Sluiten

Geldstromen en 7 nieuwe financieringsvormen in de sport

Tips

Geplaatst op 15 mei 2018

De online Financieringswijzer Sport en Bewegen van Kenniscentrum Sport biedt gemeenten inspiratie over het hervormen of aanpassen van de financiering van het sport- en beweegbeleid. Dit thema, financiering van de sport, werd in het kader van het door het kabinet Rutte III te sluiten Sportakkoord, samen met 12 andere thema’s, als kansrijk gezien voor vernieuwing. Waarom? Hoe wordt de sport nu gefinancierd? Maar vooral, waar liggen kansen of wat zijn alternatieven? Dit artikel geeft een verdieping voor gemeenten, sportbonden en andere sportorganisaties.

Belangrijkste geldstromen

Nederland heeft een unieke sportinfrastructuur en in de sportsector gaan grote bedragen om. Door management consultancybureau Policy Research Corporation zijn de geldstromen als volgt in kaart gebracht:

Voor de basisinfrastructuur sport (lees het fundament van bonden en verenigingen) zijn overheidsuitgaven een belangrijke geldstroom. Andere geldstromen zijn bijvoorbeeld contributies, sponsor- en kansspelgelden en inkomsten uit de kantine. Vrijwilligers zijn een verborgen inkomstenbron. Een voorstudie van het Mulier Instituut laat zien dat de economische waarde van het aantal vrijwilligersuren dat wordt besteed aan sport tussen de 0,5 en 2 miljard euro ligt.

Financiering van de sport onder druk

De financiering van de basissportinfrastructuur staat echter onder druk en dit komt door:

  • Teruglopende kansspel- en sponsormiddelen
  • Bezuinigingen door gemeenten
  • Afschaffen instellingssubsidies door VWS

Dit raakt zowel verenigingen als bonden en NOC*NSF. In het traject Transitie in de sport wordt dan ook het volgende doel (Sportagenda 2017+) nagestreefd:

Alternatieve bronnen van financiering

De werkgroep Externe Financiering (NOC*NSF) concludeerde in 2017 in haar rapport ‘Klinkende munt’ dat er buiten de reeds bestaande financiering goede mogelijkheden zijn om de ‘koek te vergroten’. Dit vraagt van de sport om aan de voorkant te investeren om kansen te verzilveren, met als kritische succesfactor het inruimen van kennis, middelen en capaciteit. Ook zal er meer samengewerkt moeten worden met overige sport- en maatschappelijke organisaties, overheden, investeerders en het bedrijfsleven. Een voorwaarde hierbij is ondersteunende wet- en regelgeving (verruiming Sportbesluit, Wet Markt en Overheid, herziening BTW stelsel en de ANBI wetgeving).

Het rapport beschrijft zeven kansen. Zie voor een verkorte versie ook ‘Meer geven voor/om sport’.

1. Kansspelen

De bijdrage vanuit kansspelen richting bonden en NOC*NSF is de laatste tien jaar zo’n 1,5 miljard euro geweest. De bedragen nemen af, maar door de fusie tussen Lotto en Staatsloterij moet een bijdrage van 50 miljoen euro per jaar weer mogelijk zijn.

Volgens het rapport Klinkende munt “evolueert de sportsector naar een hybride model op het gebied van kansspelen”. Op het gebied van sponsoring zijn zo’n 25 bonden verbonden aan de Nederlandse Loterij (Team NL). Anderen kunnen onder voorwaarden ook met andere kansspelaanbieders in zee (echter: geen gouden bergen). Er wordt gepleit voor een meer intensieve lobby vanuit de sport voor een billijk deel uit de online kansspelmarkt.

2. Overheidsfinanciering

“De kracht van sport is op veel meer beleidsterreinen van betekenis dan alleen rond de ‘S’ van VWS”. Brede coalities, met belanghebbenden van buiten de sport, zijn doorslaggevend. Ook zij profiteren namelijk van de effecten van sport. Het rapport Sociaaleconomische waarde van sport en bewegen laat zien dat het algemene maatschappelijke resultaat van duurzaam sporten en bewegen positief is en per persoon op kan lopen tot circa €25.000-100.000 euro. Dit kan vooral worden toegeschreven aan de hoofdgroepen gezondheid en arbeid. De derde hoofdgroep, sociaal, is nog beperkt in geld uit te drukken.

Sport (en bewegen) verbinden met bijvoorbeeld zorg, welzijn, onderwijs en bedrijfsleven is nodig om het maatschappelijk meer te laten renderen. Met deze informatie kunnen gemeenten in ieder geval het (sport en beweeg)beleid onderbouwen, investeringen in sport en bewegen verantwoorden en anderen overtuigen van de waarde van sport en bewegen.

3. Geefgelden

Geven aan goede doelen is in Nederland een ‘oude gewoonte’. In totaal was de bijdrage aan goede doelen in 2015 ruim 5,7 miljard euro (waarvan huishoudens 2,6 miljard). Het onderzoek ‘Geven in Nederland’ laat echter zien dat sport maar een beperkt percentage van dit totaal ontvangt. “Wanneer het aandeel in particuliere giften en nalatenschappen omhoog gaat naar bijvoorbeeld 5%, dan kan dit een gekapitaliseerde waarde van 100 tot 150 miljoen euro per jaar opleveren!”

De campagne ‘Sport, Daar geef je om’ heeft (nog) niet het gewenste effect gehad. Geven aan sport vraagt om een cultuuromslag bij sportorganisaties, vooral maatwerk, het opbouwen van een duurzame relatie en kansen zijn het grootst daar waar emotionele binding is. Tips voor verenigingen lees je hier.

Een bijzondere vorm van donateurschap is de ‘major donor’ of ‘grote gever’ (denk aan gefortuneerde Nederlanders met bijvoorbeeld sport affiniteit). Deze vorm van financieren aanboren verdient extra aandacht, is vaak een proces van jaren en behelst sterk relatiemanagement. Hiernaast kan ook ingezet worden op fondsen (zoals een Nationaal Sportfonds). Fondsenwerving is een vak en vraagt kennis, capaciteit en ervaring. Er zijn diverse organisaties die een rol kunnen spelen in het verbinden van sport en fondsen of donors.

Ook crowdfunding kan impact hebben. In 2016 is €170 miljoen opgehaald door ruim 4.800 projecten. Onbekend is hoeveel daarvan voor sport is opgehaald. Bij crowdfunding dient een project concreet te zijn, een doelbedrag te hebben en een afgebakende periode van 1 tot 2 maanden waarin geld opgehaald moet worden. Hoe gemeenten of provincie crowdfunding lokaal tot een succes kunnen maken, lezen we in dit artikel “De overheid kan slim aan de slag met crowdfunding”, met hier de 5 tips:

  1. Vergroot de bekendheid met (vormen van) crowdfunding en organiseer samenwerking met lokale partners.
  2. Ga in gesprek en verschaf toegang tot een (lokaal) crowdfundingplatform. Voorbeelden zijn Crowdfunding voor Clubs en het platform VoorjeBuurt.
  3. Zorg voor training en (individuele) begeleiding en ondersteuning bij het opzetten van campagnes.
  4. Maak crowdfunding onderdeel van de strategie en het beleid; het ‘waarom’ moet duidelijk zijn en bij omarming hoort continuïteit.
  5. Doe mee via matchfunding: gemeente kan met subsidie op een structurele manier bijdragen aan crowdfundingcampagnes.

4. Europese subsidies

Door Kenniscentrum Sport is recent een overzicht gemaakt van Europese subsidies. Nederland ‘scoort’ hier (nog) niet hoog op. Er is één programmaonderdeel gericht op sport: Erasmus+/Sport. In 2018 is er 37,4 miljoen euro beschikbaar voor doelstellingen gericht op aanpakken transnationale bedreigingen, goed bestuur en onderwijs en opleiding sporters (voorbeeld ‘Gold in Education and Elite Sport’ (GEES)) en sociale integratie, gelijke kansen en gezondheidsbevorderende beweging.

Voor sport als middel zitten mogelijkheden in programma’s als Erasmus+ Youth, Erasmus+ Education & Training, Rural Development Fund, Health Programme, Horizon 2020, Rights, Equalities & citizenship en Life met bedragen varieert van 440 miljoen tot 95 miljard euro. Voor groei en innovatie zijn er de Europese structuur- en investeringsfondsen met zo’n 54 miljard euro beschikbaar.

De aanvragen zijn overigens tijdrovend, vragen specifieke expertise en laten een wisselend resultaat zien.

5. Maatschappelijk financieren (accommodaties)

“Deze methode kan voor investeringen in de breedtesport een impuls bewerkstelligen van circa 100 miljoen (2017)”. Door het aantrekken van privaat kapitaal worden maatschappelijke voorzieningen minder afhankelijk van overheidsgeld. De organisatie Maatschappelijk Financieren heeft sinds 1999 al bijna 400 miljoen aan financiering voor maatschappelijke voorzieningen weten te realiseren. Als voorbeeld noemen zij Alkmaar Sport, die het eigendom van alle sportvoorzieningen van de gemeente Alkmaar wil overnemen, maar ook Nationaal Sportcentrum Papendal (totale financiering 15 miljoen euro).

Een traject beslaat drie fasen: in de eerste fase wordt de structuur, organisatie en exploitatie inzichtelijk gemaakt en wordt, ten behoeve van de gemeenteraad, een besluitvormingsdocument opgeleverd. Stichting Waarborgfonds Sport kan een rol spelen bij het toetsen op haalbaarheid. Dan volgt het ontwerp van de financiering, met onder andere het opstellen van de financieringsdocumentatie en juridisch toetsen. Vervolgens worden kandidaat-kredietverleners geselecteerd, het kapitaal aangetrokken en uiteindelijk gestort.

Knelpunten lijken vooral de onbekendheid met de wettelijke mogelijkheden, procedures en procesgang. Ook opties en vormen van zekerheden zijn nog onvoldoende bekend en kandidaat-kredietverleners hebben geen voorkeur voor kleine leningen aan bijvoorbeeld verenigingen.

6. Social Impact Bonds/Health Impact Bonds (impact financiering)

Deze methode, waarbij de overheid, een investeerder en uitvoerder(s) zijn betrokken en de investeerder bij succes wordt uitbetaald, biedt kansen, maar het is nog pionieren en er is, volgens Rabobank, veel aarzeling. De kansen liggen vooral op de middellange termijn als de sport zich ‘open’ durft te stellen. Het model is als volgt:

Met het rapport van Society Impact en Ernst & Young is een eerste stap gezet om kennis te vergaren over de haalbaarheid van deze methode. De resultaten laten zien dat vooral het Old stars voetbalprogramma mogelijkheden geeft voor een Sport Impact bond. Dit na een toets op de hiernaast genoemde randvoorwaarden.

Resultaatfinanciering lijkt hoe dan ook de toekomst. Er zijn nog geen voorbeelden van Sport Impact Bonds. Wel van Health en Social Impact Bonds, waarbij de laatste zich vooral richten op snellere arbeidsparticipatie. Hier zijn de kostenbesparingen dan ook relatief makkelijk uit te rekenen.

7. Innovatiegelden en Investeringsfonds Sport

In de rapportage Klinkende Munt is tevens gekeken naar het financieren van innovatie in de sport. Om dit te faciliteren en stimuleren is het programma Sportinnovator opgezet. De impact is echter nog onvoldoende. De financiering van projecten is beperkt en tijdelijk (prijsvragen, subsidies). Aansluiting bij het bedrijfsleven lukt onvoldoende en de exposure in markt mag meer. Er lijkt een extra impuls van minimaal 1 miljoen euro nodig.

Overige mogelijkheden zitten in bestaande innovatieregelingen (NIA); vooral voor datamanagement, verduurzaming accommodaties en crossovers sport, zorg en welzijn. Volgens NIA zijn vooral het innovatiekrediet EZ (via RVO), het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (via NIA) en Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen voor de sport interessant.

Tot slot noemt de werkgroep het Investeringsfonds Sport. “Een speciaal opgezette pot waar diverse investeerders en beleggers (particuliere beleggers, pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen) geld in kunnen stoppen, dat geïnvesteerd wordt in bedrijven”. Voorbeelden zijn er wel: Social Impact Ventures, FastTrack E-health, Regionaal investeringsfonds MBO, maar deze mogelijkheid zal verder onderzocht moeten worden.

En nu?

Kansen genoeg, zo lijkt het en toch lukt het de sport onvoldoende om hiervan te profiteren. Of dit nu te maken heeft met te weinig ondernemerschap, te weinig aan de voorkant (kunnen of willen) investeren of het niet of te beperkt op een aantal belangrijke terreinen aan tafel zitten, hulp vanuit de Rijksoverheid (lees VWS) is geboden. Dit werd ook duidelijk tijdens de totstandkoming van het Sportakkoord . Concrete kansen die genoemd werden, zijn:

  • het financieel aantrekkelijker maken van investeren of bekostigen van sportprojecten door btw-optimalisaties en ANBI-status
  • samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en sport stimuleren door regelmatige contactmomenten te organiseren
  • een Sportwet voor de belangen van de sport te maken
  • binnen andere directies dan de directie sport en andere ministeries de sport te positioneren voor maatschappelijke doeleinden
  • het meetbaar (laten) maken van de maatschappelijke waarde van sport helpen om bijvoorbeeld Sport Impact Bonds kansrijker te maken
  • het huidige model van de verdeling van gelden (rol NOC*NSF) onder de loep te nemen ter vergemakkelijking van het ondernemen in de sport

Er wordt op vele vlakken gezocht naar nieuwe en diverse duurzame businessmodellen. Te denken valt aan gecombineerd sportaanbod, betalen per event, urban events of bedrijfssporten. Ook de verbinding met het bedrijfsleven moet beter. Sport kan bijvoorbeeld gebruikt worden als testomgeving (innovatie), het kan partijen bij elkaar brengen (rol businessclub) of als platform (community) dienen om producten en diensten weg te zetten. Partnerschap en samenwerking zijn cruciaal.

Voor nu is het wachten op de definitieve uitwerking van een bundeling van thema’s. De bedoeling is om voor het zomerreces het Sportakkoord te sluiten. En daarna begint het pas echt.

NB: De cursieve quotes komen uit het rapport Klinkende munt, financiële kansen voor de sport (2017).

 

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.