.

Maatschappelijke waarde van topsport

De Rapportage Sport concludeert dat het beleid efficiënter is geworden; bij min of meer gelijkblijvende uitgaven is het topsportklimaat verbeterd en zijn ‘we’ succesvoller. Of het beleid ook effectief is geweest, valt niet te zeggen: niet bekend is of de successen invloed hebben op de maatschappelijke betekenissen en publieke waarde die met het beleid worden nagestreefd. Een literatuurstudie van de Vrije Universiteit Brussel heeft geleid tot het MESSI raamwerk (zie pagina 168 Rapportage Sport) met een tiental categorieën waarop potentieel sprake is van maatschappelijke waarde, zowel positief als negatief, van topsport. Er is echter nog maar weinig bewijslast beschikbaar van deze waarde. De Rapportage Sport laat verder zien dat “de waarde die de Nederlandse bevolking toekent aan topsportsucces afneemt, dat de bevolking steeds meer verdeeld raakt over de wenselijkheid van verdere verhoging van de topsport uitgaven en dat Nederlanders zich ten aanzien van dergelijke investeringen in internationaal vergelijkend perspectief ‘zuinig’ opstellen”.

 

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.