Alles over sport logo

Meer bewegingsonderwijs vertalen naar opbrengst in euro’s

Welke baten treden op bij meer bewegingsonderwijs en wat is de mogelijke geldwaarde hiervan? Dit artikel beschrijft de belangrijkste conclusies uit het rapport ‘Effecten meer en beter bewegingsonderwijs. Een verkenning van de initiatiefwet voor meer en beter bewegingsonderwijs’. Wanneer betaalt de inzet van een vakdocent voor het derde gymlesuur zich terug?

Het rapport is door het onafhankelijke bureau Regioplan geschreven, in opdracht van de SP (indiener van de initiatiefwet, zie kader).

De highlights uit het rapport van Regioplan, dat vrij vertaald deze kernvraag heeft: wat levert meer bewegingsonderwijs op voor Nederland?

  • voldoende bewijs voor betere gezondheid door sport en bewegen
  • onvoldoende bewijs voor verbeterde leerprestaties door sport en bewegen
  • bewegingsonderwijs door een vakdocent is volgens experts belangrijk voor ontwikkeling van o.a. bewegingsvaardigheden en plezier in bewegen
  • onvoldoende bewijs dat bewegingsonderwijs leidt tot leven lang bewegende kinderen
  • investering in een 3e gymlesuur door een vakdocent betaalt zich terug indien 12-37% van de basisschoolkinderen een leven lang blijft bewegen

Allereerst gaan we in op de effecten van sport en bewegen op kinderen. Vervolgens bekijken we of bewegingsonderwijs het sport- en beweeggedrag van kinderen daadwerkelijk beïnvloedt. Tenslotte komen de financiële effecten van bewegingsonderwijs aan de orde.

In 2018 heeft Tweede Kamerlid Michiel van Nispen van de SP een initiatiefwet voor meer en beter bewegingsonderwijs ingediend. De SP wil dat 3 uur bewegingsonderwijs door een vakdocent de norm wordt voor alle basisscholen in Nederland. Hiermee willen zij enerzijds een kwaliteitsimpuls aan het bewegingsonderwijs geven, anderzijds is het een werkdrukverlaging voor groepsleerkrachten (die nu vaak ook gymles moeten geven). De initiatiefwet is op 11 december 2018 voor het eerst in de Tweede Kamer besproken.
Lees ook: “Voorstel van wet van het lid Van Nispen tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet primair onderwijs BES ter invoering van regels over de kwalificatie van docenten en het vaststellen van een minimum aantal uren voor wat betreft het bewegingsonderwijs”.

Effecten van sport en bewegen op kinderen

Sport en bewegen kan veel effecten hebben op zowel kinderen als volwassenen. Het rapport gaat vooral in op gezondheids- en leereffecten.

De gezondheidseffecten van sport en bewegen zijn onomstreden. Bij kinderen verlaagt bewegen het risico op depressieve symptomen, verbetert het de insulinegevoeligheid en botkwaliteit en verlaagt het – bij kinderen met overgewicht en obesitas – de body mass index en vetmassa.

Over de effect van sport en bewegen op de leerprestaties is (mede door gebrek aan goed onderzoek) nog veel onduidelijk. Er zijn aanwijzingen dat sport en bewegen de executieve functies (o.a. nodig voor het maken van beslissingen, prioriteren, werkgeheugen) en aandacht en concentratie verbetert. Dit is van invloed op leerprestaties maar een direct verband tussen sport en bewegen en betere leerprestaties is vooralsnog alleen aangetoond voor wiskunde en niet voor leerprestaties in het algemeen.

Invloed van (meer) bewegingsonderwijs op sport- en beweeggedrag

Bewegingsonderwijs is volgens experts een geschikt middel om bewegingsvaardigheden, fitheid, plezier en inzicht in de voordelen van bewegen te ontwikkelen. Experts geven aan dat een vakdocent zorgt voor een kwalitatief betere gymles waardoor de kans stijgt dat kinderen ook buiten de gymles meer bewegen. Daarnaast bevatten lessen van vakdocenten in het algemeen meer beweegminuten en meer variatie.

Op korte termijn zal meer bewegingsonderwijs (mits van voldoende intensiteit) leiden tot verbetering in fitheid van kinderen. Tevens zal meer bewegingsonderwijs (en dus minder tijd voor andere vakken) niet leiden tot achteruitgang van schoolprestaties. Het is echter nog weinig onderzocht of bewegingsonderwijs ook op lange termijn leidt tot meer sport en bewegen en verbetering in fitheid.

Lees meer over dit onderwerp in deze ‘position paper’ door Dorine Collard, Mulier Instituut, ter voorbereiding van het rondetafelgesprek van de Tweede Kamer op 10 september 2018. Daarin staat o.a. te lezen: “Goede beweegvaardigheden zijn van belang om met plezier en op een veilige manier mee te kunnen doen aan sport- en spelactiviteiten; nu en later als volwassene. Daarnaast worden goede beweegvaardigheden gezien als een indicator voor de gezondheid van kinderen.”

Economische effecten van (meer) bewegingsonderwijs

Op basis van de sociaal economische waarde van sport en bewegen is de totale economische waarde van een persoon (5-24jr) die zijn/haar hele leven regelmatig sport en beweegt €33.000 – €106.000 (basisjaar 2018). Uitgaande van een levensduur van 75 jaar komt dit neer op een jaarlijkse netto waarde van €490 – €1.560.

Wanneer (meer) bewegingsonderwijs leidt tot meer, verantwoord sport en bewegen en kinderen kan stimuleren om dit de rest van hun leven vol te houden, dan heeft bewegingsonderwijs een belangrijk aandeel in deze bedragen. De investering in meer bewegingsonderwijs bedraagt €252 miljoen aan salarislasten indien alle basisschoolleerlingen wekelijks 3 gymlesuren door een vakdocent krijgen (zoals beschreven in de initiatiefwet).

De jaarlijkse opbrengsten van sport en bewegen wegen op korte termijn op tegen de jaarlijkse salariskosten van vakdocenten, als 12-37% van de kinderen die jaarlijks de basisschool verlaat ook daadwerkelijk een leven lang blijft sport en bewegen. Dit percentage daalt met de jaren omdat de groep blijvend bewegende kinderen steeds groter wordt. Zo zijn volgens de berekening van Regioplan na drie jaar de kosten voor het extra gymlesuur terug verdiend.

Wat weten we nog niet?

Wegens te weinig bewijslast zijn in bovenstaande berekeningen de mogelijke effecten op leerprestaties maar ook de sociale effecten van bewegen niet meegenomen. Meer kennis over deze effecten is dus gewenst. Mocht blijken dat deze effecten daadwerkelijk optreden dan zal het beeld gunstiger worden (minder blijvend bewegende kinderen nodig om salariskosten terug te verdienen). Tenslotte is meer zicht op de lange termijn effecten van bewegingsonderwijs nodig om de effectiviteit in te kunnen schatten.


Meer lezen?
Vind publicaties over bewegingsonderwijs in de Kennisbank Sport en Bewegen.

Auteur(s)

Artikelen uitgelicht


Beweegstimulering
Onderwijs
Jongeren, Kinderen
professional
feiten en cijfers
bewegingsonderwijs, waarde van sport en bewegen