Sluiten

Sportdeelname en clublidmaatschap

Feiten & cijfers

Geplaatst op 19 december 2015

Hoeveel Nederlanders sporten ten minste één keer per week? En hoeveel sporten er maandelijks? En is er een verschil tussen mannen en vrouwen? Doen de verschillende leeftijdsgroepen ongeveer hetzelfde aan sport of bestaan er grote verschillen? En maakt het iets uit wat voor opleiding mensen hebben gevolgd? Bekijk hier een overzicht.

Twee derde van de Nederlandse kinderen sport wekelijks

In 2016 deed 65,3% van Nederlandse kinderen (4 tot 12 jaar) wekelijks of vaker aan sport. Het percentage jongens en meisjes dat minimaal wekelijks aan sport doet is nagenoeg gelijk.

Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2016

Ruim de helft van de Nederlanders sport wekelijks

In 2016 deed 53,5% van de Nederlanders van 4 jaar en ouder wekelijks aan sport. Dat is vergelijkbaar met de jaren ervoor. Mannen sporten iets vaker dan vrouwen. Mensen jonger dan 35 jaar sporten vaker wekelijks dan mensen van 35 jaar en ouder.

Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2016

Trend in wekelijkse sportdeelname stabiel

Tussen 2001 en 2016 is het percentage Nederlanders van 12 tot en met 79 jaar dat wekelijks aan sport doet stabiel.

Bron: CBS Gezondheidsenquête, Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2016

Hoogopgeleiden sporten vaker wekelijks

In 2016 was in Nederland het percentage hoogopgeleiden dat wekelijks sport ruim twee keer zo groot als het percentage laagopgeleiden.

Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2016

Mensen met lichamelijke beperking sporten minder vaak wekelijks

In 2016 was het percentage mensen met een lichamelijke beperking (motorisch, auditief, visueel) en/of een chronische aandoening dat wekelijks sport lager dan het percentage mensen zonder aandoening of beperking. Nederlanders met zowel een lichamelijke beperking als een chronische aandoening sporten het minst vaak wekelijks.

Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2016

7 op de 10 Nederlanders sport minstens 12 keer per jaar

In 2016 deed 70% van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder minstens 12 keer per jaar aan sport (RSO-norm). Dat is gelijk aan 2014,maar in 2012 was dit percentage iets hoger, namelijk 73%. Mannen voldoen iets vaker aan de RSO-norm dan vrouwen. De sportdeelname volgens de RSO-norm neemt ook in 2016 af met het oplopen van de leeftijd. Bij de meeste leeftijdsgroepen is in de afgelopen jaren geen verandering te zien. Alleen het aandeel 12-19 jarigen en 55-64 jarigen dat minstens 12 keer per jaar sport is in 2016 lager dan in de voorgaande twee metingen.

Bron: SCP/CBS, VTO 2016

Hoogopgeleiden sporten vaker twaalf keer per jaar dan middelbaar en laagopgeleiden

In 2016 sportte 79% van de hoogopgeleiden 12 keer per jaar of vaker, terwijl dit onder laagopgeleiden 45% is. De sportdeelname van middelbaar opgeleiden ligt daar tussen in. Dit komt overeen met cijfers uit 2012 en 2014 uitgezonderd voor de middelbaar opgeleiden. Hun sportdeelname ligt in 2016 lager dan in de voorgaande metingen.

Bron: SCP/CBS, VTO 2016

Mensen met een aandoening of beperking sporten minder vaak maandelijks

In 2016 was het percentage mensen met een chronische aandoening of een lichamelijke beperking (motorisch, auditief, visueel) dat minstens 12 keer per jaar sport (RSO-norm) lager dan het percentage mensen zonder chronische aandoening of beperking. 

Bron: SCP/CBS, VTO 2016

Eén op de drie Nederlanders is lid van een sportvereniging

In 2016 gaf 31% van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder aan lid te zijn van een sportvereniging. Mannen zijn iets vaker lid van een sportvereniging dan vrouwen. Het percentage jongeren (< 20 jaar) dat lid is van een sportvereniging is ruim twee keer zo groot als het percentage volwassenen (20 jaar en ouder). Voor de groep 20 jaar en ouder komt dit beeld komt overeen met cijfers uit 2012 en 2014. In dezelfde periode is er voor 12-19 jarigen een afname in clublidmaatschap zichtbaar is.

Bron: SCP/CBS, VTO 2016

Laagopgeleiden minder vaak lid van een sportvereniging

In 2016 was het aandeel hoogopgeleide Nederlanders dat lid is van een sportvereniging twee keer zo groot als het aandeel laagopgeleiden.

Bron: SCP/CBS, VTO 2016

Mensen met een aandoening of beperking zijn minder vaak lid van een sportvereniging

In 2016 was het percentage mensen met een chronische aandoening of lichamelijke beperking (motorisch, auditief, visueel) dat lid is van een sportvereniging lager dan het percentage mensen zonder chronische aandoening of beperking. Dit percentage is stabiel ten opzichte van 2012 en 2014.

Bron: SCP/CBS, VTO 2016

Lees meer

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.