Alles over sport logo

‘Denk na over het klimaat waarin je sport voor kinderen aanbiedt’

Wie wil nu niet dat kinderen met plezier in een veilige omgeving sporten? En dat ze hierdoor massaal lid zijn – en blijven – van sportverenigingen en -aanbieders? Daarvoor zul je een positief sportklimaat moeten creëren, ook wel een pedagogisch sportklimaat genoemd. In dit artikel voor beleidsmakers en -uitvoerders legt lector sportpedagogiek Nicolette Schipper-van Veldhoven uit hoe je tot zo’n klimaat komt. ‘We bekijken sport nog te vaak door een roze bril.’

De Nederlandse Sportraad publiceerde in 2023 Kinderen centraal: advies over het pedagogisch klimaat in de sport waarin zij beaamt dat ieder kind recht heeft op pedagogisch verantwoorde begeleiding in de sport. Oftewel: ‘kind centraal’ in plaats van het gebruikelijk ‘sport centraal’ met het accent op winnen, presteren en technieken.

Niet alleen de Nederlandse Sportraad onderstreept hoe jeugdsport positief gepositioneerd moet worden, ook in de jeugdsportvisie van NOC*NSF wordt nadrukkelijker nagedacht over dit onderwerp. Nicolette Schipper-van Veldhoven – in wier leven bewegen de rode draad vormt – onderstreept dit: “Het realiseren van een pedagogisch sportclubklimaat bij sportverenigingen, waarbij het kind centraal staat, zie ik als een basisconditie voor een waardevolle jeugdsport.”

Roze bril

Sporten is niet voor elk kind altijd leuk: “De oude cultuur overheerst nog steeds bij de conservatieve denkers. Zij kijken door een roze bril naar de sport: sport is leuk, sport is goed. Dat is natuurlijk waar, maar als je niet goed nadenkt over het klimaat waarin je het aanbiedt, krijg je de schaduwkant te zien: veel kinderen stoppen met sporten omdat ze het niet meer leuk vinden. Ze zitten bijvoorbeeld niet bij hun vrienden in het team, vinden de trainer niet leuk of worden gepest.”

Ook komt op sportverenigingen grensoverschrijdend gedrag voor. Denk aan pesten, (seksuele) intimidatie, agressie en discriminatie. De massale uitstroom bij de sport op puberleeftijd laat volgens Nicolette zien dat sport lang niet altijd aansluit bij de behoeften van jongeren. “Wil je de waarde van jeugdsport vergroten en probleemgedrag verminderen, dan moet je het sportklimaat expliciet aanpakken.”

Over Nicolette Schipper-van Veldhoven

Nicolette  Schipper-van Veldhoven was gymdocent, studeerde orthopedagogiek en werkte aan de Universiteit Utrecht en NOC*NSF. Sinds 2014 is ze bij Hogeschool Windesheim lector bij het lectoraat Sportpedagogiek, in het bijzonder naar een veilig sportklimaat en sinds 2022 tevens hoogleraar Sports Risk & Safety aan de Universiteit Twente.

Pedagogisch? Positief? Sociaal veilig?

Over het begrip pedagogisch sportklimaat is nogal wat verwarring. Mensen in de praktijk noemen het een positief sportklimaat, in Sportakkoord II gaat het over ‘een sociaal veilig sportklimaat’ en sportbonden verbinden hun eigen termen eraan.

Nicolette herkent dit: “Het is inderdaad lastig, want er is geen eenduidige wetenschappelijke definitie voor. Het woord pedagogiek komt oorspronkelijk uit het Grieks en betekent kinderbegeleiding. Veel onderzoeken zijn echter in het Engels en daar is ‘pedagogy’ synoniem voor didactiek, instructie en educatie. In het Nederlands betekent pedagogiek ‘opvoedkunde’. Daar heb je al een verschil. Zet je het woordje ‘klimaat’ erachter, dan kom je in het Nederlandse onderzoek bij het onderwijs uit en wordt het een sociaal veilig klimaat genoemd.”

“Denken vanuit één wetenschappelijke theorie, bijvoorbeeld de zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan, mist hoe dan ook een deel van de lading om het beste leerklimaat voor jongeren in de sport te realiseren, of dat nu het didactische stuk of het sociaal veilige stuk is. ‘Pedagogisch’ is dus niet eenduidig te definiëren, onder meer vanwege het obstakel van de Engelse vertaling en de internationale wetenschap op dit gebied.”

Om toch tot de beste definitie van een ‘pedagogisch klimaat’ te komen, verrichtte het lectoraat Sportpedagogiek van de Hogeschool Windesheim een literatuurstudie waarbij diverse theorieën werden bestudeerd. Dat resulteerde in een nieuw theoretisch denkkader – ‘het pedagogisch kompas in de sport’.  Het kompas en de naam van het kompas werden vervolgens aan gemeenten voorgelegd. “Zij omarmden het kompas en stelden voor het Jeugdsportkompas te noemen.”

Veel aandacht door grensoverschrijdend gedrag

De laatste jaren kwamen er veel vormen van grensoverschrijdend gedrag in de sport naar boven, zoals in het turnen. Mede hierdoor heeft het sociaal veilige aspect veel aandacht gekregen. Ook het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) haalt de vrijblijvendheid van het thema ‘sociaal veilige sport’ af en benadrukt in het Sportakkoord II de noodzaak van dit thema.

Hiervoor zijn basiseisen voor sociale veiligheid geformuleerd: Verenigingsbrede gedragscode, Vertrouwenscontactpersoon op de club, VOG voor vrijwilligers en Vakkundig geschoolde trainers en coaches. In 2026 moet het merendeel van alle sportaanbieders aan deze zogenoemde 4 v’s voldoen, zodat sport voor iedereen prettig, plezierig en veilig wordt.

Veel meer dan een afvinklijstje

“Hoewel het sociaal veilige sportklimaat de ruggengraat is van een pedagogisch klimaat, moet het niet zo zijn dat een sportclub een afgevinkt lijstje aan de kantinemuur heeft hangen en zich zo gekweten heeft van zijn ‘plicht’”, zegt Nicolette, “Nee, er moet evenredig veel aandacht besteed worden aan alle vier de kwadranten. Daarom hebben wij ons pleidooi over het pedagogisch klimaat breder getrokken en nemen we naast de meer pedagogische kant (zorgzaam- en veilig klimaat), ook de didactische kant (ontwikkelingsgericht- en motivationeel klimaat) mee om het gesprek met de sport aan te gaan.”

Ze legt uit: “Sportclubs zijn vaak al meer gericht op de didactische kant van het kompas: ontwikkelen en motiveren: het spelletje, de technieken aanleren. Heb je het alleen over sociale veiligheid, dan vinden sportclubs dat lastig. Hun eerste reactie is meestal: ‘Bij ons komt er niks voor.’ Pas na de kleedkamer-gluurder realiseerden veel clubs zich dat grensoverschrijdend gedrag ook op hun club zo maar kan plaatsvinden.” Voor het creëren van het beste leerklimaat voor jeugdigen heb je zowel de didactische als pedagogische kennis en vaardigheden nodig.

Plezier versus winnen

Nicolette vertelt dat mensen bij sporten toch nog vaak aan ‘winnen’ denken: “In Nederland hebben we onze eigen manier van selectietrainingen en competitie-inrichting. 25% van de kinderen vindt competitie leuk, 75% niet. Een club die hierbij gaat denken vanuit het pedagogisch klimaat en zichzelf de vraag stelt: ‘Wat sluit aan bij mijn jongere spelers?’, zal ook iets anders dan competitie moeten aanbieden, wil die kinderen binden aan de sportclub. Veranderen is echter iets dat sportclubs lastig vinden.”

Neem je eigen gedrag onder de loep

Naast professionele kennis – competenties, kennis, ervaringen – vraagt dit veranderproces ook interpersoonlijke kennis: het begrip en de vaardigheden die iemand heeft in het omgaan met diverse individuen in verschillende sociale en professionele contexten. Nicolette licht toe: “We hebben allemaal de intentie om kinderen met plezier te laten sporten. Maar waar het nu juist om gaat, is deze intentie om te zetten in concreet gedrag. Wat doe jíj bijvoorbeeld met lastig gedrag op het veld? Hoe ga jíj met de kinderen om? Zet je het kind écht centraal? Hoe wil jíj dat kinderen worden begeleid?”

Ze besluit: “Voor de begeleiding van kinderen op school en de kinderopvang hebben we een heel eisenpakket liggen, maar waarom hebben we dat niet in de sport? Dan mag dat voor mij positief, pedagogisch of sociaal veilig heten, als we maar ons eigen gedrag onder de loep nemen in het belang van het kind.”

Meer informatie


Artikelen uitgelicht


Meedoen door sport en bewegen
Sportaanbieders
Jongeren, Kinderen
public, professional
tips
gezondheidsbevordering, pedagogisch sportklimaat, veilige sportomgeving