Alles over sport logo

Sport- en beweegpaspoort: zo laat je als (kinder)fysiotherapeut je cliënt veilig sporten

Veel (kinder)fysiotherapeuten en andere zorgprofessionals maken het mee: je cliënt wil sporten, maar weet niet precies wat wel of niet kan vanwege een blessure, chronische aandoening of beperking. Deze vragen leven ook bij trainers, coaches en gymdocenten. Het sport- en beweegpaspoort helpt hierbij: een eenvoudig instrument waarmee je snel iemands mogelijkheden en aandachtspunten vastlegt. Zo kan de sportbegeleider goede ondersteuning bieden en voelt je cliënt het vertrouwen om mee te doen met de training of gymles.

Nederlandse kinderen met een kwetsbare gezondheid sporten vaak minder dan ze eigenlijk zouden willen, vertelt Ellen Hemler. Zij is eerstelijns kinderfysiotherapeut in Apeldoorn bij Houwer en Ruijs Fysiotherapie, actief bij de NVFK en betrokken bij de ontwikkeling van het sport- en beweegpaspoort. “25% van de kinderen heeft een chronische aandoening, zoals astma, ADHD of reuma. En 3 tot 4% heeft een beperking, bijvoorbeeld cerebrale parese. Ook zijn er kinderen die herstellen na een blessure of revalideren na een ongeluk of operatie. Voor deze kinderen is sporten vaak lastiger. En dat terwijl meedoen voor kinderen juist ontzettend belangrijk is. Op de sportclub, tijdens de gymles en in hun dagelijks leven.”

Beweegangst als drempel om te sporten

Ook NOC*NSF ziet dat veel mensen met gezondheidsklachten niet of te weinig sporten, vertelt Lieke Vloet, programmamanager Inclusie en Gezondheid. “Dat komt vaak door beweegangst: kan ik wel meedoen? Wat mag ik wel en niet doen?” Ook sportaanbieders worstelen hiermee. “Uit onderzoek onder 70 pilot-clubs sport & zorg die mensen met een kwetsbare gezondheid begeleiden, bleek dat zij dit lastig vinden en zich niet altijd deskundig genoeg voelen. Bovendien is er vaak geen communicatie tussen zorgverlener en trainer of gymdocent. Als die er wel is, gebeurt het vaak ad hoc: via een appje, een sporadisch telefoontje of een los briefje. Terwijl dat completer en makkelijker kan.”

Een praktische brug tussen zorg en sport

Zo ontstond het idee voor het sport- en beweegpaspoort, vertelt Vloet. “Een eenvoudig communicatiemiddel tussen zorgverlener en sport- of beweegaanbieder om mensen met gezondheidsklachten weer met vertrouwen veilig en prettig te laten sporten en bewegen. Het is een downloadbaar bestand dat je digitaal of op papier invult met je cliënt. Die krijgt het mee naar huis en blijft eigenaar. Zo kunnen mensen met een blessure, chronische aandoening of beperking makkelijk doorgeven wat er speelt en wat de zorgverlener adviseert. Zodat de gymdocent, trainer of instructeur snel weet waar hij of zij op moet letten.”

Hemler vult aan: “Op een paspoort staat bijvoorbeeld: dit kind met een voetblessure moet explosief rennen en springen vermijden, maar kan bij de hockeytraining wel meedoen met technische oefeningen of als aangever. En de conditie op peil houden kan met fietsen. Zo geeft het paspoort inzicht voor kind, ouders en trainer, met een positief effect op de revalidatie of behandeling.”

Om het sport- en beweegpaspoort goed af te stemmen op de praktijk en wetenschappelijke inzichten, is input opgehaald bij een aantal professionals en organisaties, zoals gemeenten, sportbonden, sportartsen, trainers en kinderfysiotherapeuten, de Vereniging voor Sportgeneeskunde en Kenniscentrum Sport & Bewegen. Dat heeft geleid tot het sport- en beweegpaspoort dat primair is gericht op kinderen en uitgebreid is getest binnen de kinderfysiotherapie. Het middel zou met kleine aanpassingen ook toepasbaar kunnen zijn bij volwassenen. Ook is het interessant voor andere zorgverleners zoals sportartsen.

Met het sport- en beweegpaspoort kunnen mensen met gezondheidsklachten weer met vertrouwen, veilig en prettig sporten en bewegen.

Lieke Vloet, programmamanager Inclusie en Gezondheid bij NOC*NSF

Vertrouwen, grip en eigenaarschap

Hemler ziet dat ouders, trainers en kinderen vaak te voorzichtig worden na een blessure, terwijl er meestal veel mogelijk is. “Het sport- en beweegpaspoort helpt daarbij: je maakt iemands mogelijkheden zichtbaarder en beter te benutten. Het geeft je cliënt meer vertrouwen en zekerheid, waardoor die makkelijker (weer) gaat trainen en opbouwen. Dat geeft vervolgens een gevoel van erbij horen.” Het paspoort creëert ook eigenaarschap en houvast, merkt ze. “Die houvast is evengoed fijn voor de trainer. Kinderen kunnen aangeven: ‘Ik heb pijn 7’, maar omgekeerd kan de trainer hen herinneren aan de afspraak om bij pijn 5 terug te schakelen.”

Ook Vloet benadrukt de waarde voor sportaanbieders en gymdocenten. Ze vergelijkt het met topsport: ook daar wil een coach precies weten hoe de sporter goed herstelt en wanneer die weer inzetbaar is. “Het paspoort helpt bij de veilige opbouw van sportparticipatie om uitval en afhaken te voorkomen. Ook helpt het om een gezamenlijke taal te spreken die kind, ouder, trainer en fysiotherapeut begrijpen. Het is ook interessant bij taalbarrières of als iemand het lastig vindt om medische termen te begrijpen, te onthouden en over te brengen.”

Met het sport- en beweegpaspoort maak je iemands mogelijkheden zichtbaarder en beter te benutten.

Ellen Hemler, kinderfysiotherapeut 

Praktijkvoorbeeld: blijven voetballen

Een mooi voorbeeld uit Hemlers praktijk is een 11-jarige voetbalster die op hoog niveau speelt in een gemengd team. “Ze kreeg in haar groeispurt last van haar knieën. Haar jonge, enthousiaste trainer wist niet zeker hoe hij haar kon laten meedoen binnen haar mogelijkheden.” Dankzij het sport- en beweegpaspoort kreeg ze een aangepaste training met bijvoorbeeld stabiliteitsoefeningen in plaats van hardlopen tijdens de warming-up. Daardoor kon ze op hoog niveau blijven voetballen. “En het mooiste: haar vader vertelde dat ze het gevoel had erbij te blijven horen en mee te kunnen doen. Het is zo belangrijk dat een kind zich begrepen voelt en mee kan doen op zijn of haar niveau. Soms zit een kind met een blessure de hele training op de bank. Echt een gemiste kans.”

Sport- en beweegpaspoort in de fysiotherapiepraktijk

Hemler gebruikt het sport- en beweegpaspoort als ondersteuning van de behandeling, gericht op weer meedoen buiten de behandelkamer: op de sportclub en tijdens de gymles. “Ook voor mijzelf werkt het prettig: we spreken dezelfde taal over de blessure of aandoening. Dat bespaart tijd en is helder voor kind, ouders en trainer of coach.” Ze zet het vooral in bij orthopedische en groeigerelateerde klachten, bij kinderen die herstellen van een operatie, en bij chronische aandoeningen zoals reuma of astma. Bij meer psychosomatische of complexe klachten kiest ze liever voor intensiever persoonlijk overleg met de ouders en trainer, al dan niet aangevuld met het paspoort. “In Apeldoorn kan bijvoorbeeld ook de beweegmakelaar een mooie aanvullende rol spelen bij het zoeken naar een passende sport. De kinderfysiotherapeut en beweegmakelaar kunnen het paspoort samen invullen, zodat de trainer of coach bij de start al weet wat er speelt en wat het kind kan.”

Privacy

De grootste uitdaging bij het sport- en beweegpaspoort is privacy, vertelt Vloet. “We hebben uiteindelijk gekozen voor een downloadbaar bestand dat samen wordt ingevuld en waarvan de cliënt eigenaar is.” Hemler: “De cliënt bepaalt zelf wat wordt gedeeld en met wie. Het belangrijkste is dat het helpend is en dat iemand zich er goed bij voelt.”

Aan de slag met het sport- en beweegpaspoort 

Het sport- en beweegpaspoort is gratis en heel laagdrempelig. Hemler: “Je downloadt het en vult het digitaal of op papier in met je cliënt binnen vijf minuten. Het is een makkelijke manier om iemand weer mee te laten doen met sport en bewegen.”


Artikelen uitgelicht


Gezonde leefstijl
Eerstelijnszorg, Onderwijs, Sportaanbieders
Jongeren, Kinderen
public, professional
interview
blessures, chronische aandoening, kwetsbaarheid, sporten met lichamelijke beperking