Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Sportdeelname en clublidmaatschap

Feiten & cijfers

Hoeveel Nederlanders sporten ten minste één keer per week? En hoeveel sporten er maandelijks? En is er een verschil tussen mannen en vrouwen? Doen de verschillende leeftijdsgroepen ongeveer hetzelfde aan sport of bestaan er grote verschillen? En maakt het iets uit wat voor opleiding mensen hebben gevolgd? Bekijk hier een overzicht.

Twee derde van de Nederlandse kinderen sport wekelijks

In 2015 deed 66% van Nederlandse kinderen (4 tot 12 jaar) wekelijks of vaker aan sport. Het percentage jongens en meisjes dat minimaal wekelijks aan sport doet is nagenoeg gelijk.

Bron: Leefstijlmonitor, RIVM i.s.m. VeiligheidNL en CBS, 2015

Ruim de helft van de Nederlanders sport wekelijks

In 2014 deed 51% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder wekelijks aan sport. Mannen sporten iets vaker dan vrouwen. Mensen jonger dan 35 jaar sporten vaker wekelijks dan mensen van 35 jaar en ouder.

Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2014

Trend in wekelijkse sportdeelname stabiel

Tussen 2001 en 2014 is het percentage Nederlanders van 12 tot en met 79 jaar dat wekelijks aan sport doet stabiel.

Bron: CBS Gezondheidsenquête, Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2014

Hoogopgeleiden sporten vaker wekelijks

In 2014 was in Nederland het percentage hoogopgeleiden dat wekelijks sport ruim twee keer zo groot als het percentage laagopgeleiden.

Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2014

Mensen met lichamelijke beperking sporten minder vaak wekelijks

In 2014 was het percentage mensen met een lichamelijke beperking (motorisch, auditief, visueel) en/of een chronische aandoening dat wekelijks sport lager dan het percentage mensen zonder aandoening of beperking. Nederlanders met zowel een lichamelijke beperking als een chronische aandoening sporten het minst vaak wekelijks.

Bron: Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, CBS i.s.m. RIVM, 2014

7 op de 10 Nederlanders sport minstens 12 keer per jaar

In 2014 deed 70% van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder minstens 12 keer per jaar aan sport (RSO-norm). In 2012 was dit percentage iets hoger, namelijk 73%. Mannen voldoen iets vaker aan de RSO-norm dan vrouwen. Dit geldt ook voor mensen jonger dan 35 jaar vergeleken met mensen van 35 jaar en ouder. In 2014 is het aandeel 20-34 jarigen dat minstens 12 keer per jaar sport iets lager dan in 2012.

Bron: SCP/CBS, VTO 2014

Hoogopgeleiden sporten vaker twaalf keer per jaar dan middelbaar en laagopgeleiden

In 2014 was het aandeel hoogopgeleiden dat 12 keer per jaar of vaker sport (RSO-norm) ruim 1,5 keer zo groot als het aandeel laagopgeleiden. In 2012 was het percentage Nederlanders met een hbo- of universitaire opleiding dat minstens 12 keer per jaar sport iets hoger (84%) dan in 2014 (79%).

Bron: SCP/CBS, VTO 2014

Mensen met een aandoening of beperking sporten minder vaak maandelijks

In 2014 was het percentage mensen met een chronische aandoening en/of lichamelijke beperking (motorisch, auditief, visueel) dat minstens 12 keer per jaar sport (RSO-norm) lager dan het percentage mensen zonder chronische aandoening of beperking. Nederlanders met zowel een chronische aandoening als een lichamelijke beperking sporten het minst vaak.

Bron: SCP/CBS, VTO 2014

Eén op de drie Nederlanders is lid van een sportvereniging

In 2014 gaf 31% van de Nederlandse bevolking van 6 jaar en ouder aan lid te zijn van een sportvereniging. Mannen zijn iets vaker lid van een sportvereniging dan vrouwen. Het percentage jongeren (< 20 jaar) dat lid is van een sportvereniging is ruim twee keer zo groot als het percentage volwassenen (20 jaar en ouder). Vergeleken met 2012 is het percentage 12-34 jarigen dat lid is van een sportvereniging iets lager in 2014.

Bron: SCP/CBS, VTO 2014

Laagopgeleiden minder vaak lid van een sportvereniging

In 2014 was het aandeel hoogopgeleide Nederlanders dat lid is van een sportvereniging twee keer zo groot als het aandeel laagopgeleiden.

Bron: SCP/CBS, VTO 2014

Mensen met een aandoening of beperking zijn minder vaak lid van een sportvereniging

In 2014 waren mensen met zowel een chronische aandoening als een lichamelijke beperking (motorisch, auditief, visueel) minder vaak lid van een sportvereniging (10%) dan mensen zonder aandoening of beperking (35%). Van de mensen met alleen een chronische aandoening of lichamelijke beperking was 2 op de 10 lid van een sportvereniging in 2014.

Bron: SCP/CBS, VTO 2014

Lees meer

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.