Sluiten

Sport en bewegen in de omgevingsvisie

Artikel

Publicatiedatum 24 september 2019

Nog anderhalf jaar en dan is in 2021 de Omgevingswet een feit. Gemeenten moeten dan ‘omgevingswetproof ‘zijn. Momenteel wordt bij alle gemeenten nog hard gewerkt aan het opstellen van de omgevingsvisies.In de wandelgangen zijn verschillende geluiden te horen; van afkeer tot ‘Dat valt best mee’, Welke plek krijgt sport en bewegen in de omgevingsvisies? Waar lopen gemeenten tegenaan en welke kennisbehoefte is er? Kenniscentrum Sport zocht het uit en sprak met project-/ of programmaleiders omgevingsvisies en beleidsmedewerkers sport van gemeenten.

Is de Omgevingswet een ruimtelijk tovermiddel?

De komst van de Omgevingswet wordt door gemeenten over het algemeen toegejuicht. De meest gedeelde verwachting is dat de komst van deze wet leidt tot betere besluiten en een gezondere leefomgeving.

De vraag is of die verwachtingen niet te hooggespannen zijn. Is daadwerkelijk sprake van een ruimtelijk tovermiddel? Bij gemeenten leeft niet het idee dat de Omgevingswet ineens een ‘gamechanger’ is voor ruimtelijke ontwikkelingen. Wel bestaat het besef dat met de komst van de Omgevingswet beter invulling gegeven kan worden aan de kwaliteit van de leefomgeving.

Projectleiders en programmamanagers omgevingsvisie bij gemeenten gaan ervan uit dat bij nieuwe initiatieven, zoals de bouw van een sportaccommodatie, tot hetzelfde resultaat leidt als momenteel het geval is. Volgens hen is het belangrijk dat de gemeenten in een omgevingsvisie kaders voor de leefomgeving vaststellen. Gemeenten krijgen hiervoor meer bewegingsvrijheid en zijn in staat afwegingen te maken die meer zijn toegespitst op de eigen unieke lokale situatie.

De procedure om voor een nieuw initiatief, zoals de bouw van een sportaccommodatie, straks een omgevingsvergunning verleend te krijgen gaat beduidend sneller dan voorheen. De termijn van 26 weken wordt verkort naar 8 weken. Een aantal gemeenten voorzien een grote uitdaging om de vergunbaarheid van een ingewikkeld initiatief binnen die acht weken voor elkaar te krijgen.

Waar staan gemeenten nu?

Het opstellen van een omgevingsvisie is slechts het topje van de ijsberg, zo vinden de meeste projectleiders. Maar wel een heel belangrijk topje. Het is de start van een proces om de ruimtelijke koers van een gemeente uit te zetten. Hoewel de aanvliegroute van het proces om een omgevingsvisie op te stellen bij veel gemeenten verschilt, zijn de ‘basisbestanddelen’ voor de uiteindelijke omgevingsvisie bij elke gemeente vrijwel hetzelfde. De dialoog met met de burger, de ontwikkeling van een ruimtelijk streefbeeld en het opstellen van het ‘document omgevingsvisie zijn voorbeelden van overeenkomstige bestanddelen..

Om gezondheid een volwaardige plek te geven in de instrumenten van de Omgevingswet worden gemeenten ondersteund door de GGD. Voor het ontwikkelproces van een ruimtelijk streefbeeld kiezen sommige gemeenten ervoor om experts (bijvoorbeeld stedenbouwkundigen) te betrekken.

 Sport en bewegen in de omgevingsvisies

In de inmiddels afgeronde omgevingsvisies is te zien dat de gezonde leefomgeving invulling krijgt als een omgeving met (veel) groen die uitnodigt om te bewegen en te ontmoeten. Sport en bewegen komen op diverse plekken terug in de omgevingsvisies, onder meer door het aantrekkelijk maken van fietsen en wandelen, waarbij de fietser en voetganger voorrang krijgen op de auto.

In de omgevingsvisie van de gemeente Deventer is bijvoorbeeld te zien dat stevig wordt ingezet op een goed en slim routenetwerk zoals fietsverbindingen zowel in de stad en als tussen stad en de omringende dorpen. Ook is zichtbaar dat er een ‘bewegingsbewustzijn’ aanwezig is bij planontwikkeling. Het is niet meer zoals vroeger toen het voornamelijk ging om uitgeefbare kavels. Tegenwoordig draait het om het totaalplaatje waarvan een beweegvriendelijke omgeving onderdeel uitmaakt.

Een projectleider van een middelgrote gemeente geeft aan dat het in zijn geval juist makkelijk is om verbindingen te leggen en sport en bewegen en ruimtelijke opgaven. In deze gemeente heeft de wethouder zowel sport als ruimtelijke ordening in zijn portefeuille. Het is goed te vernemen dat beleidsmedewerkers vanuit diverse vakdisciplines elkaar opzoeken en ‘de stad beetpakken’. De sportbeleidsmedewerker wordt gezien als een belangrijke speler in het veld want het thema sport en bewegen raakt diverse andere thema’s, zoals groen, mobiliteit en klimaat. In sommige gevallen is de sportbeleidsmedewerker zelf de drijvende kracht en gaat intern het gesprek aan met andere afdelingen om richting te geven aan de vormgeving van de gezonde (en beweegvriendelijke) leefomgeving.

Wat zijn de voornaamste uitdagingen?

De uitdagingen waar gemeenten voor staan om uiteindelijk in 2020 een omgevingsvisie gereed te hebben, zijn zowel procesmatig als inhoudelijk van aard. Voldoen aan de Omgevingswet houdt meer in dan het opstellen van een visie, een nietje er doorheen jassen en weer vrolijk verder, zo. Het is een stevig proces dat jaren geleden al is opgestart. De grotere gemeenten kiezen doorgaans om zo’n langdurig traject op te knippen in fasen waarbij een intern en een extern proces wordt gevolgd. Intern wordt toegewerkt naar een ruimtelijk streefbeeld, waarbij vanuit het externe proces (dialoog met de stad) voor de noodzakelijke en juiste input wordt gezorgd. Om richting te geven aan sport en bewegen gaan een aantal gemeenten vroegtijdig in gesprek met sportverenigingen en (ongeorganiseerde) sporters zodat ook zij hun wensen en behoeften kenbaar kunnen maken.

De stedelijke stip aan de horizon

Procesmatig is het pittig om het einddoel (opleveren van een omgevingsvisie) voor ogen te houden, het overzicht te bewaren en verzanding in details te voorkomen. Volgens veel programmamanagers is het een uitdaging om de doelen op de thema’s leefomgeving uit te werken in een programma van uitvoering dat tegelijkertijd ook voldoende bijdraagt aan de doelstelling op andere thema’s zoals mobiliteit en klimaat.

Het gaat dus bijvoorbeeld om de vraag: op welke manier draagt de (her)inrichting van de openbare ruimte op wijkniveau bij aan de stedelijke stip aan de horizon? Oftewel het meer en beter in beweging krijgen van de inwoners (jong en oud) in een stad. Het is continu schakelen tussen het doel per thema en de concrete uitvoering op gebieds- en wijkniveau.

Prioriteiten stellen en keuzes maken

Prioriteiten stellen en keuzes maken wordt door nagenoeg elke gemeente genoemd als een moeilijk proces. Het maken van een geheel tussen veel verschillende thema’s maakt het vormgeven van een omgevingsvisie enorm complex. Dat betekent ook dat (de gemeenteraad) keuzes zal moeten maken. Scherpe keuzes zijn noodzakelijk om duidelijke accenten te leggen op zowel (omgevings)thema’s als op gebieden of wijken.

Bewustwording van integraal denken en doen

Ruimtelijk beleid gaat over afstemming tussen, combinatie van en keuzes uit meerdere functies (gebruiksvormen, bestemmingen) en vergt een geïntegreerd beleid. Dat betekent dat sport-, recreatie-, speel- en beweegbeleid, en beleid gericht op de beweegvriendelijke omgeving, in zijn ruimtelijke uitwerking binnen de Omgevingswet nu onderdeel is van een integraal gemeentelijk gebiedsontwikkelingsbeleid. Projectleiders en programmamanagers van gemeenten benadrukken het nemen van de regie erg belangrijk is. Zij geven aan dat kansen bij optimaal gebruik van de (soms schaarse) ruimte zeker verzilverd moeten worden.

Om de plek van sportvoorzieningen in de omgevingsvisie ook op integrale wijze te benaderen, blijkt voor veel gemeenten een flinke uitdaging. De inrichting van een gezondheidsbevorderende leefomgeving wordt het liefst gecombineerd met andere factoren die de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren. Zo kan een sportpark immers een locatie zijn waar meerdere (ruimtelijke) functies worden gecombineerd. Bijvoorbeeld ook een plek om water te bergen, een groene plek die verkoeling brengt in een verharde omgeving, een laagdrempelig wandelpark, een openbare fitnessruimte of een veilige ontmoetingsplek voor jong en oud.

Slim omgaan met de ruimte is voor gemeenten dan ook de kunst. Integraal denken en doen, is meer noodzaak dan nut, vinden ze. Maar dit integrale proces voortdurend opstarten is eveneens een uitdaging. Want bij wie ligt de bal? Bij sportbeleid, bij ruimtelijke ordening of in eerste instantie bij het team dat zich bezighoudt met de ontwikkeling van de omgevingsvisie?

Omdat op veel aspecten en onderdelen de inrichting van de leefomgeving gezondheidsbevorderend kan werken, moet de juiste expertise bij elkaar gebracht en geactiveerd worden. Zo is bekend dat bebouwing in hoge dichtheid samen met goede fietsvoorzieningen, brede stoepen en grote groene elementen (zoals openbare sportparken) het beweeggedrag meer stimuleert dan bebouwing in lage dichtheid. Er ligt een belangrijke opgave bij gemeenten om iedereen binnen de gemeentelijke organisatie (blijvend) bewust te maken van integraal denken en doen. Pas dan kan ruimtelijk goed gewerkt worden aan de gezonde (en daarbij beweegvriendelijke) leefomgeving.

Sporten in het park (foto:shutterstock)

Kennis- en ondersteuningsbehoefte

Stuurinformatie

Om invulling te geven aan sport en bewegen in de omgevingsvisie, hebben gemeenten behoefte aan stuurinformatie om zicht te krijgen op de leefomgeving. Zijn er genoeg accommodaties en is het voldoende openbare ruimte, voor nu en in de toekomst? Waar hebben gebruikers van de openbare ruimte behoefte aan? Is het fietsnetwerk in de stad zodanig vormgegeven dat het de fietser voldoende uitnodigt om de fiets te pakken? Op welke fietspaden is het mogelijk om voorrang krijgen op gemotoriseerd verkeer, zonder dat het de doorstroming belemmert?

Goede stuurinformatie verkrijgen is niet altijd even gemakkelijk, zeggen de project- en programmaleiders. Het is vaak tijdrovend om de goede informatie boven tafel te krijgen. Een aantal grotere gemeenten geeft aan gebruik te maken van een GIS-applicatie, waardoor het mogelijk wordt gemaakt goed zicht te krijgen op de fysieke leefomgeving. Door diverse datasets aan elkaar te koppelen en verschillende kaartlagen over elkaar heen te leggen, is het bijvoorbeeld mogelijk antwoord te krijgen op de vraag: hoe verhoudt het aantal sport en speelplekken in een wijk zich tot de doelgroepen? En, is er een goede balans tussen het voorzieningenaanbod en demografie, nu en in de toekomst?

Handreiking sport en bewegen in de Omgevingswet

Uitwisseling van de omgevingsvisies die al gereed zijn, zou de sportbeleidsmedewerker enorm helpen. Uit zo’n samenvatting wordt voor hem direct duidelijk welke fasen doorlopen zijn en welke stappen in iedere fase zijn gezet en tot welke resultaten dat heeft geleid. Het liefst een concrete handleiding met daarin per fase opgenomen waar je aan zou moeten denken om invulling te geven aan (het proces) van het vormgeven van de omgevingsvisie, programma en omgevingsplan. Hier is zeker veel behoefte aan.

Concrete voorbeelden

De sportbeleidsmedewerker wil ook graag concrete voorbeelden om invulling te geven aan het thema sport en bewegen in de omgevingsvisie. Zo is er behoefte aan voorbeelden van zogenaamde ‘meekoppelkansen’: welke kansen zijn er om diverse thema’s aan elkaar te koppelen en ruimtelijke functies te combineren/stapelen? Daarnaast is er behoefte aan goede voorbeelden van interventies om mensen meer aan het bewegen te krijgen. Wat werkt wel en wat werkt niet? Tenslotte is er ook behoefte aan inspiratie; voorbeelden waarin sport en bewegen een plek heeft gekregen in de omgevingsvisie en de vertaling naar een programma van uitvoering.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.