Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Mattie en passie bij Boksvereniging Van ’t Hof

Praktijkvoorbeelden

Jongeren op het rechte pad houden door ze te laten boksen: dat doet voormalig bondscoach Ton Dunk met zijn mattietrainingen in Rotterdam.

Een jongen van een jaar of 15 wacht voor de deur bij de Rotterdamse Boksvereniging Van ’t Hof tot het tijd is om naar binnen te gaan. Robert van der Hart en de jongen zien elkaar, lopen op elkaar af, geven elkaar een hand en Van der Hart vraagt hem hoe het met hem gaat. Deze oprechte belangstelling is een belangrijk aspect als je met kwetsbare jongeren werkt, zo blijkt later uit ons interview met Van der Hart over zijn werkzaamheden als projectcoördinator bij Rotterdam Sportsupport en de betekenis die boksen in zijn leven heeft.

TrainersEnkele weken later zijn we weer terug op de Slachthuiskade in Rotterdam. Nu om Ton Dunk, trainer en eigenaar van Van ’t Hof, te interviewen over hun succes bij kwetsbare jongeren in Rotterdam. “Jongeren die bij ons trainden kwamen later als volwassene bij ons terug en vertelden wat boksen ze heeft gebracht in hun ontwikkeling”, vertelt hij.

Van bondscoach tot mattie

Rond 2010 was Dunk bondscoach van het nationale boksteam en werkte hij alleen met topsporters. Toen hij zich verdiepte in hoe zijn sport op amateurniveau wordt beoefend, viel hem al snel op dat boksen voor veel jongeren méér is dan een doel op zich. “Boksen is voor hen een instrument waarmee ze hun gedrag leren reguleren, structuur in hun leven krijgen en waarmee ze hun energie kunnen ontladen. Veel kwetsbare jongeren hebben namelijk moeite met gezag en vinden het moeilijk om hun emoties te reguleren. Ze krijgen bijvoorbeeld woedeaanvallen.”

Dunk besloot de opleiding ‘Didactisch en pedagogisch vechtsportdocent’ bij het Nederlands Instituut voor Vechtsport & Maatschappij (NIVM) te volgen. Daarna schreef hij jeugdzorginstanties en scholen uit het netwerk aan om deelnemers te werven voor zijn eigen ‘Mattietraining’.

Zelfvertrouwen en zelfbeheersing

Deze training is bedoeld voor jongeren met gedragsproblemen, waarbij boksen wordt ingezet als pedagogisch en didactisch instrument. De aanpak bestaat eigenlijk uit twee soorten trainingen: de ene richt zich op zelfvertrouwen, de andere op zelfbeheersing.

De eerste is een weerbaarheidstraining en is bedoeld voor jongeren die:

  • een destructief zelfbeeld hebben
  • geen zelfvertrouwen hebben en/of
  • geen grenzen kunnen aangeven

De tweede is een agressieregulatietraining en is bedoeld voor jongeren die agressief gedrag vertonen of bijvoorbeeld onverklaarbare boosheid tonen.

Het volgende filmpje geeft een goede indruk van een Mattietraining

Jongeren van wie je kippenvel krijgt

“Je moet van kinderen houden, je moet het echt leuk vinden om met ze aan de slag te gaan en het niet doen om dat uurtje te factureren”, geeft Dunk als belangrijkste eigenschap van de trainer aan. “Je steekt er immers heel veel energie in en je hebt ook te maken met teleurstellingen. Je moet hen aandacht geven en veel vragen stellen: Hoe gaat het op school? Heb je dat tentamen nog goed gemaakt? Het gaat om de aai over de bol en soms ook een trap onder de kont. Het gaat om kinderen waar ik, als ik erover nadenk, kippenvel van krijg. Jongeren die mishandeld zijn, die geen aandacht thuis krijgen, omdat moeder alcoholist is en vader spoorloos is. Op school worden ze als vervelend gezien en als ze buiten ‘hangen’, worden ze weggestuurd. Ze krijgen negatieve aandacht en gaan zich een straatcultuur aanmeten. Ze komen bij ons binnen met een grote mond en zetten hun veren op. Dat leren ze immers op straat om daar te ‘overleven’. Hier leren we ze dat los te laten.”

“Als een jongere met veel problemen zit, naar school gaat en daar zomaar boos wordt, is hij dat vaak niet op het kind met wie hij ruzie heeft of op de leraar, maar is dat eerder een uiting van onmacht over zijn situatie”, vervolgt Dunk. “Een goede trainer helpt hem te ontstressen, zich te uiten en zegt ook: ‘Gooi het er lekker uit!’ Door die aandacht en doordat ze zich kunnen ontladen, krijg je andere gesprekken met de jongeren. Je vraagt jongeren niet naar hun problemen, maar je gaat boksen. Doordat ze zich helemaal overgeven aan het sporten, wordt de sfeer ontspannen en veilig, en komen de gesprekken vanzelf.”

Een veilige omgeving, maar streng

“Gesprekken die jongeren vaak niet met anderen voeren”, stelt Robert van der Hart, Projectcoördinator Challenge010 bij Rotterdam Sportsupport. Hij is regelmatig over de vloer bij Boksvereniging Van ’t Hof, de boksschool van Dunk. “De club is neutraal, er heerst een sfeer van vertrouwen en je bouwt een band op. De trainers vragen altijd hoe het met de kinderen gaat en geven de kinderen een hand en soms een knuffel. Dat je als leerling je gezien en gehoord voelt en daardoor weet dat je bestaat, is al heel wat voor deze kinderen”, vervolgt hij. “Wanneer de leerlingen vervolgens laten blijken met hoeveel plezier ze hier sporten, dan weet je waar je het voor doet”, vult Dunk aan.

Een goede trainer biedt de jongeren een veilige omgeving en blijkt ook streng te (kunnen) zijn. De trainer stelt duidelijke grenzen, omdat de jongeren behoefte hebben aan structuur. “Bij boksen”, zo stelt Van der Hart, “heerst een bepaalde cultuur. Een cultuur van normen en waarden die maakt dat je geen grote mond hebt tegen je trainer.” Hij vertelt over Felix, een van de trainers bij de boksvereniging, die dezelfde ‘taal’ als de leerlingen spreekt, maar die ook door hen serieus wordt genomen. Felix maakt duidelijk onderscheid tussen hen en hem en laat de leerlingen niet over zich heen lopen. Aan de andere kant praat hij erg gemakkelijk met iedereen, heeft hij aandacht voor het sociale aspect, en is hij een goede bokser.

Nulmeting door een pedagoog

De mattietrainingen worden aangeprezen op scholen in de buurt, bijvoorbeeld door zorgcoördinatoren. Die melden de jongeren aan bij Boksvereniging Van ’t Hof en geven aan waarom. Daarna volgt een er een intakegesprek met de pedagoog op de boksclub, zodat die wat meer zicht krijgt op wie het kind is. Vragen over de thuissituatie en de jongere zelf komen aan bod. Dit is een soort nulmeting. Na start van de trainingen observeert de pedagoog de jongere om vast te stellen waar die tegenaan loopt. Dat legt de pedagoog vast als hulpvraag, waarna hij of zij met de ouders praat en de trainers adviseert waar ze op moeten letten.

Boksen dient zo als instrument om gedrag naar boven te brengen: kruipt een leerling in elkaar als hij de boksring instapt, of wordt hij juist snel boos of verliest hij de controle over zichzelf? Dunk: “Als we die angst of woede kunnen reguleren met boksen, dan kan de leerling dat ook in in de wereld buiten de boksvereniging. We leren de jongeren te herkennen wanneer ze boos worden en hoe ze daar mee kunnen omgaan. Immers, in de boksring is het slimmer om rustig te blijven en na te denken, in plaats van je controle te verliezen. De jongens en meiden krijgen zelfvertrouwen door de succeservaringen en plezier die ze beleven. Ze leren sterk te staan, zodat ze niet omvallen tijdens het boksen en durven daardoor ook buiten de boksles iemand aan te kijken als ze bijvoorbeeld een spreekbeurt in de klas hebben. Het zijn allemaal aspecten die terugkomen in de boksles.”

Een observator maakt aantekeningen

Tijdens elke training is ook een zogenoemde ‘obervator’ aanwezig die aantekeningen maakt over het gedrag van de jongere. Was hij bijvoorbeeld op tijd en wil hij met iedereen trainen? Deze aantekeningen worden gedeeld met de school, zodat de gemaakte afspraken ook op school worden nageleefd. Dunk: “Ook de zorgcoördinator van school moet hier energie in steken, zodat we met z’n allen om het kind staan en het helpen waar en wanneer het nodig is.”

Investeren in het netwerk

Het netwerk betrekken op individueel en op sportverenigingsniveau is een van de krachtige eigenschappen van Dunk. Hij vertelt dat ze gemeenteambtenaren regelmatig uitnodigen of werkconferenties organiseren voor alle partijen die er toe doen, om zo hun bekendheid en  zichtbaarheid te vergroten. Dunk: “We willen laten zien dat dit een ontmoetingsplek van culturen is en van mensen uit allerlei rangen en standen. Bankdirecteuren en VMBO- leerlingen trainen hier met elkaar. Iedereen is welkom, geen ballotagecommissie of hoge contributies. We willen belangrijk zijn in de wijk.”

Mix van culturele achtergronden

“De lessen spreken voor zich, de regels zijn duidelijk”, vult Van der Hart aan. “Iedereen, ongeacht afkomst, kan zich daaraan houden en wordt door de trainer en medeleerlingen gecorrigeerd als hij dat niet doet. Bij het boksen zie je, in tegenstelling tot veel andere takken van sport, een mix van culturele achtergronden.”

Over de rol van Dunk is hij duidelijk: “Het allerbelangrijkste om succesvol te zijn is de man achter de club. Dunk gelooft in investeren in mensen en tijd. Door veel lessen te geven in wijken, bij scholen en bij clubs, door samen te werken met andere boksscholen en door topsport en amateursport met elkaar te verbinden, heeft hij een boksschool met meerdere projecten die onlangs twee keer zo groot is geworden. Hij wil de bokssport verder brengen in Rotterdam en Nederland, is bondscoach en combinatiefunctionaris geweest, is een rolmodel qua topsport en heeft een achterban van een sterke vereniging met goede trainers. Hij is vriendelijk, mensen voelen zich welkom bij hem en hij geeft zowel jongeren als volwassenen op een leuke manier les. Je voelt de passie bij hem.”

Tot het uiterste gaan

“Wat mij vooral aansprak aan het boksen”, vertelt Van der Hart over zichzelf, “is de prestatiedrang. Bij het begin maak je deel uit van een groep die allemaal beter is dan jij. Je hebt onmiddellijk het doel, de uitdaging om ergens naartoe te werken. Op een gegeven moment merk je dat je een beetje mee kan, dat is erg leuk. Nog wat later merk je dat je je kunt meten aan de jongens waar je eerst tegenop keek, of dat je zelfs beter dan hen wordt. Je kunt je ei kwijt in het boksen en je geeft je er helemaal aan over. Je bent bezig met je eigen kunnen, je prestatie, je voelt je sterker worden, je voelt je steeds meer zelfverzekerd worden, en je voelt dat je nog verder wil gaan. Toen de trainer me vroeg of ik een wedstrijd wilde doen, voelde dat als een volgende uitdaging. Ik had het immers vaak op televisie gezien. En dan sta je ineens in de ring, je voelt zo veel spanning, 600 man publiek in de zaak, harde muziek, rook en je tegenstander. Je hoort alleen de stem van je trainer die je begeleidt en die je vertrouwt. Je weet dat je doel winnen is en als dat gebeurt ervaar je zo een euforisch moment. Immers, na zo een harde inzet, heb je het bereikt.”

Van der Hart vertelt dat boksen hem zelfvertrouwen, structuur en geloof in zichzelf heeft gebracht: “Je hoort een stemmetje dat zegt ‘nooit opgeven’. De ring in stappen is één van de engste, maar tegelijkertijd tofste dingen die je je kunt bedenken. Maar je weet dat je er alleen komt als je goed getraind bent. En als je er vervolgens volledig voor gaat, dan voel je geen angst meer.”

Veilig sportklimaat

“Verder”, zo vervolgt Van der Hart, “ben ik ook rustiger geworden dankzij de vechtsport. Je wilt geen blessures krijgen, omdat je wilt presteren en dus ga je ook buiten de club om geen gekke dingen doen. Je werkt naar je doel toe en zoekt geen rottigheden op.”

“Boksen is voor de jongeren een zinvolle vrijetijdsbesteding, met een stoer imago”, zegt Dunk. “Leden komen in een andere energieveld: je ontmoet andere mensen, je staat ’s ochtends op tijd op en hebt het gevoel om er wat van te willen maken.”

“Maar”, zo stelt Van der Hart ook, “niet elke boksschool is hetzelfde. Bij de school waar ik zat was, net als bij Boksvereniging Van ’t Hof, structuur, discipline, normen en waarden, samenwerken en respect voor elkaar erg belangrijk. Ben je beter dan een ander, dan pas je je even aan aan zijn niveau en ga je daarin mee. Als je wisselt van tegenstander, zoek je iemand op met wie je weer harder kunt trainen. Zo leer je je krachten te doseren en op maat met elkaar te werken. De verenigingen waarmee wij samenwerken vanuit Rotterdam Sportsupport hebben allemaal dat veilige sportklimaat in zich.”

Boksen op het Schouwburgplein

Naast zaalvoetbal, basketbal en dansen is boksen één van de sporten die Rotterdam Sportsupport via Challenge010 aanbiedt. Deze takken van sport zijn niet willekeurig gekozen, maar komen voort uit een behoeftepeiling onder jongeren. Via Challenge010 sporten jongeren via hun school structureel en worden ze lid van een club. Minimaal 70 procent is bij aanvang nog geen lid. Van sommige deelnemende scholen maakt 80 tot 90 procent van de leerlingen die deelnemen gebruik van het Jeugdsportfonds.

“Toen we boksen wilden aanbieden, heb ik samen met Ton Dunk een model bedacht dat de doelgroep aanspreekt”, vertelt Van der Hart. Ze besloten in vier delen van de gemeente een boksvereniging te zoeken om met leerlingen van nabijgelegen scholen dertig weken te trainen. Om de uitdaging voor jongeren te garanderen besloten ze om elke acht weken examens te doen en clubwedstrijden te organiseren. “Aan het einde van het jaar gaan de leerlingen de ring in en organiseren we een stedelijk toernooi. De ring op het Schouwburgplein, midden in de stad, met veel publiek. Voor jongeren is dat een onvergetelijke ervaring.”

Enige reden om naar school komen

Een aantal scholen heeft bovendien aangegeven dat Challenge010 voor sommige leerlingen de enige reden is om naar school te komen. Geschorst worden op school en daarom niet mogen sporten, is als een straf voor ze. Van der Hart: “Je hebt een middel waarmee je een betere band met de jongeren opbouwt en je geeft de jongeren ook inzicht: er is meer in het leven dan wat je nu aan het doen bent.”

 

Gebruikte literatuur

  • Hirschi, T. (1969). Causes of Delinquency. Berkeley, Los Angeles & Londen: University of California Press.
  • Hoeve, M., Dubas, J. S., Eichelsheim, V. I., Laan, P. H. van der, Smeenk, W., & Gerris, J. R.
    (2009). The relationship between parenting and delinquency: A meta-analysis. Journal of abnormal child psychology, 37(6), 749-775.
  • Jong, J.D.A. (2016) Verkeerd verbonden. Over foute straten en foute systemen. Leiden: Hogeschool Leiden, Expertisecentrum Jeugd
  • Kooijmans, M. (2016). Rap- battles en voetbalswedstrijden. Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Zomer 2016 (2)
  • Putniņš, A. L. (2010). An exploratory study of young offenders’ selfreported reasons for offending, The Journal of Forensic Psychiatry & Psychology, 21(6), 950-965.
  • Robertson, B. J. (2000). Leisure Education as a Rehabilitative Tool for Youth in Incarceration Settings. Journal of Lesiurability, 27(2), 27-34.
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.