Sluiten

Satellietrekening sport: sporteconomie stabiel maar investeringen in accommodaties neemt af

Artikel

Publicatiedatum 19 november 2019

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft een aantal kernindicatoren vastgesteld om de ontwikkelingen in de sport op hoofdlijnen te volgen. De economische omvang van sport wordt hierin ook meegenomen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) monitort de sporteconomie via de zogenaamde satellietrekening sport. De meest recente versie (2019) geeft een goed inzicht welke waarde sport levert aan de Nederlandse economie.

Bij de totstandkoming van de satellietrekening wordt niet alleen gekeken naar de sport zelf (zoals lidmaatschap van sportverenigingen en fitnessclubs), maar ook naar zaken die sport mogelijk maken (zoals sportkleding en attributen) of naar ontwikkelingen die eruit voortkomen (sportmedia en sportonderwijs).

Economisch belang van de sport stabiel

De nieuwe satellietrekening sport beschrijft de periode 2006-2015. Hieruit blijkt dat de economische omvang van de sport, uitgedrukt als de waarde die wordt toegevoegd aan de Nederlandse economie, in 2015 6,2 miljard euro bedroeg. Ten opzichte van 2012 is de omvang van de sporteconomie met 4% toegenomen. Dit is ongeveer gelijk aan de ontwikkelingen in de totale economie, waardoor het aandeel van sport in het bruto binnenlands product (bbp) 1,0% is gebleven. Ter referentie: voor cultuur en media is de bijdrage aan het bbp 3,7% en voor toerisme 4%. Sinds 2006 is het economisch belang van sport voor onze economie stabiel.

Meer zelfstandigen werkzaam in de sport

en man in een schoenenwinkel, hij houdt in elke hand een schoen
(foto Shutterstock)

In 2015 werkten ongeveer 130.000 personen in de sportsector. Dit komt neer op 90.000 arbeidsjaren(of voltijd-equivalenten). Het aandeel van de sporteconomie in het totale arbeidsvolume neemt heel licht af en we zien een verschuiving naar meer zelfstandigen. De groei van zelfstandigen is vergelijkbaar met de ontwikkeling binnen het totale arbeidsvolume in Nederland. In de satellietrekening sport worden vrijwilligers niet tot de werkgelegenheid gerekend. De arbeidsinzet van vrijwilligers komt in 2015 neer op zo’n 54.000 arbeidsjaren. Dit is meer dan de helft van de ‘betaalde’ inzet in de sport.

Groei sporteconomie komt niet door meer sportaanbod

De groei in de sporteconomie is vooral te danken aan de productie van sportgerelateerde goederen en diensten en niet door de toegenomen waarde van het sportaanbod. Deze sportorganisaties (zoals verenigingen, bonden, fitness en maneges) hebben hun economische omvang met 7% zien teruglopen tussen 2012 en 2015. De sportparticipatie is daarentegen min of meer gelijk is gebleven. De afname van de toegevoegde waarde van het sportaanbod is mogelijk te wijten aan de verschuiving van duurdere abonnementen naar goedkopere of van georganiseerde sport naar het ongeorganiseerde verband (waarvoor geen lidmaatschap nodig is).

Huishoudens geven meer uit aan sportgoederen

In 2015 hebben Nederlandse huishoudens ruim 9 miljard uitgegeven aan sportgoederen en sportdiensten. Deze uitgaven zijn ten opzichte van 2012 met bijna 8% gegroeid. Deze groei is vergelijkbaar met onze andere bestedingen, want het aandeel van sport in al onze uitgaven staat stabiel op 2,9%. De groei komt grotendeels door de toegenomen aanschaf van sportartikelen; van 1,8 miljard euro in 2012 naar 2,2 miljard euro in 2015. Dit is een breed scala aan goederen die onmisbaar zijn voor de beoefening van sport: van tennisrackets tot racefietsen en van sportkleding tot racepaarden. Omgerekend gaf een huishouden in 2015 hier gemiddeld 291 euro (van een totaal van bijna 1.200 euro) aan uit.

Kenmerkend voor sportartikelen is dat ze nauwelijks in Nederland worden geproduceerd en vooral worden ingevoerd uit het buitenland. Hierdoor profiteert de Nederlandse sporteconomie maar beperkt van een toename in de vraag naar sportbenodigdheden. Vooral aan de handel en verkoop en aan de binnenlandse productie van vervoermiddelen (zoals fietsen), sportvoeding en paardensportbenodigdheden, wordt een boterham verdiend.

Teruglopende investeringen in sportaccommodaties

Bij het inzoomen op de investeringen in sportaccommodaties zien we een sterke terugloop. Deze investeringen worden met name door gemeenten gedaan, maar ook door sportverenigingen, fitnesscentra en andere sportaanbieders. Tussen 2006 en 2008 namen de investeringen nog toe. Sindsdien is er echter een forse afname te zien, waardoor de investeringen in 2015 nog maar de helft zijn van het bedrag in 2008. Deze ontwikkeling is ook zichtbaar in een terugloop van sportgerelateerde bestedingen in de bouwsector. Deze zijn sterk afhankelijk van investeringen in sportaccommodaties en blijven dus achter bij de groei van de totale bestedingen in de sporteconomie.

rapport in het tekst beschreven
De satellietrekening sport van het CBS uit 2019

Mogelijke verklaringen voor de afname van investeringen in sportaccommodaties sinds 2008 zijn dat het aantal verenigingen dat terugloopt, dat het gebruik van de openbare ruimte om te sporten groeit en de nasleep van de kredietcrisis. Als deze ontwikkeling blijft doorzetten, kan dit ook resulteren in een toenemend aantal verouderde sportaccommodaties.

Belangrijkste conclusies 

De nieuwe gegevens uit de satellietrekening sport van het CBS laten zien dat de economische omvang van de sporteconomie op veel fronten stabiel is gebleven. De daling van de toegevoegde waarde van het sportaanbod komt mogelijk door een verschuiving van de vraag naar goedkopere abonnementen en/of de populariteit van ongeorganiseerd sporten. Zolang de sportorganisaties zelf niet in financiële problemen komen en de sportparticipatie hoog blijft, is deze ontwikkeling niet ernstig. Je zou kunnen stellen dat we als land efficiënter zijn geworden om met minder middelen (voor het sportaanbod) evenveel te blijven sporten. Deels speelt de verschuiving naar de ongeorganiseerde en anders georganiseerde sport een rol.

Opvallend is de sterke terugloop van investeringen in sportaccommodaties. Als dit leidt tot sporten in steeds verder verouderende sportparken en sportzalen, kan het leiden tot een verschralend sportaanbod met mogelijk ook negatieve gevolgen voor de sportparticipatie. Hopelijk kan de ambitie uit het Nationaal Sportakkoord om sportinfrastructuur te verduurzamen, aanzetten tot een nieuwe investeringsronde in sportaccommodaties.

Meer weten?

Lees ons artikel Sport en euro’s: zo zit de sporteconomie in elkaar.

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.