Sluiten

Bedrijfssport anno 2019: het belang van de ‘entertrainer’

Interview

Publicatiedatum 5 februari 2019

In juni 2021 worden in Nederland de European Company Sport Games georganiseerd. Als gastland moet Nederland straks natuurlijk met een groot aantal bedrijven vertegenwoordigd zijn. Sport&zaken heeft de ontwikkeling van Nederlandse bedrijfssport in de afgelopen 15 jaar gevolgd en gestimuleerd. Wij vroegen hen: waar staat Nederland anno 2019 als het om bedrijfssport gaat?

Het Nederlandse bedrijfsleven lijkt bedrijfssport steeds meer te omarmen. Succesvolle implementatie en positieve ervaringen met bedrijfssport hangen volgens manager bedrijfssport Bas Spijkerman van sport&zaken sterk af van de manier waarop het wordt georganiseerd. Bedrijfssport succesvol opzetten is volgens Spijkerman meer dan op maandagavond met een groepje medewerkers achter een trainer aan hollen: “Zeker als je met bedrijfssport écht het verschil wilt maken in je organisatie.”

Sport als prestatiemiddel
Koplopers in bedrijfssport, zoals Capgemini en ABN Amro, hadden al vroeg door dat het aanbieden van sport voor hun medewerkers positieve effecten had. Waar bedrijfssport in de beginjaren door organisaties nog als een leuk extraatje voor de medewerkers werd gezien, is het nu onlosmakelijk verbonden met het (Human Resource) beleid.

Spijkerman: “Vitaliteit is de voorwaarde om te kunnen excelleren in je werk. Health is letterlijk de new wealth en de werkgever draagt hier graag aan bij. Sport wordt tegenwoordig dan ook vaak ingezet als middel om teams en individuen beter te laten presteren op de werkvloer. De programma’s worden toegesneden op de wensen van de medewerker en strak georganiseerd vanuit de HR-afdeling. De overtuiging is dat sport de medewerkers met elkaar in contact brengt. Beweging in je lijf, is beweging in je hoofd én bijkomend wetenschappelijk onderbouwd voordeel: voldoende beweging werkt preventief tegen stress en welvaartsziekten.”

Rendement

Wat nu precies het rendement is van bedrijfssport is volgens Spijkerman tot op heden niet goed terug te vinden in wetenschappelijke publicaties. “Onafhankelijke studies naar de effecten van bedrijfssportprogramma’s gericht op de werkprestatie, gezondheid, ziekteverzuim en de beste organisatievorm zijn schaars en niet eenduidig. Het is nog tamelijk onontgonnen gebied. Een integrale aanpak van het onderzoek is noodzakelijk om boven tafel te krijgen waar nu daadwerkelijk de winst zit en welke risico’s er verbonden zijn aan bedrijfssport.”

De wetenschappelijke onderbouwing laat dus nog even op zich wachten, echter zijn er in de literatuur uiteenlopende schattingen te vinden dat voor iedere euro die wordt geïnvesteerd in bedrijfssport dit zich drie, tot maar liefst negen keer terugbetaalt.

Traditionele én nieuwe sporten

Ervaringen van sport&zaken kunnen in dit geval helpen richting te geven. “Uit de vele vragenlijsten die wij onder bedrijven hebben verspreid blijkt dat fitness, hardlopen, fietsen, zwemmen én wandelen tot op de dag van vandaag de meest populaire bedrijfssporten zijn. Niet verwonderlijk, vindt Spijkerman, “aangezien veel werknemers deze sporten vaak zelf al op individuele basis beoefenen.”

Naast de traditionele sporten ziet Spijkerman bij sport&zaken ook een opmars van andere sporten zoals yoga, bootcamp en cross-fit en de combinatiesport triatlon. “Deze sporten zijn vaak met weinig middelen (en op locatie) te realiseren: een vergaderruimte of klaslokaal is in een mum van tijd omgebouwd tot yogaruimte en voor bootcamp heb je de gehele omgeving tot je beschikking als sportveld, inclusief obstakels. De kernwaarden: individueel bewegen gericht op de eigen fitheid en niet afhankelijk zijn van het aantal deelnemers, zoals bij voetbal en hockey, maar wel de geborgen gezelligheid van een groep.”

Kwaliteit is sleutelwoord

Uit de praktijk blijkt dat het samen beoefenen van een sport minstens net zo belangrijk is als de activiteit zelf. Om maximaal resultaat te behalen bij het implementeren van bedrijfssport is kwaliteit het sleutelwoord. Het aanbod moét aansluiten bij de behoeften van de werknemers: de soort sport, tijdstip en niveau zijn hiervan voorbeelden.

Waar volgens Spijkerman vaak aan voorbij wordt gegaan, is de manier waarop de bedrijfssport wordt opgezet binnen de organisatie. “Meestal is het een fanatiek clubje dat al sport die het voortouw neemt. Je kunt je hierbij de vraag stellen of je hiermee ook de beginner motiveert, wat essentieel is om een maximaal rendement te behalen. Daarnaast is investeren in een goede trainer cruciaal.“

‘Entertrainer’

Niet iedere trainer is geschikt als bedrijfssporttrainer; door Spijkerman ook wel de entertrainer genoemd. “De entertrainer is de verbinder van de groep, maar ook de expert die méér weet: over de sport, de training én leefstijl. Als bedrijfssporttrainer krijg je maar één kans om de groep, vaak hoogopgeleide individuen, aan je te binden. De eerste training is dan ook cruciaal. Naast het vermaak en het verbinden van de groep, wordt je geacht geruisloos in te spelen op de niveauverschillen. Doe je dat niet, dan ben je de deelnemer kwijt.”

Essentieel: beweging in het bedrijf!

Ook de manier van communiceren binnen het bedrijf is essentieel. Hoe meer vanuit het bedrijfs-DNA gebracht, hoe beter de beweegboodschap bij medewerkers landt en hoe groter de deelname, hoe hoger het rendement. Hierin speelt het draagvlak een sleutelrol: lead by example. “Is de CEO sportminded en actief binnen het beweegprogramma, dan vertaalt dit zich dit naar een positieve stimulering en motivatie binnen de organisatie”.

Bij sommige bedrijven en organisaties heerst er nog helemaal geen sportcultuur en worden deelnemers aan een sportprogramma met de nek aangekeken. “Zij lijken minder productief, omdat ze een half uurtje tussen het werk door zijn gaan hardlopen. Dat de productiviteit en het resultaat omhoog gaat is voor collega’s niet altijd zichtbaar en lastig meetbaar.”

De manier van organiseren én zeker ook het communiceren over bedrijfssport bepaalt dus mede het succes en het rendement. Door hier vooraf een goede communicatie over op te zetten en de valkuilen te omzeilen worden teleurstellende resultaten voorkomen. “Zo kan een bewustwordingscampagne juist een slimme eerste stap zijn, voordat het hele sportprogramma wordt uitgerold”, aldus Spijkerman.

Meer lezen

Trefwoorden:
Bewaren

Geselecteerd voor jou

Praat mee

Wat is jouw mening over of ervaring met dit onderwerp? Of heb je een specifieke vraag?

Laat hieronder een reactie achter en ga in gesprek.

Clemens Vollebergh

Bedankt voor je reactie Remco,

Jouw antwoord (een citaat uit een bedrijfsfolder?) sluit echter geheel niet aan op mijn opmerkingen.

Ik val over het ‘entertrainerconcept’ en het gebruikte jargon in het artikel, wat overigens ook weer naar voren komt in het citaat dat je in jouw reactie geeft.

=> Sport en Zaken ondermijnt de sport door de entertrainer te omarmen. Sport gaat kennelijk om een uurtje bewegingsplezier, dat alle andere inactieve uren in de week compenseert. Als deelnemers rapporteren dat ze het leuk vonden, is de interventie geslaagd en plakken we er direct een wetenschappelijk claim op. Het lijkt wel valpreventie.
=> Sport wordt gezien als hét gezondheidsmiddel, terwijl trainen (het werken aan de fysieke voorwaarden) veel belangrijker is voor een goede gezondheid: wanneer u een marathon wilt lopen… is ons advies geen marathon te lopen en als u wel wilt hardlopen, leren wij u hoe u fysiek sterker wordt, zodat de blessurekans zo klein mogelijk is. Dat laatste vraagt kennis van zaken en is minder entertrainment maar wel belangrijk voor een goede inzetbaarheid van personeel op het werk.
=> Terwijl de fysieke effectiviteit van programma’s aangeboden door de entertrainer verwatert, blijven de verzuimclaims torenhoog. “Ja, u denkt dat 990 gram minder is, maar op deze weegschaal is het nog steeds 1 kg.”
=> Maak de effecten niet alleen ‘zichtbaar’ in wetenschappelijke onderzoeken die aantonen dat verzuim afneemt wanneer er gesport wordt, maar maak de effecten zichtbaar in het meten van conditionele aspecten van de deelnemers: vooraf en achteraf. Verklein de kans op blessures: bied programma’s die minder entertrainen maar fysiek en mentaal echt effect hebben op lange termijn. Het verbeteren van de beweeglijkheid van gewrichten, flexibiliteit van spieren en het vergroten van spierkracht (zonder apparaten, met flinke weerstand) volgens de juiste methodiek is minder vermaak, maar wel meetbaar effectief. Dat is op lange termijn pas onbetaalbaar.

Geheel in lijn met het artikel en je reactie schrijf je dat mijn feedback wordt meegenomen voor de toekomst… Ik geloof er helemaal niets van.

Remco Tervoort

Beste Clemens,

Bedankt voor jouw reactie. Hierbij een reactie van Sport & Zaken op jouw opmerking wat betreft de kosten en investeringen: “De investering in bedrijfssport wordt terugverdiend door middel van vermindering ziekteverzuim, teambuilding, frisse / vitale werknemers en de daaraan gekoppelde prestaties die geleverd worden op de werkvloer. Uit onderzoek blijkt dat een verzuimdag gemiddeld € 275,- euro per dag kost met daarbij de vermelding dat sporters 15 dagen minder verzuimen dan niet sporters. Dank voor jouw feedback op het artikel en wij nemen dit mee voor de toekomst.”

Clemens Vollebergh

Het artikel staat vol met holle kreten:
“De overtuiging is dat sport de medewerkers met elkaar in contact brengt. Beweging in je lijf, is beweging in je hoofd én bijkomend wetenschappelijk onderbouwd voordeel: voldoende beweging werkt preventief tegen stress en welvaartsziekten.”
=> Wat is voldoende beweging? Hoe intensief moet je bewegen? Hoe meet je?
“…dat voor iedere euro die wordt geïnvesteerd in bedrijfssport dit zich drie, tot maar liefst negen keer terugbetaalt” => Hoe dan?
“Uit de praktijk blijkt dat het samen beoefenen van een sport minstens net zo belangrijk is als de activiteit zelf. Om maximaal resultaat te behalen bij het implementeren van bedrijfssport is kwaliteit het sleutelwoord” => wat is dit voor jargon? Samen sporten en kwaliteit is volgens mij moeilijk verenigbaar .. tenzij je vermaak als uitgangspunt neemt…
En daar lijkt het ook op gezien het steeds vaker naar voren geschoven woord entertrainer. “De entertrainer is de verbinder van de groep, maar ook de expert die méér weet: over de sport, de training én leefstijl.” => wit is ook een beetje zwart? Een entertrainer is iemand met een trainingsachtergrond die vooral tot taak heeft mensen te vermaken. Sturen op beleving, niet op het bereiken van fysieke en mentale krachtige processen. “ik liep een blessure op, maar het was wel leuk”.
Ik pleit voor sturen op behoeften van mensen (niet op wat ze willen) en daarmee aansluiten bij het belang van bedrijven aan vitale werknemers. Hoe meer entertainment je erin gooit, hoe minder je de gezondheid bevordert. Het gaat om keuzes maken. Keuzes zitten aan de basis. Dat is niet gezelligheid of entertraining, dat is in de eerste plaats fysiek trainen, als het kan in één op één situaties.
Sporten als teambuilding is een legitieme keuze, maar verbind er dan niet allerlei banale fysieke en mentale voordelen aan. Ik begrijp dat sport hét uitgangspunt is voor Sport en Zaken. Het is alleen jammer dat ze dat verbindt met vermaak en niet met het niveau dat onder sporten zit: trainen. Werknemers hebben onder leiding van een entertrainer een gezellig uurtje gehad, de fysieke en mentale adaptatie is verwaarloosbaar. Dus ook alle positieve effecten die genoemd worden zijn daarmee zwaar overdreven. Om werkelijk het verschil te maken moet er namelijk (intensief) getraind worden. Wie traint werkt aan de voorwaarden, versterkt de belastbaarheid. Dat is een waardevolle investering: om te kunnen sporten, voor de dagelijkse verrichtingen en inzetbaarheid op het werk.