Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Sluiten

Ouderen: wat drijft en belemmert hen bij sport en bewegen

Artikel

Ouderen bewegen minder dan (jong) volwassenen. Hoe komt dat? Wat belemmert hen en wat motiveert ouderen juist wél? En: hoe kunnen we drempels voor hen wegnemen? Het RIVM zette het op een rij.

Beweeggedrag van ouderen

Met leeftijd neemt het beweeggedrag gestaag af. Van de ouderen in Nederland van 65 tot 80 jaar en ouder voldoet 77% aan de combinorm (lees hier meer over normen voor bewegen). Van de ouderen boven de 80 jaar voldoet nog maar 49% aan die combinorm. Gelet op de toekomstverwachting dat mensen gemiddeld steeds ouder worden, is het belangrijk te weten hoe we meer ouderen aan het bewegen kunnen krijgen en houden.

Belemmeringen voor ouderen

Waarom bewegen ouderen minder? Het onderzoek van het RIVM beschrijft een aantal veel voorkomende redenen. Soms ligt het eraan, dat deze mensen zijn opgegroeid in een tijd waarin sporten en bewegen in de vrije tijd minder gewoon was dan tegenwoordig.

Soms bewegen ouderen weinig omdat ze gezondheids- of mobiliteitsproblemen hebben. Als bewegen pijn doet of te moeilijk is, dan is de drempel daarvoor hoog. Anderzijds kan bewegen in zulke gevallen juist ook een positief effect hebben: het kan de problemen verminderen. Sommige ouderen bewegen niet omdat ze bang zijn om te vallen, om letsel op te lopen of om ergere gezondheidsklachten te krijgen.

Drijfveren voor ouderen

Wat zijn de belangrijkste redenen voor ouderen om wél te bewegen? Voorop staat voor ouderen het sociale aspect. Bewegen moet laagdrempelig en gezellig zijn, en in de eigen omgeving kunnen plaatsvinden. Voor andere ouderen is het verminderen van hun gezondheidsklachten een motief om te bewegen. Over het algemeen kan het voor ouderen belangrijk zijn dat zij bij hun beweegactiviteiten advies en ondersteuning krijgen vanuit de gezondheidszorg. Ook de aanwezigheid van trainers om veilig en verantwoord te kunnen bewegen is van groot belang.

Hoe kunnen we meer ouderen laten bewegen?

Hoe kunnen we meer ouderen laten bewegen? Door belemmeringen weg te nemen en in te haken op de motieven, die voor ouderen belangrijk zijn.

  • Besteed veel aandacht aan het sociale aspect van beweeggroepen en andere initiatieven. Bied eenvoudige, gezellige, goedkope activiteiten dichtbij huis aan. Zorg voor activiteiten waaraan ook mensen met weinig beweegervaring deel kunnen nemen en waarbij niet de sport voorop staat, maar het sociale element.
  • Zet vaardige trainers in. Dat geeft ouderen het vertrouwen dat verantwoord bewegen ook voor hen mogelijk is. Een aanbod op maat dat past bij ieders mogelijkheden is voor ouderen belangrijk. Dat is maatwerk in zowel niveau als type activiteit.
  • De gezondheidszorg kan ondersteunen bij het stimuleren sport en bewegen bij ouderen.
  • Zet een verbindende partij als de buurtsportcoach in om zorg en sportaanbod met elkaar te verbinden. Een buurtsportcoach kent het lokale aanbod en kan maatwerk bieden aan de doelgroep.

Toepassing in de praktijk

Tot slot nog een aantal tips om de inzichten van het RIVM onderzoek in praktijk te brengen.

  • Vraag de ouderen wat ze zelf willen. Zo kun je dat aanpakken.
  • Zet beweegmaatjes in voor het sporten zelf, of voor vervoer naar de beweegactiviteit.
  • Koppel andere activiteiten aan bewegen, zoals een boekenclub die aansluitend gaat wandelen. Ook koken is een trigger om bij elkaar te komen, waarbij je gezamenlijk (te voet) boodschappen kunt doen met een groepje.
  • Kennis over wat ouder worden betekent voor je motoriek is erg belangrijk. Vertaal dat naar praktische dagelijkse oefeningen voor thuis die ouderen helpen om langer zelfstandig thuis te functioneren.
  • Sportaanbieders kunnen meerdere vormen van lidmaatschap aanbieden. Een fittest met 5 kennismakingslessen, over het hele jaar 4×10 lessen, of een strippenkaart in plaats van een jaarabonnement. Maak lidmaatschap flexibel.
  • Zorg waar mogelijk dat je bewegen aanbiedt in een bijvoorbeeld een buurthuis of wijkcentrum is. Daar is meer te doen, zodat mensen eenvoudiger contactebn kunnen opdoen.

Interventies

Onderstaand goede voorbeelden van interventies die ingezet kunnen worden om deze groep te helpen bij sporten en bewegen.

Lees ook:

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.

Annemieke Carbo

Het is belangrijk naar de mensen toe te gaan om de drempel om te gaan bewegen te verlagen. In Putten hebben wij een prachtig project “Thuis Bewegen”!

Wij zijn in juni 2014 gestart met een pilot waarin we mensen in de buurt met elkaar in contact hebben gebracht door samen te bewegen. Er is maar weinig ruimte nodig om vanaf de stoel te bewegen. Naast aandacht voor conditie, evenwicht en coördinatie, zijn de oefeningen ook gericht op lichte activiteiten in en om het huis, zodat mensen langer zelfredzaam en zelfstandig kunnen blijven. Bewegen in deze hele kleine groepjes is maatwerk en dat is prettig en heel laagdrempelig.

De opzet is als volgt: de initiatiefnemer nodigt 3 mensen (buren, kennissen) uit die 4x bij elkaar komen op een in overleg te plannen tijdstip. Na ongeveer 4 weken rouleert het groepje naar een van de andere deelnemers en zo zijn we al 16x aan het bewegen als we één cyclus rond zijn. Daarna werden de deelnemers gestimuleerd een nieuw groepje op te starten, bijvoorbeeld door twee aan twee weer nieuwe mensen uit te nodigen. Dit heeft best een poosje geduurd, maar uiteindelijk zijn op deze manier 127 groepjes gestart, al dan niet met deelnemers, die al eerder hadden meegedaan. In de loop van de pilot zijn we ook in overleg met deelnemers overgestapt om kleine groepjes bij elkaar te voegen, in bijvoorbeeld een nabij gelegen ruimte als de afstand haalbaar is en dat laatste bleek vaker het geval dan iedereen in het begin over zichzelf had gedacht. De drempel om hier samen naar toe te gaan, is ook lager dan wanneer je alleen moet gaan. Voor deze grotere groepen mogen we gebruik maken van de algemene ruimte van wooncomplexen.

Het “samen bewegen” wordt door alle deelnemers als positief ervaren en dat geldt ook voor de contacten die (weer) ontstaan, dicht bij huis. Mensen maken weer deel uit van hun directe omgeving.

Annemieke