Wetgeving omtrent zorgverlening binnen een woonzorginstelling | Alles over sport
Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Wetgeving omtrent zorgverlening binnen een woonzorginstelling

Artikel

Bekeken vanuit de zorg in woonzorgcentra zijn vijf wetten bepalend voor de invulling van zorgbeleid. Dit zijn Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de Zorgverzekeringswet, de Wet op Maatschappelijke Ondersteuning 2015, de Wet Publieke Gezondheidszorg en de Kwaliteitswet zorginstellingen. Dit artikel licht deze wetten kort toe en maakt de link naar sport en bewegen.

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) dekt medische kosten die voortkomen uit een langdurige zorgbehoefte. Bijna iedereen die in Nederland woont of werkt is automatisch AWBZ verzekerd en betaalt hiervoor een AWBZ-premie. Om voor AWBZ-zorg in aanmerking te komen moet iemand een lichamelijke, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking hebben. Ook verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperkingen vallen onder deze zorg. Dit worden de grondslagen van de AWBZ genoemd. De soorten AWBZ-zorg zijn: begeleiding, behandeling, persoonlijke verzorging, verblijf, verblijf en behandeling, verpleging, vervoer en voortgezet verblijf. Dit worden functiegerichte aanspraken genoemd.

Bezuinigingen in de AWBZ

Begin 2009 is de overheid begonnen met het invoeren van maatregelen om de AWBZ terug te brengen tot de kern: zorg voor de meest kwetsbaren van onze samenleving. Mensen met lichte problematiek die hun ondersteuning voorheen uit de AWBZ kregen, moeten nu een beroep doen op de eigen omgeving. De gemeente neemt deze taak deels op zich vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Onder deze mensen bevinden zich veel ouderen met beginnende ouderdomsproblematiek, zoals beginnende dementie en mensen met een verhoogd valrisico. Voor gemeenten ligt hier een stimulans om meer aandacht te geven aan preventie en dus aan sport en bewegen. Hiermee kan het aantal mensen met zwaardere en daarmee duurdere hulpverlening mogelijk worden beperkt. Lees bij de Rijksoverheid meer over de AWBZ.

Verplichting zorgleefplan

Het besluit zorgplanbespreking AWBZ is in 2011 in werking getreden. Dit besluit verplicht de zorgaanbieder om samen met de cliënt een zorgplan te maken. Deze maatregel moet de positie van de cliënt versterken. De genoemde criteria in dit besluit stellen weinig inhoudelijke eisen aan het zorgplan: de concrete invulling van het zorgplan is aan de zorgaanbieders zelf. Het besluit voorziet dus niet in een verplichting van bewegen en valpreventie als onderdeel van het zorgplan, maar het kan wel aanknopingspunten bieden.

Zorgverzekeringswet

Iedereen die in Nederland woont of werkt is wettelijk verplicht een basisverzekering te hebben. De basisverzekering dekt de standaardkosten van bijvoorbeeld huisarts, ziekenhuis of apotheek. Aanvullend verzekeren is mogelijk voor kosten die niet in het basispakket zitten, zoals fysiotherapie of tandartsbezoek. De Rijksoverheid bepaalt de inhoud van de basisverzekering. De zorgverzekeraar mag de prijs van dit basispakket bepalen. De aanvullende verzekering wordt door zorgverzekeraars zelf samengesteld. Zij bepalen dus ook in welke mate sport en bewegen en valpreventie hier onderdeel van is. Lees meer over de Zorgverzekeringswet.

Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo)

De Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo) regelt dat mensen met een beperking de voorzieningen, hulp en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Het kan gaan om ouderen, mensen met een lichamelijke beperking of met psychische problemen. De Wmo zorgt ervoor dat iedereen kan meedoen aan de maatschappij en zo veel mogelijk zelfstandig kan blijven wonen. In deze verantwoordelijkheid liggen meteen de kansen voor sport en bewegen en valpreventie. Sport- en beweeginitiatieven die bijdragen aan zelfstandig functioneren van mensen kunnen (deels) worden vergoed door gemeenten. Hou er wel rekening mee dat iedere gemeente de Wmo anders uitvoert en het advies is daarom: kijk per gemeente wat de mogelijkheden zijn voor sport en bewegen of valpreventie.

De Wmo kan onder andere uitkomst bieden bij:

  • hulp bij het huishouden, zoals opruimen, schoonmaken en ramen zemen;
  • aanpassingen in de woning zoals een traplift of een verhoogd toilet;
  • vervoersvoorzieningen in de regio voor mensen die slecht ter been zijn en niet met het openbaar vervoer kunnen reizen (bijvoorbeeld de taxibus of een scootmobiel);
  • ondersteuning aan vrijwilligers en mantelzorgers;
  • hulp bij het opvoeden van kinderen;
  • rolstoelen en andere hulpmiddelen die niet door de zorgverzekeraars vergoed worden:
  • maaltijdverzorging (ook wel warme maaltijdvoorziening of tafeltje dekje genoemd);
  • sociaal cultureel werk, zoals buurthuizen en subsidies aan verenigingen;
  • maatschappelijke opvang, zoals blijf-van-mijn-lijfhuizen en daklozenopvang.

Lees meer informatie over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) op de site van de overheid.

Wet Publieke Gezondheidszorg (Wpg)

In 2010 zijn de Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid, de Infectieziektenwet en de Quarantainewet, samengevoegd tot de Wet Publieke Gezondheidszorg. Artikel 5a van deze wet met als onderwerp preventieve gezondheidszorg voor ouderen, is op 1 juli 2012 in werking getreden. Dit artikel bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders zorg draagt voor de uitvoering van de ouderengezondheidszorg.

Het college moet in ieder geval zorgen voor:

  1. het op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van ouderen en van gezondheid bevorderende en-bedreigende factoren;
  2. het ramen van de behoeften aan zorg;
  3. de vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen als comorbiditeit;
  4. het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding;
  5. het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen.

Lees meer over de Wet Publieke Gezondheidszorg.

Relatie Wmo en Wpg

De Wpg en Wmo zijn nauw met elkaar verbonden. Beide wetten hebben als doel de levenskwaliteit van mensen te bevorderen. De invalshoek van de manier waarop dit moet gebeuren is anders. De Wpg noemt de ‘gezondheid van inwoners’ als uitgangspunt voor een verbeterde kwaliteit van leven. De Wmo richt zich op ‘maatschappelijke participatie’ als middel om de kwaliteit van leven te bevorderen. De Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) beschrijft in een handleiding onder meer de onderwerpen die door een gemeente gezamenlijk vanuit de Wmo en de Wpg kunnen worden opgepakt. Meer over deze samenhang is te lezen in een uitgave van het loket gezondleven.

Kwaliteitswet Zorginstellingen

De Kwaliteitswet Zorginstellingen (KWZ) verplicht woonzorgcentra hun eigen kwaliteit te bewaken, te beheersen en te verbeteren. De wet noemt vier kwaliteitseisen waaraan een instelling moet voldoen:

  • verantwoorde zorg;
  • op kwaliteit gericht beleid;
  • het opzetten van een kwaliteitssysteem;
  • het maken van een jaarverslag.

Een zorginstelling moet verantwoorde zorg leveren. Het belang van regie over het eigen leven voor de cliënt en duidelijkheid over welke zorg en ondersteuning de cliënt kan krijgen zijn onderdelen die regelmatig genoemd worden door instellingen als het gaat om verantwoorde zorg. Hoewel in deze wet niet expliciet wordt aangegeven wat er precies onder verantwoorde zorg valt en of bewegen en valpreventie hier ook onder valt, kunnen deze onderwerpen wel bijdragen aan behoud van regie over eigen leven.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou