Sluiten

Handreiking sport, bewegen en de Omgevingswet

Artikel

Geplaatst op 26 november 2018

Hoe kun je sport en bewegen laten bijdragen tot een gezonde leefomgeving, die zó is ingericht dat hij uitnodigt om te sporten en te bewegen? Om sport en ruimte met elkaar te verbinden heeft Vereniging Sport en Gemeenten heeft met medewerking van Kenniscentrum Sport, GGD’en en gemeenten de Handreiking sport, bewegen en de omgevingswet (VSG, 2018) uitgebracht.

De handreiking bestaat uit vijf stappen:

1. Bepaal de doelstellingen van sporten en bewegen

Gezondheidsbescherming is verankerd in de Omgevingswet; gezondheidsbevordering niet. Hiervoor zal het ambitieniveau op gemeenteschaal bepaald moeten worden. De Omgevingswet biedt kansen om onder andere de volgende doelen te bereiken:

  • multifunctioneel gebruik sportaccommodaties;
  • ontsluiting van sportparken en natuur;
  • voldoende en bereikbare sport- en speelruimte in de publieke buitenruimte;
  • een beweegvriendelijke omgeving;
  • toegankelijkheid (te voet, per fiets of OV) van voorzieningen;

Maak duidelijk welke doelstellingen je wilt nastreven. Naast deze inhoudelijke doelstellingen zou je als sector sport & bewegen ook de volgende vragen kunnen stellen:

  • Hoe kunnen we ons sportnetwerk mobiliseren?
  • Willen we een standaardnorm voor sportieve ruimte?
  • Willen we een norm voor buitenspeelruimte?
  • Willen we meedenken over inrichting van de leefomgeving?
  • Hoe brengen we het sociale aspect (inclusief gezondheid en bewegen) prominenter in beeld?
  • Welke middelen hebben we daarvoor, of dienen we te ontwikkelen?

2. Maak een ruimtelijke vertaling

Het integraal werken aan verbetering van de woon- en leefkwaliteit kan op veel verschillende manieren, waarbij maatwerk, lokale aspecten en participatie een grote rol spelen. Van belang om bovenstaande ambities gerealiseerd te krijgen, is dat er een vertaling gemaakt wordt van sport- en beweegbeleid/gezondheidsbeleid/sociaal beleid, naar wat dit betekent voor de omgevingsvisie.

  • Breng belevingen bijeen van ruimtelijke ordenaars, bestemmingsplanjuristen, medewerkers sport en bewegen, GGD-beleidsmedewerkers, …
  • Gebruik beelden (o.a. kaarten), omdat mensen van verschillende sectoren een andere taal spreken. Benut ICT om voor geografische kaarten/GIS-gegevens etc. te zorgen, om zo het sporten en bewegen van nu en de toekomst op de kaart te zetten.
  • Ga in gesprek over visie en plannen m.b.v. fysieke en sociale kaarten, zodat bestaande kennis die al ruimtelijk is vertaald wordt benut en wensen, ideeën en programma’s kunnen worden toegevoegd.
  • De resultaten hiervan kunnen worden uitgewerkt in kaarten volgens de regels van de Omgevingswet en de Laan van de Leefomgeving (hierin moeten alle ruimtelijke plannen en regels digitaal ontsloten worden).
  • Om principes en randvoorwaarden vooraf te integreren is het noodzakelijk om in alle stadia van een project/proces aan te schuiven en mee te denken.

Hou rekening met verschillen in tijd en schaal: Sport- en beweegbeleid is vaak korte termijn (vaak lineair projectdenken) terwijl de vergezichten bij ruimtelijke planning vaak ver in de toekomst liggen. Gezondheid is hét kapstokhaakje om sport en bewegen in de visie en plannen van de Omgevingswet op te nemen. Wat daarbij helpt is dat gezondheidsmaatregelen vaak over lange termijn pas te onderzoeken zijn en daarbij beter aansluiten bij de lange planningshorizon van ruimtelijke ontwikkelingen.

3. Bespreek de ruimtelijke vertaling met de collega’s leefomgeving

Voor succesvolle integrale samenwerking is kennis (delen) bij alle betrokken partijen een belangrijke voorwaarde. Een gedeeld referentiekader werkt ondersteunend. Ga op bezoek bij collega’s van het ruimtelijk domein. Stel vragen als:

  • Hoe geef je invulling aan participatie?
  • Bij wie moet ik zijn?
  • Hoe kom ik aan tafel om mede vorm te geven aan een gezonde leefomgeving?
  • Welke definities worden er gehanteerd?

Benoem in het gesprek dat ‘ruimte voor beweging’ in alle vormen (actief transport, spelen, bewegen, recreatie en sport) als investering dient voor de waarde en kwaliteit van de leefomgeving.

4. Bepaal de verbindingen

Probeer de lokale verbindingen in kaart te brengen tussen het fysieke en sociale domein: Welke samenwerkende thema’s kunnen het begrip gezondheid vormgeven in de omgevingsvisie? Verbindingen die worden genoemd, zijn:

  • Natuur & gezondheidsachterstanden;
  • Infrastructuur (mobiliteit) & wandelen en fietsen;
  • Ruimtelijke ordening & beweegvriendelijke omgeving;
  • Milieu / duurzaamheid & sport;
  • Recreatie & water / cultuurhistorie;
  • Vergrijzing & infrastructuur / Bouwen;
  • Gezondheidsachterstand & Landschap/ natuur;
  • Sociale cohesie / vrijwilligerswerk & sport.

Wanneer verbindingen tussen de onderwerpen in de boomsilhouette gemaakt kunnen worden tussen het ruimtelijk en sociaal domein, wordt een omgevingsvisie vele malen meer integraal.

 

Schrijven, besluiten en doen

Bij het opstellen van een omgevingsvisie wordt vaak met een droombeeld begonnen, waarbij onzeker is wat er in de eindfase nog van over is. Wees scherp en hard op de inhoud en zacht op de persoon. Zorg dat wensen en richtlijnen worden vastgesteld (bijvoorbeeld de beweegnorm). Blijf in verbinding met de collega’s om die mooiere leefomgeving te realiseren. Bied aan sport en bewegen een podium bij ruimtelijke ontwikkeling, door evenementen of periodieke activiteiten te organiseren.

Meer lezen

Lees meer nieuwe voorbeelden van Sport en bewegen en de Omgevingswet:

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.