In 2026 wordt over het MFF – ‘Multiannual Financial Framework – volop onderhandeld door lidstaten en in het Europees Parlement. Een speciale rol is in 2026 weggelegd voor Cyprus (tot 30 juni) en Ierland (vanaf 1 juli): deze landen verdelen in 2026 het voorzitterschap van de Europese Raad en hebben daardoor extra invloed op wat er op de agenda wordt gezet.
Sinds 1 januari 2026 heeft Cyprus het roulerende voorzitterschap van de Raad op zich genomen. Een half jaar lang – tot 30 juni – werkt Cyprus dan ook aan ambitieuze doelstellingen op het gebied van sport. Zo zet Cyprus op de agenda: sporttoerisme, mentale gezondheid van sporters, ‘healthy aging’, de update van HEPA richtlijnen (beweegrichtlijnen) en de instelling van een Mediterrane Sportraad. Half april wordt in het Cypriotische Paphos het jaarlijkse EU Sport Forum georganiseerd, waar op uitnodiging van de Europese Commissie belangrijke sportstakeholders uit heel Europa samenkomen. Dan zal het zeker gaan over deze thema’s, maar vooral over de toekomst van Europees sportbeleid en het bijbehorende budget.
Money, money, money…
In 2026 wordt heel veel gesproken over het MFF: het meerjarig financieel kader 2028-2034 voor de EU begroting. Dus ook het moment waarop lidstaten en Europarlementariërs hun standpunt bepalen over investeringen op heel veel terreinen, dus ook voor de budgetten voor Europese programma’s op het gebied van sport, bewegen, actieve mobiliteit, innovatie en gezondheidszorg/preventie.
Een belangrijk jaar dus voor de belangenbehartigers. De Europese sportsector heeft niet stilgezeten: in december heeft een groep van 116 stakeholders een gezamenlijke verklaring opgesteld, die ook is opgenomen in de briefing voor de begrotingscommissie van het Europees Parlement. Dat is een teken dat deze ‘Joint Statement calling for stronger recognition of sport and physical activity’ serieus wordt opgepakt. De actiepunten die in die brief worden meegegeven:
- Een specifiek minimum van 5 % van het Erasmus+-budget voor sport en lichaamsbeweging (dat is nu 2 procent)
- Een sterkere en meer zichtbare identiteit voor het sportonderdeel binnen Erasmus+.
- Verbeterde coördinatie op EU- en nationaal agentschapsniveau.
- Vereenvoudigde en transparantere procedures, met name voor kleinere en nieuwe organisaties.
- Versterkte banden tussen sport, gezondheid, onderwijs, inclusie en duurzaamheid.
- Integratie van sport en bewegen in alle EU-beleidsprogramma’s.
Maar een winstwaarschuwing: ook al zit in het voorstel van de Europese Commissie wel een forse toename van het budget voor Erasmus+Sport, dat wil nog niet zeggen dat dat overeind blijft in de druk op Europa om toch vooral te investeren in defensie en een autonome economie. Dus rustig achterover leunen is er niet bij voor de sportlobbyisten.
Zorgen over Erasmus+Sport
Op Sport Info Day in december 2025 – de jaarlijkse presentatie van het subsidieprogramma Erasmus+ Sport – heeft EU-commissaris Glenn Micallef zelf ook de sportvertegenwoordigers op het hart gedrukt om aandacht te blijven vragen voor voldoende budget voor Erasmus. “De realiteit is dat we op dit moment niet genoeg financiering hebben voor wat we zouden willen ondersteunen in de sport. Op dit moment krijgt maar 1 op 10 aanvragers budget toegekend, terwijl er veel meer goede projecten zijn. We kunnen zoveel belangrijke stappen nemen als we meer armslag qua budget hebben.” Bogdan Zdrojewski, de Poolse rapporteur sport vanuit het Europees Parlement, vindt dat sport valt onder ‘soft projects’, maar dat bedoelt hij niet negatief: die zijn doorslaggevend voor de ‘social fitness’ – ofwel de fysieke en mentale veerkracht – van de Europeanen.
In juni 2026 wordt naar verwachting besloten over de toekomstplannen voor Erasmus. In de OCJS-vergaderingen brengen dan de sportministers en beleidsmedewerkers hun standpunt in. Belangrijk is dat binnen het grote Erasmus-programma er een apart budget voor sport (en ook voor jeugd) blijft, naast de grote bulk vanuit onderwijs, en dat deze deelbudgetten liefst ook omhoog geschroefd worden.
Je Erasmus-project in Nederland aanvragen?
Een andere verandering die in het vat zit, is het plan voor meer decentralisatie van het verwerken van Erasmus-aanvragen. Dat zou betekenen dat er meer personeel nodig is bij de Nationale Agentschappen om projectaanvragen te kunnen beoordelen.
Het gevolg van de beoogde wijziging zou kunnen zijn dat je alleen nog concurrentie van andere Nederlandse aanvragers hebt, en niet van het hele Europese speelveld. Of dat de kansen op een toekenning nu vergroot of verkleint, is nog afwachten. Maar sowieso moet nog een definitief besluit hierover worden genomen, en ook tot waar de decentralisatie reikt en wat ‘Brussel’ zelf blijft doen. Voorlopig blijft dus alleen de mobiliteitsactie (kennisstages) voor de sport een taak van het Nationaal Agentschap en worden alle andere subsidie-aanvragen voor samenwerkingsprojecten en breedtesportevenementen in Brussel beoordeeld.