Sluiten

Alles wat gemeenten moeten weten over de Sport Toekomstverkenning

Artikel

Geplaatst op 31 januari 2018

De recente Sport Toekomstverkenning (STV) geeft zicht op sport- en beweegontwikkelingen in de toekomst. De STV levert verschillende perspectieven op sport: verschillende ‘brillen’ waardoor je naar sport kunt kijken en die je ook lokaal kunnen helpen bij keuzes voor toekomstig beleid. Welke perspectieven zijn dat? En welke praktische waarde hebben ze voor beleidsmakers en sportbestuurders? Je leest het hier.

Herkenbare ontwikkelingen en knelpunten in Sport Toekomstverkenning

De STV brengt diverse ontwikkelingen in kaart. Denk aan ontwikkelingen op het gebied van demografie, economie, cultuur, technologie, ecologie en politiek. Deze ontwikkelingen en trends leiden tot een aantal knelpunten voor de sport, die iedereen wel zal herkennen. Bijvoorbeeld: is voldoende lichaamsbeweging voor iedereen in 2030 nog steeds niet vanzelfsprekend? Of: staan klassieke sportverenigingen onder druk, tegenover de groei van de moderne sportverenigingen die sport meer inzetten als middel? Groeien top- en breedtesport verder uit elkaar?

Deze landelijke ontwikkelingen hebben ook lokaal impact. Welk van deze ontwikkelingen en knelpunten jouw sportclub of gemeente het meest raakt, hangt af vanuit welk perspectief je naar de sport kijkt. Dat perspectief bepaalt vaak sterk waar je je tijd en geld in investeert, welke beleidskeuzes je maakt. De vier perspectieven om naar sport te kijken die de STV in kaart heeft gebracht zijn:

  • sport om je verbonden te voelen (participatie)
  • sport om je fit te voelen (vitaliteit)
  • sport om te winnen (topsport)
  • sport om te beleven (belevenis)

Een andere bril opzetten loont

In lokaal sportbeleid staan van oudsher de breedtesport (sport als doel) en sport als middel (voor participatie en vitaliteit) centraal. Programma’s als Sport en Bewegen in de Buurt en concepten als de Open Club vloeien bijvoorbeeld voort uit die ‘sport als middel’-focus. Topsport en de sport om te beleven, krijgen vooral aandacht in de grote steden en in (inter)nationaal beleid. Het pleidooi van de STV is echter: wees je bewust dat er meer dan één manier is om naar sport te kijken. En zet ook eens één van de andere brillen op, tijdens het vormgeven van uw beleid.

Het interessante is namelijk dat de perspectieven op gespannen voet met elkaar kunnen staan. Geef je subsidie voor een nieuw clubhuis voor de lokale vereniging? Of investeer je dat geld in een openbaar sportpark voor sporten zoals bootcamps, sportieve recreatie enz.? Ander voorbeeld: kies je voor goede begeleiding voor een heel ‘gehandicaptenteam’ of investeer je die tijd in het coachen van één toptalent? Maar anderzijds kunnen de perspectieven elkaar juist ook versterken. Zo kan het organiseren van een topsportevenement (beleving) momentum creëren om sportactiviteiten voor de omgeving (participatie) op te zetten.

Perspectief 1: Sport om je verbonden te voelen

Door vriendschap verenigd is het streefbeeld dat de STV toekent voor sporten om je verbonden te voelen: niet presteren, maar meedoen staat centraal. De lokale sportclub is hierbij het centrale ontmoetingspunt. Iedereen is welkom om te komen sporten, ongeacht niveau, leeftijd, etniciteit, of geaardheid. Sport is de verbindende kracht. En ook vrijwilligers, clubbestuurders, ondernemers, gemeenteambtenaren en lokale bedrijven werken samen om het verenigingsleven naar een hoger plan te tillen. Naast die onderlinge verbondenheid zijn er ook op gemeentelijk niveau positieve effecten: een veiligere wijk, afname van eenzaamheid, een leefbaarder buurt.

Cijfers

Cijfers laten zien dat er druk bestaat op dit streefbeeld:

  • Lidmaatschap van de traditionele vereniging daalt: in 2014 nog 31%. Door individualisering, vergrijzing en migratie daalt dit de komende jaren verder.
  • Maar er wordt niet persé minder gesport: in 2014 sportte ongeveer tweederde alleen, of in zelfgeorganiseerde groepen. Dat aantal blijft stijgen.
  • Het aantal open, brede en omniclubs neemt toe. Deze verenigingsvorm speelt – meer dan de traditionele clubs – in op de veranderende behoeften van de consument.

Uitdagingen en kansen

  • Veranderende rol klassieke vereniging. Mensen sporten steeds vaker flexibel en verenigen zich bijvoorbeeld in zelfgevormde groepen. De behoefte aan verenigen blijft, maar de vorm waarop dat gebeurt verandert. Hoe biedt je als sportclub voldoende flexibiliteit (in trainingstijden, locaties en lidmaatschapsvormen) aan potentiële leden? Hoe ga je om met weerstand van stakeholders met verschillende verwachtingen en culturele waarden binnen de vereniging? Ga je als gemeente mee in deze trend door andere voorwaarden aan de samenwerking te stellen: bijvoorbeeld door het bereiken van maatschappelijke doelen te belonen? In dit perspectief schuilen veel mogelijkheden voor nieuwe partnerships op basis van actuele trends en lokale problematiek.
  • Technologische ontwikkelingen. Technologie biedt kansen om die meer flexibele groepsverbanden te ondersteunen. Virtuele communities kunnen verbondenheid tussen sporters faciliteren. Sportspecifieke platforms zoals Strava kunnen hieraan bijdragen, maar ook algemene platforms zoals Facebook. Er zijn al klassieke sportclub die experimenteren met het koppelen van het reguliere sportaanbod aan digitale verdieping, zoals interactieve trainingslogboeken of 24/7 coaching. Zo versterkt techniek de verbondenheid met de vereniging.
  • Individualiserende maatschappij. Onze maatschappij individualiseert. Mensen delen steeds meer hun eigen tijd in, onder hun eigen voorwaarden. Deze trend bedreigt de klassieke sportclub, waar het vaak gaat over verenigingswaarden en minder over de belangen van het individu. Sportclubs kunnen zich profileren als plek voor sociale interactie in een leven waarin het individu centraal staat. Door bijvoorbeeld in de communicatie de sociale meerwaarde van de club te benadrukken en extra contactmomenten te creëren, ook buiten het sporten om. Gemeenten kunnen inspelen op deze meer individuele behoeften door onder andere burgers te faciliteren in het huren van een plek om te sporten, kortom het matchen van vraag en aanbod via bijvoorbeeld een digitaal platform.

Praktijkvoorbeelden

  • In Den Haag Zuidwest staat het ‘Buurthuis van de toekomst’. Begonnen als accommodatie voor de korfbalvereniging, maar uitgegroeid tot multifunctionele sportaccommodatie. Van 55+-sport tot kinderopvang, van recreatietennis tot korfbalcompetitie: de locatie fungeert als sportief en sociaal hart binnen de Haagse aandachtswijken Moerwijk en Morgenstond.
  • Yoga zoekt matje. Deze Haagse Marktplaats brengt buurtbewoners, organisatoren van activiteiten en eigenaren van accommodaties samen op basis van vraag en aanbod. De gemeente faciliteert en beoordeelt vraag en aanbod van ruimtes en activiteiten.

Lees ook: Sport scoort in het sociaal domein van Noordwijk

Perspectief 2: Sport om je fit te voelen

In het perspectief Voel je fit staat de autonome sporter centraal. Hoe, wanneer en met wie we sporten, dat bepalen we zelf. Voor iedereen is er wel een activiteit op maat, onafhankelijk van leeftijd of fysieke fitheid. Thuis volgen we onze favoriete lessen, of we sporten in de openbare ruimte. Op ieder gewenst moment spreken we af met bekenden of onbekenden, om samen te sporten of een wedstrijdje te spelen. Via sociale media delen we onze resultaten en onze accessoires monitoren onze prestaties. Iedereen krijgt trainingsschema’s en sportadviezen op maat. Deze passie voor sport draagt sterk bij aan onze fysieke en mentale gezondheid. Zo worden gezondheidsbedreigingen aangepakt, zoals obesitas, hart- en vaatziekten, diabetes en depressie. Voor gemeenten leidt focus op dit perspectief tot lagere zorgkosten, meer vitaliteit en een hoger levensgeluk van inwoners. Voor sportclubs houden vitale leden en vrijwilligers de club goed draaiend. Ook kunnen sportclubs dit perspectief omarmen om gezondheidsdoelen van leden te helpen realiseren.

Cijfers

  • In 2015 sportte ruim de helft van de Nederlanders (12>) wekelijks.
  • Tweederde sportte minstens twaalf keer per jaar.
  • Nederlands bewegen structureel te weinig: slechts 44% voldoet aan de nieuwe beweegrichtlijnen.

Uitdagingen en kansen

  • Technologische ontwikkelingen. De opkomst van apps en wearables maken sportkennis voor iedereen toegankelijk. Bovendien kunnen gebruikers gemakkelijk en goedkoop in zelfgeorganiseerde groepen sporten, of zichzelf coachen met behulp van apparatuur. Dit verlaagt de noodzaak om lid te worden van een sportclub.
  • Toename van ongeorganiseerde sportdeelname. Mensen sporten steeds vaker individueel, bijvoorbeeld in fitnesscentra of door op eigen initiatief te gaan hardlopen, skaten of wielrennen. Gemeenten kunnen hierop inspelen door te investeren in een beweegvriendelijke openbare ruimte, zoals speciale hardlooproutes of skateparken in de openbare ruimte. Sportclubs kunnen flexibiliteit bieden door samenwerking en zo een clublidmaatschap te verbreden.
  • Toename inactieve groepen. Er zijn steeds meer senioren, chronisch zieken en mensen met een migratieachtergrond. De sportdeelname van deze groepen ligt over het algemeen lager, dat kan leiden tot verhoogde gezondheidsrisico’s. Voor senioren is bijvoorbeeld laagdrempelig, sociaal beweegaanbod onder professionele begeleiding van belang. En ook voor kinderen moet er laagdrempelig georganiseerd sportaanbod blijven. Sportclubs kunnen deze activiteiten aanbieden. Gemeenten kunnen investeren in goede begeleiding, zoals werkgeverschap voor deze professionals of opzet van speciale aanpakken voor deze groep door samenwerking met belangrijke stakeholders. Voor immigranten kan het lonen om in te spelen op cultuurverschillen, bijvoorbeeld door gescheiden aanbod voor mannen en vrouwen aan te bieden of flexibel om te gaan met kledingvoorschriften.

Praktijkvoorbeelden

  • Zoen- en zoefstrook Roombeek in Enschede & Rondje Enschede. Blikvanger in Roombeek is de atletiekbaan die dienst doet als zoen- en zoefstrook voor scholen, maar ook wordt gebruikt als speelplek na en tijdens schooltijd. De stad Enschede en het groene buitengebied zijn bovendien met elkaar verbonden door een 52 km lange fiets- en wandelroute. Het rondje Enschede heeft al veel mensen in beweging gekregen.
  • Openbaar Sportpark West in Maastricht. Hier kan de Maastrichtenaar in verenigingsverband én ongeorganiseerd bewegen. Hardlopen, skeeleren op de verharde 600-meterbaan met tijdregistratie, outdoor fitness en voetballen zijn elk moment van de dag te doen. Het kunstgrasveld wordt gebruikt voor zeven verschillende competitiesporten, zoals rugby, honk- en softbal en lacrosse, maar óók voor grote sportdagen en sportieve evenementen voor en door buurtbewoners.

Perspectief 3: Sport om te winnen

In het perspectief Naar de top ligt de focus op topsport. Doel is het creëren van een gunstig en aantrekkelijk topsportklimaat en optimale talentontwikkeling. Medailles en (inter)nationale sportprijzen staan centraal. In de praktijk betekent dit het verleggen van grenzen en alles geven voor de sport. Dat moet cultuurbepalend worden: uitstralen dat winnen en doorzetten het winnen van een zesjescultuur De beste zijn als persoon, als club, als land. Dit perspectief speelt voornamelijk een rol in landelijk sportbeleid en dat van de grote steden (citymarketing). Inzetten op topsport kan Nederland internationaal op de kaart zetten en heeft bovendien een aantrekkingskracht op het bedrijfsleven. Investeren in de nieuwste innovaties op topsportgebied is cruciaal binnen dit perspectief. Voor sportclubs is het zaak zich bewust te zijn van hun karakter: is de club gericht op topsport, breedtesport of beide?

Cijfers

  • Op 1 januari 2017 stond Nederland op een gedeelde zevende plaats op de internationale medaillespiegel voor Olympische sporten.
  • Voor paralympische sporten was dit de achtste plaats.
  • De collectieve topsportuitgaven stegen van € 20 miljoen in 1997 naar € 50 miljoen in 2016. In het nieuwe regeerakkoord verdubbelt het kabinet de structurele intensivering voor de topsport naar € 20 miljoen per jaar, om meer kansen te bieden aan onze Olympische en Paralympische teams. Daarnaast komt er meer ruimte voor topsporttalenten om onderwijs en topsport te combineren.

Uitdagingen en kansen

Er zit een spanningsveld tussen de perspectieven ‘sport om te winnen’ en ‘sport om je verbonden te voelen’. Sportclubs en beleidsmakers staan regelmatig voor keuzes tussen sportparticipatie en topsport. Mag iedereen meedoen? Of krijgt vooral talent ruimte en middelen? Moeten selectieteams meer contributie betalen dan recreatieteams, aangezien zij meer begeleiding en middelen tot hun beschikking hebben? Gaat een gemeentesubsidie naar de inzet van professionele topsportbegeleiding, of naar de inzet van een buurtsportcoach? Investeer je in een topsportaccommodatie of in een openbaar sportpark?

Het is de vraag in hoeverre deze perspectieven te verenigen zijn. Topsport betekent per definitie dat alleen de besten meedoen. Toch zijn er bruggen te slaan. Zo trekt topsport commerciële partijen aan, die om verschillende redenen investeren in maatschappelijke projecten. Zo kan door topsport gegenereerde omzet uiteindelijk toch in het lokale verenigingsleven terechtkomen.

Praktijkvoorbeelden

  • Topsport NOORD in Heerenveen. De drie noordelijke provincies bundelen hun krachten om talenten uit de regio optimaal te begeleiden bij de weg naar de top. Topsport NOORD werkt daarbij samen met lokale organisaties met meer maatschappelijke inslag, zoals Sportplein Groningen. Vroege talentherkenning is een van de gevolgen van deze samenwerkingen.
  • Beweeg ABC. Dit leerlingvolgsysteem voor beweegvaardigheid monitort basisschoolleerlingen op sport- en beweegcapaciteiten. Dit maakt vroege talentopsporing mogelijk. Inmiddels zet een aantal Nederlandse gemeenten deze monitoringstool van de Vereniging Sport en Gemeente in.

Lees ook hoe gemeente Almere aankijkt tegen talentontwikkeling in het onderwijs.

Perspectief 4: Sport om te beleven

In het perspectief Leef mee draait om het beleven van sport. De supporter staat centraal: het meeleven met de sportprestaties van anderen. Technologische ontwikkelingen creëren steeds meer mogelijkheden om mee te leven via applicaties, games, virtual en augmented reality. Mediaorganisaties, evenementenorganisaties en bedrijven dragen dit perspectief. Maar ook voor lokale beleidsmakers is het een interessante invalshoek vanuit economische belangen. Denk aan citymarketing, een aantrekkelijke woonomgeving voor bewoners en een goed vestigingsklimaat voor bedrijven gericht op (sport)innovatie. Inzet op sportbelevenis kan bijdragen aan de lokale welvaart. Voor sportclubs bieden lokale evenementen bijvoorbeeld kansen om mensen vrijblijvend en laagdrempelig kennis te laten maken met (nieuwe) sporten en zo leden en vrijwilligers te werven.

Cijfers

  • De helft van de Nederlanders bezoekt sportwedstrijden- en evenementen of volgt sport via de media.
  • Jaarlijks vinden er in Nederland – buiten de reguliere competities om – circa 600 sportevenementen plaats.
  • In 2012-2013 waren sportevenementen goed voor 77 miljoen bezoeken.

Uitdagingen en kansen

  • Minder mediagenieke sporten vitaal houden. Als sport vooral om de beleving van het publiek draait, is dat een risico dat bepaalde sporten terrein moeten inleveren. Voor het grote publiek is een een 100-meter-sprint spannender dan een marathon. Zowel bij grote als kleine evenementen is het van belang na te denken over de optimale ervaring door het publiek. Aangepaste spelregels kunnen het spel spannender maken, camerabeelden kunnen het zicht vergroten.
  • Spanningsveld tussen Voel je fit en Leef mee. Voetbalsupporters die bier drinken en snacks eten: het is een bekend beeld. Hier botsen de perspectieven ‘sporten om je fit te voelen’ en ‘sporten om te beleven’. Bij grote sportevenementen kunnen beweegmomenten worden ingebouwd voor het publiek. Bovendien kan het organiseren van een evenement aanknopingspunten bieden om sport- en beweegactiviteiten voor de omgeving op te zetten, zoals de lokale acties die rondom het WK vrouwenvoetbal in 2017 in Nederland werden georganiseerd.

Praktijkvoorbeelden

  • Drie races in één. In de Verenigde Staten maakte de organisatie van een 10 mijl hardloopwedstrijd, de uitdaging wat spannender. Ze rekenden op basis van eerdere edities uit hoeveel verschil er tussen de snelste mannen- en vrouwenfinishers zat en lieten de vrouwen eerder starten, met precies dat tijdsverschil. Zo kwamen de mannen- en vrouwenrace vlak voor de finish bij elkaar. Bovendien kreeg de eerste man óf vrouw die finishte een bonus. Zo creëerde de organisatie met hetzelfde deelnemersveld een andere kijkbeleving.
  • Variant voor amateurs. De Amstel Gold Race en de Tacx Classic in Zeeland zijn voorbeelden van professionele wielerevenementen, waar ook een toertocht voor amateurs aan gekoppeld is. Zo creëert het evenement momentum om zélf te gaan sporten.
  • WK hockey Den Haag
Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.