Motiverende gespreksvoering inzetten helpt voorkomen dat een patiënt weerstand ervaart en zorgt ervoor dat iemand zich gehoord voelt. Door eventuele belemmeringen bij de patiënt ervaart te herkennen, kun je hem of haar beter ondersteunen om de stap naar bewegen te maken.
Welke belemmeringen kun je tegenkomen?
Probeer te achterhalen welke belemmeringen de patiënt ervaart. Wees je ervan bewust dat belemmeringen op meerdere vlakken tegelijk kunnen voorkomen, ook kunnen belemmeringen elkaar beïnvloeden.
- Fysieke belemmeringen
Dit gaat om belemmeringen zoals pijn en vermoeidheid, waarbij door een arts of fysiotherapeut al is vastgesteld dat iemand veilig kan en mag bewegen. Vaak schuilt er achter deze belemmering angst of onzekerheid om te gaan bewegen.
- Sociale belemmeringen
Dit gaat bijvoorbeeld om het missen van aansluiting, gevoelens van schaamte of oncomfortabel zijn in een bepaalde situatie.
- Gebrek aan zelfvertrouwen
Dit betreft een gebrek aan vertrouwen in het eigen lichaam, (te) voorzichtig zijn, met onderprestatie als gevolg.
- Weinig plezier in sporten
Patiënten kunnen door hun aandoening minder plezier ervaren in sport of bewegen. Zo kan een COPD-patiënt zich beperkt voelen tijdens inspanning en hierdoor minder plezier ervaren.
- Gebrek aan tijd
Het gevoel van geen tijd hebben kan komen doordat iemand echt geen tijd heeft, maar hangt vaak ook samen met de prioriteiten die iemand stelt.
Hoe ga je als zorgprofessional om met belemmeringen?
Zodra je een beter beeld hebt van de patiënt en zijn of haar belemmeringen, is het belangrijk om de patiënt hierin gerust te stellen. Soms vindt een patiënt het moeilijk om hierover te praten. Houd hier rekening mee en blijf empathisch naar de patiënt.
Stel hem of haar gerust dat het normaal is om sporten spannend te vinden. Blijf ook open, verdiepende vragen stellen om te achterhalen wat de patiënt precies tegenhoudt. De ervaring van de patiënt vraagt om een benadering die gericht is op de specifiek ervaren belemmering(en).
Omgaan met fysieke belemmeringen
Bij fysieke belemmeringen is het goed om eerst uit te sluiten of sporten en bewegen de klachten kunnen verergeren. Dit kan bijvoorbeeld een sportarts, fysiotherapeut of de behandelend arts doen. Als de patiënt groen licht heeft om veilig te sporten, kun jij doorvragen op de angst en onzekerheid die een patiënt ervaart.
Omgaan met sociale belemmeringen
Bij sociale belemmeringen is het goed om te achterhalen wanneer de sociale drempel wel wordt ervaren en wanneer juist niet. Als je dat weet, kun je samen op zoek naar activiteiten waarbij er geen sociale drempel is voor de patiënt. Je kunt de patiënt vragen wanneer hij of zij er het meest mee zit en dan samen te kijken hoe die situaties het meest beperkt kunnen worden. Je kunt ook vragen of er mensen zijn waarbij de patiënt hier geen last van heeft en dan samen kijken naar welke sporten mogelijk zijn met die mensen.
Omgaan met een gebrek aan zelfvertrouwen
Bij belemmeringen door een gebrek aan zelfvertrouwen is het belangrijk om iemand stapsgewijs weer wat meer vertrouwen te geven. Laat de patiënt ervaren dat kleine stapjes al een groot verschil maken. Achterhaal wat de patiënt spannend vindt en waar iemand wel vertrouwen in heeft. Dit kun je bijvoorbeeld doen door te vragen naar succeservaringen uit het verleden of door te vragen wat de patiënt nodig heeft om meer vertrouwen op te bouwen. Je kunt vragen wat iemand spannend vindt aan het idee om te gaan sporten en of er ooit een moment is geweest dat de patiënt genoot van sport.
Omgaan met weinig plezier in sporten
Bij belemmeringen door weinig plezier in sporten is het belangrijk om te erkennen dat iemands aandoening inderdaad in de weg kan staan bij ervaren van plezier. De patiënt voelt zich gefrustreerd. Reageer daar als zorgverlener empathisch op. Daarna kun je samen met de patiënt alternatieven verkennen die de patiënt nog wel kan en leuk vindt.
Omgaan met een gebrek aan tijd
Bij belemmeringen door gebrek aan tijd toon je in eerste instantie begrip voor de drukte die iemand ervaart. Ga daarna op zoek naar wat diegene zoveel tijd kost en hoe sporten of bewegen toch een plek kan krijgen. Zorg dat de sport- of beweegactiviteit zo klein mogelijk is, zodat het niet te veel tijd in beslag neemt.
Voorbeelden van belemmeringen
| Belemmering | Uitspraak patiënt | Reactie zorgprofessional |
|---|---|---|
| Fysiek | “Ik kan niet sporten of bewegen vanwege de pijn.” | “Wat vervelend om te horen dat je pijn hebt. Normaal gesproken weten we dat je met deze klachten veilig kunt bewegen. Wat maakt dat je pijn ervaart? |
| “Als ik sport, denk ik dat de pijn erger wordt.” | “Vind je het goed om eens samen te kijken wanneer je die pijn krijgt? En bij welke bewegingen je juist geen pijn ervaart?” | |
| “Ik ben te moe om te gaan sporten/bewegen” of “Ik heb geen energie om te sporten/bewegen.” | “Je geeft aan dat je te weinig energie hebt. Er zijn allerlei vormen van beweging die ook minder inspanning kosten. Vind je het goed om eens samen te kijken wat je allemaal doet op een dag, en welke vorm van bewegen je minder energie kost?” | |
| “Ik durf niet te gaan sporten of bewegen, ik denk dat mijn lichaam het niet meer aankan.” | “Ik kan me goed voorstellen dat het spannend is om weer te gaan sporten. Wat laat je denken dat je lichaam het niet meer aankan?” | |
| Sociaal | “Ik wil niet dat anderen mij op deze manier zien bewegen.” | “Dat lijkt me geen fijn gevoel. Wanneer zit je hier het meest mee? Vind je het goed om samen te kijken hoe we die situaties kunnen beperken?” |
| “Wat zullen anderen wel niet van mij denken als ik ga sporten?.” | “Wat vervelend om te horen dat je hiermee zit. Zijn er situaties en mensen waarbij je hier geen last van hebt? Vind je het het goed om samen te kijken welke sporten allemaal mogelijk zijn met die mensen?” | |
| Gebrek aan zelfvertrouwen | “Ik ben geen type voor de sportschool.” | “Begrijpelijk dat je dit denkt, het kan lastig zijn om te beginnen met sporten als je niet eerder naar een sportschool bent gegaan. Wat vind je precies spannend aan het idee om te gaan sporten?” |
| “Ik heb nooit gesport, dat is niks voor mij.” | “Ik kan me voorstellen dat het voelt als een grote stap om ergens aan te beginnen wat je nog nooit hebt gedaan, maar is er ooit een moment geweest dat je genoot van sport? Misschien op de fiets of wandelen tijdens vakantie? Zo kunnen we een activiteit vinden die meer bij je past of wat je vroeger leuk vond om te doen.” | |
| Weinig plezier in sporten | “Ik vind sporten op deze manier niet leuk om te doen.” | “Ik kan me voorstellen dat het frustrerend is dat je geen plezier meer haalt uit sporten. Wat maakt precies dat je er nu geen plezier uit haalt?”“Plezier halen uit bewegen kan per persoon verschillen. Wat vind jij leuk aan bewegen? Vind je het goed om samen te kijken naar hoe we dat gevoel weer terug kunnen vinden?” |
| Gebrek aan tijd | “Ik kom er gewoon niet aan toe om te sporten.” | “Begrijpelijk dat je er niet altijd aan toekomt. Waar komt het door? Gaat het om je planning of is er iets anders wat het tegenhoudt? |
| “Ik heb het al zo druk met andere verplichtingen.” | “Als je terugdenkt aan momenten dat je wel sportte, hoe plande je dat toen in?” |
Doorverwijzen naar andere professionals
Afhankelijk van de soort belemmering, kun je de patiënt naar een andere professional doorverwijzen. Merk je dat iemand sociale drempels of geen plezier ervaart, dan kun je degene doorverwijzen naar bijvoorbeeld een buurtsportcoach. Heeft iemand medische belemmeringen, pijn, vermoeidheid, angst of weinig vertrouwen in nog wel kunnen sporten? Verwijs iemand dan door naar een sportarts of fysiotherapeut. Merk je dat iemand met een leefstijgerelateerde aandoening weinig tijd ervaart om te sporten, verwijs diegene dan door naar de leefstijlcoach.
Gesprekstool Bewust Bewegen met chronische aandoeningen
De online gesprekstool Bewust Bewegen van Kenniscentrum Sport & Bewegen kan je helpen in het gesprek over bewegen met patiënten. De tool begeleidt je in het voeren van een persoonlijk gesprek over de impact en positieve effecten van bewegen op specifieke aandoeningen. Kies voor de aanpak van een kort gesprek als je weinig tijd hebt of voor extra informatie als je behoefte hebt aan meer achtergrondinformatie over bewegen bij een specifieke aandoening of stoornis.