Alles over sport logo

Hockey Foundation laat kinderen uit lage inkomensgezinnen meedoen met sport

De Hockey Foundation zet zich in voor kinderen uit lage inkomensgezinnen. Dit doen ze door in achterstandswijken nieuwe hockeyverenigingen op te richten. En door de kinderen vanuit een pedagogische visie, met veel persoonlijke aandacht, te begeleiden bij hun intrede bij de vereniging. De initiatiefnemers vertellen hoe zij dat aanpakken.

Foto: Hockey Foundation kamp 2021 op Hurley tijdens EK hockey | Koen Suyk

10.000 Kinderen de kans geven om zich te ontwikkelen door in verenigingsverband te sporten, dat is de missie van de Hockey Foundation, opgericht door de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB) en de Rabobank. In tien jaar tijd moeten er in Nederland 30 nieuwe hockeyverenigingen ontstaan.

Lage inkomenswijken zonder sportvoorzieningen

Zijn er niet al een hoop hockeyclubs in Nederland dan? “Ja, maar vaak in dorpen of welgestelde wijken aan de rand van de stad”, zegt Paul Veldhuijzen. organisatieadviseur bij de Hockey Foundation. “Wij richten ons met de foundation op lage inkomenswijken. Dat zijn wijken in stedelijke gebieden, met een verouderd woningaanbod en geen – of slechte – sportvoorzieningen. Die wijken hebben onze inzet het hardste nodig. Wij geloven dat je deels wordt gevormd door je omgeving. En dus willen we in de leefomgeving van de kinderen iets leuks bieden.”

Verenigingsstructuur neerleggen in de wijk

Infrastructuur zoals Cruyff Courts ligt er soms al wel in lage inkomensbuurten. En gemeenten organiseren ook sportieve activiteiten in deze wijken. Maar na een paar keer stopt dat weer. De stap van daar naar lidmaatschap van een sportvereniging, blijkt te groot voor veel kinderen. Alleen al omdat die verenigingen vaak niet in hun wijk te vinden zijn. De aanpak van de Hockey Foundation is hierin vrij uniek, omdat zij ook een verenigingsstructuur neerleggen in de lage inkomenswijk. “Het is dus investeren in de hardware en de software”, legt Paul uit. 

Beginnen in een vertrouwde omgeving

Creatieve ideeën zijn er genoeg, maar de aanwezigheid van een sportveld betekent nog niet dat de kinderen daar naartoe komen, benadrukt Marianne Dekker, pedagogisch adviseur. “Zelfs niet als ze op een minuut lopen wonen.” Daarom koos de foundation voor een stapsgewijze, pedagogische aanpak. Marianne legt uit wat dat inhoudt. “De eerste stap is altijd een proefles op school. Dat is voor de kinderen een vertrouwde omgeving, waar ze de regels al kennen. We geven de les in hun eigen gymzaal, samen met hun eigen gymdocent. Voor ons is dat een fijne binnenkomer.” 

De vier pijlers van de foundation 

Meteen al in die eerste proefles ligt de nadruk niet alleen op het aanleren van hockey. De foundation zet juist in op sport als middel en werkt op basis van vier pijlers. Marianne:

  • “De eerste is hoge intensiteit. We willen rode wangen zien en er mag best een zweetdruppel vallen.
  • De tweede pijler is plezier. We gebruiken veel kleur en maken de proefles lekker energiek, zodat kinderen binnenkomen met het gevoel van ‘wow, wat aan we allemaal voor spelletjes spelen?’.
  • Ook zetten we in op succesbeleving. We zetten de training zo op dat alles lukt. Thuis en op school lukt er al vaak genoeg iets niet. Hoe leuk is het dat de kinderen met hun stok en bal alle pionnen om krijgen? 
  • En tot slot de pijler aandacht. Naast de gymdocent is vanuit de foundation de pedagogisch verenigingsmanager aanwezig. En vanuit de gemeente sluit de buurtsportcoach aan. Omdat we met z’n drieën zijn, krijgen alle kinderen veel persoonlijke aandacht.” 

Langzaam warm maken voor de sportverenging

Na afloop van de proefles vraagt Marianne de kinderen: “‘Wie vond dit zoooo leuk, dat je nog een paar hockeylessen wilt volgen?’ Deze vervolglessen – vijf à acht stuks – zijn via school na schooltijd. Dit is de meest laagdrempelige manier om de kinderen enthousiast te krijgen voor hockey”, aldus Marianne. “Zonder meteen een verplicht jaarlidmaatschap. En ook daarbij sluit de buurtsportcoach aan, zodat we veel aandacht kunnen blijven geven. Zo bouwen we snel een relatie op met de groep kinderen. We zorgen dat we ieders naam weten en leren ook de achtergrond van de kinderen en hun ouders een beetje kennen. Als ze dan een keer niet komen, kunnen we ze makkelijk even bellen met de vraag waarom ze niet aanwezig zijn.”

Hockeyles en life skills

In die periode van extra lessen na schooltijd, werkt de Hockey Foundation bewust aan de life skills van de jonge sporters. Marianne: “Dat zijn dingen als afspraken maken, elke week komen, op tijd komen, je afmelden als je een keer niet kunt, de juiste kleding dragen, omgaan met emoties, stress en empathie voor je teamgenoten. Via deze skills leren de kinderen langzaam de verenigingscultuur kennen. De verenigingscultuur is tenslotte heel anders dan de straatcultuur. En we leren de kinderen stapsgewijs en spelenderwijs hoe het er op een club – en verder in de maatschappij – aan toe gaat.” De foundation is, zoals Marianne het formuleert, ‘ook een beetje mede opvoeder’. “We dragen hiermee ook bij aan de bredere ontwikkeling van de kinderen en uiteindelijk aan minder ongelijkheid.” 

Band met de ouders opbouwen

Tijdens de extra lessen bouwen de trainers ook steeds meer band op met de ouders, want ook die hebben een rol: namelijk de kinderen uiteindelijke echt lid maken van de nieuwe vereniging in de wijk. De laatste training op school is een ‘feesttraining’ waarbij de ouders ook welkom zijn. Marianne: “Dan geven we meteen een inschrijfformulier mee om lid te worden en geven we ook laagdrempelige informatie over de regelingen, zoals het Jeugdfonds Sport & Cultuur en stadspassen. Waardoor het voor ieder kind financieel mogelijk wordt om lid te worden.”

Ook kun je ervoor kiezen om tijdens deze eerste maanden een relatief goedkoop ‘vriendjes lidmaatschap’ aan te bieden. Bijvoorbeeld voor een tientje word je een vriendje. Dit is een laagdrempelige manier om de enthousiaste kinderen nog iets langer bij je te houden en te investeren in de relatie met de kinderen en de ouders. Die laatste les maken we natuurlijk zo leuk, dat de kinderen hun ouders gaan overtuigen dat ze lid moeten worden.” 

Diverse financiële regelingen helpen gezinnen met het betalen van de contributie.

Instroom op de club in de wijk

Na een maand of vier zijn de kinderen genoeg voorbereid om de stap naar de vereniging te maken. Dan betalen ze als het goed is contributie, kunnen ze een potje hockeyen, snappen ze – dankzij de life skills – de verenigingscultuur en kennen de begeleiders de ouders. Dan is het tijd om echt in te stromen op de lokale vereniging. 

Gabriëlle van Doorn, manager van de Hockey Foundation, legt uit hoe die vereniging is ontstaan in de wijk. “De nieuwe vereniging in de wijk wordt parallel opgericht aan het buurtparticipatietraject en proeflessen op school en in de wijk. Alle kinderen – ook uit de wat hogere inkomenswijken – zijn welkom. Soms zijn de initiatiefnemers ook ouders uit andere buurten, die graag zien dat hun kinderen gaan hockeyen in verenigingsverband. Des te beter, want de verenigingen die wij voor ogen hebben, moeten altijd een mix zijn van ‘hoge en lage sociaal economische status (SES)’. Naast sportplezier, willen wij alle kinderen met dit initiatief namelijk ook toegang geven tot een netwerk. Daarmee bedoelen we niet alleen nieuwe vrienden maken uit verschillende wijken, maar ook het verenigingsnetwerk mogen benutten. En daarmee de kansen vergroten op bijvoorbeeld een leuke stageplek.”

‘Hee, jij kunt al hockeyen!’

Hockey Foundation day camp 2021 op Hurley tijdens EK hockey – Koen Suyk

Hoe dan ook, stromen de kinderen altijd in. Bij voorkeur in een bestaand team. “Tegen de bestaande leden van de club vertellen we dat er weer nieuwe teamgenoten bij komen”, vertelt Marianne. “Zij zijn altijd blij verrast dat die nieuwelingen best al goed kunnen hockeyen op hun eerste training op de club. Voor de kinderen die voor het eerst op de vereniging zijn, is het ook fijn te merken dat ze al mee kunnen komen en alles al een beetje snappen. Dat beiden kunnen en willen hockeyen, is de verbindende schakel. En er ontstaat ook geen irritatie, omdat de nieuwkomers al snappen wat de regels en het gewenste gedrag zijn.”

Laagdrempelige betrokkenheid van ouders

Zodra de kinderen instromen bij de vereniging, is het ook tijd voor wedstrijdjes en dat betekent ook rijden. “Dit verwachten we zeker niet direct van de ouders uit lage inkomensgezinnen”, benadrukt Gabriëlle. “We hebben een participatieladder voor ouders, die begint met ‘word fan van je kind en kom eens naar een wedstrijd kijken.’ Van daaruit kunnen ze misschien een keer de fruithap verzorgen tijdens de rust.”

Maar het is duidelijk dat de ouders die bekend zijn met het verenigingsleven de club ‘dragen’. Gabriëlle: “In het bestuur gaan, rijden voor wedstrijden, penningmeester worden, een team coachen… Ouders uit hogere inkomenswijken begrijpen dat het een maatschappelijke vereniging is en dat zij in de vereniging het leeuwendeel van dit soort taken op zich nemen. Zeker in de begin jaren. Zonder zich te storen aan de ouders die dat niet kunnen of willen doen. Onze pedagogisch verenigingsmanager begeleidt alle ouders hier ook in, voor wederzijds begrip.” 

Je bereikt meer met kleine stappen

“Het kan soms wel een generatie duren, voordat je verandering ziet”, voegt Paul nog toe. “We hopen dat de nieuwe kinderen die we hiermee bereiken, later als zij zelf kinderen hebben, alweer wat actiever zijn als ouder. Maar wat de ouders wel of niet doen, het kind mag altijd komen. En we proberen alles stapje voor stapje te doen. Dan bereik je in onze visie veel meer, dan wanneer je meteen hoge verwachtingen neerlegt.”

Wat de impact van deze nieuwe verenigingen is op de wijk? “Wat wij terughoren van ouders is dat ze het zo geweldig vinden dat dit voor hun kinderen wordt gedaan”, vertelt Gabriëlle. “De beheerder van de speeltuinvereniging vertelt bovendien dat het gemoedelijker is. Dat er een stuk minder rotzooi wordt getrapt in de speeltuin, sinds wij in de wijk actief zijn. En bij de supermarkt herkennen ouders elkaar ineens ook; iemand is geen ‘vreemde’ meer, maar de vader van een teamgenootje van jouw kind.” 

Betrekken van bestaande sportverenigingen

De aanpak van de Hockey Foundation is toepasbaar op allerlei andere sporten, geven de initiatiefnemers aan. Maar bestaande sportverenigingen hebben niet standaard beschikking over een pedagoog om kinderen uit lage inkomensgezinnen goed te betrekken, aldus Gabriëlle. “Op school heb je talloze geschoolde professionals, zoals maatschappelijk werkers en talentcoördinatoren. Maar op de vereniging heb je alleen ‘de vader van Noor’ die training geeft. Sportclubs hebben over het algemeen niet de kennis en ervaring om deze groep echt grondig te betrekken. En dan beklijven initiatieven als proeflesjes in achterstandswijken niet.”

“In ons project bieden we een pedagogisch educatieprogramma aan, gericht op het boeien en binden van kinderen (en hun ouders) in lage inkomenswijken. En we kijken we nu ook naar hoe we bestaande clubs die al in de wijken zitten, kunnen ondersteunen om meer kinderen uit lage inkomensgezinnen op te nemen.” 

Artikelen uitgelicht


Meedoen door sport en bewegen
Sportaanbieders
Hockey
public, professional
praktijkvoorbeeld
in beweging brengen, lage inkomens, starten met sporten en bewegen