Alles over sport logo

Marc van den Tweel: Bravo voor de ‘onzichtbare krachten’

Marc van den Tweel, algemeen directeur van NOC*NSF, brengt een ode aan de vrijwilliger in de sport. In deze column roept hij op voor dankbaarheid, erkenning en applaus voor alle ‘onzichtbare krachten’.

Na sportwedstrijden, op welk niveau dan ook, worden prijzen uitgedeeld. Daarnaast zijn er tal van andere loftuitingen, voor teams en individuele sporters, gedurende het jaar. Aan aandacht en waardering geen gebrek zou je zeggen. Terecht, overigens. Prestaties verdienen applaus!

Maar er moet me toch iets van het hart. De schijnwerpers wil ik in deze column een keer verzetten. In de afgelopen zes maanden heb ik namelijk honderden vrijwilligers, officials en bestuurders aan het werk gezien of gesproken, onder andere tijdens mijn werkbezoeken. Kortgeleden deed ik bijvoorbeeld zelf nog mee aan een groot wielerevenement – en daar stonden ze. Mannen en vrouwen in veiligheidshesjes, met een vlag zwaaiend om ons te waarschuwen voor obstakels op de weg. In de bittere kou en af en toe een flinke plens regen of zelfs hagel er bovenop. Een broodje kaas, een krentenbol en een pakje appelsap als ‘honorarium’. Waarom stonden ze daar? Uit liefde voor de sport, uit liefde voor sporters, uit plichtsbesef. Goed burgerschap zou je ook kunnen zeggen. Het zijn de ‘doeners’ in onze samenleving.

We mogen blij zijn met onze bloeiende vrijwilligerscultuur in Nederland. Een cultuur die sporten in Nederland voor grote aantallen mensen mogelijk en betaalbaar maakt.

Marc van den Tweel

Het zijn ook de ‘vlaggers’ bij de F’jes. De vrijwillige parkeerwachten bij een evenement. Of de Baco’s (baancommissarissen) bij de Dutch TT, het grootste eendaagse sportevenement in Nederland, die zorgdragen voor veiligheid van coureurs en publiek. En die overigens als de ‘benchmark’ in de internationale motorsport gelden.

We mogen blij zijn met onze bloeiende vrijwilligerscultuur in Nederland. Een cultuur die sporten in Nederland voor grote aantallen mensen mogelijk en betaalbaar maakt. Een cultuur die het verenigingsleven met al zijn sportieve en maatschappelijke voordelen schraagt.

Maar ik vraag ook aandacht voor de ‘bobo’s’. De bestuurders. Het was Ruud Gullit die zich in 1988 tijdens het EK voetbal van 1988 beklaagde over voetbalbestuurders, die zichzelf wel heel erg op de voorgrond plaatsten na het behaalde sportieve succes. Hij plakte daar de onaardig bedoelde kwalificatie ‘bobo’ op – dat sindsdien een bekend en diskwalificerend begrip is geworden (overigens lees ik op de interessante site Sportgeschiedenis.nl dat het al veel eerder gebruikt werd; weer wat geleerd). De praktijk van de meeste Nederlandse ‘bobo’s’ is echter een andere. Niks schijnwerpers. En met de waardering valt het ook vies tegen.

De praktijk van de Nederlandse bondbestuurder is die van een grote verantwoordelijkheid. Governancecodes, kwaliteitseisen, aansprakelijkheden. Je moet er maar ‘zin an’ hebben. Liefdewerk – oud papier. En wat dacht u van de bestuurders op verenigingsniveau? De penningmeester van een grote, lokale, voetbal- of tennisclub is daar al snel drie avonden in de week mee zoet. Incasso’s regelen, schema’s maken enzovoort. Ook hier geldt: je moet er maar ‘zin an’ hebben!

Dankbaarheid, erkenning, applaus. Ze lijken me op zijn plaats voor al die ‘onzichtbare krachten’ in de sport!

Deze column verscheen eerder op nocnsf.nl


Artikelen uitgelicht


Vitale sportsector
public, professional
opinie
beleidsontwikkelingen, samenwerken, sportbestuur