Alles over sport logo

Positieve Sportcultuur in de praktijk: Arnhem

In Arnhem jagen beleidsmakers en sportbedrijf gezamenlijk een positieve sportcultuur na. Matthijs Kleij (bestuursadviseur Sport & Gezondheid bij de gemeente) en Geert Geurken (strategisch adviseur bij Sportbedrijf Arnhem) vertellen over de Arnhemse aanpak, gericht op de jeugd. 

E-book Positieve Sportcultuur

Dit is een artikel in een vierdelige serie met ‘best practices’ van gemeenten die werken aan een positieve sportcultuur: Amsterdam, Arnhem, Den Haag en Groningen. Zelf aan de slag? Download het e-book Positieve Sportcultuur. Deze digitale handreiking biedt gemeenten een concreet stappenplan om een positieve sportcultuur te bevorderen.

Aanleiding en visie

“In Arnhem kennen we een grote kloof tussen kansarm en kansrijk. Er is veel behoefte om die kloof onder meer via sport op te lossen. We investeren van oudsher in de kwaliteit van sport- en beweegaanbod. Niet alleen in de fysieke infrastructuur, maar ook in de software en orgware. 

“Het kader waarbinnen we werken is de nota Gezond en fit en het sportakkoord. Positieve Sportcultuur is daarbinnen een thema. Voorop staat een goed pedagogisch sportklimaat. Dat de kwaliteit van trainers op niveau is, dat een club zich bewust is van wat ze doen en alert zijn op zaken die schade opleveren. Daar zetten we op in. We willen clubs waar een pedagogisch klimaat is met ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en waar kinderen plezier in beweging hebben. Want uiteindelijk willen we zoveel mogelijk Arnhemmers aan het bewegen krijgen en moet er voor iedereen een plek zijn.

“Dat bereik je via goed kader. Als je trainers beter worden en je bestuurders verstandiger, dan komen andere thema’s vervolgens ook wel aan de orde. Want een positief sportklimaat gaat niet alleen over uitwassen, maar juist ook over trainers die snappen hoe kinderen bewegen en goed les kunnen geven. Uiteindelijk valt of staat het met de kwaliteit van het kader. Dus zetten we in op de professionaliteit van de sport.”

Intensieve voetbal-aanpak

“Bij voetbalclubs gaan we met onze voetbal-aanpak nog wat intensiever te werk. Dat is omdat binnen het voetbal op veel plekken nog conservatief gedacht wordt en dingen niet overal goed geregeld zijn. Voetbalclubs zijn te weinig gericht op de brede ontwikkeling van kinderen en jongeren. 

“Maar ook in andere sporten is dat het geval. Ook bij sommige hockeyclubs staat prestatie boven plezier, waar papa en mama zich als een idioot gedragen langs het veld en trainers alleen maar bezig zijn met eerste worden.”

Pedagogisch sportklimaat

“Aan de slag met een positieve sportcultuur is vooral een kwestie van doen. Al onze 25 sportcoaches zijn geschoold op het vlak van pedagogisch sportklimaat. We hebben ervoor gezorgd dat zij het thema ook omarmen. We zetten consequent in op twee thema’s: de motorische component en de pedagogische component. De sportcoaches maken het thema bespreekbaar bij clubs. En de kracht zit hem in de boodschap herhalen. Daarnaast hebben we een sportpedagoog aangesteld, die verenigingen bezoekt en trainers observeert. We hebben zitting in het lectoraat Sportpedagogiek van de Hogeschool Windesheim in Zwolle voor de benodigde kennis over een pedagogisch sportklimaat. 

“Sommige verenigingen zien zelf wel dat het niet gaat zoals het nu gaat, en die staan open voor suggesties en hulp. Dan kun je een verenigingsondersteuner op een club aanwezig laten zijn. Met een vereniging kijk je waar die staat. We hebben verenigingsscans afgenomen waarbij we keken naar financiën, toekomstbestendigheid en kwaliteit van bestuur. Met vereniging bespreek je dan welk pad je af hebt te leggen richting een toekomstbestendige club. Waarbij alles begint bij een sterk kader.”

Borging

“Het thema staat in het sportakkoord en is onderdeel van de nota gezond en fit. Daarmee is de basis gelegd voor borging. Wij hebben focus aangebracht en duidelijk onze visie benoemd. Dat helpt om het hoog op de agenda te houden. Vervolgens is het de kracht van herhalen.”

“Belangrijk is consequent de lijn vasthouden, niet projectmatig werken, maar structurele aandacht voor het thema. Het aanstellen van een sportpedagoog zorgt voor structuur en de professionaliteit van de sportcoaches bouwen we steeds verder uit. We faciliteren hen met kennis en kunde, zodat het onderdeel wordt van de cultuur.”

Integrale aanpak

“Onze sportcoaches zijn onderdeel van een integrale wijkaanpak. We werken samen met jongerenwerk, jeugdzorg en welzijn. In Arnhem hebben we wijken waar geen sportverenigingen zijn, dus bewegen kinderen vooral op en rond school. Daar werken we heel nauw samen met onderwijs. We werken met het 2+1+2 beweegconcept, waarbij kinderen 2 uur bewegen met een vakdocent, 1 uur in de pauze en 2 uur naschools, zodat kinderen in ieder geval 5 uur per week beweging hebben. We ontzorgen scholen door beweegteams, met een sportcoach en een vakdocent.

“Met onze aanpak zijn we onderdeel van de grotere aanpak van de wijken. Als gemeente en Sportbedrijf hebben we de rol van aanjager. Als je iets wil bereiken op dit thema moet je er echt bij zijn. Je stelt de randvoorwaarden, neemt belemmeringen weg, en je moet het blijven trekken. Je moet partijen bij elkaar blijven brengen, Daar kan je overigens ook iemand de opdracht toe geven, een projectleider inhuren, maar je moet het niet loslaten, want dan valt het uit elkaar.”

Monitoring en evaluatie

“We hebben een verenigingsmonitor, daarin staat een module Positief Sportklimaat. Het is een zelfreflectie-instrument, dat betekent dat verenigingen het zelf invullen. Daar kun je ook zien in hoeverre verenigingen in hun beleid iets doen met het thema. We vragen bijvoorbeeld: ‘Hoe belangrijk vindt u pedagogisch sportklimaat en wat doet u eraan?’ Verder kijken we in accountgesprekken hoe het gaat met incidenten en met verenigingen. Daarnaast kunnen we cijfermatig kijken, bijvoorbeeld naar het aantal trajecten dat is doorlopen of het aantal meldingen bij vertrouwenscontactpersonen.”

Tot slot

“Eerst de basis op orde. Zorg er eerst voor dat je verenigingen op orde brengt. Het thema gaat niet landen als je het uitstort over ze. Goed om eerst te kijken hoe staan de sportaanbieders ervoor? Als dat nog niet zo goed is, dan moet je daar nog aan werken. Andere thema’s volgen dan wel. En een belangrijke randvoorwaarde is dat de gemeente weet wat ze met sport en bewegen wil.”


Auteur(s)

Artikelen uitgelicht


Beleid
public, professional
praktijkvoorbeeld
beleidsontwikkelingen, pedagogisch sportklimaat, veilige sportomgeving